Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g80 8/2 blz. 22-25
  • Van de race met de dood naar de race om het leven

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Van de race met de dood naar de race om het leven
  • Ontwaakt! 1980
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Auto’s belangrijker dan mijn huwelijk
  • Liefde op het eerste gezicht
  • Een race met de dood
  • Op weg naar de overwinning
  • Een sterfgeval dat mijn leven veranderde
  • Het begin van een nieuwe race
  • Speedway was mijn leven
    Ontwaakt! 1986
  • Ik koos voor de wedren om het leven
    Ontwaakt! 1975
  • De Bijbel verandert levens
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2011
  • Ben je oud genoeg om auto te rijden?
    Ontwaakt! 1979
Meer weergeven
Ontwaakt! 1980
g80 8/2 blz. 22-25

Van de race met de dood naar de race om het leven

WAT een schouwspel! Fraai gespoten, veelkleurige wagens, waarvan het chroomwerk glinstert onder de lichten. Brullende motoren, 20.000 schreeuwende supporters en die aparte reuk van het brandstofmengsel dat bij races wordt gebruikt. Kleine speedway-wagens die met levensgevaarlijke snelheden worden voortgejaagd, vaak op maar enkele centimeters van elkaar.

Dat zijn mijn vroegste herinneringen aan speedway-races. Ik was nog maar een heel klein knulletje op die avond dat mijn vader mij meenam naar de in fel licht badende Sydney Showgrounds, maar de indruk die ik daar opdeed, is mij tientallen jaren bijgebleven en heeft grote invloed gehad op de rest van mijn leven. Ook ik zou een deelnemer worden aan die race met de dood, waarvan ik op die avond een toeschouwer was.

Auto’s belangrijker dan mijn huwelijk

Ik ben in 1940 in een middenstandsgezin geboren. Mijn vader was aannemer en genoot veel aanzien in de gemeenschap. Zoals dat in die tijd met de meeste vaders het geval was, stonden bij hem in het dagelijkse leven tucht en respect op de eerste plaats. En zoals dat met de meeste zonen gaat, had ik tegen de tijd dat ik een tiener was, het idee dat ik meer wist dan mijn ouders. Tegen hun raad in begon ik al voordat ik zestien was, afspraakjes met meisjes te maken. De situatie waarin ik toen terechtkwam, had tot gevolg dat ik op achttienjarige leeftijd trouwde. Wij dachten dat wij alles wisten.

Het duurde niet lang of ik kwam erachter hoe weinig ik eigenlijk op het huwelijk was voorbereid, en al gauw begon ik er schoon genoeg van te krijgen. De verantwoordelijkheden die een huwelijk met zich brengt, begonnen een echte last voor mij te vormen, en nadat ik zo wat andere getrouwde mensen om mij heen had gadegeslagen, besloot ik ten aanzien van mijn verantwoordelijkheden precies te doen wat zij ook deden — ze negeren.

Ik kocht een auto, en begon daar al mijn tijd en geld aan te besteden. Destijds dronk of rookte ik niet en overspel was een vies woord. Wat ik deed, was eenvoudig mijn avonden bij het servicestation doorbrengen, waar ik met de monteur kon praten over auto’s en motoren. Mijn vrouw begon te klagen, en toen dat niet hielp, begon ze vervelend tegen mij te doen. Ik werd wat huiselijker, bouwde een huis en schonk mijn kinderen wat aandacht, maar al spoedig ging dat mij weer vervelen.

Liefde op het eerste gezicht

Ik ging dus weer terug naar het servicestation. Maar toen ik deze keer binnenkwam, stond daar midden in de hal een klein speedway-wagentje. Het was liefde op het eerste gezicht. Wanneer kon ik hem zien racen? Zondag, werd mij verteld, op de Westmead Speedway buiten Sydney. En er was trouwens nog iemand nodig in de ploeg die de ’pit’ zou bemannen.

Plotseling leken de verantwoordelijkheid van het huwelijk, de zorgen en de verveling alle te verdwijnen, terwijl de herinneringen aan die avonden op de Sydney Showgrounds, op de schouders van mijn vader, weer naar boven kwamen. De wedren die zondag betoverde mij en ik werd een vast lid van de ploeg. Maar al snel was dat niet meer genoeg. Ik wist dat ik zelf moest rijden.

Mijn kans kwam een paar weken later in wat wij een monteursrace noemen. Ik kwam als derde binnen, bezorgde de eigenaar van de wagen een doodsschrik, en raakte het hek maar één keer. Het was een opwindende ervaring. De acceleratie was geweldig. Het lawaai en het gevaar maakten dat de adrenaline mij nog uren daarna door het bloed joeg. In gedachten beleefde ik die race nog wekenlang opnieuw. Het commentaar dat ik net een ’dronken kat op schaatsen’ was geweest, kon mij in het geheel niet deren.

Maar slechts zo nu en dan rijden bevredigde mij ook niet. Dus werd ik enige tijd later de trotse bezitter van mijn eigen speedway-wagen. Wij bouwden de wagen om en wonnen heel wat races. Tegen die tijd was ik begonnen te roken, en overspel was voor mij normaal geworden. Het huwelijksleven betekende niets meer voor mij, alhoewel ik nog wel bij mijn vrouw woonde.

Een race met de dood

Ik maakte mij er voortdurend zorgen over dat ik nog eens zou verongelukken, want winnen was alleen mogelijk door veel risico’s te nemen. De wagens waren uitgerust met veiligheidsriemen en rolbeugels. Vóór elke race werden zowel de valhelmen als de wagens gecontroleerd. Het was de coureurs niet toegestaan om binnen 24 uur voor de wedstrijd alcohol te gebruiken, en nog was de tol die de dood eiste, erg hoog.

Ik liep mij altijd af te vragen wat er met mijn verongelukte vrienden was gebeurd. Waren die naar de hemel gegaan, zoals op de begrafenis werd beweerd?

In 1964 gebeurden er twee dingen die mijn leven veranderden. Ik ontmoette een meisje, dat totaal verschillend was van de meisjes met wie ik tot op dat ogenblik verhoudingen had gehad, en wij werden onafscheidelijk. Ongeveer in die tijd kreeg ik een aanbod om een splinternieuwe wagen te rijden. Dit betekende dat ik lid zou worden van een nieuwe club in Australië. Ik zou gaan rijden tegen de beste wagens en de beste coureurs van de wereld.

Mijn hele leven draaide om de racerij. Wij hadden zowel op zaterdagavond als op zondagmiddag een race, en tussen die twee races in moesten wij de wagen soms weer helemaal opbouwen omdat hij als een wrak uit de eerste race was gekomen. Deze manier van leven eiste zijn tol van mijn zenuwstelsel. Ik rookte en dronk zwaar, en immoraliteit was voor mij nu een levenswijze geworden.

Op weg naar de overwinning

In 1965 zette ik mijn zinnen op de jeugdkampioenschappen, die ik verloor op de avond dat ik in één keer al mijn stofbrillen aftrok. (Wij droegen vier tot acht stofbrillen op elkaar, waarvan wij de voorste aftrokken als die vuil was geworden.) Maar het jaar daarop won ik wel, en werd ik een vaste rijder voor de hoogste klasse. Sindsdien heb ik heel wat wedstrijden gewonnen.

Hoewel de dood steeds aanwezig leek te zijn, beschouwde ik mijzelf als een tamelijk goede coureur en was ik ervan overtuigd dat ik nooit een fout zou maken waardoor ik werkelijk gewond zou raken. Maar niet lang daarna kreeg ik een schok, toen de coureur die als de beste in Australië bekendstond, om het leven kwam op nog geen twintig meter afstand van de plaats waar ik stond. Hij maakte precies de fout waarvoor hij mij voordien gewaarschuwd had.

Het succes heeft ook zijn nadelen bij speedway, want de snelste wagen moet achter in het veld starten. Om vanuit die positie een race te winnen moeten er veel risico’s genomen worden, en de ongelukken zijn af en toe afschuwelijk; soms zijn er wel twaalf auto’s bij betrokken. Ik was wel een goede rijder, maar, zo kreeg ik te horen, er ontbrak nog één ding aan. Wilde ik echt een goede coureur zijn, dan moest ik alle voorzichtigheid laten varen en er niet meer aan denken of ik anderen in gevaar bracht. Dat vond ik te ver gaan.

Het seizoen 1967-68 begon ik met een nieuwe wagen: wij hadden ons nu de Australische titel en de wereldtitel ten doel gesteld. Ik lag zelfs aan de kop in de race om de Australische titel, toen ik door een opgeblazen motor werd gedwongen de strijd te staken. Zo dicht bij de overwinning, en toch zo ver ervandaan.

En toen kwam de avond waarin het om de wereldtitel ging. Ik had mij gekwalificeerd voor de voorste rij. Het enige wat mij nu te doen stond, was mij daar te handhaven, 35 ronden lang, met levensgevaarlijke snelheden. Nadat er driemaal opnieuw was gestart vanwege ongelukken, kwam de race op gang, en ik speelde het klaar. De overwinning was een feit! Ik kon het niet geloven. Ik was wereldkampioen!

Maar wat een ijdele overwinning bleek het te zijn. Het duurde niet lang of ik kwam erachter dat de wereldtitel in werkelijkheid niets betekende. In feite verloor ik er vele zogenaamde vrienden door. En daar stond ik dan; met mijn 28 jaar verslaafd aan tabak, alcohol, racewagens en vrouwen, gekweld door sportkwalen en een voortdurend knagend geweten.

Een sterfgeval dat mijn leven veranderde

Het jaar daarop besloot ik daarom mijn raceauto te verkopen en naar Queensland te gaan, samen met mijn vriendin. Ik ging weer de bouw in en kon voor het eerst van mijn leven in mijn eigen behoeften voorzien. Ook werden mijn vader en ik goede vrienden. Wij begonnen met elkaar op te trekken en beleefden echt plezier aan elkaars gezelschap.

Maar deze gelukkige toestand duurde niet lang. In 1971 stierf mijn vader aan een hartaanval. Toen ik zijn levenloze lichaam zag brak mijn hart. Pas na vele maanden kon ik het feit aanvaarden dat hij er niet meer was. Ik raakte weer in verwarring. Waar was hij? Keek hij nu op mij neer? Werd hij gefolterd in een vurige hel? Wat voor mens was hij in Gods ogen? Zou ik hem ooit terugzien?

Niet lang daarna kwam er een antwoord op deze vragen. Mijn schoonzus had met Jehovah’s Getuigen gestudeerd en vertelde dingen aan mijn broer, die hij op zijn beurt weer aan mij doorgaf. Het gaf mij veel vreugde om de waarheid te vernemen omtrent de dood. Het was tegelijkertijd bemoedigend en opwindend te weten dat mijn vader en mijn vrienden niet werden gekweld in een vurige hel en dat ik hen eens terug zou kunnen zien, als ik maar de wil van God zou doen. — Pred. 9:5, 10; Ps. 146:3, 4; Joh. 5:28, 29; Hand. 24:15.

De dingen die ik leerde, begon ik door te vertellen aan mijn vrienden en de vrouwen in het hotel met wie ik omging. Maar zij behandelden mij alsof ik niet goed wijs was!

Het begin van een nieuwe race

Na een uitgebreide studie van de bijbel nam ik het besluit God te dienen en mijn leven te gebruiken om hem te behagen in plaats van alleen maar mijzelf. Ik ging nu meedoen aan de wedloop om het leven. Maar om die te kunnen lopen moest ik ’elk gewicht afleggen’ (Hebr. 12:1). Voor mij betekende dit dat ik grote veranderingen in mijn leven moest aanbrengen. Het moest uit zijn met buitensporig drinken, met immoraliteit en met de tabaksgewoonte.

Vervolgens kwam het punt van de van-huis-tot-huisprediking. Dat nooit! was mijn reactie. Maar weer onderschatte ik Gods geest, en de waarheid uit Gods Woord werd als een brandend vuur in mij, zoals destijds bij Jeremia. Ik moest wel spreken.

In 1973 werden mijn nieuwe vrouw en ik opgedragen, gedoopte dienstknechten van Jehovah. Het is fijn dat ook mijn eerste vrouw nu een van Jehovah’s Getuigen is, en dat zij en de kinderen zich veilig binnen de christelijke gemeente bevinden.

En zo kwam het dat ik in december 1978 in dezelfde arena stond, waar ik 10 jaar tevoren wereldkampioen was geworden. Weer waren de tribunes gevuld met mensen, maar wat een andere stemming heerste er! Deze keer was ik deelnemer aan een wedren waarin allen overwinnaars konden zijn in plaats van slechts één, want ik was aanwezig op het internationale „Zegevierend geloof”-congres van Jehovah’s Getuigen.

En werkelijk, zo Jehovah wil, is de wedren om het leven de race die ik hoop te winnen. — Ingezonden.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen