„Kevers” van Duits fabrikaat
In de regel vindt men kevers maar griezelig. Gewoonlijk moeten mensen niets van ze hebben. Sta mij echter toe iets over mijzelf te vertellen, want ook ik ben een „kever”, maar volgens mij ben ik echt wel een uitzondering.
Hoewel ik in Duitsland ben geboren, ben ik een internationale persoonlijkheid geworden die zich overal ter wereld thuis voelt. In ik weet niet hoeveel talen zijn er vriendschappelijke grappen over mij gemaakt en er zijn zelfs films over mijn persoontje gemaakt.
Maar ik begin wat op jaren te komen en alles is zo veranderd. Ik ben bang dat de goede oude tijd nooit meer zal terugkeren. Mag ik u mijn levensgeschiedenis vertellen?
Mijn geboorte
In werkelijkheid ben ik helemaal geen kever, maar zoals u op mijn foto kunt zien, een auto. Maar zoals dat zo vaak gebeurt, mijn bijnaam, „kever”, wordt haast evenveel gebruikt als mijn echte naam. Bij mijn geboorte noemde men mij aanvankelijk „der Kraft durch Freude Wagen” (de ’kracht door vreugde’-auto). Ten tijde dat ik verwekt werd, was er in Duitsland een regering aan het bewind die deze slagzin („kracht door vreugde”) populair maakte en daarom werd ik zo genoemd. Voor de naam van een auto is dat een hele mond vol! Ik kreeg later meer bekendheid als de Volkswagen, een merknaam die „auto voor het volk” betekent.
Hoewel het idee om zo’n wagen te bouwen reeds eerder was opgekomen, gaf de Duitse regering de auto-ontwerper en uitvinder Ferdinand Porsche pas in 1934 de opdracht er een te produceren. Opdat iedereen zich deze auto zou kunnen aanschaffen, bepaalde de regering dat hij niet meer mocht kosten dan 990 rijksmark, wat in die tijd overeenkwam met $396. Het was een voor het volk bestemde „volksauto”. U zou kunnen zeggen dat dit de Duitse versie was van „welvaart voor iedereen”.
Mijn geboorte werd grootscheeps en tot in de puntjes voorbereid. Niet alleen zou er een nieuwe fabriek worden gebouwd, maar er werden zelfs plannen uitgewerkt voor de bouw van een compleet nieuwe stad van 90.000 inwoners! De eerste steen van de stad werd op 1 juli 1938 gelegd, ongeveer vijf weken nadat het werk aan de fabriek waar ik geboren zou worden, van start was gegaan. Deze nieuwe stad waarvoor een strategische ligging ongeveer in het midden van het Duitse Rijk was gekozen, droeg de nogal fantasieloze en lastige naam „Stad van de ’kracht door vreugde’-auto”. Tegenwoordig Wolfsburg geheten, is deze plaats een moderne stad van 130.000 inwoners geworden waarvan u nauwelijks zou vermoeden dat ze maar net iets ouder is dan 40 jaar.
Ik mag dan slechts een „kever” zijn, maar ik durf te beweren dat er voor een menselijke baby maar zelden zulke uitvoerige plannen en voorbereidingen voor de geboorte zijn getroffen! Mijn toekomstvooruitzichten waren werkelijk veelbelovend.
Het noodlot slaat toe
Toen maakte het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog een ontijdig einde aan heel wat rooskleurige toekomstvooruitzichten, waaronder voorlopig althans ook de mijne. Ik was nauwelijks geboren of ik werd wegens dringender zaken aan mijn lot overgelaten. Het hele produktie-apparaat dat men voor mij in gereedheid had gebracht, schakelde nu op militaire doeleinden over.
Door deze wending in de gebeurtenissen werd zelfs de wettelijkheid van mijn bestaan in twijfel getrokken. Er werd een schaduw op mijn pad geworpen daar ik ervan werd beschuldigd deel uit te maken van een reusachtige oplichterij. William L. Shirer, de schrijver van het boek The Rise and Fall of the Third Reich verklaart:
„Aangezien de particuliere industrie geen automobiel voor $396 [990 rijksmark] kon bouwen, droeg Hitler de Staat op deze te bouwen en belastte hij het Arbeidsfront met het project. . . . Het Arbeidsfront schoot een bedrag van vijftig miljoen mark voor. Dit was echter niet de belangrijkste financieringsregeling. Dr. Ley’s ingenieuze plan was dat de arbeiders het kapitaal zelf moesten bijeenbrengen door middel van wat als een ’betaal-vóór-u-het-krijgt’-afbetalingssysteem bekend kwam te staan — vijf mark per week, of als een arbeider dacht dat hij zich dit kon veroorloven, tien of vijftien mark per week. Als er 750 mark was betaald, ontving de koper een bestellingsnummer dat hem het recht gaf op een auto zodra deze geleverd kon worden. Jammer genoeg voor de arbeider werd er gedurende de gehele regeringsperiode van het Derde Rijk geen enkele auto aan een klant geleverd. De Duitse loontrekkers hebben tientallen miljoenen marken betaald zonder er ooit een pfennig van terug te krijgen.”
Of de regering, zoals sommigen beweren, willens en wetens zo handelde om geld voor de oorlogvoering bijeen te krijgen of niet, het droeve feit blijft dat er toch zo’n 170.000 personen hun geld verloren. Hoewel dit niet mijn schuld is, ben ik niet trots op dit hoofdstuk in mijn levensgeschiedenis. Ik was vastbesloten door een goed gedrag mijn schande ongedaan te maken en — sta mij toe een heel klein beetje te pochen — ik vind dat ik hier aardig in geslaagd ben.
Een wedergeboorte
Toen de oorlog was geëindigd, waren de fabrieken in Wolfsburg volkomen ontredderd: meer dan 50 percent was verwoest. Geen van de bezettingsmogendheden wilde deze fabrieken als vergoeding voor de oorlogsschade. Zoals ik later vernam, vonden de geallieerde autobouwers mij te gewoon en — ik heb een hekel aan dat woord — te lelijk om serieus te worden genomen.
Niettemin gelastten de Engelse bezettingstroepen dat de fabriek onder Duits beheer heropend zou worden en begon de zo lang uitgestelde produktie van de „volksauto” op gang te komen. In die tijd gingen de Amerikanen en Engelsen mij „kever” noemen, een bijnaam die ik zou blijven houden. En ik moet in alle eerlijkheid toegeven dat er een overeenkomst bestaat. Maar zo lelijk zijn kevers in wezen toch ook niet, vindt u wel?
Mijn jonge jaren waren moeilijk, maar ze werden gekenmerkt door gestadige vooruitgang. Het jaarlijkse produktiecijfer steeg van minder dan 2000 auto’s in 1945 tot meer dan 2.000.000 exemplaren in het begin van de jaren zeventig. Tegen 1974 waren bijna 18 miljoen broertjes en zusjes „kever” vervaardigd die allen op hun stuurwiel het embleem van een wolf en een kasteel vertonen. Heeft u zich ooit afgevraagd waarom? Wel, ik ben toch in Wolfsburg geboren!
Ja, wij „kevers” lijken op elkaar. Het originele ontwerp en mijn algemene verschijning zijn in de loop der jaren niet veranderd, maar dit wil niet zeggen dat er geen technische verbeteringen zijn aangebracht. In feite heeft met het verstrijken der jaren elk van de 5000 afzonderlijke delen die aan elke auto zitten wel op de een of andere manier verbeteringen of veranderingen ondergaan.
Het duurde niet lang of ik was in heel Duitsland een vertrouwde verschijning geworden. Maar ook veel buitenlanders begonnen sympathie voor mij te koesteren en tegen 1947 kon u mij zelfs in ons buurland Nederland aantreffen. In 1949 stak ik voor het eerst de Atlantische Oceaan over naar de Verenigde Staten. Menig Amerikaans militair bracht, wanneer zijn diensttijd in Duitsland voorbij was, een „kever” mee naar huis.
Mijn populariteit steeg toen er in landen als de Verenigde Staten een toenemende vraag naar kleinere, sterkere en goedkopere auto’s ontstond. Er werden steeds meer „kevers” geëxporteerd; gedurende de jaren zestig en zeventig werd soms zelfs tweederde van de hele produktie voor de export gereserveerd. Om het werk in Wolfsburg en de vijf extra fabrieken die inmiddels in Duitsland waren verrezen, te verlichten, werden er in het buitenland fabrieken gebouwd.
O, wat een kostbare herinneringen bewaar ik aan die tijd! Zo denk ik aan 1955 toen de miljoenste „kever” van de lopende band af kwam, of toen de 15 miljoenste rechtstreeks naar een ereplaats in het Smithsonian Institution in Washington (D.C.) werd overgebracht. Maar de climax kwam op 17 februari 1972. Ik verbrak het produktierecord aller tijden dat met iets meer dan 15 miljoen auto’s vanaf 1927 op naam had gestaan van het beroemde Fordmodel „Tin Lizzy”. Ik was de nieuwe kampioen, de meest succesvolle auto aller tijden! Voor een „kever” had ik het ver geschopt!
Het einde van een tijdperk
Terwijl in vele landen de vraag naar kleinere auto’s bleef bestaan, ontwikkelde zich hier in mijn eigen land een tendens in de tegengestelde richting. Naarmate de Duitsers rijker werden — ironisch genoeg had ik er zelf veel toe bijgedragen om dit tot stand te brengen — wilden zij auto’s die groter, sterker en gerieflijker waren. Ik moet toegeven dat ik niet de gerieflijkste auto ter wereld ben en mijn kleine formaat en lichte gewicht kunnen bij een ongeluk of onder gevaarlijke omstandigheden nadelig zijn. Maar wie is volmaakt?
De droevigste dag van mijn leven was 19 januari 1978, de dag dat in Duitsland de produktie van de „kever” werd gestaakt. Van nu af aan zouden de zes binnenlandse Volkswagenfabrieken alleen nog maar de meer luxueuze, grotere modellen afleveren. De laatste „kever van Duits fabrikaat” zou nooit de opwinding kennen van de lokkende verten, maar was ervoor bestemd om de rest van zijn leven in een museum opgeborgen te worden. Maar ik ben trots op het feit dat in Volkswagenfabrieken in Mexico, Brazilië, Nigeria en Zuid-Afrika nog steeds originele „kevers” worden vervaardigd.
Deze ommekeer in de gebeurtenissen brengt de Duitser, die een „kever”-liefhebber is, in een paradoxale positie: zou hij een nieuwe „kever” willen — die inmiddels al evenzeer een symbool van Duitsland is als de Lederhosen, bierpullen en koekoeksklokken — dan moet hij hem invoeren. Stel u voor! Dat zou bijna hetzelfde zijn als tegen Amerikanen te zeggen dat zij voortaan hun hamburgers, hot dogs en ice-cream uit het buitenland zullen moeten betrekken!
Vergeef mij dat ik mij een beetje heb laten gaan. Ik geloof dat prominente personen altijd de neiging hebben om in de glorietijd van hun verleden te leven. Misschien word ik wat oud en sentimenteel. Wie wil er nu afgedankt en vergeten worden? Natuurlijk snorren er nog miljoenen van mijn soort over de Duitse autobanen en langs de wegen en kleine achterweggetjes van meer dan 140 landen in de hele wereld. Mijn glorietijd mag dan voorbij zijn, maar ik ben toch altijd nog springlevend, al ben ik dan misschien niet zo sterk meer als voorheen. Maar van één ding kunt u verzekerd zijn: Het zal nog een hele tijd duren voordat men ons, „kevers” van Duits fabrikaat, vergeten is!