Wat ik over bloed heb geleerd
een chirurg vertelt zijn verhaal
IK HAD een drukke algemene chirurgenpraktijk in Dallas, in Texas. Vaak was ik ’s morgens om 7 uur al in de operatiezaal te vinden, waar ik dan in de lichtgroene kledij van de operatiekamer tegenover mijn assistenten aan de operatietafel stond. Als de dag van gisteren herinner ik mij vooral nog een keizersnede die wij in 1965 verrichtten.
De operatie ging prima. Roy had de insnijding snel gemaakt zonder dat er ernstige bloedingen optraden. Nu kregen wij de opgezwollen baarmoeder te zien, die omhoogkwam toen de binnenlaag van de buikwand werd geopend. Even opkijkend ontmoetten mijn ogen die van Roy, net boven zijn chirurgische masker, toen hij verzuchtte: „Moet je dat nu toch eens zien!”
Mijn ogen schoten omlaag en zagen rond de onderkant van de gespannen zwangere baarmoeder ongewoon grote bloedvaten — bijna zo dik als mijn vingers — van onderen af door de ondersteunende banden naar boven komen. Wij zouden vele van die vaten moeten doorsnijden, en er zouden ernstige bloedingen gaan optreden. „Oké, laten we maar beginnen”, zei Roy. Met een petsend geluid belandde de scalpel die de operatiezuster hem aanreikte, op zijn uitgestoken rechterhand. Elke snede bracht een nieuwe golf bloed uit de grote spataderen die doorgesneden moesten worden ten einde de baarmoeder voldoende te openen om het hoofd van de baby eruit te krijgen.
Ik riep: „Jessie, bel het lab en zeg ze voor twee eenheden afgecentrifugeerde rode bloedcellen te zorgen. Laat ze een kruisproef uitvoeren.”
„Ja dokter”, zei de bekwame operatiezuster over haar schouder toen zij de klapdeuren van de operatiezaal doorging. Ik keek op om de blik van de anesthesist te ontmoeten. Hij gaf mij een glimlachend knikje van goedkeuring terwijl hij de flessen met infusievloeistof opendraaide opdat die vloeistof het wegvloeiende kostbare bloed zou vervangen. De anesthesist is gewoonlijk verantwoordelijk voor het verzorgen van vloeistof- en bloedvervanging wanneer de patiënt onder narcose is. Over het algemeen is de chirurg hoewel hij bij de operatie de leiding heeft, op dat moment te druk bezig om daar aandacht aan te besteden.
De anesthesist die mij zojuist een glimlach van goedkeuring had gegeven, had ons eerbied voor bloed bijgebracht. Hij was een voorstander van het gebruik van wat hij „wit bloed” noemde, Ringers lactaatoplossing. Dit is een vloeistof die water en zouten en andere bestanddelen bevat die nodig zijn om lichaamsvloeistoffen te vervangen, maar deze vloeistof levert niet de gevaren op van volledig bloed. Hij had ons herhaaldelijk gezegd dat als een patiënt niet grote hoeveelheden bloed nodig had, het een dwaasheid zou zijn om iets anders dan Ringers lactaat te gebruiken om de verloren gegane hoeveelheid vloeistof te vervangen. Ik had naar hem geluisterd en veel geleerd. Nu was ik chef de clinique van het ziekenhuis en ik dacht zo’n beetje alles van bloed te weten. De operatie was geslaagd — moeder en baby leefden.
„Het goede leven”?
In die vroege jaren van mijn praktijk dacht ik dat „ik het had bereikt”. Op het eerste gezicht ging alles goed; mijn praktijk groeide snel en mijn inkomen nam toe. Ik had alle uiterlijke bewijzen van succes — een huis met een zwembad, een nieuwe auto, een snelle wedstrijdzeilboot, twee kinderen — zo ongeveer alles wat de wereld een mens kan bieden. Maar in werkelijkheid ging alles verkeerd. Het vreemde is dat ik wist dat het gebeurde. Maar ik bleef het ontkennen, terwijl ik mijzelf en mijn gezin probeerde te overtuigen dat dit „het goede leven” was.
Het was net een mallemolen. Hoe meer ik verdiende, hoe meer wij uitgaven. Wij bewogen ons in een wereldje van mensen die een los, beginselloos leven leidden. Ik begon buitensporig te drinken, en immoraliteit werd een deel van mijn leven. Aan het einde van dat zesde jaar dat ik dokter in een grote stad was, stortte mijn hele leven zoals ik het tot dan had gekend, in elkaar. Mijn zoontje van drie en een half verdronk in ons zwembad. Eén maand later liet mijn vrouw mij en onze andere zoon in de steek en ging ervandoor met een van mijn beste vrienden.
Ik verviel in een verschrikkelijke depressie, zodat ik op een dag zeer weloverwogen en bijna met succes probeerde mijzelf te doden door morfine in mijn lichaam te spuiten. Ik was zo verbaasd toen ik in ons ziekenhuis bijkwam, dat ik alleen maar vroeg: „Wat ging er mis?” In iets minder dan zes korte jaren was ik tot het toppunt van succes opgeklommen, maar nu stond ik weer helemaal beneden.
Ik probeerde alles — psychoanalyse, pillen (stimulerende en kalmerende middelen), en altijd alcohol — om verlichting te vinden van de ellende van mijn leven. Niets hielp. Binnen een jaar hertrouwde ik en, in de hoop dat mijn leven weer normaal zou worden, begon ik dezelfde fouten weer van voren af aan te maken. Mijn arme vrouw wist niet waar zij in terecht kwam. Zij was 15 jaar jonger dan ik en nooit eerder getrouwd geweest. Nu had zij plotseling een kant en klaar gezin, en de nieuwe verantwoordelijkheden van een doktersvrouw.
Ik begon mijn aanzien in de ogen van mijn collega’s te herwinnen; opnieuw begon mijn praktijk een geweldige vlucht te nemen. Mijn inkomen groeide naar de zes cijfers toe. Maar ik had nog steeds precies dezelfde slechte gewoonten. Ik bleef drinken en pillen slikken en ik zette mijn immorele leven ononderbroken voort. Ik maakte van mijn nieuwe vrouw een emotioneel en fysiek wrak. Spoedig hadden wij twee kinderen, buiten mijn zoon uit het vorige huwelijk. Wij verhuisden naar een groter huis met een groter zwembad, en kochten grotere auto’s. Ieder weekeinde brachten wij door met wedstrijdzeilen en zwaar drinken en stortten wij ons in het nachtleven. Onze kinderen werden „uitbesteed” aan de grootouders, die hen meer zagen dan wij. Zolang zij mij niet lastig vielen was ik tevreden. Wij gaven duizenden dollars uit aan „plezier” — nieuwe zeilboten, wintersportvakanties en uitrusting — maar nog altijd was mijn leven in het geheel niet plezierig.
Mijn zwaarmoedige buien werden steeds verschrikkelijker. Ik begon een serieuze verhouding met een van mijn assistentes en zij vroeg steeds meer van mijn tijd. Depressie volgde op depressie, en al die tijd was ik werkelijk bevreesd dat ik zou sterven zonder het leven echt te kennen of te weten wat nu eigenlijk de betekenis ervan was. Ik sloeg de wereldtoestanden met argusogen gade. Ik wist dat de dingen niet altijd zo konden doorgaan, en dit maakte mij alleen maar depressiever.
Wat is het antwoord?
Toen, op een avond, waren mijn vrouw en ik half dronken in de achtertuin met elkaar aan het praten. Wij waren beiden diep in de put vanwege de situatie waarin de wereld verkeerde. Wij hadden alles onderzocht — het occultisme, oosterse religies, reïncarnatie. Ik vroeg haar met mij te bidden, iets wat wij nooit eerder hadden gedaan. Wij wierpen ons op ons aangezicht in het gras en terwijl wij onze tranen overvloedig lieten vloeien, smeekten wij God om ons te verhoren.
Enkele dagen later, toen ik op een avond thuiskwam van mijn werk, vertelde mijn vrouw mij dat zij met Jehovah’s Getuigen de bijbel bestudeerde. „O nee!”, schreeuwde ik. „Die raak je nooit meer kwijt. Weet je niet dat die alleen maar op ons geld uit zijn? Ik vind alles goed, behalve dat.” Maar om de een of andere reden weerstond mijn vrouw mij hierin en zette zij haar studie voort. Ik was woedend en maakte het haar erg moeilijk, hoewel ik haar niet absoluut weerhield te studeren.
Ik was vastbesloten mijn vrouw te leren dat ik meer van de bijbel wist dan de Getuigen. Dit was vreemd, daar ik in mijn hele leven de bijbel nog nooit had doorgelezen. Dus stond ik iedere morgen vroeg op om de bijbel te lezen, zodat ik haar zou kunnen onderwijzen. Maar tot mijn woede en ontzetting toonde zij mij gewoonlijk dingen in de bijbel waar ik helemaal overheen had gelezen en die ik volledig had gemist.
De bloedkwestie
Op een avond zat zij in een rood boek te lezen, toen zij kalm zei: „Oh, kijk eens! Wist jij dat God tegen Noach zei dat hij het bloed van dieren op de aarde moest uitgieten voordat zij ze konden eten?”
Ik ging onmiddellijk in de verdediging en zei: „Ja, daarom mag ik die mensen niet; zij willen geen bloedtransfusies aanvaarden.” Hier was nu eindelijk een zaak waar zij mij niets over hoefden te leren. Het was iets waarin ik mij kon vastbijten, want per slot van rekening dacht ik dat ik alles van bloed wist. Ik was verbitterd en vol trots. Zij wist dit en zei verder geen woord over de kwestie.
Kort daarna gaf zij mij een lijst met bloedvervangende vloeistoffen, die haar bijbelonderwijzeres haar over de telefoon had doorgegeven, en zij vroeg mij of ik die kende. Ik was danig geïrriteerd — het idee, dat zij dachten dat ik zelfs niet van plasma-aanvullende vloeistoffen zou weten. Op de lijst stond Ringers lactaat, „wit bloed”. Haar lerares bracht bij de volgende studie een brochure voor haar mee, getiteld „Bloed, geneeskunde en de wet van God”, en zij vroeg mij die te lezen. Direct de volgende ochtend, toen ik ervoor ging zitten om de bijbel te lezen, nam ik die brochure op en las hem van voor tot achter uit. Toen ik klaar was wist ik dat het de waarheid was.
Ik had nooit de schriftplaats gezien ’Onthoud u van bloed’, en nooit geweten van Gods bevel aan Noach, geen bloed te eten (Hand. 15:28, 29; Gen. 9:3, 4). Ik had gedacht dat het verbod op bloed slechts een deel was van het oude joodse Wetsverbond, waarvan ik wist dat het met de komst van Jezus Christus buiten werking was gesteld. Toen ik echter het gehele 15de hoofdstuk van het bijbelboek Handelingen las, was alles wat ik kon zeggen, „Wel heb je ooit!” Natuurlijk kende ik de gevaren van bloedtransfusies al jaren — de hemolytische reacties, de gevaren van verkeerd bloed, enzovoort. Ook was ik op de hoogte met de onnodige bloedtransfusies die ik in ons ziekenhuis had gegeven, en ik was getuige geweest van de hepatitisgevallen ten gevolge van besmet bloed.
Een veranderde levenswijze
Na de brochure uitgelezen te hebben, wilde ik met de vrouw spreken die met mijn vrouw de bijbel bestudeerde, om erachter te komen of ik ooit van God vergeving zou kunnen ontvangen voor al de slechte dingen die ik had gedaan. Na verloop van tijd begonnen mijn vrouw en ik gezamenlijk haar bijbelstudies bij te wonen, en wij vroegen al onze vrienden erbij. Soms zat onze hele kamer vol mensen als onze studieleidster kwam. Zes maanden nadat ik begon te studeren, symboliseerden mijn vrouw en ik onze opdracht aan Jehovah God door de waterdoop. Onze drie kinderen keken toe, terwijl zij met ons deelden in ons pasgevonden geluk.
Het is nu 19 jaar geleden sinds ik mijn carrière als arts begon, en Jehovah heeft werkelijke innerlijke vreugde en vrede in ons leven gebracht. Het is waar, mijn collega’s in het ziekenhuis waren wat lastig toen zij erachter waren gekomen dat ik een Getuige was geworden. Maar hun houding is over het algemeen veranderd in respect, zelfs al zal ik geen bloedtransfusies geven. Een van de dingen die mij de grootste vreugde bezorgden, was de ontdekking dat de chirurg met wie ik als eerste had samengewerkt toen ik mijn praktijk begon, maar die ik in geen jaren had gezien, ook een van Jehovah’s Getuigen was geworden en grote operaties zonder bloed verrichtte.
Thans zijn wij een verenigd gezin dat de ware God Jehovah dient en over zijn komende wereldregering predikt. Ik ben een ouderling in onze christelijke gemeente en nu zijn wij gelukkig met de belangrijker dingen van het geestelijke leven. Ons hart vloeit over van dank tegenover Jehovah voor al zijn zegeningen. Wij hebben gemerkt dat het enige bloed dat in de volste zin van het woord levenreddend is, het bloed is van het loskoopoffer van Christus Jezus, want dat alleen kan ons eeuwig leven geven (Ef. 1:7). — Ingezonden.
„Want de ziel van het vlees is in het bloed, en ikzelf heb het ten behoeve van u op het altaar gegeven, om verzoening te doen voor uw ziel, want het is het bloed dat verzoening doet door de ziel die erin is.” — Lev. 17:11.