Werkelijk een monarch van de lucht
Door Ontwaakt!-correspondent op de Britse Eilanden
IN HET jaar 1919 maakten de vliegeniers Alcock en Brown met succes de eerste rechtstreekse vlucht over de Atlantische Oceaan in een luchtvaartuig zwaarder dan lucht. Begrijpelijkerwijs flitste dit nieuws de wereld rond. Het was een buitengewone prestatie.
Toch bleek 43 jaar tevoren een nog wonderbaarlijke prestatie het vreemd genoeg niet waard er aandacht aan te besteden, behalve in de annalen van enkele entomologen. In 1876 werd gerapporteerd dat men de Danaus plexippus, in Engeland gewoonlijk zijdeplantvlinder genoemd, in de zuidwesthoek van het land had gesignaleerd. Daar de zijdeplant, de enige plant waarmee deze vlinder zich voedt, niet inheems is op de Britse Eilanden, was de vraag hoe die vlinder daar was terechtgekomen. De gedachte dat hij van zijn oorspronkelijke gebied, Amerika, was komen vliegen, een afstand van zo’n 4800 kilometer, leek absurd. Toch werden er in 1880 verscheidene exemplaren gevangen aan boord van een stoomschip dat zich op de uitreis uit Glasgow zo’n 320 tot 480 kilometer ver op de Atlantische Oceaan bevond. Zeventig jaar lang bleef men gissen, terwijl het aantal meldingen van waargenomen of gevangen exemplaren opliep tot 150.
Daar slechts twee van deze vlinders aan de Franse kust werden gevonden, samen met nog vier in Spanje en Portugal, redeneerden velen dat deze diertjes aan boord van schepen oostwaarts moeten zijn gekomen, of dat ze zelfs onderweg op boten neerstreken. Maar tot op deze tijd verschijnen ze regelmatig en velen redeneren dat deze tere insekten wellicht toch zelf hun weg vinden op zo’n ongelooflijke tocht. Waarom men dat denkt? Vanwege wat inmiddels bekend is van de opmerkelijke prestaties van dit schepseltje, in de Verenigde Staten en Canada de monarchvlinder genoemd.
Dit fraaie insekt is onmiddellijk te herkennen aan zijn grote oranjebruine vleugels en duidelijk donker getekende aders. Aan deze aftekeningen heeft hij zijn derde naam te danken, het zwartgeaderd bruintje. Het is een veel voorkomende vlinder, die ook bekend is bij de bewoners van Australië en de naburige eilanden en de eilanden in de Grote Oceaan. Maar zijn Noordamerikaanse levenscyclus is zo boeiend dat hij het onderwerp is geweest van een onderzoek dat een heel mensenleven heeft gevuld.
Een trektocht volgens een vast patroon
Als jongen raakte zoöloog Dr. Fred A. Urquhart voor het eerst in de monarch geïnteresseerd. Grotendeels daartoe in staat gesteld door de $24.000 (ƒ 48.000) waarmee zijn onderzoek was gesubsidieerd, kon Urquhart (inmiddels hoogleraar aan de universiteit van Toronto) in het begin van januari 1976 het zoeken naar het overwinteringsgebied van zijn moeilijk te vinden monarch beëindigen nadat hij met succes diens trekroutes was nagegaan. Bijna 40 jaar van geduldig, nauwgezet speurwerk waren ten slotte beloond.
Vluchtend voor de strenge vorst van de winter verlaat de monarch gewoonlijk Canada en het noordelijke deel van de Verenigde Staten en vliegt in zuidelijke richting. In tegenstelling tot vogels trekt de monarch alleen, terwijl elk instinctief zijn eigen weg volgt. Vliegend op een hoogte tussen de 1,5 en 150 meter komt hij op zijn kronkelende route steeds verder zuidwaarts, waarbij hij soms wel 130 kilometer per dag aflegt. Vele van deze prachtige dieren sterven onderweg, maar uit legsels langs de vliegroute stijgen nieuwe vlinders op die de aantallen toch tot een grote menigte doen uitgroeien.
Naarmate het onderzoek voortging, kwamen meer onverwachte feiten aan het licht. Men bemerkte dat bijna alle mannetjesmonarchen op de terugweg van hun winterverblijfplaats sterven. Wat zijn dan de opeenvolgende stadiums in de voortplanting? Een nauwkeurige analyse heeft onthuld, dat met de korter wordende dagen in de nazomer de ontwikkeling van voortplantingsorganen bij de vrouwtjesmonarchen van latere legsels achterblijft — en hetzelfde schijnt het geval te zijn bij de mannetjes. Het resultaat is dat onvruchtbare zwermen vlinders die naar het zuiden trekken, pas in hun winterverblijfplaats, wanneer de dagen daar gaan lengen, tot seksuele rijpheid groeien. In het voorjaar, tijdens de volgende trek naar het noorden, vindt dan de bevruchting plaats.
„Een schitterend, ongelooflijk mooi gezicht!”
Er werden verscheidene manieren uitgeprobeerd om de plaats van hun winterverblijf vast te stellen. In het begin werden duizenden kleverige etiketjes voorzichtig op de vleugels van de vlinders geplakt. Maar in een onverwachte nacht van zware regenval spoelden de etiketjes weer van de schuilende monarchen af. Uiteindelijk had men succes met speciale plakkertjes met een moderne kleefstof zoals die ook in supermarkten gebruikt worden. De afgelopen jaren zijn er honderdduizenden van deze gemerkte monarchen losgelaten en de verslagen werden steeds uitvoeriger, omdat duizenden bereidwillige waarnemers hun bevindingen naar Toronto stuurden. Hoewel de uiteindelijke bestemming nog een mysterie was, werden de routes van de migratie duidelijk en de gegevens wezen in de richting van Mexico.
Het sensationele hoogtepunt van het onderzoek werd bereikt toen twee vrijwilligers, na bijna een jaar lang Mexico te hebben doorkruist, de kolonie toevallig ontdekten in een gebied van 8 hectare op een berghelling in Mexico. Op 3000 meter boven zeeniveau vulden ontelbare miljoenen monarchen de lucht, bedekten de grond en versierden naar schatting 1000 oyamel-bomen. Zijn vervoering over het bezoeken van deze afgelegen plaats weergevend, beschreef professor Urquhart in een artikel in de National Geographic de wonderen die hij daar zag: „Vol verbazing staarde ik naar het schouwspel. Vlinders — miljoenen en nog eens miljoenen monarchvlinders! In dichte drommen op elkaar gepakt hingen ze aan de stam en aan alle takken van de grote, grijsgroene oyamel-bomen. Ze dwarrelden als herfstbladeren door de lucht en tienduizenden bedekten de grond met een vlammend oranjebruin tapijt . . . Ik mompelde hardop, ’Ongelooflijk! Wat een schitterend, ongelooflijk mooi gezicht!’”
Het instinct dat hen leidt
Het tafereeltje van een vlinder die nectar uit een bloem zuigt, doet veel om onze waardering voor de Schepper te vergroten. Maar het schouwspel van miljoenen op één enkele plaats waar ze over een afstand van 4800 kilometer naartoe zijn gevlogen, doet logischerwijs de vraag rijzen: Waarom? Zelfs nu nog kan niemand ten aanzien van de monarch met volledige zekerheid hierop een antwoord geven. Maar het schijnt dat de koele wintertemperatuur van de Sierra Madre in Mexico net datgene is wat nodig is om de vlinders hun vetreserves te laten bewaren voor de komende vlucht, wanneer de dagen in de lente warmer worden.
Wat de reden ook mag zijn, men kan zich alleen maar verbazen over het feilloze instinct dat deze trekkende schepseltjes leidt. Ze wegen nog geen 250 milligram en toch kunnen ze 19 tot 23 kilometer per uur vliegen. Meer nog, de monarchen trotseren stormen, hitte, open plattelandsgebied, bergen en steden om over een afstand van duizenden kilometers de weg te vinden naar hun onbekende verblijf waar ze nog nooit zijn geweest en vanwaar ze weer zullen vertrekken zonder die plek ooit terug te zien.