De catechismuscrisis
Door Ontwaakt!-correspondent in Frankrijk
Gebruikten de christenen aanvankelijk een catechismus?
Hoe verdeeldheid van mening onder de bisschoppen tot een crisis heeft geleid.
„HET geopenbaarde woord dient niet verwaterd en praktisch tenietgedaan te worden door catechismussen die zijn gebaseerd op psychologische en sociologische bespiegelingen die kant noch wal raken.” Dit zijn woorden van kardinaal Lorscheider van Brazilië, hoofdrapporteur van de Vijfde Synode van katholieke bisschoppen die van 30 september tot 29 oktober 1977 in Rome werd gehouden.
In het katholieke spraakgebruik heeft „synode” betrekking op „vergaderingen onder hiërarchiek gezag, om kwesties te bespreken en vast te leggen op het gebied van geloof, moraal en kerktucht” (The Catholic Encyclopedia). De Vijfde Romeinse Synode, waarvoor 204 katholieke kardinalen, bisschoppen en andere kerkelijke deskundigen bijeenkwamen, had tot thema „Catechese, vooral voor kinderen en jongeren”.
Wat is „catechese”? De gezaghebbende Dictionnaire de Théologie Catholique vertelt ons dat „het woord catechese is afgeleid van het Griekse werkwoord kat-ècheo dat letterlijk weerklinken of laten weerklinken betekent en de figuurlijke betekenis heeft van mondeling onderrichten, waarbij de woorden van de onderwijzer weerklinken in antwoord op de vragen van de leerling, en de antwoorden van de leerling weerklinken in antwoord op de vragen van de onderwijzer. . . . Hand. XVIII, 25 . . . Luk. I, 4 . . . Gal. VI, 6”.
Ter verklaring voor onze niet-katholieke lezers zij opgemerkt dat een catechismus een handboek is, vaak in de vorm van vragen en antwoorden geschreven, dat wordt gebruikt om de katholieke leer te onderwijzen, en wel vooral aan de jeugd.
Het gevaar dat Gods geopenbaarde Woord „verwaterd” zou kunnen worden door rooms-katholieke catechismussen, werd treffend geïllustreerd door een tentoonstelling die was ingericht dicht bij de zaal waar de synode bijeenkwam. In 63 talen waren daar meer dan tweeduizend verschillende catechismussen te zien. En de verschillen waren niet alleen een kwestie van taalgebruik maar ook van leerstellige inhoud.
De bijbel beschrijft het christendom als „één geloof” (Ef. 4:4-6). Maar hoe kunnen katholieken over de hele wereld dat geloof bezitten als datgene wat zij vanaf hun jeugd onderwezen krijgen, van het ene land tot het andere verschilt, ja zelfs in hetzelfde land van het ene diocees tot het andere kan verschillen? Het is geen wonder dat vlak vóór de synode een groep Franse priesters en katholieke leken-werkers paus Paulus VI een brief stuurden waarin zij het feit betreurden dat er in Frankrijk nog geen enkele catechismus bestaat die de goedkeuring van het Vaticaan geniet, en hun bedroefdheid uitten over „de armzalige kwaliteit van het onderwijs in de moderne catechismussen die onder de auspiciën van het Nationaal [katholiek] centrum voor religieus onderricht worden uitgegeven”.
„De schuld ligt bij ons, geestelijken”
Wat religie aangaat, verkeren katholieke jongeren in verwarring. Het beeld dat onveranderlijk uit onderzoekingen naar voren komt, zelfs in katholieke landen, is dat „ongeloof onder de jongeren groeit en dat zij steeds meer twijfel gaan koesteren ten aanzien van welke geloofsbelijdenis maar ook” (Le Monde, 29 oktober 1977). Maar hoe kan men van jongeren in katholieke gezinnen verwachten dat zij geloof in God hebben als men hun, zoals kardinaal Höffner, aartsbisschop van Keulen, het uitdrukte, „een horizontaal mengsel van psychologie en sociologie” geeft. Als een laatste toevlucht, voordat zij zich in de bodemloze afgrond van het atheïsme storten, wenden veel jonge katholieken zich tot oosterse religies.
Wiens fout is dit? Tijdens de Vijfde Synode laakte kardinaal Picachy, aartsbisschop van Calcutta in India, de katholieke Kerk en verklaarde dat zij „had gefaald in haar missie” (Le Figaro, 21 oktober 1977). Kardinaal Suenens, aartsbisschop van Mechelen-Brussel, voegde zijn stem bij dit kerkelijk mea culpa (zelfbeschuldiging) en citeerde eerst Napoleons woorden: „Er bestaan geen slechte soldaten; er zijn alleen slechte officieren.” Toen voegde de kardinaal daaraan toe: „Als zovele jongeren de [katholieke] Kerk afwijzen, is dat dan niet deels onze fout? . . . De schuld ligt bij ons, geestelijken, omdat wij, zoals de jongeren dat zien, door verstarring, formalisme of geremdheid weinig of niets weerspiegelen van het ware gezicht van de Christus.”
Aartsbisschop Nguyen Van Binh van Vietnam „benadrukte dat het belangrijk was tot de jongeren te spreken in de taal van het marxisme, want dit is de enige taal die zij verstaan” (London Observer, 9 oktober 1977). Hij verklaarde: „De taal die wij moeten gebruiken, moet aan een nieuwe situatie worden aangepast en wij moeten daarin zelfs zo ver gaan dat wij de woordenschat van het marxisme gebruiken, net zoals de [katholieke] Kerk in het verleden deed, toen St-Thomas [van Aquino, een 13de eeuwse katholieke theoloog] de woordenschat van Aristoteles gebruikte.” Deze trant van redeneren was echter niet alle prelaten die op de Vijfde Synode aanwezig waren, naar de zin.
Twee stromingen
De wereldwijde catechismuscrisis is in feite een weerspiegeling van de algemene crisis binnen de Rooms-Katholieke Kerk, die wordt veroorzaakt door de diepgaande meningsverschillen tussen de behoudende katholieken die willen vasthouden aan de tradities, en de moderne, vooruitstrevende katholieken. Zoals te verwachten was, traden beide stromingen al snel op de Vijfde Synode aan het licht.
De traditionalisten deden de aanbeveling een gemeenschappelijke, algemeen geldige catechismus te publiceren die in de hele katholieke Kerk gebruikt zou kunnen worden. De progressieven spraken zich uit voor catechismussen en onderwijsmethoden die in ieder land en zelfs in ieder diocees verschillend zouden zijn.
De tweede stroming won het. Het Franse provinciale dagblad La Voix du Nord berichtte over deze overwinning: „De meerderheid [van de bisschoppen] is de mening toegedaan dat men culturele verschillen in aanmerking moet nemen en dat in elk diocees de christelijke boodschap op een andere wijze overgebracht moet worden.”
Dit komt erop neer dat men zegt dat God een andere bijbel had moeten verschaffen voor ieder land, ja zelfs voor ieder „diocees” of gebied waarover een rooms-katholieke bisschop jurisdictie heeft.
Sommige prelaten bepleitten tijdens de Vijfde Synode in Rome een catechismus die meer op het evangelie gebaseerd zou zijn dan vroeger het geval was geweest. Dat is prachtig gezegd. Maar hoe kunnen katholieken er zeker van zijn dat hun kinderen onderricht worden uit een catechismus die op de bijbel is gebaseerd, wanneer elk land of diocees er vrijelijk een (of meerdere) kan kiezen? Het ziet eruit dat katholieken ondanks de Vijfde Romeinse Synode verschillende dingen op verschillende wijzen zullen blijven leren naar gelang het gebied waar zij wonen.
Als samenvatting van de resultaten van deze speciale bijeenkomsten van katholieke bisschoppen in Rome merkte Le Monde op: „Eerlijk gezegd is de katholiciteit [de algemeenheid] van de Kerk steeds moeilijker te zien. Er bestaat weinig eenheid van denken tussen Aziatisch, Afrikaans en Latijns-Amerikaans [katholicisme]. . . . Dat is de uitkomst van de Synode van 1977, die priesters en gewone katholieken volkomen onverschillig heeft gelaten.” Dezelfde krant verklaarde ook: „In de negentiende eeuw raakte de Kerk de werkende klasse kwijt. In deze twintigste eeuw is ze de jeugd aan het verliezen, en dit is nog ernstiger.”
„Alle christenen zouden catechisten moeten zijn”
Het is interessant dat op een persconferentie vlak voor het einde van de Vijfde Synode toch even werd aangestipt waarin de oplossing ligt van de wereldwijde catechismuscrisis. Kardinaal Baggio, een invloedrijk lid van de Romeinse Curie, sprak over de dringende noodzaak het Woord van God op een begrijpelijke wijze over te dragen en voegde eraan toe: „Alle christenen zouden catechisten moeten zijn en anderen ertoe moeten bewegen te geloven.” Het Italiaanse tijdschrift Oggi merkte op: „De recente synode van bisschoppen die gewijd was aan religieus onderricht, heeft aangetoond dat de katholieke Kerk zich bewust is van het volgende: de huidige ontkerstening, het atheïsme en de onverschilligheid die wij nu beleven, zijn te wijten aan onbekendheid met het evangelische onderwijs en de traditionele leer.”
Aartsbisschop Benelli van Florence, in Italië, uitte zich in dezelfde trant en benadrukte de behoefte aan „catechese die voortdurend onderricht verschaft vanaf de jeugd tot in de volwassenheid”. En de uit 18 punten bestaande boodschap die de ’synode-vaders’ aan het einde van de synode uitbrachten, bevatte als punt 12: „[Mondeling onderricht] is een essentiële plicht voor de hele Kerk. Bij deze plicht zijn alle gelovigen betrokken, elk naar gelang van zijn levensomstandigheden en in overeenstemming met zijn speciale begaafdheden. In feite zijn alle christenen als uitvloeisel van het feit dat zij de sacramenten van de doop en het vormsel hebben ontvangen, verplicht het evangelie bekend te maken en zich te bekommeren om het geloof van hun broeders in Christus, vooral het geloof van kinderen en jongeren.”
„Niet langer dezelfde noodzaak?”
Met betrekking tot religieus onderricht dat bekeerlingen tot het christendom in het begin van de gewone tijdrekening konden krijgen, vermeldt A Catholic Dictionary: „Vanaf het begin van haar geschiedenis vervulde de Kerk haar plicht degenen te onderrichten die tot haar kwamen om gedoopt te worden (Mt. XXVIII, 19, 20). . . . Wij kunnen ons nog steeds een nauwkeurig beeld vormen van het soort onderricht dat in de vroege Kerk werd gegeven, want Cyrillus van Jeruzalem [4de eeuw G.T.] heeft zestien boeken met catechetische onderrichtingen nagelaten, waarin hij het Credo [de samenvatting van de geloofsleer] aan doopkandidaten uitlegt.”
Wat is er met deze regeling voor christelijk onderricht gebeurd? Waarom is het onderricht dat mensen voor hun doop ontvingen veranderd in vormelijk onderwijs voor kinderen die reeds als baby’s zijn gedoopt?
Dezelfde Catholic Dictionary vertelt ons: „Toen de wereld christelijk werd, bestond er niet langer dezelfde noodzaak om bekeerlingen te onderrichten, maar elk kind, en trouwens iedereen in feite, had nog steeds catechetisch onderricht nodig. Wij treffen dan ook een uitspraak aan die afkomstig is van een in 829 in Parijs gehouden concilie, waarin het verwaarlozen van catechetisch onderricht wordt betreurd.”
Daar hebben wij dus het punt waar het om draait. In de veronderstelling dat de wereld christelijk was geworden, liet de katholieke Kerk de vroeg-christelijke praktijk van mondeling onderricht voor doopkandidaten varen. En te oordelen naar opmerkingen op de recente Vijfde Synode bestaat tegenwoordig dezelfde situatie als destijds in 829 G.T. Veel katholieken ’betreuren het verwaarlozen van catechetisch onderricht’, niet alleen voor de jongeren maar ook voor de mensen in het algemeen.
De noodzaak voor waar christelijk onderricht doet zich tegenwoordig meer dan ooit gevoelen. Zoals de geestelijken toegeven, voldoet de katholieke Kerk niet aan die behoefte. Maar er bestaat een manier waarop u voordeel kunt trekken van christelijk onderwijs „van het evangelie en volgens het evangelie”, zoals door kardinaal Lorscheider van Brazilië werd aanbevolen, en wel zonder dat daar voor u kosten aan verbonden zijn.
In dit verband is het interessant op te merken dat de publikatie El Catolicismo in Bogotá, in Colombia, berichtte dat religieuze leiders in Spanje een conferentie hadden gehouden waarop zij de zwakheid van de kerken hadden besproken in contrast met de „successen” van Jehovah’s Getuigen. Tijdens de conferentie werd opgemerkt:
„Wellicht zijn [de kerken] bijzonder nalatig op nu juist dat punt dat de grootste bezigheid van de Getuigen vormt — het huisbezoek, dat tot de apostolische methoden van de vroege kerk behoort. Terwijl de kerken zich meestal beperken tot het bouwen van hun godshuizen, het luiden van de klokken om de mensen te lokken en het prediken binnen hun vergaderplaatsen, volgen [de Getuigen] de apostolische methode om van huis tot huis te gaan en iedere gelegenheid te benutten om te getuigen.”
Zou u graag willen dat Jehovah’s Getuigen u thuis opzoeken om een gratis bijbelstudie te leiden? Neem dan contact op met de plaatselijke Getuigen of schrijf naar de uitgevers van dit tijdschrift.