Toen dag nacht werd
Verslag uit Canada
VELE Canadezen in Midden-Manitoba zal de 26ste februari 1979 nog lang in de herinnering blijven. Die morgen, om 10.47 uur, ging het heldere daglicht abrupt over in nachtelijk duister. Er vond een totale zonsverduistering plaats.
In haar baan rond de aarde was de maan precies tussen de aarde en de zon gekomen, zodat overal waar de maan een schaduw op de aarde wierp, het zonlicht volledig werd tegengehouden.
Vanwege de snelheid waarmee de schaduw zich over het aardoppervlak spoedde, was de tijd dat het voor waarnemers in het midden van de totaliteitszone volkomen donker was, maar iets meer dan twee minuten. De schaduw bewoog zich voort met een snelheid van ongeveer 3000 kilometer per uur en verduisterde een zone van circa 270 kilometer breed.
Degenen die een zonsverduistering hebben meegemaakt, spreken daar in het algemeen over als „een van de markantste van alle hemelverschijnselen”. De schrijvers van de Rand McNally „Atlas of the Universe” beschrijven een zonsverduistering als volgt: „Een totale verduistering van de zon is waarschijnlijk het meest grandioze schouwspel in de hele natuur. Gedurende een korte periode, als de maan de schitterende zonneschijf verbergt, wordt de atmosfeer van de zon zichtbaar; de rode protuberansen en de parelwitte corona beheersen het tafereel, en de hemel wordt donkerder, zodat er sterren zichtbaar kunnen worden.”
Zonsverduisteringen zijn meer dan gewoon een indrukwekkend amusement. Totale verduisteringen schenken de gelegenheid voor wetenschappelijk onderzoek van de corona van de zon dat op geen enkel ander tijdstip kan worden uitgevoerd.
Dit keer was het centrum voor de aandacht die men aan het hemelse vertoon zou besteden, het gebied juist ten noorden van Winnipeg in de provincie Manitoba in Canada — een gebied dat door geleerden was uitgekozen als „de beste plaats om de totale duisternis te observeren”. Anderen die de verduistering wilden gadeslaan, stelden zich op langs de totaliteitszone, die buiten de westkust van de Verenigde Staten zou beginnen, over het noordwesten van de VS zou draaien, en dan noordwaarts door Canada naar de Hudson Baai en verder naar Groenland zou lopen.
Een van de weinige bewoonde gebieden die direct in het midden van de totaliteitszone lagen, was het kleine stadje Arborg, ongeveer 113 kilometer ten noorden van Winnipeg, de hoofdstad van Manitoba. Geleerden en ook anderen die er veel voor overhadden om de verduistering te zien, kwamen uit heel Noord-Amerika en andere delen van de wereld naar Manitoba, en velen van hen naar het kleine Arborg. Naar schatting reisden ten minste 20.000 bezoekers naar Manitoba om de verduistering mee te maken.
Tot hun vreugde was de hemel boven Midden-Manitoba bij zonsopgang helder. In Arborg verzamelden de bezoekers zich ten zuiden van de stad op een veld dat voor hen sneeuwvrij was gemaakt. Er werden camera’s, veldkijkers en telescopen opgesteld, en oogbeschermers werden nagekeken.
Weken voor de verduistering hadden astronomen, optometristen en anderen gewaarschuwd dat het blijvende schade aan het netvlies zou kunnen veroorzaken als men met onbeschermd oog zou kijken naar de gedeeltelijke zonsverduistering — de fase die net voorafgaat aan en onmiddellijk volgt op de totale verduistering. Tijdens de totaliteit — de periode van totale duisternis — zou iemand wel rechtstreeks naar de verduistering kunnen kijken, maar het gevaar schuilde hierin dat men niet precies wist wanneer de totaliteit zou beginnen en eindigen. Ook de korte duur van de totaliteit zou toeschouwers ertoe kunnen verleiden te lang naar de verduistering te blijven kijken zodat hun ogen nog op de zon gericht zouden zijn op het verzengende moment dat deze al weer van achter de maan te voorschijn komt.
Om 9.36 uur ’s morgens begon de eerste fase van de verduistering waarbij de schemering steeds dieper werd. Het kwam ons voor alsof iemand een hap uit de zijkant van de zon had genomen — en eraan bleef knabbelen naarmate de gedeeltelijke verduistering verder ging tot de totaliteit.
Toen de totale verduistering naderde, werd de hemel steeds sneller donker, terwijl aan de noordoostelijke hemel een spookachtig schijnsel verscheen. Om ongeveer 10.47 uur werd de zon precies door de schijf van de maan bedekt, zodat hij er volledig door werd verduisterd. Nu zagen wij, zoals astronomen het hebben genoemd, „het glorieuze verschijnsel van de totale verduistering”. De hele hemel was donker geworden, ongeveer zoals bij een nacht met volle maan, met uitzondering van een gloed die overal langs de horizon zichtbaar was. De bleke lichtkrans van de corona van de zon werd zichtbaar, de zwarte maanschijf omlijstend met een gloed van karmozijnrode vlammen. Wij konden voelen dat rondom ons de temperatuur daalde en er een stevige bries opstak.
Autolampen werden ontstoken. Vogels zochten hun rustplaatsen, kippen gingen op stok, en dieren handelden vreemd, waarschijnlijk bevreesd door de plotselinge duisternis.
De op dat kleine veld ten zuiden van Arborg verzamelde menigte van toeschouwers, aangegrepen door het tafereel boven hun hoofd, barstte in een spontane juichkreet uit. Anderen stonden alleen maar in stil ontzag te kijken.
Een helder licht, als van een schitterende diamanten ring, vlamde plotseling op aan de rechterzijde van de donkere maan, toen de zon om 10.49 uur weer van achter de maan te voorschijn begon te komen. Naarmate de dunne sikkel van de zon aangroeide, maakten zijn heldere stralen de witte sneeuw rondom ons helderder. Even plotseling als het heldere daglicht was verdwenen, keerde het terug. Het grootse schouwspel van ten einde.
Een schrijfster voor de in Winnipeg verschijnende „Free Press”, Alice Krueger, zei: „De zonsverduistering was zo’n nederig stemmende ervaring dat zo iets werkelijk vaker zou moeten voorkomen. In een tijd waarin het voor een mens maar al te gemakkelijk is een hoge dunk van zichzelf te krijgen, is een zonsverduistering een unieke ervaring waardoor de dingen weer in hun juiste proporties worden teruggebracht.
Wij werden gedwongen na te denken over de onmetelijkheid van het universum, en te overpeinzen welk een nietig deel van dat alles onze planeet de aarde feitelijk is. Even moesten wij hierbij stilstaan en werden wij eraan herinnerd hoe onbelangrijk wij, als individuele menselijke wezens, in het wereldplan zijn.”
Jaren geleden werd de psalmist ertoe gebracht iets soortgelijks te zeggen: „Wanneer ik uw hemelen zie, het werk van uw vingers, de maan en de sterren die gij hebt bereid, wat is dan de sterfelijke mens dat gij aan hem denkt, en de zoon van de aardse mens, dat gij voor hem zorgt?” — Ps. 8:3, 4; vergelijk Jesaja 40:26.
Volgens de geleerden zullen pas ergens in de 23ste eeuw de inwoners van Manitoba opnieuw getuige zijn van een totale zonsverduistering. Het is verbazingwekkend dat de bewegingen van de zon, de maan en de aarde zo nauwkeurig en betrouwbaar zijn dat geleerden in staat zijn ver van tevoren de tijd van zo’n gebeurtenis vast te stellen.
Dit alles legt getuigenis af van de betrouwbaarheid van de Schepper, Jehovah God, Degene die „de Vader der hemelse lichten” is, „en bij wie geen verandering van het keren van de schaduw” is (Jak. 1:17). Mogen zulke hemelverschijnselen ons helpen te beseffen hoe ontzagwekkend zijn majesteit is.
[Diagram op blz. 14]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
GROTE OCEAAN
CANADA
U.S.A.
TOTALITEITSZONE
75% VERDUISTERING
50% VERDUISTERING
Atlantische Oceaan