Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g78 22/2 blz. 22-23
  • Een ooggetuigenverslag: De derde overstroming in Johnstown

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Een ooggetuigenverslag: De derde overstroming in Johnstown
  • Ontwaakt! 1978
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Een blik op de schade
  • Hulp arriveert
  • Toen de Teton-dam brak
    Ontwaakt! 1977
  • Hoe bezie jij je Koninkrijkszaal?
    Onze Koninkrijksdienst 1976
  • Op wereldomvattende schaal gezamenlijk bouwen
    Jehovah’s Getuigen — Verkondigers van Gods koninkrijk
  • Hoe Koninkrijkszalen worden gebouwd
    Ontwaakt! 1972
Meer weergeven
Ontwaakt! 1978
g78 22/2 blz. 22-23

Een ooggetuigenverslag: De derde overstroming in Johnstown

DE STAD Johnstown, in de Amerikaanse staat Pennsylvania, 400 kilometer ten westen van New York, en gelegen aan de rand van het Allegheny-gebergte in een schilderachtig dal, draagt al lang de naam Overstromingsstad. Een naam die herinneringen oproept aan langvervlogen tijden met rampbeelden van omgeworpen stoomlocomotieven en mensen op daken van ondergelopen huizen. Maar dat was in het verleden. De nieuwe vaderen van de stad meenden dat die spotnaam „Overstromingsstad” het aanzien van hun woonplaats schaadde en herdoopten haar tot „Vriendschapsstad”. Maar oude herinneringen sterven moeilijk uit. Verstandige oude inwoners luisterden en . . . wachtten af.

Op 20 juli 1977 begon het om ongeveer half tien ’s avonds te spetteren. Een man worstelde met zijn gezin om een nieuwe tent opgezet te krijgen; hij wilde kijken of deze waterdicht was. Om 10 uur stortte het van de regen.

Tegen middernacht begon men in de lager gelegen delen van de stad last van hoog water te krijgen. De Solomon Run, een gewoonlijk erg rustige stroom, begon te stijgen en langs de steile hellingen liep water in kleine beekjes naar beneden. In de Arthur Street belde een bewoner zijn bovenbuurman, een Getuige, uit bed, om hem te vragen of hij wilde helpen een waterkering van planken om zijn tuin te zetten.

Maar niemand maakte zich nog erg veel zorgen. Het formidabele waterkeringssysteem van de stad maakte deel uit van een algemeen waterverdedigingsstelsel dat in de jaren ’30 door het Korps Genie van het Amerikaanse leger was aangelegd. Voordien had Johnstown echter al tweemaal een grote overstroming meegemaakt.

De eerste — de „beroemdste” ook — vond plaats in 1889, toen ten noorden van de stad een dam bezweek en 2209 mensen om het leven kwamen. In 1936 was er een tweede overstroming, waarbij nog eens 22 mensen het leven verloren en er voor 41 miljoen dollar schade werd aangericht. Maar het gigantische waterkeringsproject stelde de bevolking van Johnstown ten slotte gerust. En toen het westelijke deel van de staat Pennsylvania in 1972 na het voorbijtrekken van orkaan Agnes door overstromingen werd geteisterd, bleef Johnstown triomfantelijk droog en ongeschonden. Niet langer was het de Overstromingsstad — nu was het de Vriendschapsstad.

Maar om half één ’s nachts, de 21e juli 1977, waren de twee „dambouwers” aan de Arthur Street gedwongen hun waterkering van planken in de steek te laten. Op de benedenverdieping woonde een vrouw van negenenzeventig jaar en omdat het water bleef stijgen, besloot de Getuige haar naar boven te dragen, naar zijn eigen woning.

Daarna zagen hij en zijn gezin in een lange nacht van angst het water tree voor tree de trap opklimmen. Om 2 uur ’s nachts veranderde het water buiten in een woeste, kolkende stroom, die het verandahek losrukte en meesleurde. Auto’s dreven voorbij en scheurden een gedeelte van de veranda en de voorgevel los. Tegen 6 uur ’s ochtends stond het water tot aan de plafondlampen van de benedenverdieping en het huis schudde op zijn fundamenten. „Op dat moment”, aldus de Getuige, „dachten we dat ons laatste uur geslagen had.”

Een blik op de schade

Een andere Getuige stond zoals gewoonlijk om 5 uur ’s ochtends op om, ondanks de zware regen, naar zijn werk te gaan. Maar hij moest terugkeren want op zijn normale route waren de wegen volledig weggespoeld. Toen dacht hij aan de laaggelegen vergaderplaats van de gemeente, de Koninkrijkszaal, en de leden van de gemeente die er in de woonwijk omheen woonden. Daarom keerde hij terug om zijn vrouw te halen en samen gingen ze te voet op weg naar hun Koninkrijkszaal.

Het grauwe ochtendgloren wierp een droefgeestig schijnsel op een hartverscheurend toneel. Verschillende grote flatgebouwen van de wijk waren letterlijk opengescheurd zodat men rechtstreeks in de woonkamers, slaapkamers en badcellen keek. De woeste stroom had fundamenten losgeslagen, auto’s op een hoop geworpen en alles bedekt onder een vijf meter dikke laag zand en keien.

Mensen riepen, zwommen en huilden. Het echtpaar zocht naar de vijf Getuigen van wie zij wisten dat ze in de flats woonden, en meenden dat ze een van hen in de verte herkenden. Een ander werd, zonder dat ze het wisten, op datzelfde moment met een helikopter gered van een hachelijke plek boven op een dak. Overal verschenen helikopters en motorboten. Aangezien de waterstroom een verdere voortgang onmogelijk maakte, ging het echtpaar vervolgens naar de Koninkrijkszaal, waar hun een nieuwe schok wachtte.

Stelt u zich een aantrekkelijke, pas verbouwde zaal voor, met een nieuw aangelegde tuin, en rustig gelegen aan een straat die u al honderden malen bent afgereden. En dan ziet u datzelfde gebouw in een heel andere toestand — met de nieuwe aanbouw letterlijk losgerukt van het bestaande gebouw, alles ingestort, een grote boom die door de hoofdzaal steekt, en een diepe scheur in een van de muren, waar een stuk asfalt van drie vierkante meter doorheen is geslagen. En die bekende straat? Die is nu een doorploegde, met keien bezaaide kloof, en het „gazon” is veranderd in een maanlandschap. Op de stoep van de Koninkrijkszaal zit een vrouw die was komen kijken, stilletjes te huilen.

Hulp arriveert

Op dat tijdstip was contact leggen met de andere leden van de gemeente het moeilijkste probleem. De ouderlingen ontvingen van naburige gemeenten al aanbiedingen van hulp, maar aanvankelijk konden ze zelfs niet vertellen wat er nodig was. Tegen de volgende dag had men echter toch wel via diverse wegen omtrent elk lid van de gemeente bericht ontvangen. Maar er moest nog steeds veel gecoördineerd worden.

De ouderlingen hielden hun eerste voltallige vergadering en daarbij werd in de eerste plaats aandacht geschonken aan gezondheid en veiligheid. Er werd voor elk lid van de gemeente een lijst aangelegd met daarop aangegeven de geleden schade en wat er onder meer aan voedsel, water, geld en onderdak nodig was. De volgende dag deden de ouderlingen hun best elk gezin persoonlijk af te gaan.

Nu richtte zich de aandacht op de Koninkrijkszaal, die men zo spoedig mogelijk besloot te demonteren. Alle aanbiedingen van hulp werden daarom gretig aanvaard. Ongeveer 60 werkers zouden voldoende zijn om al het waardevolle in veiligheid te stellen en degenen te assisteren die hulp nodig hadden in verband met hun eigen woning.

Maar om 9 uur ’s zaterdagsmorgens waren er ongeveer 150 vrijwilligers met een waar leger van voertuigen op de plaats van bestemming. Een man van de Nationale Garde die verbaasd toekeek bij dit totale demontagewerk, net vier dagen na de overstroming, merkte op dat de Garde „op geen enkele manier” zo snel georganiseerd zou kunnen worden.

Andere werkers gingen huizen en werkruimten uitgraven. De echtgenoot van een vrouw die met Jehovah’s Getuigen de bijbel bestudeerde en niet veel op had met het werk van de Getuigen, schudde zijn hoofd in ongeloof toen drie van hen enkele uren in de één meter diepe modderlaag in zijn souterrain werkten. „Van alle kerkgroeperingen”, zo zei hij, „kwam niemand helpen dan alleen Jehovah’s Getuigen.”

Tegen het eind van de dag kon de schaderekening worden opgemaakt. Eén Koninkrijkszaal was verwoest en gedemonteerd en veertien huizen hadden schade opgelopen, waarvan negen aanzienlijk. Vijf gezinnen waren overgebracht naar huizen van familieleden of van andere Getuigen. En we waren dankbaar te kunnen vaststellen dat hoewel het dodental in de stad bleef stijgen, niet één van Jehovah’s Getuigen bij de overstroming was omgekomen.

De volgende vrijdag werden we op een speciale vergadering in een nabijgelegen Koninkrijkszaal diep geroerd door de vele uitingen van bezorgdheid van onze christelijke broeders vanuit het gehele land, alsook door de herhaaldelijke contacten met het Besturende Lichaam van Jehovah’s Getuigen in New York, dat wilde weten wat onze behoeften waren.

Nu in Johnstown de rust weerkeert, hebben we dus vele redenen om dankbaar te zijn. Maar ook zijn er dingen die we voor onszelf moeten analyseren. Zouden we de situatie beter hebben kunnen aanpakken? Kunnen we onze christelijke banden van liefde nog meer versterken met het oog op hetgeen in deze oude wereld voor ons ligt? Enige overdenkingen zullen we echter voor later moeten bewaren. Want eerst moet er gebouwd worden aan onze nieuwe Koninkrijkszaal!

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen