Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g77 8/6 blz. 12-15
  • Een „smeltkroes” van vele culturen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Een „smeltkroes” van vele culturen
  • Ontwaakt! 1977
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De eerste immigranten van Australië
  • Het lokaas van natuurlijke rijkdommen
  • De „smeltkroes” komt tot bestaan
  • Van vele culturen profijt trekken
  • Het leven is anders in Australië
    Ontwaakt! 1997
  • De Australische Aborigines — Een uniek volk
    Ontwaakt! 1994
  • Goudzoekers vonden een thuis
    Ontwaakt! 2011
  • Het pausbezoek aan Australië — Slechts een pelgrimstocht?
    Ontwaakt! 1987
Meer weergeven
Ontwaakt! 1977
g77 8/6 blz. 12-15

Een „smeltkroes” van vele culturen

Door Ontwaakt!-correspondent in Australië

HEBT u wel eens een bezoek gebracht aan Australië? Zo niet, dan hebt u waarschijnlijk toch wel gehoord van de hete, dorre woestijnen en de uitgestrekte struikwildernissen die men op dit continent vindt. Betekent dit dat Australië een land is dat voornamelijk wordt bewoond door ruige kolonisten, die aan de grens der beschaving leven?

Neen. Ondanks de reusachtige woestijngebieden, een oppervlakte gelijk aan driekwart van geheel Europa, en een totale bevolking die niet groter is dan die van Nederland, kan men Australië toch het beste beschrijven als een land van stedelingen. Meer dan de helft van de 13.000.000 bewoners woont in steden.

En dit zijn beslist geen primitieve steden. Integendeel, in sommige zult u dezelfde wolkenkrabbers, verkeersopstoppingen en gehaaste voetgangers zien die zo kenmerkend zijn voor steden als New York, Londen of welke andere grote wereldstad maar ook. Toeristen zullen er een overvloed aan hotels en motels aantreffen waar zij kunnen logeren. En er is zo’n verscheidenheid aan restaurants dat men, ongeacht zijn nationaliteit, altijd wel iets van zijn gading kan vinden.

Een opvallend kenmerk van de Australische gemeenschap is de snelle groei die ze de afgelopen jaren heeft doorgemaakt. Sinds 1945 is de bevolking met bijna zes miljoen personen toegenomen. Waar zijn al deze mensen vandaan gekomen? De bestuurder van een ijzermijnstad in het westen zei over de inwoners van die stad: „De meesten zijn niet in Australië geboren — net zomin als ik; ik woon nu 17 jaar in dit land maar ben Duitser van geboorte. We zijn een smeltkroes van volken en dat is goed.” De naoorlogse immigratie is verantwoordelijk voor zo’n 40 percent van de huidige bewoners van dit continent.

Hoe komt het dat de Australische bevolking zozeer een voortbrengsel van immigratie is? Een korte blik op enkele historische hoogtepunten zal interessant blijken.

De eerste immigranten van Australië

De oorspronkelijke bewoners van Australië waren waarschijnlijk mensen afkomstig uit Azië, die via de Indonesische archipel naar Australië trokken. Hun huidige nakomelingen worden „aborigines” genoemd, een woord dat van het Latijnse ab origine is afgeleid, hetgeen „vanaf het begin” betekent. De aborigines zijn grotendeels een nomadenvolk gebleven; ze bouwen slechts tijdelijke onderkomens en verbouwen geen gewassen.

Maar laat u niet misleiden door de primitieve levenswijze die velen van deze oorspronkelijke bewoners van Australië voor zichzelf hebben verkozen. Ze wijst niet op een gebrek aan intelligentie. De bestuurder van een aborigines-nederzetting merkte terecht op: „Zij denken eenvoudig anders dan wij.” Wijzend op het intellect van de aborigines, meldt de Encyclopædia Britannica (uitgave van 1976) op dat er bij benadering 260 Australische aborigines-talen zijn. „Iedere stam spreekt op zijn minst een eigen dialect, maar in veel gebieden is het heel gewoon dat [de aborigines] twee of meer talen spreken. . . . De Australische talen kennen over het algemeen een bijzonder ingewikkelde grammatica.”

Gedurende de zestiende en zeventiende eeuw, toen nog maar weinig mensen Australië bewoonden, ontdekten zeevaarders uit Portugal, Spanje, Nederland en Groot-Brittannië gedeelten van het continent en brachten de kust in kaart. Zij deden evenwel geen poging zich hier te vestigen. Pas in 1770 eiste kapitein James Cook de oostelijke streken van Australië voor Groot-Brittannië op.

Kort daarna begon de immigratie; maar op een zeer ongebruikelijke wijze. Tijdens de eerste helft van de achttiende eeuw had Groot-Brittannië de gewoonte gehad gevangenen naar haar dertien Amerikaanse kolonies te zenden. Maar het verlies van deze kolonies in 1776 noopte Groot-Brittannië naar een nieuw land uit te zien dat zich voor strafkolonies zou lenen. De eerste strafnederzetting werd in 1788 te Sydney, in Nieuw-Zuid-Wales, in het zuidoosten van Australië, gevestigd. Veroordeelde misdadigers uit Groot-Brittannië waren dan ook de eerste „immigranten” op het Australische continent, en na hun straftijd te hebben uitgezeten, bleven velen van hen in Australië.

Het lokaas van natuurlijke rijkdommen

Van de vrije mensen waren er maar weinigen die zich in die beginperiode in Australië vestigden. Vrijwillige vestiging werd toentertijd zelfs ontmoedigd. Maar toen gebeurde er iets waardoor dat alles volkomen veranderde. Wat dan wel?

In het midden van de 19de eeuw werd er in Australië goud gevonden. Van de ene op de andere dag werd het land een lokaas voor avonturiers uit de gehele wereld. Duitsers, Hongaren, mensen uit de Scandinavische landen, Polen, Amerikanen en Chinezen stroomden naar de goudvelden. En hiermee kwam er een abrupt einde aan de transportatie van dwangarbeiders.

Behalve goud, bleek Australië ook een overvloed aan andere waardevolle metalen te bezitten, waaronder nikkel, koper, aluminium, zink en ijzer. Een employé van een ijzermijn in West-Australië verklaarde onlangs: „Deze . . . ertslaag is een van de rijkste ter wereld. Ze is zes kilometer lang, 1200 meter breed, en 150 meter diep. Is deze mijn uitgeput, dan zijn er andere.” En inderdaad hebben recente onderzoekingen uitgestrekte nieuwe voorraden waardevol metaal in de Australische bodem aangetoond.

Maar in weerwil van de bodemschatten was de Australische bevolking tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog slechts tot 7.491.000 personen toegenomen, hetgeen neerkwam op ongeveer één bewoner per vierkante kilometer. Er was een ernstig tekort aan huisvesting, scholen en ziekenhuizen. De steenkool- en staalproduktie waren laag, en ook de transportdiensten lieten veel te wensen over. Dat in hele steden de energievoorziening uitviel, was iets heel gewoons. Er bestond dringend behoefte aan werkkrachten, maar hoe kon daarin worden voorzien?

De „smeltkroes” komt tot bestaan

In 1945 werden er van regeringswege stappen ondernomen voor geplande immigratie. Dit was een gunstig tijdstip voor een dergelijke onderneming, aangezien veel mensen in het door de oorlog geteisterde Europa maar al te graag een nieuw leven in Australië wilden beginnen.

De kleine stroom immigranten die na de Tweede Wereldoorlog het land binnendruppelden, groeide weldra uit tot een vloed van mensen. Men schat dat sinds dat wereldconflict meer dan 3.000.000 immigranten Australië zijn binnengestroomd, onder wie mensen uit Italië, Griekenland, Nederland, West-Duitsland, Joegoslavië, Polen, Oostenrijk en, sinds kort, ook uit Zuid-Amerika. Ongeveer 65 percent van de nieuw-aangekomenen ontving financiële bijstand van de Australische regering. Velen vestigden zich in door de regering bekostigde tehuizen. Als gevolg van dit grootscheepse immigratieprogramma is de Australische bevolking sinds 1945 bijna verdubbeld.

Maar was het verstandig om zo’n grote verscheidenheid van mensen bij elkaar te brengen? Aanvankelijk verklaarden critici dat het immigratieprogramma op een catastrofe zou uitlopen. Zij herinnerden aan de grote verbittering die destijds was ontstaan tussen de blanke en Chinese gouddelvers. Bovendien had de import van goedkope werkkrachten voor de suikerplantages in het tropische noorden, tot smeulende wrok jegens immigranten van niet-Angelsaksische herkomst geleid. Zou de geplande immigratie oude vetes weer doen oplaaien en tot een explosie van geweld leiden?

Aanvankelijk wekte de toevloed van immigranten met hun vreemde talen en culturen, alsook hun andere woon-, werk- en eetgewoonten, wel enige wrevel. Daar kwam nog bij dat de „nieuwe Australiërs” (zoals de immigranten genoemd werden) niet alleen „eigenaardige” gewoonten hadden, maar soms ook sneller werkten. Dit veroorzaakte wrokgevoelens onder sommige „oude” Australische arbeiders, misschien omdat zij bang waren hierdoor hun baan te verliezen. „Deze Aussies [Australiërs] noemen ons vreemdelingen”, zo merkte een Portugese boer op die zich te Carnarvon, in de uiterste westpunt van Australië, gevestigd heeft. „De Aussies mogen ons niet omdat we te hard in de tuinbouw werken — we verbouwen tomaten, groene pepers, van alles. We weten hoe we het doen moeten. We werken graag. Vanmorgen heb ik 1100 kisten tomaten verzonden.”

Naast deze problemen waren er voor heel wat immigranten problemen van psychische aard. Voor velen was de verandering in levenswijze aanzienlijk. Heimwee kwam algemeen voor. Bovendien waren de kinderen de Engelse taal sneller machtig dan hun ouders. Jonge kinderen moesten voor hun niet-Engelssprekende ouders als tolk fungeren en zich van andere gezinsverantwoordelijkheden kwijten, met het gevolg dat zij heen en weer geslingerd werden tussen het strakke ouderlijke gezag zoals dat in Zuid-Europa geldt, en de vrijheid van de Australische samenleving.

Van vele culturen profijt trekken

Maar over het geheel genomen, zijn er geen ernstige moeilijkheden gerezen. Arbeiders van verschillende nationaliteiten bemerkten dat zij van elkaar konden leren. Ja, zonder deze immigratie zou de industrie nooit zo’n ontwikkeling hebben doorgemaakt als nu het geval is geweest. In Australische huizen klinkt nu net als op de straten niet alleen de Engelse taal, maar ook verscheidene andere talen.

Het is heel gewoon in winkels borden te zien waarop het aantal talen staat aangegeven dat door het personeel gesproken wordt. De fabriekskrant van een staalfabriek te Wollongong, in Nieuw-Zuid-Wales, bevat artikelen in vier verschillende talen ten gerieve van de 20.000 werknemers, die uit zo’n veertig verschillende landen afkomstig zijn.

De oudere leden van verschillende bevolkingsgroepen trachten hun afzonderlijke culturen in stand te houden en dragen op die manier bij tot de kleur en verscheidenheid van de Australische samenleving. U vindt er Italiaanse suikerriet-steden, Griekse vissersdorpen en Duitse wijngaarden. Er is hier zelfs een Chinese tempel te vinden, die qua bouwstijl zo uniek is dat hij onder de historische gebouwen valt welke van regeringswege beschermd worden.

Het schenkt Jehovah’s Getuigen veel vreugde in deze „smeltkroes” van volken de bijbelse waarheid met hun medemensen te mogen delen. In veel gebieden vinden zij het nodig om tijdens hun prediking bijbelse lectuur in verscheidene talen bij zich te hebben. Er zijn twintig grote gemeenten die zorg dragen voor de behoeften van Grieks-, Italiaans-, Spaans-, Slavisch- en Arabisch-sprekende personen. Ook worden er geregeld vergaderingen gehouden in het Hongaars, Portugees en Syrisch. De bijbelse waarheid in hun moedertaal te horen, heeft duizenden immigranten ertoe gebracht grote veranderingen aan te brengen om hun leven met schriftuurlijke beginselen in overeenstemming te brengen.

Ja, de Australische bevolking vormt een veelzijdige en ingewikkelde gemeenschap. Maar wanneer een Australiër een bezoeker de hand reikt met een hartelijk „Hoe maak je het, vriend?”, dan krijgt de nieuwkomer de indruk van warme eenvoud. Zoudt u ons niet binnenkort een bezoekje willen brengen?

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen