U bent een technisch wonder
’VANUIT een volledig objectief oogpunt bezien, bezit het menselijk lichaam de prachtigste bouw die we kennen.’ ’Het is een meesterstukje van ingenieurskunst.’ „De dagelijkse belasting waaraan de botten en spieren blootstaan, is zo groot dat veel machines er al na een paar jaar aan zouden bezwijken.” Dat zijn uitspraken van mensen die een diepgaande studie van het menselijk lichaam hebben gemaakt.
Ingenieurs zien erop toe dat bruggen, tunnels en gebouwen een overmaat aan sterkte bezitten, zodat ze veel meer kunnen weerstaan dan de normale belasting waaraan ze onderworpen zullen zijn. Die extra sterkte of kracht vormt een veiligheidsmarge. Zijn ook bij het menselijk lichaam zulke veiligheidsmarges ingebouwd? Men zou het bij een „technisch wonder” mogen verwachten. Laten we eens zien.
Veiligheidsmarges
De meeste stoffen in het bloed verkeren ten opzichte van elkaar in een fijn afgestemd evenwicht. Niettemin is hierbij een grote veiligheidsmarge ingebouwd. Neem bijvoorbeeld het bloedsuikergehalte, dat „normaal” rond de 80 tot 120 milligram glucose per 100 kubieke centimeter bloed zweeft. Het kan aanzienlijk dalen zonder dat dit tot ernstige problemen aanleiding geeft. Pas wanneer het onder de helft van de normale waarde, onder de vijftig milligram per 100 kubieke centimeter zakt, zullen er nadelige gevolgen optreden.
Het hart kan zijn hoeveelheid slagen zonder probleem tot het dubbele opvoeren, ook al zou de bloeddruk nog met 30 tot 40 percent stijgen. Tweemaal zoveel bloed zal het dan verpompen zonder daar enige hinder van te ondervinden, of het moet voordien schade opgelopen hebben.
De hoeveelheid zuurstof die de bloedstroom uit de longen betrekt en door het hele lichaam vervoert, is drie en een half maal zo groot als normaal voor de weefsels nodig is. Hieraan danken wij de mogelijkheid met een redelijk ademhalingsvermogen verder te kunnen leven, ook al is een van onze longen opgehouden met functioneren of is hij chirurgisch verwijderd.
Verbazend is bovendien hoe het lichaam zich aan een chirurgische verwijdering van feitelijk onontbeerlijke organen kan aanpassen. Zo is bijvoorbeeld zonder ernstig levensgevaar één nier bij iemand weg te halen. En zelfs met een halve nier kan een mens nog zonder ernstige moeilijkheden verder leven.
Iemand die beide bijnieren, welke voor de produktie van het hormoon adrenaline zorgen, zou verliezen, zou niet in leven kunnen blijven, nog geen twee dagen. Maar met slechts één tiende van een van zijn bijnieren zou hij dat wel kunnen.
Artsen hebben wel grote delen van de hersenen weggesneden zonder dat daarmee het leven van de betrokken patiënten ernstig in gevaar kwam of zelfs maar hun geestelijke of lichamelijke functies er ernstig door bleken te zijn aangetast. De hersenen worden bovendien door de harde schedel tegen letsel beschermd.
Ook andere organen kunnen op soortgelijke wijze hun belangrijke functies blijven vervullen, zelfs al zijn grote delen ervan chirurgisch verwijderd. Iemand zou het met een vijfde van zijn alvleesklier of een vierde van zijn lever kunnen stellen. Het grootste deel van de maag is weg te halen zonder dat dat grote problemen voor de spijsvertering geeft. En hoewel een totale verwijdering van de maag weliswaar problemen zal geven, is ook dat niet dodelijk. Ongeveer de helft van de dunne darm en het grootste deel van de dikke darm zijn zonder levensgevaar weg te nemen.
Het lichaam heeft een prachtig verdedigingssysteem tegen ziekte. Hoewel de huid bedekt is met bacteriën, vormt hij voor deze micro-organismen een ondoordringbare barrière die ze belet het lichaam binnen te dringen. En mochten bepaalde bacteriën er via een snee of schaafwond toch in slagen tot in het lichaam door te dringen, dan gaat het verdedigingsstelsel van het lichaam aan het werk. Witte bloedlichaampjes snellen naar de gevaarzone en vernietigen de binnenzwermende organismen.
De lymfknopen bezitten eveneens een functie in dit verdedigingssysteem. Wanneer ziektekiemen het lichaam binnenkomen, produceren de lymfknopen antilichamen die de indringers bestrijden. Die antilichamen variëren naar gelang de soort van organismen die het lichaam betreden. Bepaalde antilichamen bestrijden ziektekiemen rechtstreeks, andere neutraliseren de vergiften die door de bacteriën worden afgegeven. En weer andere zorgen ervoor dat de bacteriën samenklonteren en daardoor sneller door de witte bloedlichaampjes vernietigd kunnen worden.
Door zijn elasticiteit werkt de huid ook als stootbuffer; de gevolgen van een val of slag worden over een groot gebied verspreid en veroorzaken daardoor een geringere verwonding dan anders het geval zou zijn.
Ja, uw lichaam is fantastisch ontworpen, met een grote „veiligheidsmarge”.
Waterdichte isolatie en automatische warmteregeling
Behalve dat de huid het lichaam tegen een invasie van ziektekiemen beschermt en de gevolgen van een slag of valpartij verkleint, vormt ze ook een waterdichte bedekking van het lichaam. En gelukkig maar, anders zou een bad of een wandeling in de regen, een levensgevaarlijke afloop hebben. Ons lichaam zou opzwellen en ons bloed zou dunner worden. En een bad in zee zou het tegenovergestelde effect hebben, aangezien zout water chemisch bezien een hoger geconcentreerde oplossing is dan bloed.
De verwijdering van water door de huid, in de vorm van transpiratievocht en waterdamp, is daarentegen weer van onontbeerlijk belang om een juiste lichaamstemperatuur te handhaven. Zelfs het haar dat op de huid groeit, speelt hierbij een rol. Het haar op de schedel beschermt de hersenen tegen oververhitting door rechtstreekse zonnestraling. En ook de dikke huid op de handpalmen, vingers en voetzolen functioneert als een goede warmte-isolator.
Een droge huid vormt bovendien een voortreffelijke isolerende bescherming tegen elektriciteit, wat vooral in deze tijd met al zijn elektrische apparatuur een grote zegen is gebleken.
Ja, iets zo aantrekkelijks en veelzijdigs als de menselijke huid kan beslist als een „technisch wonder” betiteld worden.
De steunorganen
De beenderen vormen het steunwerk dat ervoor zorgt dat de organen op hun plaats blijven en de vorm van het lichaam behouden blijft. Hoe prachtig dit geheel ook is, ook op zichzelf zijn de beenderen reeds een wonder van bouwkunst te noemen.
Met een totaalgewicht van slechts negen kilo vormen ze het ideale voorbeeld van een lichte maar toch sterke constructie. Geen menselijke ingenieur is in staat een bouwskelet te ontwerpen dat twintig jaar groei toelaat zonder dat het hele bouwwerk een paar keer voor verbouw gesloten moet worden. De beenderen groeien echter te zamen met het menselijk lichaam op zonder ooit enige stagnatie in de activiteiten van het lichaam te veroorzaken.
Nog een opmerkelijk kenmerk van de ingenieurskunst die in het menselijk lichaam openbaar is, en de mens niet kan kopiëren, is het vermogen tot zelfherstel. Een gebroken been zal na de juiste behandeling vanzelf weer genezen en daarna weer even goed functioneren als voorheen. Bovendien kunnen de beenderen vrijelijk ten opzichte van elkaar bewegen, door middel van zelfsmerende gewrichtsverbindingen. Interessant is dat zogenaamd zelfsmerende systemen in auto’s pas een technische ontwikkeling van de laatste jaren zijn.
Veelzijdigheid
Datgene waartoe het menselijk lichaam in staat is, tart elke verbeelding. Denk maar eens aan de verrichtingen van de mens op het gebied van de architectuur, de bouw-, schilder- en beeldhouwkunst, de muziek, de sport en de techniek. De handen die zich stevig om de steel van een bijl klemmen om een boom om te hakken, kunnen ook met een piepklein mesje een prachtig stukje houtsnijwerk vervaardigen of met een scalpel haarfijne chirurgische insnijdingen maken. De benen en voeten waarmee we wandelen, zijn even goed voor rennen, springen of klimmen te gebruiken. Welke machine zou de bewegingen en activiteiten van het menselijk lichaam kunnen evenaren, al waren het er slechts enkele?
Verbazend is ook het feit dat de energie voor de vele functies van het lichaam niet slechts uit één, maar uit vele bronnen betrokken kan worden. En die grote variatie aan fruit, groenten en vlees waarmee de mens zich kan voeden, draagt sterk tot de vreugde van het leven bij.
Ja, slechts na een beschouwing van enkele feiten in verband met het menselijk lichaam, zijn we al diep onder de indruk. Het is zeker niet overdreven om in verband met het menselijk lichaam over een „technisch wonder” te spreken. Terecht kunnen we ons dan ook bij de woorden van de oude tekstdichter aansluiten: „Ik [ben] op een vrees inboezemende wijze wonderbaar . . . gemaakt. [Gods] werken zijn wonderbaar, zoals mijn ziel zeer wel weet.” — Ps. 139:14.