Gulle edelmoedigheid bij de schepping van de mens
DE SCHEPPER heeft zich ten opzichte van de mens een edelmoedige Gever betoond (Jak. 1:5). Wat een overvloed bevat deze aarde aan voedsel en drinken voor de mens! Wat een eindeloze variatie in vruchten, groenten en granen, alsook vissoorten, gedierte en gevogelte is er op deze planeet aanwezig! Wat een overvloed aan schoonheid is er in de planten- en vogelwereld alsook in de rest van de levende schepping waar te nemen, om nog maar te zwijgen over de pracht van rivieren, meren, bergen, wolken en zonsondergangen. Jehovah is beslist niet karig geweest bij het treffen van voorzieningen voor ’s mensen welzijn en geluk.
Ook kan er niet van karigheid worden gesproken als wij zien op welke wijze de Schepper de mens heeft gemaakt. Hij is niet te werk gegaan op basis van zuinigheid, door de mens slechts het allernoodzakelijkste te verschaffen om te kunnen blijven voortbestaan en van het leven te kunnen genieten. Hoewel de mens volgens de bijbel reeds bijna zesduizend jaar degeneratie achter de rug heeft, legt het menselijk lichaam door zijn overvloed van voorzieningen nog altijd getuigenis af van de edelmoedigheid van zijn Maker. Sinds de mens onvolmaakt werd, heeft deze overvloed gediend als veiligheidsmarge, zoals door vooraanstaande fysiologen wordt erkend. Laten wij eens enige voorbeelden beschouwen.
De gepaarde organen
Om te beginnen zijn er de gepaarde organen waarmee de Schepper het lichaam heeft uitgerust. De mens heeft bijvoorbeeld twee longen. Deze verschaffen alle zuurstof die hij nodig heeft, niet alleen voor normaal dagelijks gebruik maar ook als er bijzondere eisen aan zijn lichaam worden gesteld. Omdat de mens er twee heeft, kunnen chirurgen, indien nodig, er één verwijderen, waarna iemand toch normaal verder kan leven, hoewel hij niet meer zo goed is uitgerust voor plotselinge inspanningen. Dit laatste feit toont, tussen twee haakjes, ook aan waarom de mens twee longen heeft, hoewel hij er met één toe zou kunnen.
Ons lichaam is tevens op royale wijze bedeeld met twee nieren. Onze nieren verrichten een kolossaal werk, en fysiologen hebben hun bouw zowel schitterend als volmaakt genoemd. Hun honderd veertig kilometer lange buizenstelsel dient niet alleen om het bloed te filtreren en de chemische samenstelling ervan constant te houden, maar ook om het watergehalte van het lichaam nauwkeurig op peil te houden. Het eigenlijke werk wordt gedaan door kleine nefronen, waarvan elke nier er meer dan een miljoen bezit. Zelfs als 90 percent van dit aantal wegens de een of andere oorzaak niet meer zou functioneren, zouden de overblijvende het lichaam nog gezond kunnen houden. Nieren blijken dus een veiligheidscoëfficiënt van 10 op 1 te bezitten.
En hoe staat het met de bijnieren die zich elk op een nier bevinden? Na verwijdering van beide zou reeds na acht tot zesendertig uur de dood intreden, afhankelijk van de algehele lichamelijke gesteldheid van de persoon bij wie dit zou worden gedaan. Maar wanneer er slechts één tiende deel van het bijnierweefsel wordt overgelaten, blijft de dood achterwege.
Deze veiligheidsfactor is ook terug te vinden bij de eierstokken van een vrouw. Niet alleen zal zij met één eierstok in staat blijven zwanger te worden, maar ook zelfs nog met een fractie van één. Tot op zekere hoogte gaat dit ook op bij de man, aangezien hij aan één zaadbal ruim voldoende heeft om nageslacht te verwekken.
De gulheid waarmee in gepaarde organen is voorzien, komt evenzo tot uiting bij de zintuigen. Er is niet op ze beknibbeld. De mens kan uitstekend horen zonder zijn oorschelp, en zelfs nog met één oor, hoewel hij in het laatste geval wel enigszins gehandicapt is wat het bepalen van de geluidsrichting betreft. Veel mensen hebben slechts één oog, toch kunnen zij zich heel goed redden, ofschoon ook zij in bepaalde opzichten gehandicapt zijn: hun gezichtsveld bedraagt slechts 120 in plaats van 180 graden, terwijl tevens hun ruimtelijke waarnemingsvermogen beperkt is. We hebben ook twee neusholten, waardoor niet alleen levensbelangrijke zuurstof binnenstroomt, maar waarmee wij ook kunnen ruiken. Als echter een van onze neusholten wordt afgesloten, heeft dit vrijwel geen nadelige invloed op onze reukzin of de luchttoevoer naar onze longen.
Gedeeltelijke verwijdering
De gulle edelmoedigheid waarmee God de mens heeft geschapen, blijkt ook duidelijk uit het feit dat heel wat organen in ons lichaam die niet als „tweeling” bestaan, gedeeltelijk verwijderd kunnen worden zonder dat wij daarvan al te veel hinder ondervinden. De meeste mensen bezitten een goed gevormde maag, die bij sommigen evenwel door overeting tot wel tweemaal zijn normale lengte is uitgerekt. (Ook een veiligheidsaspect!) Als er iets met de maag verkeerd gaat, kan hij voor een groot deel worden verwijderd, waarna hij nog heel lang mee kan. De mens kan zelfs zonder maag verder leven, dank zij het aanpassingsvermogen van de dunne darm.
Dan is er de lever, die een verbazingwekkend aantal verschillende functies verricht — meer dan 500! Niet voor niets is hij wel het bedrijvigste en veelzijdigste orgaan genoemd. En toch kan men een tamelijk normaal leven leiden als slechts 15 percent van zijn cellen functioneert. Er zijn personen geweest bij wie 80 percent van de lever was verwijderd, terwijl het overblijvende gedeelte alle levertaken ten volle bleef verrichten.
Nog een orgaan dat getuigenis aflegt van de gulheid van de Schepper is de alvleesklier. Deze voorziet het lichaam van spijsverteringsenzymen, alsmede insuline, geproduceerd door de zogenaamde „eilandjes van Langerhans”. Volledige verwijdering van de alvleesklier heeft zware suikerziekte en andere ernstige lichamelijke stoornissen tot gevolg. Toch kan vier vijfde van de alvleesklier worden weggehaald zonder dat hiermee de insulineproduktie in gevaar komt. Evenzo zou het zware lichamelijke gevolgen hebben als de schildklier volledig zou worden verwijderd, terwijl het lichaam er nagenoeg geen hinder van ondervindt als er nog maar een zesde gedeelte van de schildklier over is.
Let in dit verband ook eens op de darmen. Het is mogelijk meer dan drie meter dunne darm weg te halen zonder ernstige nadelige gevolgen. En in veel gevallen kan zonder dat hier veel problemen uit voortvloeien, het grootste deel van de dikke darm worden verwijderd.
De edelmoedigheid van de Schepper manifesteert zich ook in de wijze waarop het lichaam is gemaakt om zich na een verwonding te genezen. Neem bijvoorbeeld het geval dat er een gedeelte van de dunne darm is weggesneden en dat de chirurg de twee ontstane darmuiteinden weer aan elkaar heeft gehecht of genaaid. Onmiddellijk begint de darm een „plastic” substantie af te scheiden, die in ongeveer vier uur de plek van de insnede hermetisch dicht. Niet voor niets sprak een vermaard fysioloog met gloed over de „wijsheid van het lichaam”.
Het hart en het bloed
Het hart heeft een zeker normaal slagritme, waarmee het rustig en kalm een bepaalde voldoende hoeveelheid bloed door de bloedbaan kan pompen. Maar op momenten dat er bijzondere eisen aan het lichaam worden gesteld, reageert het hart onmiddellijk, want ook dit orgaan is met edelmoedigheid gebouwd. Niet alleen verhoogt het, indien noodzakelijk, zijn slagfrequentie met honderd of meer percent, maar ook zijn slagvolume, de hoeveelheid bloed die met iedere afzonderlijke slag wordt weggestuwd, vergroot zich. De bloeddruk neemt met 30 à 40 percent toe, zodat er, als gevolg van dit alles, in de haarvaten een zeer snelle doorstroming van bloed ontstaat, die dient om de lichaamscellen de extra voedselaanvoer te verschaffen waaraan ze zo dringend behoefte hebben. Als een spier dus zwaar werk verricht, is het aantal functionerende haarvaten vele malen groter dan bij rust.
Wat het bloed zelf betreft: Elke seconde van elke minuut van elk uur van iedere dag, jaar in jaar uit, „sterven acht miljoen bloedcellen . . . deze worden vervangen door nieuwe cellen die worden aangemaakt in het beenmerg, in de lymfklieren en in het lymfatisch weefsel dat wordt aangetroffen in de amandelen, de milt, de darmen en de zwezerik” (The Body, door Life Science Library). Elke kubieke millimeter bloed (kleiner in omvang dan deze letter „o”) bevat vijf miljoen rode bloedcellen, tenminste als men zich op gemiddelde hoogte bevindt. Stijgt men in berggebied tot veel grotere hoogten — alwaar er zich aanzienlijk minder zuurstof in de lucht bevindt — dan kan het lichaam de produktie van rode bloedcellen met 50 of meer percent verhogen. Op die wijze blijven de lichaamsweefsels van voldoende zuurstof voorzien, hoewel de afzonderlijke rode bloedcellen minder zuurstof transporteren.
Van groot belang voor de instandhouding van het leven is ook het bloedsuikergehalte. Een te hoog gehalte betekent, zoals veel mensen weten, suikerziekte, terwijl er de laatste tijd ook veel is gepubliceerd over de schadelijke gevolgen van hypoglycaemie, een chronisch te laag bloedsuikergehalte. Toch kan het bloedsuikergehalte onder normale omstandigheden wel 50 percent dalen voordat de „tekortgrens” is bereikt.
De edelmoedigheid waarmee het lichaam is gemaakt, treedt ook duidelijk aan het licht bij een bloeding die gepaard gaat met aanzienlijk bloedverlies, zoals kan gebeuren bij een ongeluk of een operatie. Ter compensatie hiervan treden er verschillende reacties in het lichaam op. Tijdelijk kan de bloeddruk wel 30 à 40 percent dalen voordat hij zijn kritieke niveau bereikt; in een kort tijdsbestek kan hij echter weer tot zijn normale waarde worden hersteld. Het compensatiemechanisme is zeer ingewikkeld. De milt levert bijvoorbeeld een bijdrage tot verbetering van de situatie door zich voor drie kwart samen te trekken en op deze wijze zijn omvangrijke bloedreservoir in de bloedbaan te ledigen. Ook het sympathisch zenuwstelsel komt in actie en reageert met een verkleining van de bloedvatdiameters ten einde de bloeddruk met een geringere hoeveelheid bloed toch op hetzelfde peil te houden.
Een ingebouwde veiligheidsfactor zorgt er ook voor dat het hart en de hersenen bij de bloedvoorziening voorrang krijgen. In geval er dus meer bloed nodig is dan waarin de milt kan voorzien, trekken de bloedvaten naar de spieren en de huid zich samen, terwijl die naar het hart en de hersenen hun normale omvang behouden, aangezien deze organen hun vaste bloedhoeveelheid moeten blijven ontvangen, willen ze geen onherstelbare schade oplopen. Bij groot bloedverlies ontstaat er ook een hevige dorst, doordat de voorraad lichaamsvocht wordt aangesproken om het bloedvolume aan te vullen.
Reeds het mechanisme op zich dat in zo’n noodsituatie de samentrekking van de bloedvaten regelt, vormt een duidelijk bewijs van de gulle edelmoedigheid van de Schepper. In normale gevallen wordt de samentrekkingsreactie opgewekt door het verlengde merg, dat gedeelte van de hersenen dat zich het dichtst bij de ruggegraat bevindt. Indien dit verlengde merg echter beschadigd is, wordt zijn taak in dit opzicht overgenomen door een aantal zogenaamde vasomotorische centra in het ruggemerg. En in geval ook deze niet goed functioneren, nemen andere lichaamsmechanismen hun taak over; in laatste instantie zijn zelfs de bloedvaten zelf in staat zich zonder prikkel van buitenaf samen te trekken ten einde hun omvang zodanig aan te passen aan de bloedhoeveelheid die zij bevatten, dat de juiste bloeddruk gehandhaafd blijft.
Andere voorbeelden
Beschouw eens het vermogen van het lichaam om voedsel op te slaan. Sommige mensen kunnen weken vasten, waarbij de tijdsduur dat iemand het zonder voedsel kan stellen, natuurlijk enigszins afhangt van zijn grootte en in het bijzonder van zijn hoeveelheid lichaamsvet.
Insgelijks kan de mens een bepaalde periode zonder water, echter in de verste verte niet zo lang als zonder voedsel. Een van de oorzaken hiervan is gelegen in het feit dat de waterafgifte van het lichaam bij transpiratie en ademhaling, en via de nieren, voortdurend doorgaat, ook al wordt er geen water opgenomen. En hoewel het lichaam voor twee derde of meer uit water bestaat, is zelfs een verlies van 10 percent lichaamsvocht zeer schadelijk en heeft een verlies van 20 tot 22 percent de dood tot gevolg. God heeft er daarom in zijn wijsheid regelingen voor getroffen dat er op deze aarde, het tehuis van de mens, een overvloed van water zou zijn, zodat maar weinig mensen gedwongen zouden zijn het lange tijd zonder deze vloeistof te stellen.
Door de wijze waarop ons lichaam is geconstrueerd, zijn er grote veiligheidsmarges aanwezig als het gaat om ontbering van voedsel en water. Maar uitzonderlijk kort is de tijd dat het lichaam zonder lucht, zonder zuurstof, kan. Acht minuten zuurstofgebrek is al voldoende om onherstelbare schade aan te richten, zo niet de dood le veroorzaken. Mocht u daarom ooit een bewusteloze moeten bijstaan, vergewis u er dan altijd van dat het slachtoffer door niets belemmerd wordt in zijn ademhaling.
Beschouw als slotvoorbeeld nog het menselijk geraamte: De spieren kunnen slechts weinig boven hun normale lengte uitgerekt worden, wat in feite ook niet nodig is aangezien hun uiteinden aan beenderen bevestigd zijn. De bouw van het beendergestel getuigt echter van een grote royaliteit. Bij normaal gezonde personen heeft het een sterkte die ver boven het normaal noodzakelijke uitgaat.
Waarlijk, de Schepper is bij de bouw van onze verschillende organen en lichaamssystemen met gulle edelmoedigheid te werk gegaan. Hij heeft zich niet tevreden gesteld met een absoluut minimum. Het lijkt erop alsof overdaad in plaats van zuinigheid zijn motto is geweest. Dit is nog des te opmerkelijker als men bedenkt dat de mens als hij niet gezondigd had, veel minder behoefte had gehad aan al die ingebouwde veiligheidsmarges. Dienen deze feiten bij ons geen dankbaarheid op te wekken voor onze Schepper alsmede ons een gezond respect bij te brengen voor het ontwerp van ons lichaam? Beslist!
Zorg goed voor uw lichaam. Het is voor uw eigen bestwil. In tijd van nood kan de „veiligheidsmarge” die het bezit, heel goed het verschil betekenen tussen ziekte en gezondheid, zo niet tussen leven en dood.