Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g77 8/2 blz. 3-4
  • Is de V.N. eropuit de religie te beknotten?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Is de V.N. eropuit de religie te beknotten?
  • Ontwaakt! 1977
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De V.N. en religie
  • Hoe twee V.N.-resoluties een verrassende wending ondergingen
    Ontwaakt! 1977
  • „Langdurig karwei volbracht”
    Ontwaakt! 1998
  • Wat zijn „mensenrechten”?
    Ontwaakt! 1980
  • Hoe staat het tegenwoordig met de mensenrechten?
    Ontwaakt! 1980
Meer weergeven
Ontwaakt! 1977
g77 8/2 blz. 3-4

Is de V.N. eropuit de religie te beknotten?

„ER IS een tijd geweest”, aldus de Engelse Guardian, „dat de Verenigde Staten en andere landen de organisatie van de Verenigde Naties zagen als de voorvechtster van mensenrechten en de onpartijdige verdedigster van geloofsovertuigingen.” Jarenlang hebben mensen de beroemde Universele verklaring van de rechten van de mens als het model voor de wetgeving in een vrije staat bewonderd. Maar nu, aldus nog steeds de Guardian „is er desillusie gekomen”. Vanwaar die ommekeer?

Wel, sommigen beschuldigen de „V.N.-Commissie inzake de Rechten van de Mens” ervan dat ze in strijd handelt met haar oorspronkelijke opzet. Toen bijvoorbeeld in 1976 de Amerikaanse vertegenwoordiger van een zitting van deze commissie in Genève terugkeerde, was hij verontwaardigd over wat er had plaatsgevonden. In een openbaar protest op 1 april lanceerde hij enkele opmerkelijke beschuldigingen.

Ten eerste uitte hij de beschuldiging dat een voorgestelde verklaring met betrekking tot religieuze vrijheid „langzamerhand een verwrongen lezing begint te krijgen, bedoeld om vrijheid van religie en individuele overtuigingen te beperken in plaats van te verruimen, onder voorwendsel dat godsdienst onverdraagzaamheid, racisme en kolonialisme kweekt, en een bedreiging vormt voor de vrede en . . . de staatsveiligheid”.

Ja, zo verklaarde deze afgevaardigde, L. Garment, wanneer de verklaring van kracht wordt zoals ze nu onder woorden is gebracht, dan „kan ze dienen om de wettigheid van religieuze organisaties en religieuze gebruiken te ondermijnen en zelfs worden gebruikt om de onderdrukking van religie te rechtvaardigen”.

Ten tweede had hij kritiek op een andere resolutie die kortgeleden, op een zitting in 1976, is aangenomen, een resolutie over het „recht op leven”, die er volgens zijn woorden in feite op neerkomt dat „wanneer een Staat er op de een of andere wijze toe komt te bepalen dat ze ’gevaar’ loopt, of . . . dat er van een ’bedreiging van de vrede’ sprake is, ze nu met het formele fiat van de ’V.N.-Commissie inzake de Rechten van de Mens’, alle andere menselijke rechten — vrijheid van spraak, beoefening van godsdienst, vergadering en emigratie — kan onderdrukken totdat de dreiging voor het superieure ’recht op leven’ voorbij is”.

Vandaar de klacht van de heer Garment dat deze resolutie „landen zal permitteren openlijk en zelfs in trots misdaden tegen de rechten van de mens te begaan, in de naam van vrede en internationale veiligheid”. — Persrapport van de V.S.-vertegenwoordiging bij de V.N., 1 april 1976. (Wij cursiveerden.)

Dat zijn krachtige beschuldigingen. Zal in de toekomst de vrees van de heer Garment bewaarheid worden, of bestaan deze V.N.-resoluties slechts uit loze woorden zonder enige kracht? Alleen de tijd zal het leren; maar enkele van de gebeurtenissen die tot de uitspraak van deze beschuldigingen hebben geleid, zullen u zeker verrassen. En het zal u evenzeer verbazen te vernemen hoe religie momenteel in de V.N. wordt bezien.

De V.N. en religie

In 1962 deed de Algemene Vergadering aan de „Commissie inzake de Rechten van de Mens” het formele verzoek om een verklaring tegen religieuze onverdraagzaamheid voor te bereiden, terwijl ze terzelfder tijd ook een verklaring tegen rassendiscriminatie moest opstellen. Al een jaar later, in 1963, was de volledige rassenverklaring gereed. Maar nu, bijna vijftien jaar later, zijn van de verklaring tegen religieuze onverdraagzaamheid slechts de titel en de acht paragrafen van het voorwoord goedgekeurd. Vanwaar die traagheid?

Tijdens het debat in 1973 gaf de Costaricaanse afgevaardigde als zijn mening te kennen dat er „in de voorbereidingscommissie wordt gepoogd de verklaring nooit klaar te krijgen”. Hij dacht dat het werk door „allerlei uitvluchten” werd vertraagd.1a

Bovendien is er in de loop van al die jaren vertraging langzamerhand een verrassende wending gekomen in de vorm die de verklaring bezig is aan te nemen. Uit officiële berichten omtrent het debat blijkt dat veel landen duidelijk afsturen op een document waarin religie in elk geval geen volledige vrijheid meer zal krijgen, en dat hen niet in politieke moeilijkheden zal brengen door te verklaren dat alle beperkingen ten aanzien van religie onjuist zijn.

Om zo’n vrijheidsverklaring voor alle religie te vermijden hebben hun afgevaardigden allerlei procedure-bezwaren en uitstelmogelijkheden aangegrepen en ook over bijna elk woord dat zich daartoe leende geredetwist, zodat er vaak woordcompromissen zijn ontstaan, die voor tweeërlei uitleg vatbaar zijn. Zulke compromissen, aldus de vertegenwoordiger van de V.S., zijn stuk voor stuk „zo gering dat men het altijd kan rechtvaardigen er niet tegen geprotesteerd te hebben — althans tot nog toe”.

In het volgende artikel zullen we zien hoe deze recente V.N.-documenten in plaats van op te komen voor bepaalde mensenrechten zodanig zijn herzien dat ze evenzogoed voor het tegendeel gebruikt kunnen worden.

[Voetnoten]

a Verwijsbronnen staan op blz. 11.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen