Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g76 22/8 blz. 16-21
  • Canadese gerechtshoven roepen halt toe aan discriminatie

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Canadese gerechtshoven roepen halt toe aan discriminatie
  • Ontwaakt! 1976
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Een nieuw bestemmingsplan!
  • Naar het gerecht!
  • Nog een obstakel
  • De nasleep
  • Is het raadzaam zelf te gaan bouwen?
    Ontwaakt! 1977
  • Op wereldomvattende schaal gezamenlijk bouwen
    Jehovah’s Getuigen — Verkondigers van Gods koninkrijk
  • De Wereldraad van Kerken — een tegen zichzelf verdeeld huis
    Ontwaakt! 1976
  • Welke weg bewandelt de Wereldraad van Kerken?
    Ontwaakt! 1984
Meer weergeven
Ontwaakt! 1976
g76 22/8 blz. 16-21

Canadese gerechtshoven roepen halt toe aan discriminatie

Door Ontwaakt!-correspondent in Canada

NIEMAND houdt ervan gediscrimineerd te worden. Al veel wetten daartegen zijn in de wetboeken opgenomen. Niettemin blijkt van tijd tot tijd dat personen in overheidsfuncties zich toch nog graag aan de toepassing van zulke wetten trachten te onttrekken. Dit bleek bijvoorbeeld het geval te zijn toen in Brits Columbia, een provincie van Canada, een religieuze minderheidsgroep een mooie doch bescheiden vergaderruimte voor aanbidding wilde bouwen.

In de plezierige omgeving van Surrey, nabij Vancouver, hadden zij een ruim 3 hectare groot terrein in een landelijke streek kunnen bemachtigen. Het geplande gebouw was bedoeld voor 1800 mensen, en zou worden gebruikt als congreshal voor speciale gecombineerde vergaderingen van diverse gemeentegroepen.

Zou het plaatselijke bestemmingsplan de bouw van een dergelijke plaats voor aanbidding toestaan? Men was blij te vernemen dat overal in het district een kerk of congreshal kon worden neergezet. En op 3 januari 1974 stuurde het hoofd van bouw- en woningtoezicht een lijst van de vereiste bouwdocumenten.

IJverig wierp men zich op het maken van architectonische en technische ontwerpen. Die waren tegen april klaar (kosten: ruim ƒ 85.000). Onmiddellijk werden ze opgestuurd, met het verzoek om een bouwvergunning. Het enthousiasme sloeg echter al snel om in teleurstelling toen de gevraagde toestemming niet werd verleend en het hoofd van bouw- en woningtoezicht verzocht geen verdere plannen meer op te sturen. Vanwaar deze vertraging?

Een nieuw bestemmingsplan!

Het antwoord kwam in mei, toen de Raad van het District Surrey bevel gaf tot opschorting van de toestemming, „hangende een mogelijke herziening van het plaatselijke bestemmingsplan”. In de voorgestelde herziening #4294 was sprake van een nieuwe „zone”, P-3 genaamd, waarbinnen wèl, maar waarbuiten geen kerken en vergaderzalen meer gebouwd zouden mogen worden.

Nergens bestond echter zo’n „zone”! Het was een denkbeeldig gebied, dat geen meter grond omvatte! Indien kerken alleen maar in zone P-3 gebouwd zouden mogen worden, betekende dit nieuwe bestemmingsplan dus dat de bouw van zulke gelegenheden volledig werd verboden! Waarom de gemeenteraad hiertoe overging?

Het antwoord kwam tijdens openbare hoorzittingen op 10 en 24 juni 1974. Het werd al spoedig duidelijk dat bepaalde buren in de omgeving gekant waren tegen de bouw van de congreshal. Zij praatten over verkeers- en parkeeroverlast en problemen met de rioolafvoer. Toch was met al deze problemen in de overhandigde plannen al uitgebreid rekening gehouden en was aan alle voorschriften voldaan.

De heer L. Kleyn, van stadsontwikkeling, trachtte de voorgestelde beperking te verklaren door op te merken dat een kerkgebouw dat groter was dan een ééngezinswoning problemen zou geven bij de projectie en aanleg van nieuwe wegen. Niettemin bevestigde hij dat ziekenhuizen, scholen en andere openbare gebouwen of semi-openbare gebouwen nog altijd zonder enige beperkende bepaling konden worden neergezet.

Kunnen ziekenhuizen en scholen geen even groot obstakel voor nieuwe wegen vormen als een kerkgebouw? Waarom stoppen met de bouw van kerken en wel andere grote gebouwen toestaan? Waar het werkelijke knelpunt bij al deze tegenstrijdigheden school, werd duidelijk toen de gemeentesecretaris tijdens de discussie opmerkte: ’Een buurtschap mag niet opgescheept worden met een religie die ze niet wil.’

De burgemeester betoogde verder nog dat alle buren ingelicht dienden te worden over elke voorgestelde kerkbouw en een open „hearing” moesten kunnen bijwonen om ertegen te protesteren. Zulke hoorzittingen zijn echter door een vooraanstaand deskundige op het gebied van bestemmingsplannen, R. Babcock, in zijn boek The Zoning Game gehekeld als „regeren door geschreeuw” en „beslechting door vriendjespolitiek”. Daarmee zou het voor minderheden totaal onmogelijk worden ooit nog een kerkgebouw neer te zetten!

In het besef van deze dreiging waren behalve Jehovah’s Getuigen — om wie het in dit geval ging — ook vertegenwoordigers van een aantal andere religieuze groepen op deze openbare vergaderingen aanwezig. Allen beseften het dreigende verlies van religieuze vrijheid dat achter de minzame woorden van de stadsbestuurders school.

De voorganger van de Evangeliekapel van Noord-Surrey moet hebben gezegd dat de voorgestelde buurt-„hearings” de weg zouden openen tot „besluitvorming gebaseerd op religieus vooroordeel, waarbij fanatici een grote invloed zouden kunnen hebben”. Ook een woordvoerder van de rooms-katholieke Knights of Columbus protesteerde tegen het voorgestelde ’onheil krachtens de wet’, met de woorden: ’Wij hebben twee wereldoorlogen gevochten ter bescherming van onze burgerlijke en religieuze vrijheden.’

Maar tevergeefs. Het plaatselijke bestemmingsplan #4294 werd op 11 juli 1974 aangenomen, waarna het hoofd van bouw- en woningtoezicht schreef: „Wegens de recente aanneming van de P-3-zone . . . is het ons onmogelijk de gevraagde bouwvergunning te verlenen.”

De stadsautoriteiten hadden Jehovah’s Getuigen dus nutteloos ƒ85.000 laten uitgeven, om nog maar te zwijgen van de onnoemlijke hoeveelheid tijd en energie die ze reeds aan de plannen hadden besteed. En hoewel er naarstig werd gespeurd naar een andere plek om te bouwen, leek er niets beschikbaar te zijn. Wat dan te doen? Na een advocaat te hebben geraadpleegd, werd besloten tot: wettelijke actie.

Naar het gerecht!

Ongeveer zes maanden later kwam de zaak ten slotte voor het gerecht — in de persoon van rechter Ruttan, een opperrechter van het Hooggerechtshof van Brits Columbia. Tijdens de bespreking moet rechter Ruttan hebben opgemerkt: ’Een openbare hearing heeft het effect dat de buren gaan beslissen of er wel of geen kerk zal worden gebouwd. Dit opent de deur tot tegenstrijdige situaties en discriminatie op grond van het feit dat zij „die kerk of die mensen niet mogen”.’

Op 11 februari 1975 verscheen zijn veertien bladzijden tellende besluit. Over het nieuwe bestemmingsplan schreef hij:

„Het is ten onrechte betiteld als een ’zone’-bestemmingsplan omdat er geen enkele zone door wordt gecreëerd . . . een zone-indeling scheppen zonder specifieke zones aan te geven, leidt onvermijdelijk tot persoonlijke willekeur en maakt het beweerde bestemmingsplan zinloos en ongeldig als ultra vires [buiten de wettelijke bevoegdheid van de Raad van Surrey vallend].”

Daarna beval hij het district van Surrey alsnog een bouwvergunning te verlenen voor een congreshal van Jehovah’s Getuigen.

Maar de Raad van Surrey was niet zo snel van haar discriminerende weg af te brengen. Ze deed een beroep op het Hof van Appel van Brits Columbia. Nog meer vertraging! De advocaat van Jehovah’s Getuigen diende een verzoek in tot onmiddellijke behandeling gezien de snel stijgende bouwkosten. Het hof stelde de behandeling van het beroep op de eerste datum die beschikbaar was.

En zo begon op 5 juni 1975 de advocaat van het district Surrey zijn betoog voor drie rechters van het Brits-Columbiaanse Hof van Appel. Tijdens zijn betoog moet opperrechter Farris de advocaat erop gewezen hebben dat ’in het stadsdistrict negenenzeventig kerken zijn gebouwd, zonder enig probleem. En plotseling kan er geen enkele kerk meer gebouwd worden! Deze verzoekers hebben zich de moeite getroost aan alle voorwaarden te voldoen, en dan zegt de Raad [van Surrey]: „Nee, sorry hoor, u kunt niet bouwen!” Een zeer willekeurige beslissing. . . . Het recht om een kerk te bouwen, afhankelijk gemaakt van de luimen van een gemeenteraad’.

Rechter Seaton voegde hieraan toe: ’U hebt uzelf op de horens van een dilemma laten nemen. U had een ladder nodig om er te komen; en nu wilt u dat wij u eraf helpen.’

Naarmate de dag verstreek, was er voor de andere partij gelegenheid om nog kort één punt te bespreken, waarna het hoofdargument voor de volgende dag moest worden bewaard. Maar de rechters gaven zich niet eens meer de moeite dat aan te horen! De volgende ochtend spraken zij zich unaniem ten gunste van Jehovah’s Getuigen uit; zonder uitstel gaven zij mondeling vanaf hun zetels hun beslissing te kennen. Rechter Seaton merkte op:

„Er was geen grond in de P-3-zone toen de Raad zei, of bedoelde te zeggen, ’kerken kunnen alleen in P-3-zones gebouwd worden’. Volgens mij moeten we naar de gemeentewet kijken om te zien of de bouw van kerken verboden kan worden, aangezien dat hetgene is wat in feite met dit bestemmingsplan is beoogd.

Ons deel 702(1)(b) . . . staat de gemeenteraad niet toe de bouw van kerken op gemeentegrond te verbieden.”

Kon er nu gebouwd worden? Op last van de rechtbank werd de gemeentefunctionarissen van Surrey „gelast een bouwvergunning uit te geven . . . in overeenstemming met het verzoek waarvoor gedetailleerde plannen zijn overlegd”. Daarna werd er naar het gemeentehuis van Surrey een telegram verzonden met het advies om Jehovah’s Getuigen op dinsdag 10 juni de bouwvergunning te verlenen, die hun krachtens de rechterlijke beslissing was toegekend. Maar dit ging niet door.

Nog een obstakel

De raad van het district Surrey kwam op maandag 9 juni opnieuw bijeen en besprak openlijk welke stappen nog ondernomen konden worden om de bouw van de congreshal ondanks het rechterlijke bevel te boycotten. Een waarnemer tekende de volgende woorden uit de mond van diverse bestuurders op:

Wethouder Millar: ’Is er nog een andere manier waarop we hier een stokje voor kunnen steken? . . . Zij gaan daar een faciliteit voor 1800 mensen bouwen, met afwatering op een vloeiveld.’

Partijleider Closkey: ’Onze inspecteur van volksgezondheid heeft daar reeds zijn goedkeuring aan gehecht; ik geloof niet dat we er nog iets aan kunnen doen.’

Burgemeester Vander Zalm: ’We zouden een commissie van gezondheid in het leven kunnen roepen.’

De burgemeester suggereerde hier dus dat de raad de bouw alsnog zou kunnen verijdelen door zelf een „commissie van gezondheid” aan te stellen. Niet alle raadsleden waren het daar echter mee eens:

Wethouder Beale: ’Volgens mij klampen we ons vast aan een strohalm. Ik geef niet graag mijn steun aan zo’n wraakgierige actie.’

Wethouder O’Brien-Bell: ’We laten ons dan wel in de kaart kijken als een stelletje dwazen . . . We hebben onze eigen aangestelde en bekwame inspecteur van volksgezondheid het onderzoek laten verrichten en hem wettelijke bevoegdheid gegeven. En hij kon niets verkeerds ontdekken.’

Anderen bleven echter aandringen:

Burgemeester: ’Volgens mij moeten we zitting nemen in een commissie van gezondheid. We zouden over twee weken vanaf vandaag gerekend een vergadering kunnen hebben om dit te beschouwen.’

Partijleider Closkey: ’In dit telegram waarin de toestemming wordt geëist, wordt gemeld dat indien we de toestemming niet verlenen, we ons schuldig maken aan ongehoorzaamheid aan de rechtbank.’

Wethouder McKitka: ’Wat krijgen we? Twee dagen hechtenis?’

Ongehoorzaamheid aan de rechtbank is in Canada een ernstige overtreding die gestraft kan worden met inhechtenisneming of een geldboete. Op 11 juni werd het rechterlijke bevel de inspecteur van bouwen woningtoezicht ter hand gesteld. Deze verleende een bouwvergunning — echter niet zoals bedoeld door het Hooggerechtshof. De vergunning was namelijk „afhankelijk van herziening en goedkeuring van het rioolwatersysteem door de plaatselijke commissie van gezondheid”.

Die „plaatselijke commissie van gezondheid” was echter alleen maar een andere naam voor een bepaalde groep duidelijk bevooroordeelde leden van het gemeentebestuur van Surrey! Op 13 juni stelde de advocaat van Jehovah’s Getuigen de raad van Surrey er derhalve van in kennis dat de voorwaarde die ze aan de vergunning had verbonden, onwettig was en het gemeentebestuur blootstelde aan beschuldiging van ongehoorzaamheid aan de rechtbank. Terzelfder tijd reden er bulldozers naar het bouwterrein om de bodem bouwrijp te maken.

Vier dagen later lag er bij de burgemeester en wethouders van Surrey (met uitzondering van de twee die tegen de oprichting van een „commissie van gezondheid” hadden gestemd) een dagvaarding in de bus om voor de rechtbank te verschijnen, op beschuldiging van ongehoorzaamheid aan het rechterlijke vonnis. Deze zaak kwam op 20 juni 1975 voor. De rechter was de heer Anderson.

Na de doorzichtige argumenten van de stadsadvocaat te hebben „doorgeprikt” moet rechter Anderson hebben opgemerkt dat er ’nauwelijks of geen aanwijsbare redenen waren waarom de raad verplicht was geweest de resoluties van maandag 9 juni 1975 aan te nemen, behalve met het doel de doorgang van de bouw te verhinderen’. Rechter Anderson concludeerde derhalve:

„Het spreekt voor zich dat de leden van de raad niet het recht hebben iets te doen, indirect of rechtstreeks, wat de eisers zou belemmeren of zou verhinderen op een wettige wijze met de bouw van hun zaal voort te gaan. Ik ben er zeker van dat met de goede wil en het gezonde verstand van alle betrokkenen elke kwestie tot wederzijdse tevredenheid van zowel de eisers als het District van Surrey kan worden opgelost. De zaak wordt tot onbepaalde tijd verdaagd.”

Door de zaak op die wijze te verdagen, bleef het proces in zijn handen, zodat bij enig blijk van ’belemmering of verhindering’ de zaak snel opnieuw door hemzelf in behandeling genomen kon worden. Kon er nu gebouwd worden?

De nasleep

Het antwoord kwam op de volgende raadsvergadering van 23 juni. The Columbian berichtte:

„Burgemeester Vander Zalm drong er bij de raad op aan ’de hele zaak te laten schieten’ en enig verder probleem door de arbitraire commissie van gezondheid te laten afhandelen.

De raad stemde daarna om de voorwaarde te schrappen en zich verder niet meer met de kwestie te bemoeien.”

Wat gebeurde er in de „commissie van gezondheid”?

„Eerder op de dag was de raad, zoals gepland, als de commissie van gezondheid bijeengekomen en verdaagde onmiddellijk, zonder verdere bespreking, de zitting.

Het was de kortste vergadering van een commissie van gezondheid.”

De raad van het district van Surrey ’liet de hele zaak schieten’ en ’bemoeide zich verder niet meer met de kwestie’. De goede samenwerking daarna met de beambten en inspecteurs van bouw- en woningtoezicht tijdens de bouw is door Jehovah’s Getuigen erg op prijs gesteld. Na zo lang te zijn opgehouden, begonnen de vrijwillige werkers met een golf van enthousiasme aan de bouw, die binnen zeven maanden voltooid was!

Na een blik op de snelle vorderingen te hebben geworpen, kwamen drie buren van de overkant naderbij en zeiden: „Wij hebben jullie gadegeslagen en zijn zo onder de indruk gekomen van wat we hebben gezien dat we wat dichterbij een kijkje komen nemen.” Een andere buurman kwam vrijwillig zijn medewerking verlenen en heeft bereidwillig en hard gewerkt. Thans geniet hij van zijn kant gratis hulp bij zijn bijbelstudie thuis. Nog iemand anders uitte zijn waardering voor de gerechtelijke stappen die waren ondernomen, en droeg spontaan een aanzienlijke som gelds voor de bouw bij.

Jehovah’s Getuigen in het gebied van Vancouver vinden het een vreugde iedereen in hun nieuwe en mooie congreshal welkom te mogen heten. Toen de inwijding van deze fijne vergaderzaal op 13 maart van dit jaar plaatsvond, waren zij verheugd 2480 personen uit Vancouver met hen in de vreugde te mogen laten delen. Zij weten dat deze zaal een aanwinst zal betekenen voor de omgeving, maar ook, en dat is het allerbelangrijkste, dat het een centrum van aanbidding zal vormen voor de ware God, Jehovah.

[Illustratie op blz. 17]

Schets van de Congreshal van Jehovah’s Getuigen in Surrey, Brits Columbia

[Illustratie op blz. 18]

„Rechtbank beslist:

Getuigen hebben recht op kerk”

THE PROVINCE, 7 juni 1975

„Beroep inzake Surrey-zaal ten gunste van Getuigen”

THE VANCOUVER SUN, 7 juni 1975

[Illustratie op blz. 18]

„Surrey trotseert openlijk beslissing inzake Getuigen”

THE COLUMBIAN, 12 juni 1975

„’Haken en ogen’ aan vergunning Getuigen”

THE PROVINCE, 12 juni 1975

[Illustratie op blz. 19]

„Raad van Surrey wijkt voor plannen Getuigen”

THE COLUMBIAN, 24 juni 1975

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen