Geestelijke gezondheid en scholen
● Volgens Dr. K. Olson, een psycholoog uit Phoenix, Arizona, kan ’een school een verwoestende uitwerking hebben op de geestelijke gezondheid van een kind’. Waarom? Hoewel hij de nadruk legde op een ’intellectueel negatieve omgeving’, zijn de scholen in vele andere opzichten een nog grotere dreiging gaan vormen. De afgelopen jaren zijn scholen geconfronteerd met groeiend drugmisbruik, immoraliteit, geweld, overvolle klassen, ongeïnteresseerde leraren en maatstaven die botsen met die van de ouders.
Ook zien de leerlingen dat veel vakken geen praktische waarde voor het leven bezitten. Toch zegt Olson: „Voordat een kind naar school gaat, heeft het al een woorden- en symbolentaal onder de knie, zonder ooit [formeel] onderwijs te hebben genoten. Het kind is een lerende machine geweest.” Veel van dit vermogen wordt op school echter verknoeid.
In het oude Israël, dat langer als onafhankelijke natie heeft bestaan dan vrijwel enige andere natie, werden jonge kinderen opgeleid en bekwaam gemaakt in kunst, ambacht en landbouw en werden zij onderwezen in Gods wetten voor het dagelijkse leven. Dit gebeurde allemaal zonder een officieel openbaar schoolsysteem. In Gods wet berustte de verantwoordelijkheid om kinderen te onderrichten in de eerste plaats bij de ouders (Deut. 6:6, 7). De opleiding van hun kinderen werd niet aan de een of andere onderwijsinstelling overgelaten.
Hoewel de omstandigheden tegenwoordig wellicht anders zijn, kan er niettemin veel worden gedaan om een juist tegenwicht te vormen tegen een slecht milieu op school. Daarom onderrichten Jehovah’s Getuigen hun kinderen van jongs af aan in Gods wetten voor het dagelijkse leven, en dikwijls leren zij hun al lezen voordat zij naar school gaan. Een dergelijke persoonlijke aandacht duurt voort totdat het kind volwassen is. Ook worden de kinderen aangemoedigd een praktisch vak te leren. Bovendien kunnen zij uitzien naar Gods rechtvaardige nieuwe ordening, waar geen schadelijk milieu meer zal zijn en waar alleen werkelijk waardevolle dingen onderwezen zullen worden. — 2 Petr. 3:11-13.