Is er werkelijk een bevolkingscrisis?
„WIJ zijn aangeland bij een situatie in de geschiedenis die we nooit voor mogelijk zouden hebben gehouden”, waren de woorden van de bekende autoriteit W. F. Draper over de reeds vaak voorspelde bevolkingscrisis. „Ze zal de wereld eenvoudig overspoelen.” — Science, 1 maart 1974.
Wat is de achtergrond van dergelijke gedurfde voorspellingen over een wereldbevolkingsramp, die door een toenemend aantal deskundigen in allerlei versies wordt herhaald? Zijn het slechts uitspraken van paniekzaaiers? Hun sombere voorspellingen zijn al aan heel wat kritiek onderhevig geweest omdat ze neutraliserende invloeden over het hoofd zouden hebben gezien. Bovendien, zo is vaak het argument, heeft tot nu toe de vindingrijkheid van de mens altijd de overwinning behaald, niet waar?
Bevolkingsdeskundigen stellen echter dat dit probleem volkomen verschilt van alles wat de mens tot nu toe heeft meegemaakt. Het is een misleidend probleem, zo zeggen zij, vanwege de manier waarop de bevolking groeit. In plaats van een gestage, gelijkmatige groei, is het een zichzelf voedende, dramatisch versnelde toename, die zal doorgaan totdat plotseling naar wordt verwacht de maximaal toelaatbare begrenzingen van het milieu zullen zijn bereikt.
Hoe de bevolking groeit
Wat er gaande is, kan worden geïllustreerd aan de hand van de anekdote van een man die ermee instemt om de eerste week bij een nieuwe baas slechts voor een cent te werken, op die voorwaarde dat zijn inkomen daarna elke week wordt verdubbeld: 2c., 4c., 8c., enz. Daarmee zou hij aan het eind van drie maanden slechts zo’n ƒ80 verdienen, maar tegen het eind van het jaar, na dit misleidend langzame begin, vanwege het „verdubbelingseffect” ƒ45.000.000.000.000 (!), als voor die tijd ten minste de wereldgeldvoorraad al niet zou zijn uitgeput!
De bevolking groeit op een soortgelijke manier, ofschoon nog vele andere factoren mede een rol spelen. Het heeft duizenden jaren gevergd voor er op aarde het eerste miljard mensen woonde, dat was ongeveer in het midden van de vorige eeuw. Maar voor de verdubbeling van dat aantal was nauwelijks honderd jaar nodig! Waarna slechts dertig jaar later ook het volgende miljard er was, terwijl vijftien jaar later, in 1975, ook de viermiljardste wereldburger zich zal hebben aangemeld! De vijf miljard? Deskundigen schatten over weinig meer dan tien jaar — behoudens een „wonder” of een ramp.
Momenteel ligt de „verdubbelingstijd” van de aardbevolking beneden de vijfendertig jaar, een tijdsperiode die echter nog steeds afneemt! In de uitgave van 1974 van de Encyclopaedia Britannica werd erop gewezen dat nu in bepaalde delen van de wereld sprake is van een jonge bevolking „met een hoog geboorten- en laag sterftecijfer. Als deze situatie heel lang zou voortduren, zou de aardbevolking in slechts 500 jaar 32.000-maal verveelvoudigen”. — Deel 14, blz. 816.
Stel u eens voor! Sinds het moment dat u dit artikel bent gaan lezen, zijn er op de wereld al weer 200 mensen bijgekomen, neerkomend op ongeveer 150 per minuut — sinds gisteren een stad van 200.000 mensen, sinds vorige maand een wereldstad van zes miljoen, of sinds vorig jaar een natie ter grootte van West-Duitsland! Denk eens in wat er allemaal voor nodig is om 78 miljoen mensen per jaar te voeden, te huisvesten, te kleden, onderwijs te geven en werk te verschaffen!
Kan de wereld hen opvangen?
Het vermogen van de wereld om aan deze behoeften te voldoen, neemt toe, maar niet zo snel als de bevolking. De tekorten die nu de wereld schokken, zijn volgens zeggen bewijzen dat de mens de race aan het verliezen is. De met een sneeuwbaleffect toenemende vraag naar landbouwprodukten, onderwijs, huisvesting en andere behoeften heeft voor de wereld schaarste gebracht waar eens overvloed heerste — en dat in slechts enkele luttele jaren. Een weergaloze inflatie, zelfs in de rijke „ontwikkelde landen” vormt slechts een bevestiging van deze schaarste.
Wat de situatie nog somberder maakt, is het feit dat de bevolking in de arme en „minder ontwikkelde landen” ruim tweemaal zo snel groeit als in de rijke geïndustrialiseerde, terwijl er driemaal zoveel mensen wonen, zodat deze arme landen het grootste deel van de totale bevolkingstoename moeten opvangen. Bovendien leeft de helft van de wereldbevolking onder de twintig jaar in deze landen. Het wordt iemand angstig te moede als hij denkt aan alle baby’s die deze jonge mensen in de toekomst zullen kunnen gaan verwekken!
Steeds meer mensen moeten een vrijwel gelijkblijvende hoeveelheid bestaansmiddelen delen, met toenemende ongelijkheid als gevolg. Dit proces heeft men wel met de term „polarisatie” aangeduid, waaronder dan moet worden verstaan: een steeds breder wordende kloof tussen tegengestelde bevolkingsgroepen. Eenvoudig gezegd: „De rijken worden rijker en de armen armer.” En dat valt niet te miskennen:
● Het afgelopen jaar was de totale waarde van alle goederen en diensten, ofte wel het bruto nationaal produkt, in de 128 armere landen, veel en veel minder dan alleen de toename in 21 rijke landen.
● De wereldgraanproduktie zou tot het achtvoudige moeten toenemen als de rest van de wereld even goed zou moeten eten als het rijke Westen.
● Er zijn thans 100 miljoen meer analfabeten op de wereld dan in 1950.
● Minder dan een derde van de gehele wereldbevolking verbruikt ruim negen tiende van de totale wereldenergie, terwijl meer dan twee derde het met de overgebleven 8 percent moet stellen.
Welk succes hebben pogingen gehad om de kloof te versmallen? In een verslag van de in 1974 gehouden vergadering van het Amerikaanse Genootschap voor de Bevordering der Wetenschap stond de opmerking dat het in de regel zo is dat wanneer onderontwikkelde landen het ontwikkelingspeil van hun burgers trachten te verhogen en de rijkdom door landverkaveling beter trachten te verdelen, de produktie achteruitgaat en ze nog verder op de ontwikkelde landen achterop raken.
Dientengevolge lijkt deze planeet, aldus de woorden van Robert S. McNamara, president van de Wereldbank, op een schip waarvan een kwart van de passagiers in „luxe, eerste klas-omstandigheden” leeft en de andere driekwart op het „tussendek” verblijft, in de laagste klasse. Volgens hem kan er met zulke ongelijkheden nooit sprake zijn van een „gelukkig schip”. En dat is de aarde ook niet. In plaats daarvan is ze een broedplaats geworden van honger, ellende, economische chaos en politieke beroering. Zullen de wereldleiders een oplossing vinden? Sommige autoriteiten geloven dat het daarvoor al te laat is.
Sombere voorspellingen
Steeds meer deskundigen zijn van mening dat de crisis snel haar hoogtepunt nadert. Sommigen nemen zelfs al een fatalistische houding aan, van ’laat maar komen wat komen moet” terwijl ze slechts een verhoogd „sterftecijfer” als de oplossing zien voor het hoge geboortencijfer. Volgens één voorspelling, die is gebaseerd op de schatting van „de meeste deskundigen op het terrein van de energie, landbouw, bevolking en wereldeconomische vraagstukken”, zullen „binnen de komende twaalf maanden een miljard mensen, ofwel een kwart van de totale aardbevolking, geconfronteerd worden met faillissement, sociale ineenstorting en massale honger”. — De Denver Post van 3 maart 1974.
Of zulke voorspellingen nu wel of niet waar zullen blijken, de toenemende ongerustheid over de voedseltekorten en hoge prijzen in India, alsmede de nog steeds heersende hongersnood in Afrika verschaffen wel een melancholische achtergrond voor hun schatting. In Bangla Desh, waar de bevolkingsdichtheid met vijfenzeventig miljoen mensen driemaal zo groot is als in India, verklaarde een functionaris: „Als we de bevolkingsgroei hier niet snel onder controle hebben, kunnen we niets meer onder controle houden. Ons bestaan, ons voortbestaan als natie is ervan afhankelijk.”
In Zuid-Azië en delen van Latijns-Amerika schijnen zich ernstige sociale wantoestanden aan het ontwikkelen te zijn. Nieuwsberichten spreken over „het onverwacht oppotten van voorraden door boeren” en maken eveneens melding van een wijdvertakte zwarte markt. „Kooplieden zijn op ongekende schaal bezig met het vervalsen van voedingsmiddelen” om ze te vermeerderen, „soms met [giftige] vervalsingsmiddelen”. Een ander verslag maakt melding van „benden jongeren, gewapend met vuurwapens uit de oorlog van 1971, die de steden en het platteland van Bangla Desh afstropen voor het bedrijven van asociale daden, waar de gevoelige Bengalese bevolking volkomen vreemd tegenover staat”. Op soortgelijke wijze „zwerven thans kinderbenden, van zogenaamde ’abandonados’, als troepen aan hun lot overgelaten, wilde honden door de straten van bepaalde Latijns-Amerikaanse steden”.
Volgens sommige autoriteiten zal de mens eerst in Zuid-Azië ten volle met het bevolkingsprobleem worden geconfronteerd. Een van hen merkte op: „De kwaliteit van het leven is in dit gebied al aan het afnemen, terwijl het grondstramien van de samenleving uiteenrafelt. En geen mens is wijs genoeg geweest om een oplossing te kunnen bedenken.”
Dit hoeft stellig niet te worden toegeschreven aan gebrek aan inspanning. Al heel wat oplossingen zijn geprobeerd. Maar wat is ervan geworden?
[Grafiek op blz. 4]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
BEVOLKINGSGROEI SINDS 1600 G.T.
MILJARDEN
1975 4
1960 3
1930 2
1850 1
1600 0,5