Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g73 8/3 blz. 10-14
  • Een schokkend verslag van onmenselijke daden

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Een schokkend verslag van onmenselijke daden
  • Ontwaakt! 1973
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Niemand gespaard
  • Walgelijke seksuele mishandelingen
  • Opnieuw wrede vervolging
    Ontwaakt! 1973
  • Een verslag van beestachtige wreedheden — Wanneer zal er een eind aan komen?
    Ontwaakt! 1976
  • Wrede elementen maken grondwet van Malawi tot een aanfluiting
    Ontwaakt! 1976
  • Wat gebeurt er met christenen in Malawi?
    Ontwaakt! 1973
Meer weergeven
Ontwaakt! 1973
g73 8/3 blz. 10-14

Een schokkend verslag van onmenselijke daden

OPRECHTE mensen, zowel binnen als buiten Malawi, zijn geschokt door hetgeen er in dat land is begaan tegen een weerloze minderheid.

De gewelddaad begon half-1972 op kleine schaal, en nam in de herfst massale proporties aan. Toen werd er, na de jaarlijkse vergadering van de Malawi-Congrespartij, de enige politieke partij van het land, tot algemene gewelddaad aangespoord. De vergadering werd besloten met drie, in krachtige bewoordingen opgestelde resoluties, waarin Jehovah’s getuigen werden aangevallen. Vanaf juli hadden Jehovah’s getuigen reeds voornamelijk last gehad van leden van de militante Jeugdbond en de Jonge-Pioniersbeweging — onderdelen van de partij — maar nu, na de vergadering van de partij, begonnen de leden van deze jeugdorganisaties een ware oorlog tegen de Getuigen te ontketenen. Zij organiseerden zich in benden, variërend van zo’n tien tot wel honderd personen. Deze benden trokken van dorp tot dorp, gewapend met stokken, knotsen, panga’s en bijlen, speurend naar Jehovah’s getuigen met het doel hun en hun bezittingen schade toe te brengen.

Columnist G. Wright van de in San Francisco verschijnende Examiner (17 oktober 1972), merkte dan ook terecht op dat het „een zeer eenzijdige oorlog was, een oorlog waarin geweld stond tegenover geloof”. Toch bleek het geloof uiteindelijk sterker te zijn, daar Getuige na Getuige er blijk van gaf dat zijn of haar geloof niet door geweld gebroken kon worden.

Hier volgen slechts enkele van de vele honderden ooggetuigenverslagen over de gruweldaden die hebben plaatsgevonden:

● Typerend voor wat er in de dorpen gebeurde, is dit verslag van David Banda uit het dorp Kaluzi, in Lilongwe: „Het was op de 23e september dat de heer Gideon Banda, een lid van het parlement, een openbare bijeenkomst kwam toespreken. Ik kon het meeste horen van wat er door de luidsprekers werd gezegd, daar mijn huis slechts een paar meter van de vergaderplaats verwijderd was. De heer Banda begon met de bijeengekomen menigte te vertellen wat er op de jaarvergadering van de partij was besproken. Daarna besprak hij het vraagstuk van Jehovah’s getuigen. Ik hoorde hem zeggen dat op de jaarvergadering was besloten Jehovah’s getuigen zonder mededogen te behandelen omdat zij weigerden politieke partijkaarten te kopen.

Op de avond van de 25e september kwam broeder Swila mij zeggen dat hij samenscholingen van groepen jongeren had gezien. Wij gingen onmiddellijk op pad om de broeders te waarschuwen, maar voordat wij iets konden doen, begonnen de jongelui met hun aanval; zij vernielden de ruiten en deuren van onze huizen en begonnen daarna de broeders te slaan. Wij bevonden ons overal verspreid en het begon snel donker te worden zodat wij niet wisten wat er met de anderen was gebeurd. Ik hield mij verborgen en ging toen de volgende morgen vroeg naar de politie om de zaak aan te geven. In plaats van naar mijn klacht te luisteren, stuurde de politie mij weg. Gedurende de tijd dat ik mij op het politiebureau bevond, zag ik groepen broeders en zusters van andere gemeenten komen om soortgelijke voorvallen te rapporteren. De politie zei hun dat zij naar hun respectieve dorpen moesten terugkeren.”

De Getuigen weigerden echter zonder bescherming te vertrekken en gingen in plaats daarvan naar het marktplein. David Banda vertelt wat daar gebeurde:

„Toen de jongeren vernamen dat de Getuigen naar het marktplein waren gegaan, gingen ook zij daarheen en begonnen de broeders en zusters in het wilde weg te schoppen en met hun stokken en vuisten te slaan. De politie deed niets om aan de mishandelingen een eind te maken. Daarna was de hele stad Lilongwe het toneel van gewelddaad. De broeders slaagden er echter in te ontkomen, waarna wij ten slotte naar Zambia zijn gevlucht.

● Evans Noah uit het dorp Mwalumo verhaalt: „Op 18 september 1972 ging ik een van de broeders opzoeken. Wij zagen een auto naderen en ik herkende de chauffeur; het was de heer Gamphani, een lid van het Malawische parlement. Er bevonden zich twee jonge mannen in zijn gezelschap. Het leek wel of hij naar mij had uitgekeken, want zodra zij mij naderden, hoorde ik een van hen zeggen: ’Daar is hij.’ De auto stopte en de heer Gamphani beval mij in te stappen. Daarna reed hij naar het politiebureau. Nadat zij mij gevraagd hadden waarom ik geen politieke kaart had, liet hij mij door de politie opsluiten, die mij daar zeven dagen in hechtenis hield. Ik kreeg in al die zeven dagen geen kruimel voedsel te eten en geen druppel water te drinker.

Toen de agenten zagen dat ik lichamelijk verzwakte, begonnen zij de spot met mij te drijven door me te vragen of ik geen gras in voedsel kon veranderen. Ten slotte, toen zij zagen dat al hun pogingen om mij zover te krijgen dat ik een politieke kaart zou kopen, vruchteloos waren, lieten zij me vrij, en zeiden me dat ik maar moest proberen op eigen gelegenheid weer thuis te komen. Ondanks het feit dat ik door gebrek aan voedsel danig was verzwakt, liep ik meer dan vijfendertig kilometer en kwam veilig thuis.”

Niet lang daarna was Evans Noah echter genoodzaakt met nog tien andere Getuigen uit zijn dorp te vluchten en Malawi te verlaten.

● In de omgeving van Blantyre, de belangrijkste stad van Malawi, werden Richadi Nyasulu, Greyson Kapininga en andere getuigen van Jehovah naar het hoofdbureau van de Zuidelijke Afdeling van de Malawi-Congrespartij (M.C.P.) gebracht. Er werd hun gevraagd waarom zij geen politieke lidmaatschapskaarten hadden gekocht. Op het antwoord van de Getuigen, dat zij wegens hun op de bijbel gebaseerde geloof volkomen neutraal stonden ten aanzien van politiek, werden zij overgeleverd aan zestien Jonge Pioniers en leden van de Jeugdbond. Dezen losten elkaar om beurten af om de Getuigen te slaan. Toen zij nog steeds weigerden een politieke kaart te kopen, wreven de jongeren hun een mengsel van zout en cayennepeper in de ogen. Sommigen werden met een eind hout met spijkers erin op hun rug en achterwerk geslagen. Als iemand ook maar enig teken van pijn gaf, begonnen hun aanvallers nog harder te slaan en te zeggen: „Laat jullie God maar komen om jullie te redden.” Zij braken ook een fles en gebruikten de scherven om sommige manlijke Getuigen te ’scheren’. Op 22 september werd Jasteni Mukhuna uit de omgeving van Blantyre zo geslagen dat hij zijn arm brak.

● Op Kaap Maclear, aan de zuidpunt van het Malawi-meer, bedekte men een Getuige, Zelphat Mbaiko, met bundels gras, die men om hem heen bond. Het gras werd overgoten met benzine en daarna aangestoken. De Getuige stierf aan de brandwonden die hij opliep.

Niemand gespaard

De wreedheid van de aanvallers was zo groot dat niemand, ongeacht leeftijd of geslacht, werd gespaard. Niet alle Getuigen waren in staat uit Lilongwe weg te vluchten, zoals bijvoorbeeld mevrouw Magola. Zij was hoogzwanger en kon niet hard lopen. Leden van de M.C.P. grepen haar en sloegen en beukten haar voor de ogen van een grote groep burgers op het marktplein net zo lang tot zij dood was. Niemand kwam haar te hulp. Toen een politiebeambte werd gevraagd waarom hij niet tussenbeide kwam, was zijn antwoord dat ’de politie de macht was ontnomen’.

● In het gebied Ntonda, ten zuiden van Blantyre, werden Smith Bvalani, zijn moeder, die al op leeftijd was, en andere getuigen van Jehovah, zowel mannen als vrouwen, door leden van de Jeugdbond geslagen tot zij bewusteloos op de grond lagen. Een van de Jeugdbond-leden doorzocht hun zakken en ontdekte bij een van de Getuigen geld. Hij gebruikte het geld om voor elk van de Getuigen politieke kaarten te kopen, schreef hun namen op de kaarten en wierp deze op de grond, naast de bewusteloze Getuigen. De Jeugdbond zei nu dat de Getuigen waren gezwicht en ten aanzien van hun geloof hadden geschipperd. Toen de moeder van Smith Bvalani weer tot bewustzijn kwam en de kaart zag, zei ze hun dat ze die niet zou accepteren, zelfs al zou het haar dood betekenen. Daarna sloegen zij haar weer tot zij het bewustzijn verloor.

● De drieënzeventigjarige Israël Phiri uit het dorp Khwele, in Mchinji, verhaalt: „In de maand juli 1972 hoorden wij het gerucht dat de Malawi-Congrespartij van plan was een kaart-controlecampagne door het hele land te gaan houden. Beseffend dat dit voor Jehovah’s getuigen moeilijkheden zou betekenen, besloten wij ons dorp te verlaten en ons in de rimboe schuil te houden. Wij vormden te zamen een groepje van dertig Getuigen. Twee maanden verbleven wij in de rimboe. Plotseling, op 5 oktober, waren wij echter omgeven door een grote groep jongeren. Ik herkende niemand onder hen.

Toen ik probeerde weg te lopen, grepen enkelen mij beet en begonnen mij overal te schoppen en met stokken te slaan. Ik kon onmogelijk zien wat er met de anderen gebeurde. Ten slotte lieten zij me bewusteloos op de grond liggen. Na weer tot bewustzijn te zijn gekomen, probeerde ik de andere broeders te ontdekken, maar vond niemand. Ik besloot Malawi te verlaten en naar Zambia te gaan. Ondanks het feit dat mijn hele lichaam opgezet was en mijn ogen vol bloed zaten, slaagde ik er met Jehovah’s hulp in na vele kilometers lopen het Thamanda-ziekenhuis in Zambia te bereiken.”

● Ten zuidoosten van Blantyre, in het dorp Kavunje, werden alle Getuigen, mannen en vrouwen, hevig geslagen en gedwongen naakt over straat te lopen. Een van hun kinderen stierf als gevolg van de mishandeling. In het noordelijke deel van Malawi, te Nkhotakota, werden een zwangere vrouw, een getuige van Jehovah, de kleren van het lijf gescheurd, waarna zij vreselijk werd geslagen. De plaatselijke leider van de M.C.P. zei tegen kleine kinderen dat zij haar in de buik moesten stompen; zijn doel was een miskraam op te wekken.

Walgelijke seksuele mishandelingen

De seksuele mishandelingen die vrouwelijke getuigen hebben ondergaan, zijn te talrijk en ook te weerzinwekkend om hier in details te beschrijven. Typerend zijn de volgende voorvallen:

● Rahabu Noah, zeventien jaar oud, uit het dorp Mtontho, in Kasungu, verhaalt: „Op 26 september 1972 ontvingen wij het bericht dat de jongeren van dorp tot dorp trokken om Jehovah’s getuigen lichamelijk letsel toe te brengen en hun huizen en bezittingen te vernielen. De broeders stelden voor dat wij ons in de rimboe zouden schuilhouden en dan ’s nachts naar Zambia zouden vluchten. Wij waren met vijf zusters en drie broeders. Bij het weggaan uit het dorp ging alles nog goed, maar toen wij langs een smal paadje liepen, kwamen wij een groep van ongeveer twintig jongeren tegen. Zij begonnen onze kaarten te vragen. Niemand van ons kon een kaart laten zien, waarna zij ons met hun stokken en vuisten begonnen te bewerken. Vervolgens trokken zij ons de kleren van het lijf zodat wij helemaal naakt waren en gingen daarna door met slaan. Een groepje van ongeveer tien jongeren trok mij opzij en sleepte mij weg van de anderen. Terwijl een paar mijn armen en benen vasthielden, werd ik door anderen verkracht. Ik zag hoe acht van hen mij om de beurt misbruikten. Ik kon in de groep geen enkel bekend gezicht herkennen. Na ons nogmaals wreed te hebben geslagen, lieten zij ons gaan. Later vernam ik dat de andere vier zusters van onze groep ook verkracht waren.”

● Zuster Funasi Kachipandi uit het dorp Nyankhu, in Lilongwe, vertelt haar ervaring: „Op 1 oktober 1972, na te hebben vernomen over mishandelingen van Jehovah’s getuigen, besloot ik te vluchten en de grens over te steken naar Zambia. Ik vertrok onmiddellijk, zamen met mijn negentienjarige dochter, Dailes Kachipandi. Het duurde echter niet lang of wij werden door een groepje onbekende jongelui gegrepen. Zij verlangden onze partijkaarten te zien, maar die hadden wij niet. Zij namen ons mee terug en brachten ons naar hun kantoor in de buurt van de markt van Chileka. Vijf jongeren verkrachtten in mijn aanwezigheid om de beurt mijn dochter. Daarna greep een van hen mij beet en duwde mij op de grond. Ik smeekte hem mij niet te verkrachten daar ik al negen maanden zwanger was en me erg zwak voelde; hij kon echter geen enkel gevoel van menselijk mededogen opbrengen. Hij verkrachtte mij, in het bijzijn van mijn dochter. Daarna lieten zij ons gaan. Ik berichtte dit alles aan de politie. Zij noteerden de kwestie, maar deden verder niets. De volgende morgen schonk ik het leven aan een kind; nog diezelfde dag gingen wij op weg om het land te verlaten en bereikten, na onderweg van tijd tot tijd gerust te hebben, ten slotte Zambia.”

In vele andere gevallen waren de namen van de aanranders aan de slachtoffers bekend. Sommigen bekleedden een officiële positie in de Malawi-Congrespartij.

● In het dorp Kamphinga werd Matilina Chitsulo, uit het dorp Gwizi, verkracht door de afdelingsvoorzitter van de partij, Kachigongo. Op 2 oktober 1972 werd Velenika Hositeni een hele nacht in het dorp Mkombe door de plaatselijke partijvoorzitter en de partijsecretaris op het kantoor van de M.C.P. vastgehouden, en beiden verkrachtten haar. Zeven mannen verkrachtten op hetzelfde kantoor een andere Getuige, Nezelia. Na hun vlucht naar Zambia moesten beide vrouwen wegens de wijze waarop men hen lichamelijk had misbruikt, in het ziekenhuis te Misale worden opgenomen.

Wij herhalen: Deze voorvallen zijn geen uitzondering. Het zijn slechts enkele grepen uit de vele honderden gevallen die op schrift staan.

Er was bij deze, over het hele land plaatsvindende aanval op Jehovah’s getuigen echter nog een andere factor betrokken, een factor die de vervolging een ernstiger karakter gaf dan die waaronder de Getuigen in 1967 hadden geleden.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen