Ogen voor de blinden
ENKELE jaren geleden kreeg een man in Indiana een beroerte waardoor zijn spraak werd aangetast. Als gevolg hiervan moest hij weer helemaal opnieuw leren juist te spreken. Ten einde hierbij geholpen te worden, sloot hij zich aan bij een bandrecorderclub, in de hoop zijn spraak te kunnen verbeteren wanneer hij materiaal voor blinde mensen voorlas en dit gesproken woord op een bandrecorder opnam. Hij wilde in werkelijkheid ogen voor de een of andere blinde zijn.
De eerste toewijzing die hij ontving, was exemplaren van De Wachttoren en Ontwaakt! te lezen voor een vrouw in Canada, een van Jehovah’s getuigen die blind was en aan een hartkwaal leed. Hoewel het in de grond der zaak zijn verlangen was zijn spraak te verbeteren, besefte hij toen hij De Wachttoren en Ontwaakt! begon te lezen, dat hij heel iets anders las dan hij in de kerk had geleerd. De schriftuurlijke artikelen met hun vele aanhalingen uit de bijbel stimuleerden in hem een verlangen meer te weten.
Met het oog op zijn belangstelling stuurde de Getuige in Canada hem een exemplaar van De waarheid die tot eeuwig leven leidt met de suggestie om samen aan de hand van dit boekje een geregelde bijbelstudie te hebben. Hij aanvaardde het aanbod maar vroeg zich af hoe zij dit zou klaarspelen, aangezien zij blind was. Het bleek dat zij een exemplaar van het boek in brailleschrift had en zo werd er gedurende de volgende elf maanden per bandrecorder een bijbelstudie gehouden, die door stakingen van de posterijen wat werd vertraagd.
De Getuige in Canada moedigde de man aan contact op te nemen met Jehovah’s getuigen in zijn omgeving. Dit was echter een probleem, want hij kon niet zo gemakkelijk uit de voeten als hij wel wilde. Ten slotte kwam er een prediker van Jehovah’s getuigen, die aan de geregelde van-huis-tot-huisbediening deelnam, bij hem aan de deur. De Getuige werd op verrassende wijze door de man begroet met de woorden: „Komt u binnen. Ik wacht nu al een jaar op u. . . . Ik weet dat ik naar uw christelijke vergaderingen moet. Ik heb op u gewacht om me te komen halen.”
Nu verheugt hij zich in een geregelde studie van de bijbel met een van de plaatselijke Getuigen en wordt hij geholpen naar de christelijke vergaderingen in de Koninkrijkszaal te gaan. Hij is echter niet vergeten op welke wijze hij de waarheid van de bijbel heeft leren kennen. Hoewel hij lichamelijk niet in staat is met Jehovah’s getuigen aan de van-huis-tot-huisbediening deel te nemen, verricht hij toch predikingswerk door middel van bandopnamen die naar blinde en gebrekkige leden van de bandrecorderclub worden gezonden. Het is zijn hoop dat net zoals zijn geestelijke blindheid werd genezen door middel van bandopnamen, hij in staat zal zijn de geestelijke ogen van anderen te openen met de verlichtende waarheden van de bijbel.