Als vuurtorens eens konden praten
U HEBT ons ongetwijfeld langs rotsachtige kusten waar maar ook ter wereld op wacht zien staan. Misschien in Canada, in de Verenigde Staten, aan de winderige Kaap de Goede Hoop, op de verspreid liggende eilanden van de zeven zeeën of misschien in de buurt van de uitnodigende, zonovergoten stranden van Portugal, waar ik mij toevallig bevindt. Op een zonnige dag kunt u mij op de westelijkste punt van het Europese vasteland vierenvijftig meter hoog de lucht in zien torenen. Ik ben een vuurtoren.
Mijn flitsende licht is voor degenen die zich op de donkere, woelige zee bevinden, een welkom gezicht. Zelfs het klaaglijke geluid van mijn misthoorn is vertroostend wanneer ik seinen geef die bestemd zijn voor de oren van wie niet kunnen zien. Hebt u zich evenwel ooit afgevraagd hoe wij, vuurtorens, zijn ontstaan, en wanneer? Hoe denkt u dat wij onze huidige belangrijke status langs de vaarwegen van de wereld hebben verkregen?
Iets uit de geschiedenis van vuurtorens
Een van mijn voorouders behoorde tot de zeven wonderen van de wereld uit de oudheid. Ptolemaios II bouwde een 122 meter hoge toren op het eilandje Pharos, even buiten Alexandrië in Egypte. Boven op de toren werd een houtvuur brandende gehouden ten einde degenen die de Middellandse Zee bevoeren veilige leiding te verschaffen. De Pharos van Alexandrië, die vuurtoren uit de oudheid, had de naam van het eiland overgenomen en kenmerkte de geboorte van de farologie, de wetenschap van het ontwerpen en construeren van vuurtorens. Deze oude geschiedenis wordt ook weerspiegeld in het Portugese woord voor vuurtoren, namelijk farois.
Toen men gedurende de zestiende eeuw handelsroutes begon te openen, werden wij echter pas werkelijk populair. Een van mijn oudste nog bestaande medevuurtorens staat in La Coruna, aan de noordwestkust van Spanje. Hij werd omstreeks 1634 G.T. herbouwd en bevat gedeelten van de toren die gedurende de regering van de Romeinse keizer Traianus (98-117 G.T.) werd gebouwd. Dat was er slechts één van een behoorlijk aantal dat de Romeinen langs Europa’s kusten bouwden. Na de verovering van Engeland bouwden zij bijvoorbeeld vuurtorens op punten die nu bekendstaan als Dover en Boulogne. Mijn eerste Amerikaanse familielid werd in het jaar 1716 op Little Brewster Island, in de buurt van Boston, Massachusetts, gebouwd.
Intussen zijn er in de farologie enorme vorderingen gemaakt. De verschillende stadiums die wij achter ons hebben liggen, kunnen worden vastgesteld aan de hand van de materialen die voor de verlichting werden gebruikt. Te beginnen met een door houtvuur verlichte vuurbaak, hebben wij sindsdien gebruik gemaakt van kolen, kaarsen, olielampen, petroleum en elektriciteit. Op het ogenblik worden radiobakens en atoomkracht gebruikt.
De plaats van vuurtorens
De mensen vragen zich vaak af waardoor nu eigenlijk de plaats van een vuurtoren wordt bepaald. Sommige bevinden zich betrekkelijk dicht bij het zeeniveau, terwijl andere hoog boven hun omgeving uitsteken als raketten die elk moment de interplanetaire ruimte in geschoten kunnen worden. Er moet met verschillende factoren rekening gehouden worden, en niet in het minst met het onmiddellijke gevaar waarvoor gewaakt moet worden, zoals verraderlijke zandbanken of een grillige kustlijn. Ook met de algemene ligging van het omringende land moet rekening gehouden worden. Van groot belang is eveneens de afstand die door ons licht afgelegd moet worden.
Op de rivier de Taag zijn vuurtorens bijvoorbeeld niet erg hoog omdat het licht niet op grote afstand gezien behoeft te worden. Als gevolg van mijn hoogte kan mijn licht op een heldere nacht daarentegen op een afstand van dertig tot vierendertig mijl in zee gezien worden. Het is waar dat mijn toren niet veel meer dan zes en een halve meter hoog is, maar hij staat op een massieve rots die ruim zevenenveertig meter boven de blauwgroene, in elkaar overgaande tinten van het water daaronder uitsteekt.
De geografische reikwijdte van een verkenningslicht is van twee dingen afhankelijk: de hoogte ervan en de hoogte van de waarnemer boven de waterspiegel. Laten wij bijvoorbeeld aannemen dat iemand zich op een heldere dag op het dek van een schip bevindt dat vier en een halve meter boven de waterspiegel uitsteekt. Op die hoogte is de horizon 8,2 kilometer van de waarnemer verwijderd. De reikwijdte van een licht dat zich zesendertig en een halve meter boven het zeeniveau bevindt, is 23,2 kilometer. Door deze twee getallen op te tellen, verkrijgen wij dus de geografische reikwijdte van het licht, namelijk 31,4 kilometer, ofte wel zeventien zeemijl.
Om gezien en gehoord te worden
Aangezien er levens van ons licht afhangen, wordt er alles aan gedaan om het schijnende te houden. Bijna alles wat ervoor nodig is om mijn licht te laten branden, wordt tweevoudig, en in sommige gevallen drievoudig verschaft. Ik heb zes generatoren, met twee van dertig paardekracht. Behalve dat ik van batterijen gebruik maak, heb ik nog een systeem dat op petroleum is gebaseerd.
Mijn licht wordt voortgebracht door een lamp van 3000 watt die in het brandpunt is geplaatst van een dioptrische, enigszins tonvormige prismalens van anderhalve meter middellijn. Dit betekent dat het de soort van prismalens is die het zicht verbetert door licht te breken en in bundels te concentreren. Deze lens is één meter tachtig hoog. Een gedeelte van de lens wordt door een scherm aan het gezicht onttrokken, zodat het licht elke keer als de lens ronddraait, verscheidene seconden wordt verduisterd. Op deze wijze produceer ik vier opeenvolgende flitsen van wit licht, welke elk drie seconden duren, gevolgd door zes en een halve seconde duisternis.
Er bevinden zich langs de kust van Portugal ongeveer twintig belangrijke verkenningslichten, elk met zijn eigen lichtkarakter. Ervaren zeelui kennen onze verschillende lichtfrequenties uit hun hoofd en kunnen bij het zien van onze lichtflitsen onmiddellijk aan het karakter ervan vaststellen waar zij zich bevinden. Voor degenen met minder ervaring of een zwakker geheugen is onze code in de scheepsboeken en — kaarten opgenomen.
Licht is niet onze enige gift voor zeevarenden. Wanneer mist of andere weersomstandigheden onze krachtige lichten verduisteren, hebben wij nog altijd geluid te bieden. Landrotten mogen het monotone geluid van onze misthoorns dan niet waarderen, maar het is zoete muziek voor degenen die op een inktzwarte zee door een angstwekkende mist worden omgeven. In dat geval treedt een ander facet van mijn persoonlijkheid aan het licht. Ik geef drie stoten van elk vier seconden en houdt mij dan zeventien seconden stil. Deze stoten zullen de stilte van een mistige nacht tot een afstand van zeventien mijl doordringen.
Aangezien ik een moderne vuurtoren ben en op een hoog strategisch punt ben gebouwd, staat mij nog een andere manier ter beschikking om ’licht’ te geven aan degenen die in gevaar verkeren. Ik gebruik radiobakens. Wij vuurtorens hebben alle onze eigen radio- of morsecode om te kennen te geven wie en waar wij zijn. Mijn radiosignalen kunnen door met een richtingzoeker uitgeruste vaartuigen tot op een afstand van vierenvijftig mijl worden waargenomen. Door vergelijking met andere signalen kunnen zeevarenden binnen een afstand van ongeveer een halve mijl precies vaststellen waar zij zich bevinden. Ik zend mijn code elke twintig seconden uit. Wanneer slecht weer dit nodig maakt, geef ik mijn zeer gewaardeerde signalen om de vijf seconden.
Ons toegewijde personeel
In de meeste gevallen kunnen wij, vuurtorens, het niet zonder menselijke bediening stellen. Wij zijn de mannen die voor ons zorgen en die ons altijd in gereedheid houden om ons levenreddende werk te doen, zelfs heel dankbaar. Zij hebben schitterende gelegenheden om de schoonheid van het werk van Gods handen te zien in een karmozijnrode zonsondergang bij een kalme, onbewogen zee of in de kracht van de golven als ze meedogenloos tegen de rotsachtige kust beuken. Men heeft wel eens gezegd dat men ervoor in de wieg gelegd moet zijn om zich aan de eenzaamheid en routine van het leven van een vuurtorenwachter te kunnen aanpassen of dat men ’zeemansbloed’ in zijn aderen moet hebben stromen. Is dat waar? Neen, en wel omdat vuurtorenwachters onder zeer verschillende omstandigheden leven.
Heel veel hangt van de plaats van de vuurtoren af. Hier, op Cabo da Roca, is men slechts één uur rijden van Lissabon verwijderd. De negen mannen die voor mij zorgen, zijn dus beslist niet geïsoleerd. Er zijn echter veel vuurtorenwachters die slechts één maal per maand of nog minder met de buitenwereld in contact komen, vaak wanneer het voorraadschip zijn vaste bezoek brengt. Het werk van oudere, geïsoleerde vuurtorens wordt nu door een volledig automatische uitrusting met afstandsbediening vanaf het vasteland verricht.
En het leven van een vuurtorenwachter is beslist niet saai. Overdag worden er op gezette tijden waarnemingen gedaan die tot het geven van meteorologische inlichtingen bijdragen. Inlichtingen betreffende de toestand van de zee, de windkracht en -richting, de barometerstand en bewolking worden geregeld bijeengebracht ten einde weervoorspellingen mogelijk te maken. Ook de luchtvaart trekt voordeel van onze dienst, want ik werp een lichtbundel naar boven als aanwijzing voor vliegtuigpiloten dat zij nu het Europese continent naderen.
Alvorens te besluiten, wil ik u eraan herinneren dat ik ook een toeristische attractie ben. Als u dus een volgende keer iets anders, iets leerzaams wilt doen, waarom zou u mij dan niet eens een bezoek brengen? Misschien kunt u niet naar Portugal komen, maar als u in de buurt van de kust woont, zal zich daar in de omgeving een van mijn familieleden bevinden. Ik ben er zeker van dat u en uw gezinsleden het interessant zullen vinden uit de eerste hand meer over onze familie van vuurtorens te vernemen, en u zult beslist van de wilde, natuurlijke schoonheid genieten waardoor vuurtorens gewoonlijk zijn omringd. U zult bemerken dat de mannen die ons verzorgen, opgewekt en vriendelijk zijn en dat zij u graag iets meer zullen willen vertellen over de waardevolle diensten die wij verrichten, dingen die wij u heel graag zelf zouden willen vertellen — als vuurtorens maar eens konden praten!