Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g71 22/1 blz. 19-22
  • Wat is er gaande op de zondagsschool?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Wat is er gaande op de zondagsschool?
  • Ontwaakt! 1971
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Problemen
  • Wie dient te onderwijzen?
  • Wat te onderwijzen?
  • Stellen problemen — bieden geen oplossing
  • Mislukking
  • Wat leert men op de zondagsschool?
    Ontwaakt! 1971
  • Zijn de dagen van onze scholen geteld?
    Ontwaakt! 1975
  • Leer de waarheid die tot eeuwig leven leidt
    Ontwaakt! 1971
  • Waarmee uw kinderen op school geconfronteerd worden
    Ontwaakt! 1974
Meer weergeven
Ontwaakt! 1971
g71 22/1 blz. 19-22

Wat is er gaande op de zondagsschool?

IN VEEL kerkorganisaties over heel de wereld bezoeken miljoenen mensen wat men de zondagsschool noemt.

Naar verluidt bezoeken alleen al in de Verenigde Staten ongeveer 20.000.000 jongens en meisjes in de leeftijd van drie tot twaalf jaar de zondagsscholen van 223 protestantse denominaties. Er zijn daar ook zondagsschoolklassen voor alle volwassen leeftijdsgroepen. In Nederland wordt de zondagsschool door 400.000 kinderen tot de leeftijd van 12 jaar bezocht. Aan de jeugd van 12 jaar en ouder, alsook aan volwassenen, wordt godsdienstonderwijs gegeven door middel van catechisatie.

De mogelijkheid van een zondagsschool of catechisatie om goed te doen is groot, aangezien zovelen er volgens zeggen naar toe gaan. Als zo’n grote groep mensen, jong en oud, op juiste wijze in deugdelijke bijbelse beginselen onderwezen zou kunnen worden, ondersteund door een gezond gezinsleven, zou de moraal van elke natie op een hoger peil gebracht kunnen worden. Maar werpt het godsdienstonderwijs zulke goede vruchten af?

Problemen

Zowel geestelijken als ouders zijn het erover eens dat de zondagsschool met veel problemen te kampen heeft. Boven aan de lijst staat teleurstelling over de resultaten.

Teleurstelling over de resultaten, over het eindprodukt, is ten dele terug te voeren tot de beweegredenen waardoor ouders ertoe worden gebracht hun kinderen naar de zondagsschool te sturen. Veel ouders zijn de mening toegedaan dat de zondagsschool een gemakkelijke en populaire manier is om kinderen religieus onderricht te geven, waarbij zij zich aan de verantwoordelijkheid kunnen onttrekken.

Volgens sommigen wordt deze beweegreden in belangrijkheid zelfs nog overtroffen door het verlangen van de ouders naar een maatschappelijke positie. Het tijdschrift Redbook meldde: „Vooral in de voorsteden hebben ouders de neiging zich bij een kerk aan te sluiten en hun kinderen naar de zondagsschool te sturen om zich naar de zeden van de gemeenschap te voegen. Deze ouders hebben weinig belangstelling voor wat er wordt onderwezen — en waarom en door wie — of om er zelf aan deel te nemen.”

Met zo’n beperkte belangstelling voor de geestelijke toestand van de jongeren is het eindprodukt niet moeilijk te voorspellen. De bevindingen zijn dat de morele atmosfeer onder miljoenen jongeren die bij een zondagsschool ingeschreven staan, geen haar beter is dan die onder een zelfde aantal jongeren uit de omgeving die nog nooit een zondagsschool van binnen hebben gezien.

De voornaamste reden die voor zo’n teleurstellend resultaat aangewezen kan worden, is het feit dat de ouders niet bereid zijn samen met hun kinderen aan religieus onderricht deel te nemen of hen met een christelijke atmosfeer thuis te ondersteunen. Vroeg of laat concluderen de jongeren dus dat aangezien de ouders geen werkelijke belangstelling voor religieus onderricht hebben, zij dit evenmin hoeven te hebben.

Wie dient te onderwijzen?

Een van de problemen die tot zulke teleurstellende resultaten heeft geleid, is de bekwaamheid van hen die op zondagsscholen lesgeven. D. Reeder van de nationale zondagsschoolvereniging in Amerika zei: „De opleiding van leiders en onderwijzers is de grootste onopgeloste taak van de zondagsscholen.”

Een door de Nationale Raad van Kerken ingesteld onderzoek van vijf denominaties onthulde dat de „grootste zwakheid” van de zondagsschool gelegen is in het feit dat de onderwijzers geen kennis van hun eigen geloof hebben en zich er niet op toeleggen het goed genoeg te leren om het aan anderen te kunnen onderwijzen.

Hoewel er dus moderniseringsprogramma’s zijn ingesteld, met nieuwe leerboeken waarin programma’s worden uiteengezet, en er visuele hulpmiddelen worden verschaft, staat de structuur van de zondagsschool toch nog op een fundament van drijfzand. Ze is niet sterker dan de kennis van de onderwijzers. En aangezien de meeste kerken niet in staat zijn beroeps-zondagsschoolonderwijzers in dienst te nemen, moeten ze zich op vrijwilligers verlaten, dikwijls ouders die het reeds druk hebben.

Men hoopt dat zulke ouders de kennis en vastberadenheid zullen hebben om goed religieus onderricht mee te delen omdat zij uit gezinnen afkomstig zijn die hechte religieuze groepen vormen. Men veronderstelt dat zulke ouders geregeld religieus onderricht nastreven en thuis een goed voorbeeld geven.

De onderstelling dat hecht verenigde religieuze gezinnen met een goede kennis bekwame vrijwillige onderwijzers kunnen verschaffen, strookt niet met de werkelijkheid. In feite is achteruitgang in het religieuze gezinsleven een fundamentele zwakheid waarop het gehele zondagsschoolprogramma wankelt. Eén vrijwillige zondagsschoolonderwijzer klaagde: „Veel jongeren komen uit gezinnen, zogenaamd religieuze gezinnen, waar zelden of nooit over God of liefde of geloof wordt gesproken.” Onderwijzers worden geworven uit zulke gezinnen waar de ouders dikwijls niet voldoende kennis bezitten om hun eigen kinderen op juiste wijze te onderrichten, laat staan anderen.

De protestanten zijn niet de enigen die voor dit dilemma staan. Een onderzoek onthulde dat ook katholieke en joodse ouders niet geneigd zijn „religieuze opleiding als een deel van hun taak thuis te beschouwen”. Zo bracht een gezamenlijk onderzoek dat door de Carnegie-corporatie en het federale ministerie van onderwijs werd ingesteld aan het licht dat het religieuze onderricht dat op de katholieke school wordt gegeven aan de grote meerderheid der leerlingen „vrijwel verspild” is.

Wat te onderwijzen?

Nog een kritiek probleem waar de zondagsscholen thans mee te kampen hebben, heeft te maken met datgene wat de jongeren geleerd dient te worden. Sommige volwassenen vragen: „Wat wordt er geleerd? De bijbel? Sektarische dogma’s? Christelijke moraal? Sociale en politieke ethiek? Of wat?”

Sommige ouders en sommige opvoeders, zoals professor M. Barth van de universiteit van Chicago, hebben verdedigd dat de bijbel als leerboek „nu niet bepaald het beste instrument voor de zondagsschool is, maar het enige betrouwbare”.

Samenstellers van veel cursussen voor de zondagsschool hebben echter ernstige problemen gehad met het onderwijzen van de bijbel. Zij hebben ontdekt dat de leringen van de bijbel vaak de dogma’s van de kerk ondermijnen. Nog een probleem is dat veel, ja, in feite zelfs de meeste onderwijzers niet werkelijk weten hoe zij de bijbel moeten gebruiken. Zij zijn niet bekend met de leringen van de bijbel, zelfs niet met de bijbelse leringen zoals die door hun kerk worden verklaard. Daarom schenken velen de bijbel slechts lippendienst wanneer zij zondagsschoolonderwijs geven.

Dit weerspiegelt het feit dat religieuze leiders de voeling met Gods Woord, de bijbel, zijn kwijtgeraakt. Het is als een gesloten boek voor hen. Hun aarzeling de bijbel te gebruiken, hun onvermogen om de waarheden ervan werkelijk aan anderen te onderwijzen en het feit dat zij in gebreke zijn gebleven de wetten, beginselen en profetieën ervan op het huidige leven van toepassing te brengen, hebben tot grote verwarring geleid.

Dit deed een bijbelstudent aan het scherpe sarcasme van de profeet Jesaja denken, die zei: „En voor ulieden wordt het visioen van alles gelijk de woorden van het boek dat is verzegeld, dat men geeft aan iemand die het schrift kent, zeggende: ’Lees dit alstublieft voor’, en hij moet zeggen: ’Dat kan ik niet, want het is verzegeld.’” — Jes. 29:11.

Wat het onderwijzen van kerkelijke dogma’s betreft, ook dit is afgelopen. Velen zijn van mening dat het onderwijzen van dogma’s „bekrompen” en „separatistisch” is, terwijl de oecumenische beweging erop aandringt religieuze geschillen overboord te gooien. Opmerkend dat zulk onderricht ouderwets zou zijn, verklaarde G. H. Slusser, hoogleraar in de theologie aan het theologische seminarie Eden in Missouri: „In de gemiddelde familie is tante Millie misschien een Christian Scientist geworden, broer Wim is naar de universiteit geweest en een agnosticus geworden, en vader zegt het wel niet, maar hij heeft de Amerikaanse vrije-ondernemingsreligie van ’wordt vlug rijk’ aangenomen.”

Daarom gaan zij die belast zijn met het opstellen van „moderne” leerprogramma’s voor de zondagsschool een compromis aan door te trachten iedereen te behagen en niemand te krenken. Een vader klaagde echter: „Mijn zoon van zeven is geleerd dat God overal is. Volgens mij krijgt mijn zoon een enorm verward idee omtrent de dingen.”

Stellen problemen — bieden geen oplossing

Eén populaire methode die op „moderne” zondagsscholen in Amerika wordt gevolgd is, de leerlingen „problemen uit het werkelijke leven” voor te leggen maar geen oplossing te bieden.

Een door de Lutherse Kerk van Amerika gebruikt leerboek getiteld „Is het christelijk?” werpt problemen op als: Een zestienjarige tracht zijn begrip van wat goed en kwaad is overeen te brengen met zijn verlangen ’met zijn vrienden uit te gaan’. In plaats dat hij ervoor zorgt vóór twaalf uur ’s nachts thuis te zijn van een schoolfuif, zoals zijn ouders hem hebben gezegd, „vraagt hij zich af of het een goede oplossing zou zijn om tot na 1 uur v.m. te wachten en dan naar huis te bellen met de verontschuldiging dat hij wat later thuiskomt”.

Iedereen in de klas moet het antwoord uitwerken en vertellen wat hij zou doen. Het leerboek geeft geen leiding want volgens Dr. W. Kent Gilbert, voorzitter van de kerkelijke onderwijsraad van de Lutherse Kerk in Amerika, „reageert een religieus persoon op een situatie op de wijze die volgens hem de wil van God het meest benadert. Maar er zijn geen honderd-percent-goed- of honderd-percent-fout-antwoorden”.

Hoe de leerlingen hebben geleerd wat Gods wil in de eerste plaats is, wordt niet verklaard. Niettemin wordt er zonder leiding verwacht dat zij zulke vragen beantwoorden op grond van hun kennis van Gods wil. Wat zou er volgens u gebeuren als deze jongeren naar een monteursklas werden overgebracht waar de leraar nog nooit heeft uitgelegd hoe een motor in elkaar gezet moet worden, maar hun vervolgens een uit elkaar gehaalde motor geeft en zegt: „Ziezo, leerlingen, zet de motor nu maar weer in elkaar en vertel me dan waarom jullie het zo hebben gedaan”?

Mislukking

Velen reeds die zondagsscholen leiden, beschouwen ze als geestelijk bankroet. In juli 1967 kwamen in Amerika katholieke en protestantse onderwijzers en pastores op een conferentie bijeen om met het probleem te worstelen wat zij in verband met het religieuze onderricht moesten doen. Zij kwamen tot de slotsom dat de zondagsschool in haar huidige vorm niet meer te redden is!

Volgens The Christian Century „scheen [de conferentie] het erover eens te zijn dat de sektarische aanpak van het christelijke onderwijs dood is”. Er werd een voorstel gedaan om de traditionele zondagsschool door gemeenschapsscholen te vervangen of op zijn minst ermee aan te vullen. Deze gemeenschapsscholen zouden door leden van de gemeenschap van personeel worden voorzien en werkzaam zijn op vrijwillige basis en zouden een aanvulling vormen op het openbare schoolsysteem.

Dit alles komt erop neer dat de kerken toegeven zelf geen bron van geestelijke kennis, opleiding en kracht te zijn. Ze zouden de taak van het geven van religieus onderricht aan de gemeenschap willen overlaten, dat wil zeggen aan dezelfde mensen die reeds bekennen dat zij niet bereid en niet in staat zijn zondagsschoolonderwijs te geven.

Misschien bent u van mening dat de situatie niet zó slecht is. Niettemin zou het als u of uw kinderen godsdienstonderwijs op zondagsschool of catechisatie hebben gehad goed zijn u af te vragen wat u hebt geleerd. Laten wij wat dit betreft de zaak dus eens nader onderzoeken.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen