Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g70 22/6 blz. 22-24
  • Het leven van Canada’s poolvolk

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Het leven van Canada’s poolvolk
  • Ontwaakt! 1970
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Sneeuwhutten
  • In het levensonderhoud voorzien
  • Moderne veranderingen
  • Het wonder van sneeuw
    Ontwaakt! 1987
  • Hoe komt het dat rassen verschillen?
    Ontwaakt! 1973
  • Pelsjagen — in heden en verleden
    Ontwaakt! 1973
  • De grote ijsbeer van het Noordpoolgebied
    Ontwaakt! 1984
Meer weergeven
Ontwaakt! 1970
g70 22/6 blz. 22-24

Het leven van Canada’s poolvolk

Door Ontwaakt!-correspondent in Canada

DE KOUDE poolstreken van Canada worden nog altijd hoofdzakelijk door de Eskimo’s bewoond. Men neemt algemeen aan dat hun voorouders eens in het verre verleden de smalle Beringstraat zijn overgestoken en zich als de enige inheemse bewoners langs heel het noordelijke gedeelte van Noord-Amerika en zelfs helemaal oostwaarts tot in Groenland hebben gevestigd.

De Eskimo’s noemen zichzelf „Inoeïet”, welk woord eenvoudig „de mensen” of „het volk” betekent. Zij zijn thans ongeveer 50.000 of meer in aantal, en velen van hen wonen in Noord-Canada. Het zijn vriendelijke en gastvrije mensen die bekend staan om hun goede humeur. Zij spreken allen dezelfde taal, hoewel deze van streek tot streek enigszins verschilt.

De Inoeïet zijn over het algemeen kleiner dan hun blanke buren in het zuiden, en hun huid is iets donkerder. Zij zijn echter lichter dan de Amerikaanse Indianen, aan wie zij verwant zijn. Beiden behoren tot het mongoloïde type. Eskimo’s hebben sluik zwart haar, schuinstaande ogen, hoge jukbeenderen en brede gezichten. Hun voorkomen is erg oosters.

Eskimo’s zijn lichamelijk geschikt voor hun koude klimaat. Daar zij klein en gedrongen zijn, houden zij bijvoorbeeld beter warmte vast dan iemand die lang en mager is. Zij hebben ook een dikke vleeslaag op hun gezicht.

Tot ongeveer zeventig jaar geleden heeft men zich weinig met de Eskimo’s bemoeid. Wel hebben in de negentiende eeuw walvisvaarders zomerkampen bij hen opgeslagen en hadden zelfs daarvóór ontdekkingsreizigers en pelshandelaars voeling met hen, doch pas sedert deze eeuw onderhouden de Eskimo’s nauw contact met de buitenwereld. Om deze reden heeft hun levenswijze, in het bijzonder sedert het einde van de Tweede Wereldoorlog, een tamelijk grote verandering ondergaan. Velen leven heel anders dan hun ouders en grootouders nog betrekkelijk kort geleden.

Sneeuwhutten

Tegenwoordig ziet men zelden meer een sneeuwhut. De Eskimo’s bouwen ze echter nog wel, vooral de kleine iglo voor één nacht die een Eskimo bouwt als hij zijn vallen nagaat. Binnen een uur kan hij een onderdak hebben dat hem bescherming biedt tegen de snijdende poolwind. Een meer permanente behuizing kost wat meer tijd om te bouwen doch kan tegen de avond gereed zijn.

Het enige gereedschap dat hij voor de bouw nodig heeft, is een mes met een lang lemmet om blokken bevroren sneeuw uit te snijden. Als de hut gereed is, gelijkt ze op een halve bol. De hut heeft gewoonlijk een doorsnee van twee en een half tot drie meter, hetgeen afhangt van de grootte van het gezin. De hoogte vanaf de grond tot aan de top is gemiddeld tussen de één meter tachtig en twee meter tien. Sommige iglo’s gaat men via een tunnel binnen die gedeeltelijk om de buitenkant heenloopt zodat de werkelijke ingang van de hut volkomen tegen de wind beschermd is.

Het gezin slaapt op een lage verhoging van sneeuw waarop een bed van wilgetakken wordt gespreid dat dan met kariboehuiden wordt bedekt. Soms strekken de huiden zich tot halverwege de hoogte van de wanden uit en worden de randen tussen twee lagen sneeuwblokken vastgemaakt. Het verwarmingssysteem is eenvoudig — een „kudlik”, een uit steen gehouwen voorwerp dat eruitziet als een ondiepe kom. Hierin wordt het vet van een zeehond of walvis gebrand. Het geeft niet veel warmte, maar men mist het beslist als de vetvoorraad uitgeput is. In het verleden bouwde een energieke Inoek in de loop van de winter wel verscheidene iglo’s, vooral als de jacht hem noodzaakte vaak te verhuizen.

In het levensonderhoud voorzien

Jagen en vallen zetten zijn lange tijd de middelen van bestaan van de Eskimo geweest. Als de jacht in een bepaalde streek weinig opleverde, ging hij met zijn hele gezin naar een gebied dat rijker was aan landdieren en vis. De zoons gingen met hun vader mee op jacht en zo werd hun in de praktijk geleerd hoe zij het gezin van voedsel moesten voorzien. Het voornaamste voedsel bestond uit walvis, walrus, zeehond, kariboe en de beroemde poolbeer, aangevuld met kleiner wild zoals vogels en vis. Het vlees werd over het algemeen gedroogd, bevroren of rauw gegeten.

Het is altijd de taak van Eskimovrouwen geweest voor de huishoudelijke karweitjes te zorgen en de huiden schoon te maken en te prepareren om er kledingstukken van te maken. De kunst om de huiden zacht te maken zodat er gemakkelijk parka’s, wanten en mukluks (laarzen van zeehondenvel) van genaaid kunnen worden, is geslachtenlang van moeder op dochter overgegaan.

In de korte periode waarin het water ijsvrij is, maken de Eskimo’s kajaks van robbevellen om mee te vissen en te reizen. Een kajak is licht genoeg om in één hand gedragen te worden daar hij gemaakt is van sterke waterdichte huiden die over een licht houten raamwerk zijn gespannen dat aan weerskanten in een punt uitloopt. Met een dubbele peddel kan men dit bootje met verbazingwekkende snelheid over het water laten gaan. Een grotere door Eskimo’s gemaakte boot is de oemiak. Deze kan meer dan één persoon bevatten en bestaat eveneens uit een houten raamwerk waarover huiden zijn gespannen.

Een Eskimo is vaak zeer afhankelijk van zijn eskimohonden, een ras met pelsachtig bovenhaar en nog een vacht van fijn haar vlak op de huid waardoor ze nooit „tot op hun vel” nat worden. Deze honden worden gebruikt om drie soorten sleden te trekken. De komatik is de grootste en heeft soms een lengte van bijna zeven meter. Deze slede wordt gewoonlijk door een span van negen honden getrokken, die soms waaiervormig of twee aan twee achter elkaar zijn gespannen, met één hond als de leider vooraan. Men gebruikt ook tobogans met canvas zijkanten en van achteren twee houten posten om te sturen. Deze worden door drie tot vijf honden getrokken. Weer een ander soort van vervoermiddel is de ’mandslede’. Deze staat door middel van lopers een eindje van de grond. Ze is voorzien van zijstangen om de lading tegen te houden en de bestuurder houvast te geven.

Moderne veranderingen

Hoewel men nog steeds hondesleden gebruikt, worden ze steeds meer vervangen door de gemotoriseerde tobogans. Deze zijn zeer in trek bij de Eskimo’s. Velen hebben het zelfs tot hun persoonlijk streven gemaakt er een te bezitten. Dit is echter niet de enige grote verandering in het moderne Eskimoleven.

In plaats van het nomadische leven van hun voorouders, vestigen de Inoeïet zich in nederzettingen naast blanke arbeiders en verrichten bezigheden als mijnbouw, olie-boren, ’bush’-vliegen, enzovoort. Zo wonen velen thans, in plaats van in iglo’s, in goedkope, door de Canadese regering verschafte, geprefabriceerde woningen. Vele van deze woningen hebben elektriciteit, modern sanitair en heteluchtverwarming.

Niettemin verlaten de meeste Eskimo’s zich nog altijd op de jacht als middel van bestaan. Aangezien de bontprijzen echter zeer onstabiel zijn, worden deze Eskimo’s door de Canadese regering aangemoedigd hun inkomen aan te vullen met het maken van speksteensnijwerk, robbeveltekeningen en de Eskimo „Oekpik”, een grappig uitziend poppetje. Vele Inoeïet blijken een waar talent voor deze vormen van kunst te bezitten.

Nog niet lang geleden was de opvoeding van Eskimokinderen hoofdzakelijk beperkt tot hetgeen zij van hun ouders ontvingen om zich te kunnen voorbereiden op de verplichtingen van een volwassene. Nog maar vijfentwintig jaar geleden waren er heel weinig officiële scholen in de Canadese poolstreek. Nu zijn er voldoende om elke jongen en elk meisje van de schoolgaande leeftijd een normale schoolopleiding te geven.

Het voedsel van de Eskimo’s bestaat nog altijd hoofdzakelijk uit vlees en vis, doch het omvat thans een grote verscheidenheid van ander voedsel. Tot voor kort moest voedsel een jaar van tevoren uit het zuiden besteld worden, en in de korte periode waarin het water ijsvrij was, leverde het jaarlijkse aanvoerschip ingeblikte en gedroogde levensmiddelen. Ook al wordt het grootste deel van de voorraden nog altijd per schip geleverd, toch is er nagenoeg het hele jaar door verbinding met de wereld van het zuiden door middel van luchtdiensten. Deze leveren soms twee of drie maal per week post en vers voedsel af en maken het voor de mensen van het noorden ook mogelijk van andere moderne gerieven te profiteren.

Door het invoeren van dergelijk voedsel en betere gezondheidsvoorzieningen is de Inoeïetbevolking in de laatste paar jaar tamelijk snel toegenomen. Jaren geleden was het sterftecijfer onder Eskimobaby’s heel hoog, niet alleen door ziekte, maar ook ten gevolge van kindermoord.

Kindermoord was normaal omdat een moeder in dit land, waar geen plantaardig voedsel en geen wegen zijn, haar kind moest voeden en het op haar rug overal heen moest meedragen totdat het zo’n jaar of drie was. Om in deze periode voor nog een kind te zorgen, zou haar krachten te boven gaan. Daarom aarzelden Eskimo’s, hoewel zij erom bekend staan dol op kinderen te zijn, niet een pasgeboren baby te doden, vooral wanneer het een meisje betrof.

Ook op het gebied van hun religie heeft zich in het leven van Canada’s poolbevolking een verandering voltrokken. In het verleden aanbaden zij nagenoeg elk natuurverschijnsel. Aan een hemelgod, Sila genaamd, werden de hoedanigheden van een opperwezen toegeschreven. En een vrouwelijke godheid, Sedna genoemd, werd aanbeden als degene die de zeehondenvoorraad beheerst. Tegen het midden van de twintigste eeuw echter waren bijna alle Eskimo’s door de prediking van protestantse en katholieke zendelingen althans in naam christenen geworden.

In de laatste paar jaar zijn velen evenwel tot het besef gekomen dat deze religies van de christenheid alleen in naam christelijk zijn. Daarom geven tal van Eskimo’s die liefde en eerbied voor de bijbel hebben gekregen, gehoor aan het goede nieuws omtrent Gods koninkrijk dat door Jehovah’s getuigen wordt gepredikt. Sommigen van hen zijn thans actief bezig hun mede-Eskimo’s Jehovah’s belofte van leven in zijn rechtvaardige nieuwe ordening te helpen leren kennen. Het is werkelijk passend dat Eskimo’s er de voorkeur aan geven „Inoeïet” („het volk”) te worden genoemd, want in Gods nieuwe ordening zullen de mensen niet in nationale groepen zijn verdeeld, doch zullen eenvoudig het volk van God zijn. — Openb. 21:3, 4.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen