De zachte, sappige mango
Door Ontwaakt!-correspondent in Mexico
BEZOEKERS van de meeste tropische en subtropische streken der aarde zullen waarschijnlijk die zachte, sappige vrucht, de mango, tegenkomen. Hebt u er ooit een gegeten? Waarschijnlijk niet als u niet in een land bent geweest waar hij groeit, want hij is niet geschikt voor exportdoeleinden. Om u er echter een idee van te geven welke indruk hij op de smaakpapillen maakt — hij is beschreven als een combinatie van perzik, abrikoos, ananas en aardbei.
Als u deze niervormige, goudgele vrucht voor het eerst proeft, vindt u hem misschien niet zo lekker. Men heeft sommigen toen zij de mango voor het eerst proefden zelfs horen zeggen: „Bah! Hij smaakt naar terpentijn!” Daar het een aromatische vrucht is, doet het aroma, als het bijzonder sterk is, aan terpentijn denken. Maar ook spinazie, Russische kaviaar en Franse champagne vallen de eerste keer niet altijd in de smaak. Men moet er de smaak van te pakken krijgen.
Aangezien de mango zo zacht en sappig is, zijn er een aantal algemeen gebruikte uitdrukkingen ontstaan die de mango karakteriseren. „Wat een mango!” betekent bijvoorbeeld: „Wat een schoonheid!” Of, „Huil maar niet; zuig op je mango!” suggereert iets prettigers dat iemand zijn moeilijkheden helpt vergeten.
Deze verrukkelijke vrucht groeit aan prachtige, dikke, donkergroene bomen die een hoogte van 12 tot 15 meter bereiken. Naar verluidt hebben sommige een hoogte van ruim zevenentwintig meter bereikt. Geënte bomen kunnen na twee of drie jaar vrucht dragen; het duurt vijf jaar voor een nieuw geplante boom. De eerste oogst levert misschien slechts 150 mango’s op, doch als de boom op zijn top is, kunnen er wel 5000 of meer vruchten aan zitten. Om de beste resultaten te verkrijgen, worden de bomen ongeveer achttien meter uit elkaar geplant. De slanke, donkergroene bladeren kunnen wel 30 centimeter lang zijn. De bloesems hebben de vorm van kleine roze bloempjes die in trosjes aan de uiteinden van de takken groeien.
Er zijn vele mangosoorten. Zoveel zelfs, dat alleen al in India zo’n 500 soorten zijn beschreven. Ze variëren in grootte van een gewone appel tot een vrucht die wel drie pond kan wegen. Ze variëren ook in kleur. De vrucht heeft een dunne leerachtige schil. Er zit een grote, dikke harde pit in die bijna net zo lang is als de vrucht zelf. Sommigen houden ervan het zaad in de pit te roosteren en te eten. Het vlees van de mango kan verschillend van vastheid zijn. Men zal bemerken dat door het vruchtvlees van de slechtere kwaliteit harde draden lopen. De vrucht van de betere kwaliteit kan met een lepel worden gegeten, zo zacht is ze.
Mexico is een land dat met talloze verrukkelijke vruchten is gezegend. Er staan honderden fruitstalletjes op de markten met uitstallingen van ananas, abrikozen, perziken, druiven, watermeloenen, kanteloepen, peren, grapefruits, mammi-appels, „sapodilla’s” (in Indonesië „sawo’s” genoemd), sinaasappelen, mandarijntjes, bananen, vijgen en allerlei soorten bessen. Als de Manilamango echter op zijn best is — van mei tot augustus — sprankelt de hele markt van zijn goudgele kleur.
Iets over de geschiedenis van de mango
Het schijnt dat de mango oorspronkelijk in Zuidoost-Azië in het wild groeide. Hij kwam in de loop van de achttiende eeuw in Amerika en in 1900 voerde de regering van de Verenigde Staten Indonesische en Filippijnse variëteiten in, die populair waren om hun grotendeels draadloze vlees, en ze gedijden in het zuiden van Florida. De Manilamango is sterk favoriet. Hij heeft een gele schil, verrukkelijk zacht vruchtvlees en een zeer dunne pit — allemaal aanbevelenswaardige eigenschappen van verkoopstandpunt uit bezien.
Aan de noordwestkust van Mexico zijn tal van mangosoorten die gekruist zijn met andere vruchten om een nog grotere verscheidenheid te krijgen. Zo is de ananasmango verkrijgbaar, en de perzikmango, enzovoort. In het zuiden is een variëteit die bekend staat als petacón — van het formaat van een flinke komkommer en met een gewicht van meer dan een pond. Men kent ook de zeer smakelijke paradijsmango, uit de buurt van Acapulco, die heel veel op de petacón lijkt, maar met een veel aantrekkelijker schil, die de kleur heeft van dooreengemengde warme herfstkleuren.
Als u wel eens een perzik in de schil hebt gegeten, zult u enig idee hebben van het probleem waar u voor komt te staan als u een mango op dezelfde manier wilt eten. Sommige volwassenen en de meeste kinderen zien er, als zij op deze wijze een mango hebben gegeten, uit alsof zij hun gezicht met de vrucht hebben gewassen. Om dit te vermijden, zijn er speciale vorken in de handel, en sommigen worden zo bedreven in het gebruik ervan dat zij geen druppel mangosap op hun gezicht of bord krijgen. Het eten ervan is een kunst. Natuurlijk kan men hem ook met ijs of als ingemaakte vrucht eten. En het is niet ondenkbaar dat de mensen weldra om een mango-„split”, in plaats van om de meer bekende banane-„split” zullen vragen.
Men kan deze vrucht per kilo, per vier of vijf stuks en per kist kopen. Als men een kist koopt, krijgt men mango’s van elke grootte. In de oogsttijd zijn de mangoprijzen heel redelijk en wordt de mango een populair toetje. Mangoventers treft men ook niet alleen op de markten aan. Men kan hen met bladen vol prachtige mango’s tussen het verkeer door zien balanceren op de kruispunten, terwijl zij de belangstelling van de automobilisten voor hun verrukkelijke koopwaar trachten op te wekken.
De mangoboom zal, zelfs afgezien van zijn heerlijke vruchten, altijd populair zijn, want hij is niet alleen decoratief maar verschaft ook welkome schaduw. De bast en het hars bevatten beide medicinale bestanddelen. Als hout is de mangoboom niet zo populair, want het rot gemakkelijk. En het feit alleen al dat hij door vorst gauw doodgaat, beperkt hem tot tropische en subtropische gebieden. Men beweert dat de mens in sommige delen van Azië deze boom zeker al 4000 jaar heeft gekweekt.
Stelt u zich eens een mangoboom voor van zo’n vijftien meter hoog, prachtig symmetrisch, en beladen met duizenden goudgele mango’s die door het donkere gebladerte heengluren. Doet u dat niet aan het begin van de menselijke geschiedenis denken, toen „Jehovah God uit de aardbodem allerlei geboomte [liet] ontspruiten, begeerlijk voor het gezicht en goed tot voedsel”? (Gen. 2:9) Hoe zorgzaam is de grote Schepper ten aanzien van ’s mensen behoeften geweest! Zon, regen en alle andere dingen die nodig zijn om kostelijk voedsel voort te brengen, maken deel uit van zijn rijke voorzieningen, en de mango is een van die talloze smaakervaringen, geschonken door een Weldoener die vreugde schept in ’s mensen geluk en welzijn.