Busrit door de wildernis naar Brasília
Door Ontwaakt!-correspondent in Brazilië
RECHT naar het hartje van het land ging de interessante tocht die wij van plan waren te maken. Onze bestemming was de prachtige nieuwe federale hoofdstad Brasília. Wij hadden er zoveel over gehoord dat wij vonden dat wij de stad zelf eens moesten zien, vooral daar er nu een verkeersweg klaar was gekomen en officieel was geopend. BR-14 wordt hij genoemd.
Deze tweebaansweg loopt in bijna rechte lijn van de oude havenstad Belém, aan de monding van de Amazone, naar het ongeveer 2180 kilometer zuidwaarts gelegen Brasília. Pas tegen 1960 werd met de bouw van deze moderne, hoog op een plateau gelegen stad midden in Brazilië begonnen. In april 1960 werd ze hoofdstad van Brazilië. Nu verheugden wij ons op de vierdaagse busrit via de verkeersweg BR-14 door de wildernis naar Brasília.
Belangstelling gewekt
Het liet zich altijd moeilijk indenken hoe een dergelijk project als deze verkeersweg ooit verwezenlijkt zou kunnen worden. Van bouwkundig standpunt uit bezien, dachten velen dat het onmogelijk was die grote rivieren te overbruggen en dat drassige land door te steken. Stelt u zich ook eens voor wat het zeggen wil door te dringen in gebieden die vergeven zijn van de slangen, kaaimans, jaguars en andere gevaarlijke dieren! En dan nog hinderpalen als vochtigheid, ziekten en besmet drinkwater.
Niettemin werd in 1958 met de constructie van de weg begonnen. Het startsein werd gegeven door de toenmalige president Juscelino Kubitschek, die eveneens hoofdzakelijk verantwoordelijk was voor het doorzetten van de plannen voor de nieuwe hoofdstad Brasília. Deze weg moest een van de grootste prestaties van Brazilië uit het oogpunt van kundigheid en voordelen voor het land worden. Er zouden gebieden door worden ontsloten die praktisch afgesneden waren van het geïndustrialiseerde zuidelijke deel van Brazilië. Onze belangstelling was grondig gewekt door persberichten waarin, naarmate het project vorderde, de verschillende stappen werden opgesomd.
Met een paar duizend arbeiders en een aanzienlijke uitrusting begon de hoofdingenieur B. Sayão de werkzaamheden bij twee rivieren tegelijk, in het zuiden bij de Tocantins en in het noorden bij de Guamá. Langs de route werden hier en daar kleine open plekken gemaakt opdat opzichters met helikopters hun werk midden in het oerwoud konden verrichten. Arbeiders moesten rivieren oversteken, zich met kapmessen een weg door het struikgewas banen en majestueuze bomen vellen. Zo werd de weg vrijgemaakt opdat de tractoren met hun enorme werkzaamheden konden beginnen.
De arbeiders hebben inderdaad hun tol aan ziekten betaald en velen van hen zijn gestorven. Dan, slechts twee weken voordat de ploegen uit het noorden en zuiden elkaar ontmoetten, werd ingenieur Sayão, toen hij in zijn tent onder een grote boom lag te rusten, door een afvallende tak getroffen. Hij stierf aan de verwondingen.
Ondanks moeilijkheden en ontberingen ontmoetten de beide ploegen elkaar bijna een jaar nadat met de constructie was begonnen en werd er een proefrit over de weg gemaakt. Hoewel er toen veerboten nodig waren, werden deze later vervangen door houten bruggen en nu zijn er voortreffelijke betonnen bruggen gebouwd. De eerste aanvangskosten kwamen op bijna 110 miljoen gulden. De totale kosten tot op heden zijn evenwel tot 1100 miljoen gulden gestegen, met inbegrip van arbeidskosten, uitrusting, installaties en onderhoud.
Over de nieuwe weg
Ik had meer dan tien jaar als zendelinge in Brazilië gediend en was hevig benieuwd deze nieuwe weg die nieuwe gebieden voor het verspreiden van de bijbelse boodschap beloofde te ontsluiten, te zien. Sommigen beweerden dat er veel onvriendelijke Indianen en wilde beesten waren. Anderen zeiden dat de tocht de moeite waard en leerzaam was, alleen al om dit wonder van moderne bouwkunst te zien. Ik stelde mij dus op het typisch Braziliaanse standpunt — Só vendo (men moet het zelf zien). Op een dag in juli stapten een oudere vriendin en ik dus om ongeveer 6 uur ’s morgens in Belém in de bus en waren al gauw op de BR-14 op weg naar het zuiden.
Hoewel de weg ongeplaveid was, was hij toch niet al te hobbelig, aangezien hij hoofdzakelijk uit hard aangestampte rode klei bestond. Ik had verwacht langs de kanten van de weg dicht struikgewas en wingerd te zien, maar was verbaasd in plaats daarvan te ontdekken dat er aan weerskanten van de weg een brede strook was vrijgemaakt. Hier en daar waren kale, open vlakten te zien, met daartussendoor de hogere vegetatie van de wildernis.
Op de eerste dag van onze tocht hadden wij oponthoud door een lekke band. Gelukkig bood een boom ons passagiers beschutting tegen de brandende tropenzon. Vervolgens hielden wij stil bij een kleine nederzetting — een paar huizen, waarvan er één in een restaurant was veranderd, waar wij het middagmaal gingen gebruiken. De tafels waren op huiselijke wijze gedekt en er was ruimschoots voldoende te eten, en de prijs, hoeveel men ook van de grote schalen en borden nam, was slechts één dollar. Het menu was gevarieerd — kip, rundvlees, varkensvlees, aardappelen en de Braziliaanse schotel van alledag, namelijk bonen en rijst.
Om 5 uur ’s middags, toen de zon onderging, kwam de lang verwachte verlichting van de hitte en was het weer tijd om te stoppen, ditmaal voor het avondmaal omstreeks 6 uur en voor de nacht. Het kleine hotel was voorzien van bedden en stromatrassen, en ook met iets dat nog beter is voor deze warme nachten, namelijk hangmatten. De douchecellen druk bezet, dus er zat niets anders op dan met handdoek, zeep en schone kleren in de hand op onze beurt te wachten. Het was een toer het rode stof eraf te krijgen waar wij gedurende de eerste dag van onze rit onder waren komen te zitten.
De weg wordt in de regentijd praktisch onbegaanbaar. In maart en april 1964 waren er op zekere keer zo’n 200 vrachtwagens in de modder blijven steken, hetgeen een aanzienlijk verlies had opgeleverd door het bederf van koopwaren. Gelukkig reisden wij in de droge tijd, die van ongeveer juni tot september duurt. Hoewel alles zo stoffig is, is dit verkieslijker dan ver van de nederzettingen in de modder te blijven steken!
De mensen in deze nederzettingen zijn, tussen twee haakjes, heel vriendelijk. Zij zijn hier gekomen en hebben hun nederzettingen gebouwd zodra de weg gereed was, opdat zij een nieuw leven in de wildernis konden beginnen en zo mogelijk konden bestaan van het verlenen van diensten aan reizigers. Vele van deze plaatsen die enigszins zijn ingesloten door de dichte wildernis er vlakbij, hebben nog altijd geen elektriciteit. Eerst onderhield slechts één busverbinding het contact tussen hen en de buitenwereld, maar thans zijn er dagelijkse busdiensten met wachtlijsten. Een enkele reis kost ongeveer ƒ 75,– per persoon.
Het is interessant onder het rijden te vernemen dat hier ongeveer 175 verschillende boomsoorten groeien, waarvan er enkele zeer in trek zijn in verband met de produktie van oliën, vetten, rubber, verf, lucifersdoosjes, papier en timmerhout voor ruwe constructies of fraai meubilair. Momenteel worden deze reusachtige bossen door de regering in kaart gebracht. Ja, het is al bekend dat zich in één gedeelte van de staat Goiás, waar wij doorheen gaan, de „grootste concentratie van mahonie [bevindt] die er, naar men thans weet, in de wereld bestaat”. Men verwacht dat de produktie van bonen, rijst, maniok, maïs, suikerriet, olie voortbrengende palmbomen en andere gewassen deze streek welvarend zal maken.
Voordelen voor het land
Het verkeer dat wij op de weg waarnemen, bevestigt de verwachting dat dit project zich tot een handelsader zal ontwikkelen, waarlangs de verbruiksartikelen van het industriële zuiden hun weg naar het noorden zullen vinden en de grondstoffen van het reusachtige stroomgebied van de Amazone het zuiden zullen bereiken. Meer dan drie kwart van het verkeer is dan ook vrachtvervoer, terwijl slechts een klein percentage uit passagiersdiensten bestaat.
Volgens hetgeen wij hebben gezien, worden zonder twijfel grote sommen geld geïnvesteerd in landbouw, industrie, ontginning in het algemeen en bouwwerkzaamheden langs deze verkeersweg BR-14. In het snel groeiende Paragominasgebied van de staat Goiás, waar rijk, vruchtbaar land betrekkelijk weinig kost, zijn alle tekenen van een snelle ontwikkeling aanwezig.
De Belém-Brasília-verkeersweg heeft beslist een nieuwe fase in Brazilië’s sociale en economische leven ingeluid. Het eens eenzame Amazonegebied, dat nu door de verkeersweg met de rest van het land is verbonden, wenkt pioniers om te komen ontginnen. De volgende stap is de verkeersweg te verharden en het lijdt geen twijfel dat dit ook het toeristenverkeer zal bevorderen, want er worden plannen gemaakt om op strategische plaatsen, zo om de 200 à 250 kilometer, moderne motels en benzinestations neer te zetten.
En nu de hoofdstad. Als wij op de vierde dag tegen de schemering Brasília binnenrijden, komen wij onder de indruk van de voorname, op goede afstanden van elkaar liggende, ultramoderne regeringsgebouwen en woonflats. Als wij in de stadsdrukte worden opgenomen, is het een hele sensatie over de vlakke, helder verlichte autosnelweg te rijden. Wij hebben het eind van de reis bereikt.
Wij kunnen ons voorstellen in de nabije toekomst deze zelfde tocht meer op ons gemak te maken. Dan zal er meer gelegenheid zijn het landschap, de exotische vogels en planten, de machtige rivieren en misschien zelfs enige van de talloze wilde dieren die hier leven, te onderzoeken. En nu Gods nieuwe ordening zo nabij is, schiet het ons in de zin dat de ontwikkeling van dit gebied voor een groot deel wel eens zou kunnen komen als dit oude samenstel met zijn commerciële uitbuiting is verdwenen.
[Kaart op blz. 24]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
BRAZILIË
Manaus
Belém
Amazone
Fortaleza
Recife
GOIÁS
BRASÍLIA
Goiânia
MINAS
GERAIS
Belo Horizonte
São Paulo
Rio de Janeiro
Atlantische Oceaan
BOLIVIA
PARAGUAY
ARGENTINIË