Hoogtepunten van het afgelopen jaar
JEHOVAH’S organisatie op aarde is ook het afgelopen dienstjaar weer voorspoedig geweest. Gods zegen blijkt duidelijk uit het feit dat meer dan zes miljoen Getuigen van Jehovah in 235 landen hun loyaliteit jegens hem tonen, alsook hun geloof in zijn belofte om een nieuwe wereld van rechtvaardigheid tot stand te brengen. Deze miljoenen zijn geen mensen die alleen beweren Gods dienstknechten te zijn, maar mensen die actief het goede nieuws van Gods koninkrijk verkondigen, zoals dat door Jezus is voorzegd en opgetekend staat in Mattheüs 24:14. In overeenstemming met de jaartekst voor 2001 blijven ze „in volkomenheid en met een vaste overtuiging . . . staan in de gehele wil van God”. — Kol. 4:12.
Dit jaar heeft veel opwindende ontwikkelingen onder Gods volk te zien gegeven. Laten we eens enkele hoogtepunten bekijken.
Congressen tot onderricht van onderwijzers van Gods woord
Een van de gedenkwaardige gebeurtenissen van dit jaar was het „Onderwijzers van Gods woord”-districtscongres van Jehovah’s Getuigen, dat vanaf medio 2001 tot begin 2002 op honderden plaatsen over heel de aarde gehouden werd. Het werd door miljoenen mensen bijgewoond. Het thema van het congres werd door een spreker op de eerste dag van het driedaagse congres verklaard. Hij zei: „Jezus was er niet in geïnteresseerd de sleutel van kennis over te dragen aan een elitegroepje van bijbelgeleerden. Hij zei tegen zijn discipelen: ’Wat ik u in de duisternis zeg, spreekt dat in het licht, en wat gij in het oor hoort fluisteren, predikt dat van de daken.’ Jezus had het vurige verlangen de kennis van God met zoveel mogelijk mensen te delen. Volgens hem moest kennis van de Schrift met anderen gedeeld en niet verborgen worden.”
Het congresprogramma bevatte lezingen waarin de betekenis van bijbelprofetieën werd besproken, alsook hoe christenen bijbelse beginselen in hun leven moeten toepassen. Op zondag was er een gekostumeerd drama getiteld Heb respect voor Jehovah’s autoriteit. Dat drama ging over het bijbelse verslag van Korachs opstand in de wildernis in tegenstelling tot de getrouwe handelwijze van zijn zonen.
Op het congres werden twee publicaties vrijgegeven. De eerste was het boek Jesaja’s profetie — Licht voor de hele mensheid II. De tweede was de brochure getiteld Een voldoening schenkend leven — Hoe u dit kunt bereiken. Bovendien was er een nieuw traktaat: Hebt u een onsterfelijke geest?
In de maand augustus werden in Frankrijk en Italië speciale congressen gehouden. In Frankrijk werden deze speciale congressen gehouden in Parijs, Lyon en Bordeaux, met een gezamenlijk hoogtepunt van 160.045 aanwezigen. Deze congressen waren een geweldige aanmoediging voor de broeders en zusters in Frankrijk, die het erg moeilijk hebben gehad door bevooroordeelde persberichten. Een broeder zei: „Soms voelen we ons heel alleen in de strijd, maar nu we bezoek hebben gekregen van duizenden broeders en zusters zijn we gesterkt om door te gaan.”
In Italië werden speciale congressen gehouden in Rome, Milaan, Turijn en Bari. Vijf andere congressteden waren voor bepaalde delen van het programma via telefoonlijnen met deze congressen verbonden. Het totale aantal aanwezigen op deze negen congressen bedroeg 289.133. Op elk van deze congressen in Frankrijk en Italië kregen de toehoorders een bezielende resolutie voorgelegd. De congresgangers, die uit talloze landen waren gekomen, toonden hun instemming met een luid ja! Deze verklaring werd gevolgd door een langdurig applaus.
Een wereldwijd getuigenis met Koninkrijksnieuws nr. 36
In de maanden oktober en november 2000 werden er wereldwijd bijna een half miljard exemplaren van Koninkrijksnieuws nr. 36 in 189 talen verspreid. De bijbelse boodschap omtrent de duizendjarige heerschappij van Christus Jezus en de kleurrijke illustraties maakten dit Koninkrijksnieuws-traktaat voor veel mensen aantrekkelijk. Als u een van Jehovah’s Getuigen bent, hebt u waarschijnlijk aan die verspreiding deelgenomen. Hier volgen enkele berichten over de veldtocht uit verschillende delen van de wereld.
In Alaska lieten de Getuigen zich niet afschrikken door temperaturen ver onder nul. De presiderende opziener van de gemeente North Pole zei: „Hoewel het winter is, stonden sommige huisbewoners gewoon buiten Koninkrijksnieuws nr. 36 te lezen. De eenvoudige boodschap die de huidige situatie tegenover de zegeningen stelt die de mensheid ten deel zullen vallen, is prachtig.”
In Albanië kregen vijftien gemeenten in enkele grotere steden de uitnodiging om afgelegen dorpen te bezoeken. De broeders en zusters aanvaardden deze uitnodiging met veel enthousiasme en vreugde. Zesenvijftig dorpen, met een bevolking van naar schatting 50.000 mensen, werden voor het eerst bereikt.
Het bijkantoor in Angola meldt: „Dankzij de ijver en het enthousiasme van de verkondigers was de veldtocht met Koninkrijksnieuws nr. 36 in ons gebied een enorm succes. Dit ondanks de moeilijke economische situatie en de oorlog waarvan de gemeenten in het hele land te lijden hebben. Toen het Koninkrijksnieuws-traktaat werd verspreid, namen veel mensen het graag aan. Als gevolg daarvan rapporteerde Angola in november een nieuw, nooit eerder bereikt hoogtepunt van 94.026 huisbijbelstudies, bijna 10.000 meer dan de maand daarvoor.”
In Kameroen verloor een groep Getuigen op weg naar een dorp een pakketje Koninkrijksnieuws-traktaten. Een man die had gezien dat de Getuigen de Koninkrijksnieuws-traktaten aan het verspreiden waren, was op weg naar zijn boerderij toen hij het pakketje langs de weg zag liggen. Hij raapte het op en begon de traktaten zelf te verspreiden! Ten slotte had hij ze op vier na allemaal verspreid. Toen huisbewoners om deze vier vroegen, weigerde hij ze te geven en zei: „Ik werk niet voor niets; deze houd ik voor mijn gezin. Als de Getuigen komen, krijgen jullie je traktaat.”
In Colombia brachten de Getuigen een nabezoek bij een vrouw die een exemplaar van Koninkrijksnieuws nr. 36 had aangepakt. De vrouw zei dat ze altijd had geweigerd met Jehovah’s Getuigen te praten. Maar nadat ze Koninkrijksnieuws nr. 36 had gelezen, besefte ze dat ze iets heel goeds had gemist. Ze viel op haar knieën en smeekte God om vergeving. Daarna nam ze contact op met de Getuigen en nu bestudeert ze de bijbel.
In een dorp in Congo (Kinshasa) las een politieman in uniform Koninkrijksnieuws nr. 36 met intense belangstelling. Enige tijd later trof hij de Getuigen en zei hun dat de boodschap krachtig en vertroostend was. Toen ging hij even weg maar kwam in burger terug met een bijbel in zijn hand. Hij zei: „Ik wil met jullie mee om deze boodschap te verspreiden, want die is belangrijk en dringend!” De Getuigen legden hem vriendelijk uit dat hij eerst de bijbel moest bestuderen. De man ging hiermee akkoord, en hij maakt goede vorderingen met zijn studie.
In Griekenland vond een jonge vrouw, Joy genaamd, een exemplaar van Koninkrijksnieuws nr. 36 op haar deurmat. Nadat ze het gelezen had, belde ze onmiddellijk haar tante op, die een van Jehovah’s Getuigen is. Ze vertelde haar tante dat de boodschap haar hart had geraakt en dat ze met Jehovah’s Getuigen wilde praten. Haar tante nam contact op met een zuster die in dat gebied als speciale pionierster dient, en deze pionierster had een ontmoeting met de jonge vrouw. Tot hun grote verrassing ontdekten ze dat ze elkaar kenden. Joy vertelde de pionierster dat ze wel een bijbel had, maar dat ze de schriftplaatsen die betrekking hadden op de problemen waarmee ze te maken had, niet kon vinden. Ze ging onmiddellijk op het aanbod van een huisbijbelstudie in.
Een Getuige in Korea bood Koninkrijksnieuws nr. 36 aan een vrouw aan die haar zoon tegenstand bood omdat hij een van Jehovah’s Getuigen was. Drie dagen later bezocht de Getuige haar opnieuw en legde uit wat de bijbel over het Paradijs zegt. De vrouw reageerde gunstig en er werd een bijbelstudie begonnen. Haar zoon zei met tranen in zijn ogen: „Ik kan niet geloven dat mijn moeder de bijbel is gaan bestuderen.” Ze maakt goede vorderingen.
In het binnenland van Liberia liepen enkele Getuigen van dorp naar dorp om het Koninkrijksnieuws-traktaat te verspreiden, toen ze van de hoofdweg af raakten en uiteindelijk bij een afgelegen boerderij diep in het oerwoud terechtkwamen. Toen de Getuigen de bewoners vertelden dat ze verdwaald waren, merkte een jonge man op: „Het was Gods geest die jullie hierheen heeft geleid zodat wij onze traktaten konden krijgen.”
In Nederland pakten de mensen Koninkrijksnieuws nr. 36 graag aan. Er waren al gauw ruim twee miljoen exemplaren verspreid. Het bijkantoor in Selters (Duitsland) drukte er nog eens 100.000, maar de gemeenten vroegen om meer. In Helmond zei een Getuige tegen een huisbewoner dat het traktaat over de hele wereld werd verspreid. De man zei: „Wacht even.” Hij ging naar binnen en belde naar een vriend in Frankrijk om te zien of het waar was wat de verkondiger had gezegd. Hij zei tegen zijn vriend: „Ik heb hier een van Jehovah’s Getuigen aan de deur met een traktaat dat volgens hem in de hele wereld wordt verspreid. Heb jij er een gekregen?” Zijn vriend antwoordde: „Ja, tien minuten geleden.” De man hing op, kwam terug naar de deur en pakte het traktaat aan.
Het bijkantoor in Rusland ontving een interessante brief van een jongen van dertien jaar. Hij schreef: „Hallo. Toen ik in onze brievenbus een traktaat over het nieuwe millennium vond, was ik heel blij! Dit traktaat dat u ons hebt gegeven is het grootste geluk dat we dit jaar hebben beleefd! Stuur ons alstublieft meer informatie!”
Behalve dat de veldtocht met Koninkrijksnieuws nr. 36 het publiek heeft geholpen, hebben ook de Getuigen zelf er profijt van gehad. Een Getuige op Saipan gaf als commentaar: „Ik heb echt genoten van de verspreiding van het Koninkrijksnieuws-traktaat. Ik ben in 1998 gedoopt, dus dit was de eerste keer dat ik aan deze vorm van dienst deelnam. Het heeft me aangemoedigd om avondgetuigenis te proberen, waardoor ik met meer mensen heb kunnen spreken. Door dit werk is mijn geloof versterkt en voel ik me dichter bij Jehovah.”
Op de Solomoneilanden gingen de Getuigen naar een afgelegen deel van Malaita om Koninkrijksnieuws nr. 36 te verspreiden. Na ruim vijf uur lopen kwamen ze bij een dorp aan, waar de plaatselijke predikant hen verwelkomde en veel belangstelling toonde. Hij zei dat er in ruim negen jaar geen vertegenwoordiger van zijn kerk van buiten het eiland op bezoek was geweest of belangstelling voor hem had getoond. Maar nu was hier een groep vreemdelingen die zich de moeite hadden getroost de bergen over te steken om hem te helpen de bijbelse boodschap te begrijpen. Er werden bijbelstudies opgericht bij alle gezinnen in het dorp. De broeders gingen elke twee weken terug, en al gauw maakten tien studies goede vorderingen. De predikant zei dat als er iemand bij hen kon blijven om een groep op te richten, ze de dorpskerk voor de vergaderingen konden gebruiken. Nu wordt de groep geregeld door een speciale pionier bezocht. De laatste berichten zijn dat er een vertegenwoordiger van de kerk op bezoek kwam en de dorpelingen voedsel aanbood als ze ermee zouden stoppen met Jehovah’s Getuigen te studeren. Maar allen hebben gezegd dat ze doorgaan met hun studie van de bijbel.
Enkele Getuigen die op vakantie waren in een afgelegen deel van Venezuela gaven een exemplaar van Koninkrijksnieuws nr. 36 aan hun gids, een Pemón-indiaan. Hij was er heel blij mee en las het steeds weer. Toen het door een regenbui nat was geworden, hing hij het voorzichtig te drogen. Hij vroeg om nog meer exemplaren om die naar zijn stam mee te nemen.
Juridische ontwikkelingen in het afgelopen dienstjaar
Wegens gewetensbezwaren weigerde Ivailo Stefanov, in Bulgarije, in militaire dienst te gaan. Bijgevolg werd hij tot anderhalf jaar gevangenisstraf veroordeeld. Broeder Stefanov bracht de zaak voor het Europese Hof voor de Rechten van de Mens op grond van het feit dat zijn godsdienstvrijheid was geschonden. Toen het hof bekendmaakte dat het de zaak in behandeling zou nemen, troffen de Bulgaarse autoriteiten regelingen om de zaak in der minne te schikken, waarbij broeder Stefanov en andere Getuigen die met dezelfde kwestie te maken hadden, van alle blaam werden gezuiverd. Op 3 mei 2001 aanvaardde het hof de minnelijke schikking. Als onderdeel van de schikking stemden de Bulgaarse autoriteiten er ook in toe de duur van de vervangende burgerdienst, die voordien tweemaal zo lang was als de militaire dienst, te verkorten.
In Quebec (Canada) werd in de stad Blainville een gemeenteverordening uitgevaardigd waarin stond dat mensen die voor religieuze doeleinden van deur tot deur gingen, eerst een vergunning moesten kopen. De vergunning stond van-deur-tot-deurbezoeken alleen toe van maandag tot en met vrijdag, was maar twee maanden geldig en kon pas na twaalf maanden hernieuwd worden. Op 17 april 2001 verklaarde een rechter van een hogere rechtbank in Quebec de verordening niet van toepassing op de openbare bediening van Jehovah’s Getuigen. De rechter zei dat Jehovah’s Getuigen geen vergunning hoefden aan te schaffen en in hun religieuze van-deur-tot-deuractiviteiten niet gebonden waren aan beperkingen wat uren, dagen, maanden of jaren betreft. Hij noemde de bediening van Jehovah’s Getuigen „een christelijk dienstbetoon aan de gemeenschap” en vond hun publicaties „serieuze lectuur, die spreekt over thema’s als godsdienst, de bijbel, drugs, alcoholisme, vorming van de jeugd, huwelijksproblemen en echtscheiding”. De Getuigen met venters vergelijken, zo zei de rechter, is „beledigend, denigrerend, kwetsend en lasterlijk”.
Op 22 februari 2001 deed het Hooggerechtshof in Tbilisi (Georgië) een uitspraak waarin de registratie ongedaan werd gemaakt van de twee rechtspersonen waarvan Jehovah’s Getuigen daar zich bedienen — de Unie van Jehovah’s Getuigen van Georgië en de Vertegenwoordiging van de Watch Tower Society in Georgië. Het hof stelde heel duidelijk dat Jehovah’s Getuigen door deze uitspraak niet verboden werden verklaard. Integendeel, het hof zei dat Jehovah’s Getuigen hun religieuze activiteiten konden voortzetten, met inbegrip van het houden van vergaderingen, het invoeren van lectuur en het huren of in eigendom hebben van onroerende zaken. Religieuze extremisten hebben het hof echter genegeerd en een reeks boosaardige aanvallen gedaan die door een mensenrechtenorganisatie als een „terreurbewind” wordt beschreven. Op 29 juni 2001 dienden Jehovah’s Getuigen een verzoekschrift in bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, waarin ze protesteerden tegen de laksheid van de regering met betrekking tot het onbeteugelde geweld, en op 2 juli besliste het hof dat het verzoekschrift met voorrang in behandeling zou worden genomen. Een positief gevolg was dat de douane in Georgië op 30 mei 2001 zo’n twintig ton van onze bijbelse lectuur, die op 14 maart 2001 onrechtmatig in beslag was genomen, vrijgaf. De lectuur werd onmiddellijk onder gemeenten in heel Georgië verdeeld.
In 1997 weigerde de hoogste bestuursrechter in Berlijn (Duitsland) Jehovah’s Getuigen de wettelijke status van publiekrechtelijk lichaam toe te kennen. Deze weigering werd gebaseerd op de bewering dat Jehovah’s Getuigen niet voldoende loyaal aan de staat zijn omdat ze een neutraal standpunt innemen bij politieke verkiezingen. De Getuigen gingen in cassatie. Op 19 december 2000 bepaalde het Federale Constitutionele Hof dat een dergelijke extra loyaliteit niet vereist is. De zaak werd echter naar de bestuursrechter terugverwezen met de opdracht het verzoek om de wettelijke status opnieuw in behandeling te nemen en ditmaal te bekijken of Jehovah’s Getuigen de rechten van afzonderlijke personen schenden. Geloofspunten en gebruiken in verband met bloed, kinderopvoeding, uitsluiting en gezinsrelaties zijn de nieuwe aspecten waarop men zich in deze zaak concentreert.
Tot voor kort hadden ruim 3500 Getuigen in Griekenland een strafregister omdat ze wegens het bewaren van hun neutraliteit gevangen hadden gezeten. Het hebben van een strafregister betekende dat deze Getuigen als werknemer werden geweigerd bij overheidsinstellingen, welzijnsorganisaties en banken. Sommigen kregen geen toestemming om een bepaald beroep uit te oefenen. Nu is er in Griekenland een wet aangenomen die bepaalt dat deze Getuigen niet langer als voormalige misdadigers worden bezien. Ongetwijfeld heeft de gunstige uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak Thlimmenos v. Griekenland over iemands recht om op grond van zijn geweten militaire dienst te weigeren, de grondslag voor deze nieuwe wet gelegd.
De rechtbank in Kobe (Japan) deed op 30 maart 2001 een gunstige uitspraak in een zaak waarbij een van Jehovah’s Getuigen betrokken was. Een zuster was ontvoerd en zeventien dagen vastgehouden om haar van haar godsdienstige overtuiging te „deprogrammeren”. Het hof verklaarde dat de gedaagde — een baptistenpredikant — met de ex-man van de zuster en diens familieleden had samengespannen om haar tegen haar wil op te sluiten. De gedaagde kreeg het bevel 400.000 yen ($3300) schadeloosstelling te betalen.
Het Hooggerechtshof van Roemenië heeft in twee uitspraken ondubbelzinnig verklaard dat de Religieuze Organisatie van Jehovah’s Getuigen een wettelijk erkende religie is en alle rechten dient te bezitten die de wet aan religies verleent. Het Staatssecretariaat voor Religies trachtte deze uitspraken ongedaan te maken maar slaagde daar niet in. Op 2 april 2001 handhaafde het hof de eerder gedane uitspraken. Tot dusver heeft het Staatssecretariaat voor Religies de volledige wettelijke status van Jehovah’s Getuigen nog niet erkend, ondanks bevelen van het hof om dit te doen.
Op 23 februari 2001 werd de vordering om Jehovah’s Getuigen in Moskou (Rusland) verboden te verklaren na een bijna zes jaar durende juridische procedure en een drie jaar durende rechtszaak uiteindelijk door een rechter afgewezen. De opluchting van de broeders was echter van korte duur, want op 30 mei 2001 werd de uitspraak van de rechtbank door het gerechtshof van Moskou vernietigd en werd er opdracht gegeven tot een volledig nieuw onderzoek. Dit wordt de zesde keer sinds 1996 dat Jehovah’s Getuigen zich tegen dezelfde ongegronde beschuldigingen moeten verdedigen.
Een uitspraak op 21 februari 2001 door het Hooggerechtshof van Pennsylvania (Verenigde Staten) vormde een krachtige bevestiging van het zelfbeschikkingsrecht van een patiënt over zijn lichaam en de rechtsgeldigheid van een duurzame machtiging in verband met medische zorg. De uitspraak betrof Maria Duran, die consequent te kennen had gegeven dat ze pertinent weigerde bloedtransfusies te aanvaarden. Ondanks Maria’s voorzorgsmaatregelen verkreeg haar man, die geen Getuige is, met steun van Maria’s artsen en het ziekenhuis, een gerechtelijk bevel waarin ze onder zijn curatele werd gesteld, ook al had Maria een medegelovige als haar gemachtigde in verband met medische zorg aangewezen. Het gerechtshof vernietigde het gerechtelijk bevel en bepaalde dat zelfs in weerwil van de tegenstand van de huwelijkspartner, familieleden en artsen van de patiënt haar uitdrukkelijke instructies in verband met medische zorg en haar persoonlijke benoeming van een gemachtigde gerespecteerd hadden moeten worden.
Meer Koninkrijkszalen nodig
In veel landen is het bouwen van Koninkrijkszalen altijd een hele uitdaging geweest en nam het vaak veel tijd in beslag. Sommige gemeenten vergaderden tijdens de bouw maanden- of zelfs jarenlang in een gehuurde zaal. In een nog niet afgebouwde Koninkrijkszaal in een Afrikaans land nestelde een wilde papegaai zich tussen de daksparren. Al gauw floot de papegaai de Koninkrijksliederen mee, wat niemand scheen te hinderen. Het werk vorderde zo langzaam dat de papegaai de Wachttoren-studieleider leerde te imiteren, en hij noemde zelfs broeders en zusters bij hun naam! Ten slotte was de Koninkrijkszaal klaar en moest de papegaai andere huisvesting zoeken.
Tegenwoordig worden Koninkrijkszalen, als gevolg van een spectaculair nieuw bouwprogramma, in een verbazingwekkend tempo voltooid. In de meeste ontwikkelingslanden worden Koninkrijkszalen nu in slechts drie of vier weken gebouwd en ingewijd! Alleen al in Afrika zijn het afgelopen dienstjaar 1074 nieuwe Koninkrijkszalen gebouwd — een tempo van bijna vier per werkdag!
Het doel van het nieuwe bouwprogramma voor Koninkrijkszalen is eigenlijk tweeledig. Allereerst dient het om de achterstand in te halen. Het bijkantoor in Zuid-Afrika schrijft: „Dit is een geweldige ontwikkeling, die ongetwijfeld zal leiden tot de bouw van veel Koninkrijkszalen in landen waar ze dringend nodig zijn.” Ten tweede heeft het als doel de groei bij te houden door de bouwwerkzaamheden met gebruikmaking van bekwame plaatselijke Getuigen te organiseren. In Benin bijvoorbeeld wordt het bouwprogramma nu volledig in eigen beheer uitgevoerd en kan het in toekomstige behoeften op het gebied van Koninkrijkszalen voorzien.
Naast het Bouwbureau in Brooklyn verlenen vijf Regionale Koninkrijkszalenbureaus organisatorische hulp aan bijkantoren in Oost-Europa, Afrika, Azië, Oceanië, Midden- en Zuid-Amerika en de eilanden in het Caribisch gebied. Deze bureaus werken nauw samen met de bijkantoorcomités om hen te helpen volledig profijt te trekken van de thans beschikbare richtlijnen en voorzieningen. In elk bijkantoor is bijvoorbeeld een Koninkrijkszalenbouwbureau gevestigd om de bouwwerkzaamheden in het veld te coördineren. Dit bureau biedt ook hulp aan gemeenten bij het kiezen van grond en het heeft gestandaardiseerde bouwplannen ontwikkeld, gebaseerd op plaatselijke bouwmaterialen en -methoden.
In 92 landen waar de bouwwerkzaamheden eens door ernstig gebrek aan middelen en bekwame werkers werden belemmerd, zijn nu 352 volletijd-Koninkrijkszalenbouwploegen met in totaal ruim 4000 vrijwilligers die voor langere of voor kortere tijd meehelpen. Fundamenteel voor het succes van deze ploegen was de introductie van Koninkrijkszalenbouwdienaren, een nieuwe vorm van speciale volletijddienst voor bekwame plaatselijke broeders in bepaalde landen. Bovendien leiden 152 internationale dienaren plaatselijke broeders op om een sleutelrol in een bouwprogramma te vervullen. Natuurlijk is het bouwen van een Koninkrijkszaal een gemeenteproject, en daarom bestaan bouwploegen voor het grootste deel uit bereidwillige gemeenteleden.
Hoe reageert men op dit nieuwe bouwprogramma? In Trujillo (Venezuela) werd onlangs in Sara Linda de eerste Koninkrijkszaal gebouwd. Met tranen van vreugde merkte een verkondiger op: „Het is zo ontroerend dat Jehovah aan ons heeft gedacht. Ons stadje staat niet eens op de kaart!”
Een zuster in Rio de Janeiro (Brazilië) werd ertoe bewogen te schrijven: „Tien jaar lang heb ik vier kilometer gelopen naar de vergadering, waarbij ik zelfs tijdens mijn zwangerschap over een voetbrug liep. Uiteindelijk werd mijn droom werkelijkheid. Een Koninkrijkszaal in ons gebied! Veel bijbelstudies zijn de vergaderingen al gaan bijwonen. Mijn vader, die vroeger studie heeft gehad maar me later tegenstand bood, heeft sinds de inwijding geen vergadering overgeslagen. Deze week is hij weer met de studie begonnen.” Een buitenstaander zei: „Ik ben zestig jaar en ik heb nog nooit zoiets gezien! De Getuigen werken ijverig en blijmoedig samen. Ik werk als metselaar voor de dorpsraad, en telkens wanneer een karwei te lang duurt, is er wel iemand die zegt: ’Ik denk dat we Jehovah’s Getuigen om hulp moeten vragen!’”
Een ouderling in Oekraïne zegt: „We hebben in slechts één maand een gestandaardiseerde Koninkrijkszaal kunnen bouwen, dus we zijn niet lang afgeleid geweest van onze gezins- en gemeenteverantwoordelijkheden.” Een zuster daar voegt eraan toe: „We zijn heel blij. We hebben met eigen ogen gezien hoe Jehovah zijn volk helpt. Voorheen hadden we wegens onze financiële situatie geen hoop op een eigen Koninkrijkszaal.”
Geïnteresseerden in Malawi komen vooral graag met ons bijeen wanneer er een geschikte vergaderplaats is. De gemeente Nafisi meldt: „Nu hebben we een mooie Koninkrijkszaal die een voortreffelijk getuigenis vormt. Het gevolg is dat het in de prediking makkelijk is bijbelstudies op te richten. Overal staan de mensen versteld. Op school, op het werk en thuis is onze Koninkrijkszaal hét onderwerp van gesprek geworden.”
Gemeenschapsleiders in Mozambique zijn ook onder de indruk van het Koninkrijkszalenbouwprogramma. Een traditioneel opperhoofd kreeg het verzoek om grond voor een Koninkrijkszaal. Hij gaf toestemming en zei: „Ik heb over de bouw van Koninkrijkszalen in andere gebieden gehoord en maakte me bezorgd, want in mijn gebied is er niet één. Dank jullie wel, Jehovah’s Getuigen, dat jullie plannen maken om onze Koninkrijkszaal te bouwen!”
Wat voor uitwerking hebben goedgeorganiseerde projecten op de vrijwilligersgeest in de gemeente? Een lid van een bouwploeg in Zimbabwe vertelt: „Na een urenlange tocht in de regen kwamen we bij het terrein op het platteland aan waar een Koninkrijkszaal gebouwd zou worden. Onze broeders en zusters stonden dicht bij elkaar onder een boom te wachten, met een klein kampvuur aan hun voeten. Ondanks het natte weer verwelkomden ze ons met een glimlach. Ter voorbereiding op onze komst hadden zestig gemeenteleden sleuven voor de fundering gegraven. Ze waren de ochtend daarvoor om vier uur begonnen en waren om zes uur die avond klaar.”
De gemeente Zongoro in datzelfde land had geen Koninkrijkszaal. Nathan Muchinguri dient daar sinds zijn doop in 1924. Jarenlang heeft hij bijbelse publicaties in het Shona vertaald. Omdat hij buiten Bethel woonde, bood het bijkantoor aan hem te helpen met zijn kosten van levensonderhoud, maar hij wees dat aanbod af. Hij uitte echter wel de wens om voordat hij zijn aardse loopbaan zou beëindigen, in een Koninkrijkszaal te vergaderen. Op 8 april 2001 zag de 93-jarige broeder Muchinguri zijn wens vervuld. De gemeente Zongoro kwam voor het eerst in hun nieuwe Koninkrijkszaal bijeen. Dat was ter gelegenheid van de viering van het Avondmaal des Heren.
Sinds dit bouwprogramma in november 1999 van start is gegaan, zijn er 2097 nieuwe Koninkrijkszalen in 92 landen gebouwd — gemiddeld 22 per week! De liefdevolle bijdragen van onze wereldwijde broederschap maken dit ’tot stand brengen van gelijkheid’ mogelijk, zodat ’de gemeente die veel had, niet te veel had, en de gemeente die weinig had, niet te weinig’ (2 Kor. 8:14, 15). Zegent Jehovah deze wereldwijde inspanningen? Denk eens aan het volgende: op veel van die plaatsen is het aantal aanwezigen vaak binnen een maand nadat er een geschikte Koninkrijkszaal is gebouwd, verdubbeld.
Bloedvrije geneeskunde en chirurgie — Drie video’s
De afdeling Audio/Video Services heeft samen met broeders uit Duitsland en andere landen een serie van drie video’s geproduceerd waarin de redelijkheid en de doeltreffendheid van bloedvrije geneeskunde en chirurgie worden aangetoond. In alle drie de video’s stellen bekende chirurgen de doeltreffendheid van alternatieve strategieën tegenover procedures waarbij gebruik wordt gemaakt van bloed. De eerste video in de serie is getiteld Transfusion-Alternative Strategies — Simple, Safe, Effective. Hij is vooral bedoeld voor artsen en medisch studenten. Er wordt gebruik gemaakt van computeranimatie om de functie van bloedbestanddelen te illustreren.
Die eerste video was op tijd gereed om in aanmerking te komen voor inzending op het 34ste U.S. International Film and Video Festival, een festival dat jaarlijks wordt gehouden. Er waren in totaal 1500 inzendingen uit 33 landen. De Transfusion Alternatives-video werd in drie categorieën beoordeeld. In twee van de categorieën — Researchdocumentatie en Professioneel-educatief — eindigde de video op de tweede plaats en kreeg de Silver Screen Award. In de derde categorie, Actualiteiten, behaalde de video de eerste plaats en kreeg de Gold Camera Award. Deze prijzen tonen aan dat experts in de filmindustrie de kwaliteit, nauwkeurigheid en vakkundigheid van de video erkennen, en dit draagt bij tot de geloofwaardigheid van de boodschap van deze video.
De tweede video is getiteld Transfusion-Alternative Health Care — Meeting Patient Needs and Rights. Hij is speciaal bedoeld voor medisch journalisten, gezondheidsautoriteiten, maatschappelijk werkers en justitie. Zoals de titel te kennen geeft, wordt in deze video besproken hoe men voor de medische behoeften van patiënten zorg kan dragen en tegelijkertijd hun wettelijke rechten kan erkennen. Bovendien wordt aangetoond dat technieken voor bloedvrije chirurgie kosteneffectief zijn.
De derde video in de serie is getiteld No Blood — Medicine Meets the Challenge. Deze video is in de eerste plaats voor het publiek in het algemeen bestemd en is al via televisiestations in de Verenigde Staten uitgezonden. Ongetwijfeld zullen de positieve uitlatingen van personen uit de medische professie die geen Getuigen zijn en die in de video worden geïnterviewd, er veel toe bijdragen dat de mensen worden geïnformeerd omtrent de waarde van bloedvrije chirurgie en dat er een tegenwicht wordt gevormd tegen vooringenomen meningen van slecht ingelichte personen.
Nieuwe bijkantoren tot lof van God
Hier volgen verslagen over vijf bijkantoorinwijdingen die het afgelopen dienstjaar hebben plaatsgevonden. Laten we in gedachten eerst eens naar Zuid-Amerika reizen, waar in Venezuela en Uruguay nieuwe bijkantoren zijn ingewijd. Daarna gaan we naar Oekraïne, in Oost-Europa, waar het werk van Jehovah’s Getuigen ruim vijftig jaar verboden is geweest. Dan richten we onze aandacht op Malawi in zuidelijk Afrika, waar de Getuigen vele jaren verbodsbepalingen en vervolging hebben verduurd. En tot slot kijken we naar Barbados, een prachtig eiland in het Caribisch gebied.
VENEZUELA: Op 3 maart 2001 kwamen zo’n 1600 bezoekers uit 22 landen bijeen op een schitterend aangelegd terrein, tachtig kilometer ten westen van de hoofdstad, Caracas, voor de inwijding van het nieuwe bijkantoorcomplex. Maart is het droge seizoen, en het Araguagebergte was dor en bruin, maar dankzij irrigatie uit ter plekke aanwezige bronnen waren de gazons en de palmbomen rond de gebouwen weelderig groen. De afgevaardigden, op hun best gekleed en vele met camera’s, liepen vol bewondering en opgetogen op het terrein rond en de gebouwen in en uit.
Het eerste bijkantoor in Venezuela werd in september 1946 geopend, toen slechts negentien verkondigers het goede nieuws in het land predikten. Gedurende de daaropvolgende halve eeuw zijn verscheidene bijkantoorgebouwen achtereenvolgens te klein geworden wegens de groeiende behoeften. Het nieuwe bijkantoor draagt momenteel zorg voor de 88.541 verkondigers van het goede nieuws in Venezuela.
Velen die de inwijding bijwoonden hadden aan de zes jaar durende bouw van het bijkantoor meegewerkt. Een internationale dienaar blikte terug: „Het was heel aanmoedigend te zien dat de broeders en zusters bereid waren uren te reizen om aan het bouwproject mee te werken. Een groep uit één gemeente bijvoorbeeld huurde een bus, vertrok om elf uur ’s avonds, reisde de hele nacht door en kwam om zes uur ’s morgens aan, ontbeet, werkte de hele dag met ons mee en stapte toen weer in de bus voor de zeven uur durende reis naar huis.” De omgang tijdens de bouw was aangenaam, want de broeders werkten in eenheid samen. — Ps. 133:1.
Gerrit Lösch van het Besturende Lichaam hield de inwijdingslezing „Expansie tot lof van Jehovah”. De dag daarop kwam in de stad Valencia een recordaantal van 113.260 Getuigen en geïnteresseerden uit alle delen van het land bijeen om naar nog een opwindend programma te luisteren, dat ook een samenvatting van het inwijdingsprogramma bevatte.a
URUGUAY: „Wat een geweldige mensen! Het is echt een genoegen zoveel mensen, mannen en vrouwen, hard te zien werken en met zoveel vreugde. Dat kan alleen bereikt worden als je de juiste motivatie hebt en niet op materieel gewin uit bent. Gefeliciteerd, ga zo door!” Dit is slechts een van de vele commentaren van een groot aantal buitenstaanders die het bijkantoorbouwproject in Uruguay bezochten.
De geest van ijver en samenwerking waarvan Jehovah’s Getuigen tijdens het bouwproject blijk gaven, is door Jehovah’s volk door de jaren heen ook tentoongespreid bij het verrichten van hun onderwijzingswerk. Zestig jaar geleden waren er weinig Getuigen in Uruguay, onder wie zes Duitse pioniers, die het hele land per fiets doorkruisten. Nu vormen Jehovah’s Getuigen een solide, welbekende, gerespecteerde organisatie met een verhouding van één verkondiger op 287 inwoners en een gemiddelde van vijf ouderlingen per gemeente. Natuurlijk gaat groei gepaard met de behoefte aan een groter bijkantoor.
Tijdens het inwijdingsprogramma op 31 maart 2001 werd uiting gegeven aan dankbaarheid jegens de vele Getuigen die dit project met hun bekwaamheden en ervaring hadden ondersteund. Het programma bevatte ook interviews met vele vroegere zendelingen die in Uruguay hadden gediend. Ze waren uit verre landen gekomen om bij de inwijding aanwezig te zijn. De inwijdingslezing werd gehouden door broeder Lösch. Hij beklemtoonde dat de belangrijkste reden voor de prediking is Jehovah lof en heerlijkheid te brengen.b
OEKRAÏNE: Al meer dan 110 jaar zijn er predikers van het goede nieuws in Oekraïne. De afgelopen tien jaar hebben echter een bijzonder snelle groei te zien gegeven. De toename van 530 procent in het aantal verkondigers tijdens de jaren ’90 leidde tot een dringende behoefte aan een bijkantoor. Om in deze behoefte te voorzien werd een prachtig landelijk gebied ongeveer vijf kilometer ten noorden van Lvov gekozen als de plaats om het bijkantoor te bouwen. Het complex bestaat uit een woongedeelte van 104 kamers, moderne kantoren, een keuken, een wasserij, een garage en lectuuropslagruimte.
Twee jaar en drie maanden na het ontvangen van de bouwvergunning hadden de broeders de plaats waar zich voorheen een jeugdkamp bevond, veranderd in een aantrekkelijk complex van gebouwen die samen het bijkantoor vormen. Het is gelegen in een bos waar de broeders in de jaren dat het werk verboden was, vergaderingen hielden.
De plaatselijke overheid wilde dat de weg naar het bijkantoor bestraat zou worden. De broeders namen voor dit werk een plaatselijk bouwbedrijf in de arm en zeiden dat de weg, die 1200 meter lang is, eind oktober 2000 klaar moest zijn. De reden hiervoor was dat de eerste sneeuw gewoonlijk in november valt. Het bedrijf was niet in staat het werk op de overeengekomen datum klaar te krijgen. Maar omdat het weer nog steeds geschikt was voor wegwerkzaamheden, besloten de broeders te helpen met het afmaken van het project. Iedereen werkte hard, en ten slotte was de weg op zaterdag 16 december 2000 klaar. Die nacht werd de omgeving bedekt met een dikke laag sneeuw. Als u bewoners van dat gebied vraagt waarom de herfst van het jaar 2000 zo ongewoon warm en lang was, antwoorden ze: „Omdat Jehovah’s Getuigen de weg af moesten maken.”
Het inwijdingsprogramma werd op 19 mei 2001 gehouden. Er waren broeders en zusters uit 35 landen aanwezig voor het programma, waarin onder andere lezingen werden gehouden door Theodore Jaracz en Gerrit Lösch van het Besturende Lichaam. De dag daarop kwam een menigte van 72.023 personen bijeen voor een speciaal programma dat in de grootste stadions van Lvov en Kiëv werd gehouden. Er waren velen aanwezig die tientallen jaren onder verbodsbepalingen hadden gediend. Ze waren opgetogen zo’n prachtig bijkantoor te zien, dat veel eer en lof aan Jehovah zal brengen.c
MALAWI: Tegen het einde van de middag op zaterdag 19 mei 2001 kwamen meer dan 2200 Malawische Getuigen met 200 bezoekers uit 21 landen bijeen onder een zonnescherm, gemaakt van lange staken van de eucalyptusboom, bamboe en gedroogd gras. In het vervagende licht was het niet mogelijk de woorden van het slotlied in de liederenbundel te zien. Onder leiding van de dirigent op het fraaie podium zongen de aanwezigen lied 56 op de karakteristieke Afrikaanse manier — zonder muzikale begeleiding en vierstemmig. Ze hadden geen liederenbundels nodig; ze kenden de woorden uit het hoofd. Er ging een golf van emotie door de buitenlandse gasten terwijl ze naar deze getrouwe dienstknechten van Jehovah luisterden van wie de meesten al veertig jaar of langer gedoopt waren en wegens hun geloof ernstig lijden hadden ondergaan.
Toen de broeders en zusters die ochtend het nieuwe bijkantoorcomplex bezichtigden, barstten ze spontaan los in het zingen van Koninkrijksliederen en zwaaiden naar iedereen die ze tijdens hun rondleiding tegenkwamen. Voorafgaande aan deze gelegenheid hadden de luchthavenautoriteiten toegestaan dat Kingdom Melodies Deel 1 via de geluidsinstallatie werd gespeeld om de internationale bezoekers te verwelkomen. Wat een warm en theocratisch welkom was dat geweest! De muziek wordt nog steeds op de luchthaven gespeeld.
„Betoon je je dankbaar in Jehovah’s dienst?”, luidde de vraag die werd gesteld door Sébastien Johnson, die Malawi als zoneopziener bediende. Terwijl broeder Johnson Micha 6:6-8 onder de loep nam, liet hij zien dat Jehovah niet te veel van ons vraagt. De spreker moedigde ertoe aan elke dag de bijbel te lezen en de heilzame beginselen ervan toe te passen. Guy Pierce van het Besturende Lichaam bouwde zijn inwijdingstoespraak op rond het thema: „Verheug je uitbundig en wees blij over wat Jehovah schept”. Broeder Pierce zei: „Jullie activiteit en lange geschiedenis van getrouwe dienst hebben het fundament gelegd voor de toename die nu plaatsvindt. Blijf alles doen wat je kunt in je heilige dienst voor de Allerhoogste God, Jehovah.”
Op zondag 20 mei werden de 17.378 aanwezigen in een stadion in Lilongwe eraan herinnerd dat Malawi ongeveer 30.000 verkondigers telde toen het verbod in 1993 werd opgeheven. Nu zijn er bijna 50.000 Getuigen in Malawi! Ja, de inwijding van het pasgebouwde Bethelcomplex was werkelijk een tijd om nooit te vergeten, een dag van overwinning voor Jehovah!d
BARBADOS: Het nieuwe bijkantoor en de aangrenzende Koninkrijkszaal op Barbados liggen te midden van gazons en bloeiende planten op een hooggelegen stuk grond van één hectare dat een schitterend uitzicht biedt op de nabijgelegen Caribische Zee. Dit prachtige complex, in achttien maanden gebouwd, bevindt zich in een rustig district in Prospect, St. James, ongeveer vier kilometer van Bridgetown, de hoofdstad van Barbados.
Het nieuwe bijkantoor biedt plaats aan een Bethelfamilie van tien personen. Het bevat acht woonkamers, kantoren en een eetzaal. Er is ook een Koninkrijkszaal met 275 zitplaatsen. Dit complex vervangt het vroegere bijkantoor, dat op een afstand van ongeveer tien minuten rijden in het hart van Bridgetown lag. Toen dit vroegere pand — gelegen in een vrij rustige wijk van de hoofdstad — in 1969 in gebruik werd genomen, bedroeg het totale aantal verkondigers op de zes grotere en verscheidene kleinere eilanden die onder het bijkantoor vallen, ongeveer 1200. In 2000 was dat aantal toegenomen tot 2390 verkondigers in 25 gemeenten en één geïsoleerde groep. Inmiddels was dat bijkantoor veel te klein geworden om zorg te kunnen dragen voor het groeiende aantal gemeenten, en de eens zo rustige wijk was een lawaaierig zakengebied geworden.
Op zaterdag 2 juni 2001 luisterden 676 genodigden van de eilanden die onder het bijkantoor van Barbados vallen alsook uit vijftien andere landen met genoegen naar het inwijdingsprogramma, waarin onder andere de geschiedenis van het werk op Barbados werd verteld. Het hoogtepunt van het programma was de lezing „Jehovah’s hart verheugen”, die met een aanstekelijk enthousiasme werd gehouden door John E. Barr van het Besturende Lichaam. Voor degenen aan wie op het inwijdingsprogramma zelf geen plaats kon worden geboden, werd de dag daarop een speciale vergadering gehouden. Die werd door 3332 personen bijgewoond.e
Wereldwijd zijn er op deze bijkantoren in totaal 20.133 geordineerde bedienaren werkzaam. Allen zijn lid van de Orde van speciale volletijddienaren.
[Voetnoten]
a De theocratische geschiedenis van Venezuela is verschenen in het Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1996, blz. 187-252.
b De theocratische geschiedenis van Uruguay is verschenen in het Jaarboek 1999, blz. 225-255.
c De geschiedenis van het getuigeniswerk in Oekraïne staat op blz. 119-255 van dit Jaarboek.
d Malawi’s theocratische geschiedenis is te vinden in het Jaarboek 1999, blz. 149-222.
e De theocratische geschiedenis van Barbados is verschenen in het Jaarboek 1989, blz. 149-197.
[Illustraties op blz. 6]
Op het „Onderwijzers van Gods woord”-districtscongres in Hong Kong werd de „Nieuwe-Wereldvertaling” in traditioneel en vereenvoudigd Chinees vrijgegeven
[Illustraties op blz. 11]
Wereldwijd werden er bijna een half miljard exemplaren van „Koninkrijksnieuws” nr. 36 verspreid
[Illustratie op blz. 13]
Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (Straatsburg, Frankrijk)
[Illustratie op blz. 21]
Broeder en zuster Muchinguri voor de nieuwe Koninkrijkszaal
[Illustratie op blz. 22]
De drie prijzen die zijn gewonnen voor de video „Transfusion-Alternative Strategies — Simple, Safe, Effective”
[Illustraties op blz. 28, 29]
Pas ingewijde bijkantoren
(1) Malawi
(2) Barbados
(3) Uruguay
(4) Venezuela
(5) Oekraïne