LEVENSVERHAAL
Jehovah is me blijven vormen
IK ZAL nooit mijn eerste werkdag in de Boekbinderij vergeten. Zodra ik de fabriekshal op Bethel in Brooklyn binnenstapte, werd ik overrompeld door het oorverdovende kabaal en de eindeloze cadans van de machines. Fijne stofdeeltjes dwarrelden door de lucht en er hing een doordringende geur van olie.
Maar wat me het meest is bijgebleven zijn de mensen. Ik zag jonge broeders en zusters die werk deden dat er eentonig uitzag. Ze stonden niet in de schijnwerpers. Toch keken ze blij en tevreden. Hun voorbeeld leerde me wat het betekent nederig Jehovah te dienen.
Door de jaren heen heeft Jehovah me gevormd. Hij heeft me geholpen een betere dienaar van hem te worden. Maar misschien moet ik eerst vertellen hoe ik op zoek ging naar de waarheid toen ik nog boeddhist was.
ALS KIND OP ZOEK NAAR GOD
Ik ben geboren in Chicago, waar ik opgroeide als oudste van vier kinderen. Mijn ouders waren vanuit Japan naar Chicago geëmigreerd om de ‘American dream’ na te jagen. Ze wilden dat hun kinderen de best mogelijke opleiding zouden krijgen en succesvol zouden zijn in het leven.
Mijn ouders waren vrome boeddhisten. Mijn moeder was zelfs opgegroeid in een huis met een boeddhistische tempel. Haar vader en twee broers waren monniken. Het boeddhisme speelde dan ook een grote rol in mijn jeugd. Als ik thuiskwam van school, stak ik altijd eerst wierook aan en offerde ik rijst en water aan ons Boeddhabeeld. Elke zondag gingen we naar een tempel waar we mantra’s opzeiden voor net zo’n beeld – alleen was dat beeld groter en met goud bedekt.
Toen ik een jaar of zeven was, stond ik een keer naar het beeld bij ons thuis te staren en dacht ik: hoe zal mijn leven eruitzien na mijn dood? Volgens het boeddhisme zou ik dan ergens in de geestenwereld zijn. Ineens drong het tot me door dat mijn leven ooit zou eindigen. Misschien zou ik als geest blijven bestaan, maar ik zou nooit meer kunnen genieten van het leven als mens. Dat maakte me heel verdrietig en ik voelde me machteloos.
Als tiener begon ik de boeddhistische rituelen steeds zinlozer te vinden. Er ontbrak iets in mijn leven (Matth. 5:3). Diep vanbinnen voelde ik dat er een almachtige, levende God moest zijn. En die wilde ik graag leren kennen. Ik dacht dat het antwoord op mijn vragen misschien in de Bijbel te vinden was. Dus kocht ik – nota bene op een boeddhistisch festival – een tweedehands King Jamesbijbel.
Met Wilson Bashou, van wie ik studie kreeg
Toen ik 17 was, werd ik eens op straat aangesproken door Wilson Bashou. Ik was net de hond aan het uitlaten toen hij vroeg: ‘Weet je wat God belooft voor de toekomst?’ Die vraag leidde tot een lang gesprek over de Bijbel. Wilson las Openbaring 17:1 voor en vroeg: ‘Wat zijn die “vele wateren” waar de hoer op zit?’ Ik had geen idee. Toen ging hij naar vers 15, waar staat dat de waterstromen op mensen slaan. Het maakte indruk op me dat Jehovah’s Getuigen de Bijbel zichzelf laten uitleggen. Aan het eind van het gesprek gaf Wilson me het boek De waarheid die tot eeuwig leven leidt. Dat kleine blauwe boekje veranderde mijn leven.
Tien dagen later bezocht ik voor het eerst een vergadering in de Koninkrijkszaal. Ik zal het warme welkom daar nooit vergeten. Vanaf dat moment ben ik altijd naar de vergaderingen blijven gaan. Later begon Wilson een Bijbelstudie met me. Ik vond wat ik leerde zo mooi dat we soms wel acht uur lang studeerden. Mijn ouders maakten zich zorgen en verzetten zich fel tegen de studie. Maar hoe meer ik studeerde, hoe meer ik ervan overtuigd raakte dat ik de waarheid had gevonden. In 1983 liet ik me dopen.
VAN DE UNIVERSITEIT NAAR DE PIONIERSDIENST
Rond de tijd van mijn doop studeerde ik geneeskunde aan een prestigieuze universiteit. Mijn ouders hadden veel opgeofferd om dat mogelijk te maken. Ik had door kunnen gaan met mijn studie, maar ik wilde Jehovah het beste van mezelf geven en in de volletijddienst gaan.
Mijn vader had me gewaarschuwd: ‘Als je stopt met je studie, gooi ik je het huis uit!’ Die woorden deden pijn en ik was flink in de war. Ik hield van mijn ouders en wilde ze niet teleurstellen. Vaak liep ik ’s avonds laat over de campus, onder de sterrenhemel, en bad ik: ‘Jehovah, help me alstublieft om een goede beslissing te nemen.’ Toen ik uiteindelijk besloot met mijn studie te stoppen, moest ik van mijn vader het huis uit. Ik belde Wilson en vertelde hem wat er was gebeurd. Hij was zo aardig om me in huis te nemen. Dus met al mijn spullen in één tas stapte ik op de bus naar zijn appartement. Ik weet nog dat er een onbeschrijfelijke rust over me kwam. Ik wist dat ik de juiste keuze had gemaakt.
Ik voelde me als een vogel die uit zijn kooi was vrijgelaten! Eindelijk kon ik me helemaal op de dienst richten. In 1984 begon ik te pionieren.
In mijn tijd als gewone pionier heeft Jehovah me waardevolle eigenschappen geleerd, zoals doorzettingsvermogen. Ik herinner me een dag waarop ik alle reden had om niet in de dienst te gaan. Ik was ontmoedigd omdat niemand die middag met me mee kon. Maar ik ging toch. Na een paar uur was ik moe. Ik voelde me alleen en het zag ernaar uit dat het zou regenen. Ik vroeg me af of ik niet beter naar huis kon gaan. Maar ik besloot nog een laatste bezoek in een flat te brengen. Toen ik de trap naar de derde verdieping nam, zag ik een jonge Filipijnse man staan. Die heeft vast geen interesse, dacht ik. Maar ik had het helemaal mis! Ik begon een studie met hem en hij werd mijn geestelijke broer.
GEVORMD OP BETHEL IN BROOKLYN
Nadat ik twee jaar bij Wilson had gewoond, werd ik in 1985 gevraagd naar Bethel in Brooklyn te komen. Zoals ik aan het begin al zei, werd ik toegewezen aan de Boekbinderij. Op een dag ging het helemaal mis bij een van de machines, waardoor ik per ongeluk honderden boekomslagen verpestte. De broeders vroegen me om verslag te doen van wat er was gebeurd. Ik kwam met allerlei redenen waarom het mis was gegaan, maar ik vergat één ding. De opziener zei vriendelijk: ‘Het is altijd goed om je excuses aan te bieden.’ Die ervaring leerde me hoe belangrijk het is je fouten toe te geven en sorry te zeggen.
Ik geef een rondleiding op de Boekbinderij in Brooklyn
Het voorbeeld van trouwe oudere Bethelieten heeft me verder gevormd. Ik ging beter begrijpen wat het betekent anderen te dienen. Op een keer zat ik aan dezelfde tafel als broeder Milton Henschel, die lid was van het Besturende Lichaam. Het was heel druk in de eetzaal en de obers renden heen en weer met het eten. Ik was samen met andere jonge broeders aan tafel aan het klagen over de trage bediening. Zonder iets te zeggen stond broeder Henschel op en begon hij de obers te helpen kannen water en schalen met brood en boter rond te brengen. Zijn voorbeeld van nederigheid is iets dat ik nooit zal vergeten. Het deed me denken aan wat Jezus voor zijn apostelen deed (Joh. 13:3-5).
‘JE MOET JAPANS LEREN!’
Met Michiko Oda en haar man
In 1987 ging ik op reis naar Japan. Ik was onder de indruk van de ijver en nederigheid van de verkondigers daar. Ik wilde ze graag helpen, maar het probleem was dat ik geen Japans sprak. Michiko Oda, een zuster op Bethel, keek me strak aan en zei: ‘Je moet Japans leren!’ Dus dat deed ik. Ik had geen idee dat haar woorden mijn leven zouden veranderen.
Een paar maanden later ging ik een Japanse gemeente in New York ondersteunen. Door Japans te leren kreeg ik veel nieuwe mogelijkheden om Jehovah te dienen. In 1989 bezocht ik in Los Angeles mijn eerste Japanse congres. En daar viel mijn oog op Miwako Onami, een pionierster die meespeelde in het drama.
Miwako en ik trouwden in 1992, en we kregen het voorrecht samen op Bethel te dienen. Miwako is lief en zorgzaam, en ze staat altijd klaar om anderen te helpen. Haar voorbeeld heeft me nog verder gevormd. Ik heb van haar geleerd vriendelijker met anderen om te gaan. Ze is echt een geschenk van Jehovah. Bij haar voel ik me altijd gelukkig.
Onze trouwdag
BETHEL JAPAN EN HET VELD
Na verloop van tijd werden Miwako’s ouders, die in Japan woonden, allebei ernstig ziek. We waren dankbaar dat we toestemming kregen om op het bijkantoor in Japan te dienen. Daardoor konden we makkelijker voor ze zorgen. We verhuisden in 1999.
De Bethelfamilie in Japan ontving ons heel hartelijk, waardoor we ons goed konden aanpassen. Ik leerde veel van de mooie eigenschappen van de Japanse broeders en zusters, zoals hun bijzondere vrijgevigheid en gastvrijheid. Ze nemen hun werk serieus en zijn gefocust. En ze kunnen goed samenwerken. Hoe komt dat? In de Japanse cultuur is harmonieuze samenwerking ten behoeve van de groep belangrijker dan individuele ambities en prestaties. Hun mooie voorbeeld hielp me om nederig met anderen samen te werken en om dankbaar te zijn voor de kleine bijdrage die ik mag leveren aan het grote doel van Jehovah.
Maar vanwege de culturele verschillen vond ik het soms moeilijk te begrijpen waarom dingen op een bepaalde manier werden aangepakt. Ik moest leren geduldig te zijn en niet overdreven te reageren. Geleidelijk veranderde mijn kijk. Ik ging beseffen dat Jehovah elke beslissing kan zegenen zolang we de leiding volgen die hij via zijn organisatie geeft. Uiteindelijk is het Jehovah die ervoor zorgt dat we succes hebben.
Ik vergelijk de opleiding die ik op Bethel heb gekregen vaak met de opleiding die Mozes kreeg. Jehovah hielp hem zachtmoedigheid te ontwikkelen tijdens de 40 jaar dat hij herder was. Door mijn hogere opleiding heb ik een vergelijkbare achtergrond als Mozes. Ik was door hoger onderwijs trots geworden en vertrouwde te veel op mezelf. Bethel leerde me nederig te zijn en op Jehovah te vertrouwen. Zoals Jehovah Mozes geduldig vormde, zo heeft Jehovah mij door de jaren heen gevormd.
Op het bijkantoor in Japan
We hebben uiteindelijk zo’n 24 jaar voor Miwako’s ouders gezorgd. Die periode bestond uit talloze telefoontjes, spannende momenten en veel ziekenhuisbezoeken. De gezondheid van Miwako’s moeder, Masako, ging zo achteruit dat ze nauwelijks meer kon lopen. Het werd voor haar steeds moeilijker om naar de vergaderingen en in de velddienst te gaan. In haar laatste weken zat ze in een rolstoel. Maar ondanks alles is haar liefde voor Jehovah altijd even sterk gebleven. Als ze over de waarheid sprak, straalde ze helemaal. Ze is echt een inspiratiebron voor me geweest doordat ze Jehovah tevreden en met vreugde bleef dienen, wat ze ook meemaakte.
Met Miwako in de dienst op Okinawa
In 2024 veranderde ons leven ingrijpend. Na meer dan 30 jaar Betheldienst kregen we een toewijzing in het veld. Nu dienen we als speciale pioniers op het eiland Okinawa. We mogen prediken tot gezinnen die op de nabijgelegen militaire basis wonen. De goede opleiding die we op Bethel kregen heeft de overgang naar het veld soepeler gemaakt. We proberen een goede routine aan te houden en onze tijd zo goed mogelijk te gebruiken door gefocust te blijven op onze dienst en door hard te werken. Jehovah heeft ons gezegend met Bijbelstudies die als familie voor ons zijn geworden. We gaan steeds beter begrijpen hoe belangrijk liefde voor mensen is. Elke dag danken Miwako en ik Jehovah voor deze prachtige toewijzing.
VASTBESLOTEN ME ALTIJD DOOR JEHOVAH TE LATEN VORMEN
Hoewel mijn familie geen tegenstand meer biedt, dienen ze Jehovah helaas nog niet. Maar Jezus beloofde dat wie zijn familie verlaat om zijn discipel te worden er ‘100 keer meer’ voor terugkrijgt in de vorm van een geestelijke familie (Mark. 10:29, 30). Dat heb ik persoonlijk ervaren. Er zijn wereldwijd enorm veel broeders en zusters die van me hebben gehouden en me als hun eigen familie hebben behandeld – gewoon te veel om op te noemen.
Ik heb nog steeds het Waarheid-boekje dat Wilson me gaf. Dat blauwe boekje herinnert me eraan dat Jehovah ervoor zorgde dat ik hem vond (1 Kron. 28:9). Ik ben vastbesloten om me altijd door Jehovah te laten vormen en anderen te helpen de waarheid te leren kennen die tot eeuwig leven leidt.