Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w25 juli blz. 26-30
  • ‘Jehovah beslist de strijd’

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • ‘Jehovah beslist de strijd’
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk (studie-uitgave) 2025
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • GEVORMD DOOR ZENDINGSIJVER
  • NAAR HET HOOFDKANTOOR
  • MEEVECHTEN IN ONZE JURIDISCHE STRIJD
  • HET GOEDE NIEUWS VERDEDIGEN EN WETTELIJK BEVESTIGEN
  • DANK U, JEHOVAH!
  • Vechten voor vrijheid van aanbidding
    Gods Koninkrijk regeert!
  • Hoogtepunten van het afgelopen jaar
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 2012
  • Het goede nieuws wettelijk beschermen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1998
  • „Het verdedigen en wettelijk bevestigen van het goede nieuws”
    Jehovah’s Getuigen — Verkondigers van Gods koninkrijk
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk (studie-uitgave) 2025
w25 juli blz. 26-30
Philip Brumley.

LEVENSVERHAAL

‘Jehovah beslist de strijd’

VERTELD DOOR PHILIP BRUMLEY

HET was 28 januari 2010, een koude winterdag. Ik was in het pittoreske Straatsburg in Frankrijk, maar niet als toerist. Ik maakte deel uit van een juridisch team dat de rechten van Jehovah’s Getuigen moest verdedigen voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). De zaak: had de Franse overheid het recht ons een belastingaanslag van maar liefst 64 miljoen euro op te leggen? Nog belangrijker was dat Jehovah’s naam, de reputatie van zijn volk en hun vrijheid van aanbidding in het geding waren. Wat er op die rechtszitting gebeurde laat zien dat ‘Jehovah de strijd beslist’ (1 Sam. 17:47). Ik zal vertellen waarom.

Eind jaren 90 was de hele affaire begonnen toen de Franse overheid belasting vorderde over de donaties die het bijkantoor in Frankrijk tussen 1993 en 1996 had ontvangen. We ondernamen gerechtelijke stappen in Frankrijk, maar zonder succes. Nadat we de zaak in hoger beroep hadden verloren, legde de overheid beslag op een bedrag van meer dan vierenhalf miljoen euro van de bankrekening van het bijkantoor. Onze laatste hoop was het EHRM. Maar voordat het EHRM de zaak in behandeling nam, wilde het dat we zouden proberen tot een schikking te komen. Daarvoor werden wij en het juridische team van de overheid opgeroepen voor een zitting met een vertegenwoordiger van de Griffie, de afdeling die het Hof administratief en juridisch ondersteunt.

We verwachtten dat de vertegenwoordiger ons onder druk zou zetten om te schikken en een deel van het geëiste bedrag te betalen. Maar we beseften heel goed dat het betalen van zelfs maar één euro in strijd zou zijn met Bijbelse principes. De broeders en zusters hadden geld gedoneerd om de Koninkrijksbelangen te ondersteunen, dus hun donaties kwamen de overheid niet toe (Matth. 22:21). Maar we gingen naar de zitting uit respect voor de protocollen van het Hof.

Ons juridische team voor het gebouw van het EHRM (2010)

De zitting vond plaats in een van de stijlvolle vergaderzalen van het Hof. Het begin was niet goed. In haar openingswoord maakte de vertegenwoordiger duidelijk dat ze verwachtte dat Jehovah’s Getuigen in Frankrijk een deel van de belasting zouden betalen. Maar plotseling voelden we ons gedrongen te vragen: ‘Weet u dat de overheid al beslag heeft gelegd op ruim vierenhalf miljoen euro van onze bankrekening?’

Ze was duidelijk geschokt. Toen het juridische team van de overheid bevestigde dat het waar was, veranderde haar houding compleet. Ze voer tegen ze uit en beëindigde de zitting abrupt. Toen besefte ik dat Jehovah een wending aan de zaak had gegeven die we nooit hadden kunnen voorzien. Opgetogen liepen we naar buiten. We konden nauwelijks geloven wat er was gebeurd.

Op 30 juni 2011 besliste het EHRM unaniem in ons voordeel. De belasting werd nietig verklaard en de overheid moest het gevorderde geld terugbetalen, plus rente! Die historische uitspraak beschermt de zuivere aanbidding in Frankrijk tot op de dag van vandaag. Die ene onvoorbereide vraag die we stelden was net als de steen die zich in het hoofd van Goliath boorde. Het was het keerpunt van de strijd. Waarom hebben we gewonnen? Omdat, zoals David tegen Goliath had gezegd, ‘Jehovah de strijd beslist’ (1 Sam. 17:45-47).

Deze overwinning is geen uitzondering. Hoewel we tegenover machtige politieke en religieuze tegenstanders hebben gestaan, hebben we tot nu toe 1225 overwinningen behaald bij de hoogste gerechtshoven van 70 landen en verschillende internationale gerechtshoven. Die juridische overwinningen beschermen onze grondrechten, zoals ons recht om een wettelijke status als godsdienst te hebben, om in het openbaar te prediken, om te weigeren aan patriottische ceremonies deel te nemen en om bloed te weigeren.

Hoe was ik betrokken geraakt bij een rechtszaak in Europa terwijl ik werkte op het hoofdkantoor van Jehovah’s Getuigen in de VS?

GEVORMD DOOR ZENDINGSIJVER

Mijn ouders, George en Lucille, die in de 12de klas van Gilead hadden gezeten, dienden in Ethiopië toen ik in 1956 werd geboren. Ze noemden me Philip, naar de evangelieprediker Filippus (Hand. 21:8). Het jaar daarop werd ons werk verboden. Hoewel ik nog maar een peuter was, herinner ik me nog goed dat we alles in het geheim moesten doen. Als kind vond ik dat spannend! In 1960 werden we helaas gedwongen het land te verlaten.

Nathan H. Knorr (uiterst links) op bezoek bij ons thuis in Addis Abeba in Ethiopië (1959)

We verhuisden naar Wichita in Kansas (VS). Mijn ouders namen iets heel speciaals mee: hun inspirerende zendingsijver. Ze leefden echt naar de waarheid en brachten geestelijke waarden over op mij, mijn oudere zus, Judy, en mijn jongere broer, Leslie, die ook allebei in Ethiopië waren geboren. Ik liet me dopen toen ik 13 was. Drie jaar later verhuisden we als gezin naar Arequipa in Peru, waar meer behoefte was.

In 1974, toen ik net 18 was, werd ik met vier andere broeders door het bijkantoor in Peru aangesteld als speciale pionier. We kregen de toewijzing te prediken in onaangeroerde gebieden, hoog in de centrale Andes. We predikten ook tot Quechua- en Aymara-sprekende mensen. We reisden rond in een camper die we De Ark noemden omdat hij veel op een kist leek. Ik denk nog graag terug aan die tijd. Ik kon inheemse mensen vanuit de Bijbel laten zien dat Jehovah binnenkort een eind maakt aan armoede, ziekte en de dood (Openb. 21:3, 4). Velen kwamen in de waarheid.

Een camper die door hoog water rijdt.

De Ark (1974)

NAAR HET HOOFDKANTOOR

In 1977 bracht Albert Schroeder, een lid van het Besturende Lichaam, een bezoek aan Peru. Hij moedigde me aan om me voor Betheldienst op het hoofdkantoor aan te melden. Dus dat heb ik gedaan. Kort daarna, op 17 juni 1977, begon ik mijn dienst op Bethel in Brooklyn. De volgende vier jaar werkte ik in de Schoonmaak en in Onderhoud.

Onze trouwdag (1979)

In juni 1978 leerde ik op een internationaal congres in New Orleans (Louisiana) Elizabeth Avallone kennen. Ook zij was opgevoed door ouders die echt naar de waarheid leefden. Ze pionierde al vier jaar en wilde haar hele leven in de volletijddienst blijven. We hielden contact en werden verliefd. Op 20 oktober 1979 trouwden we en daarna begonnen we als echtpaar aan de Betheldienst.

Onze eerste gemeente was de Spaanse gemeente in Brooklyn. De broeders en zusters daar waren heel lief voor ons. Door de jaren heen hebben we in nog drie liefdevolle gemeenten gediend die ons hebben gesteund in onze Betheldienst. We zijn dankbaar voor hun steun en voor alles wat vrienden en familieleden hebben gedaan toen we voor onze bejaarde ouders moesten zorgen.

Philip met andere Bethelieten op een gemeentevergadering.

Bethelieten van de Spaanse gemeente in Brooklyn (1986)

MEEVECHTEN IN ONZE JURIDISCHE STRIJD

In januari 1982 kreeg ik tot mijn verbazing een toewijzing op de Juridische Afdeling op Bethel. Drie jaar later werd ik gevraagd rechten te gaan studeren en advocaat te worden. Ik vond het interessant te leren dat de fundamentele vrijheden die de meeste mensen in de VS en andere landen als vanzelfsprekend bezien zijn beschermd door juridische overwinningen van Jehovah’s Getuigen. Die belangrijke zaken werden tijdens de lessen uitgebreid besproken.

In 1986 werd ik aangesteld als opziener van de Juridische Afdeling. Ik voelde me vereerd maar vond het ook overweldigend, want ik was nog maar 30 en besefte nauwelijks wat er allemaal op me afkwam.

In 1988 werd ik advocaat, maar ik besefte niet hoezeer ik me door die prestatie had laten beïnvloeden. Hoger onderwijs kan voeding geven aan het verlangen jezelf te promoten en je het idee geven dat je dankzij je specifieke kennis beter bent dan anderen die zo’n opleiding niet hebben gehad. Elizabeth was mijn redding. Ze hielp me net zo’n geestelijke routine te krijgen als ik voor mijn studie had. Het duurde even, maar uiteindelijk kon ik geestelijk herstellen. Ik kan bevestigen dat een hoofd vol kennis niet het belangrijkste in het leven is. Wat het leven echt betekenis geeft is een hechte band met Jehovah en diepe liefde voor hem en zijn volk.

HET GOEDE NIEUWS VERDEDIGEN EN WETTELIJK BEVESTIGEN

Toen ik klaar was met mijn studie, kon ik me richten op het werk op onze afdeling, die juridische ondersteuning bood op Bethel, en op het verdedigen van de Koninkrijksbelangen. Het was spannend maar ook uitdagend om ondersteuning te bieden aan onze snelveranderende, groeiende, innovatieve organisatie. Toen we bijvoorbeeld begin jaren 90 wilden stoppen met het vragen van een bijdrage voor publicaties, werd de Juridische Afdeling gevraagd dat in goede banen te leiden. Sindsdien bieden we onze publicaties gratis aan. Dat heeft het werk op Bethel en in het veld eenvoudiger gemaakt en beschermt ons tegen belastingproblemen. Sommigen dachten dat er door de verandering te weinig geld zou overblijven om onze dienst goed uit te voeren. Maar het tegenovergestelde gebeurde. Sinds 1990 is het aantal Getuigen meer dan verdubbeld, en nu is levensreddend geestelijk voedsel voor iedereen gratis beschikbaar. Ik heb met eigen ogen gezien dat dit soort veranderingen in de organisatie alleen kunnen slagen dankzij de kracht die Jehovah geeft en de leiding waarin hij via de getrouwe slaaf voorziet (Ex. 15:2; Matth. 24:45).

Juridische overwinningen zijn bijna nooit te danken aan alleen goede advocaten. Vaak heeft het goede gedrag van Jehovah’s volk de meeste invloed op rechters en andere autoriteiten. Een voorbeeld daarvan zag ik in 1998, toen drie leden van het Besturende Lichaam en hun vrouwen op speciale congressen in Cuba waren. Hun vriendelijke, respectvolle houding had meer overtuigingskracht dan alles wat wij in officiële gesprekken hadden gezegd om de autoriteiten duidelijk te maken dat we politiek neutraal zijn.

Maar als een kwestie niet in een goede sfeer kan worden opgelost, moeten we het goede nieuws in de rechtszaal ‘verdedigen en wettelijk bevestigen’ (Fil. 1:7). Zo is jarenlang ons recht om militaire dienst te weigeren door de autoriteiten van verschillende landen in Europa en Zuid-Korea niet erkend. Daardoor hebben zo’n 18.000 broeders in Europa en meer dan 19.000 broeders in Zuid-Korea wegens dienstweigering in de gevangenis gezeten.

Uiteindelijk deed het EHRM op 7 juli 2011 een historische uitspraak in de zaak Bayatyan v. Armenia die landen in heel Europa verplicht om in vervangende dienstplicht te voorzien. Op 28 juni 2018 deed het Constitutioneel Hof van Zuid-Korea een vergelijkbare uitspraak. Beide overwinningen zouden niet mogelijk zijn geweest als ook maar enkelen van onze jonge broeders concessies hadden gedaan.

De juridische afdelingen wereldwijd werken heel hard om de Koninkrijksbelangen te verdedigen. We vinden het een eer onze broeders en zusters te vertegenwoordigen als ze tegenstand van de overheid krijgen. Of we nu in de rechtszaal winnen of niet, we geven een getuigenis aan bestuurders, koningen en volken (Matth. 10:18). Rechters, overheidsvertegenwoordigers, de media en de mensen in het algemeen zijn gedwongen kennis te nemen van de Bijbelteksten die we gebruiken in de officiële stukken en tijdens ons pleidooi in de rechtszaal. Oprechte mensen komen erachter wie Jehovah’s Getuigen zijn en waar we ons geloof op baseren. Sommige zijn zelfs in de waarheid gekomen.

DANK U, JEHOVAH!

De afgelopen 40 jaar heb ik het voorrecht gehad bijkantoren over de hele wereld te helpen met juridische kwesties en voor heel wat gerechtshoven en hoge ambtenaren te verschijnen. Ik houd van mijn broeders en zusters op de Juridische Afdeling op het hoofdkantoor en de juridische afdelingen wereldwijd en heb veel bewondering voor ze. Ik heb een gezegend en zinvol leven.

Philip en Elizabeth Brumley.

Elizabeth heeft me de afgelopen 45 jaar trouw en liefdevol gesteund, in goede en slechte tijden. Ik heb veel bewondering voor haar omdat ze dat doet terwijl ze een ziekte heeft die haar immuunsysteem verzwakt en haar beperkt in wat ze kan.

We hebben persoonlijk gezien dat onze kracht en onze overwinningen niet te danken zijn aan onze eigen capaciteiten. Het is zoals David zei: ‘Jehovah is de kracht van zijn volk’ (Ps. 28:8). Ja, ‘Jehovah beslist de strijd’.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen