Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w25 juni blz. 26-31
  • Levenslessen van onze Grootse Onderwijzer

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Levenslessen van onze Grootse Onderwijzer
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk (studie-uitgave) 2025
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • HET VOORBEELD VAN MIJN OUDERS
  • BEGIN VAN DE VOLLETIJDDIENST
  • LEVEN ALS ZENDELINGEN
  • EUROPA EN DAARNA AFRIKA
  • NAAR HET MIDDEN-OOSTEN
  • TERUG NAAR AFRIKA
  • Het mooiste voorrecht op het gebied van geven
    Ontwaakt! 1979
  • Vastbesloten om mijn handen niet te laten verslappen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk (studie-uitgave) 2018
  • Zendelingen bevorderen wereldwijde expansie
    Jehovah’s Getuigen — Verkondigers van Gods koninkrijk
  • Jehovah’s zegeningen overtroffen al mijn verwachtingen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk (studie-uitgave) 2019
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk (studie-uitgave) 2025
w25 juni blz. 26-31
Franco Dagostini.

LEVENSVERHAAL

Levenslessen van onze Grootse Onderwijzer

VERTELD DOOR FRANCO DAGOSTINI

CYCLONEN, burgeroorlogen, evacuaties, controleposten met gewapende soldaten en barricades die in brand stonden. Dat zijn enkele van de gevaren die mijn vrouw en ik in de pioniers- en zendingsdienst hebben doorstaan. Toch zouden we ons leven voor niets ter wereld inruilen! Jehovah heeft ons in al die situaties gesteund en gezegend. En als Grootse Onderwijzer heeft hij ons waardevolle lessen geleerd (Job 36:22; Jes. 30:20).

HET VOORBEELD VAN MIJN OUDERS

Eind jaren 50 emigreerden mijn ouders van Italië naar Canada. Ze gingen wonen in Kindersley in Saskatchewan. Kort daarna leerden ze de waarheid kennen en die kwam centraal te staan in ons leven. Ik weet nog dat ik als kind lange dagen meeging in de dienst. Dus ik zeg weleens voor de grap dat ik op mijn achtste al ‘hulppionier’ was!

Franco als kind met zijn ouders, broer en zussen.

Met mijn familie (rond 1966)

Hoewel mijn ouders arm waren, leerden ze ons door hun voorbeeld om offers voor Jehovah te brengen. Zo verkochten ze in 1963 veel van hun bezittingen zodat ze genoeg geld zouden hebben om naar het internationale congres in Pasadena in Californië (VS) te gaan. Om in het Italiaanse veld te helpen verhuisden we in 1972 naar Trail in British Columbia, zo’n 1000 kilometer bij ons vandaan. Mijn vader werkte als conciërge. Hij sloeg meermaals een promotie af zodat hij zich op geestelijke dingen kon richten.

Ik ben mijn ouders dankbaar voor het voorbeeld dat ze mij, mijn broer en mijn twee zussen gaven. Dat was het begin van mijn theocratische opleiding. Ze leerden me een belangrijke levensles: als ik eerst het Koninkrijk zoek, zal Jehovah voor me zorgen (Matth. 6:33).

BEGIN VAN DE VOLLETIJDDIENST

In 1980 trouwde ik met Debbie, een knappe zuster met duidelijke geestelijke doelen. Omdat we graag in de volletijddienst wilden, begon Debbie drie maanden na de bruiloft met pionieren. Een jaar na ons trouwen gingen we naar een kleine gemeente waar behoefte was en begon ik ook met de pioniersdienst.

Franco en Debbie op hun trouwdag.

Onze trouwdag (1980)

Na verloop van tijd raakten we ontmoedigd en besloten we te verhuizen. Maar eerst spraken we met de kringopziener. Hij zei vriendelijk maar duidelijk: ‘Jullie zijn zelf deel van het probleem. Jullie zijn gefocust op de negatieve aspecten van je situatie. Als je in plaats daarvan de positieve dingen zoekt, zul je ze vinden.’ Dat was precies wat we nodig hadden (Ps. 141:5). We pasten de raad meteen toe en zagen al snel in dat er eigenlijk heel veel positieve dingen waren. In de gemeente waren er verschillenden die meer voor Jehovah wilden doen, ook enkele kinderen en zusters met een ongelovige partner. Dat was een belangrijke les voor ons. We leerden naar het goede te zoeken en geduldig te wachten tot Jehovah iets doet aan een uitdagende situatie (Micha 7:7). We kregen onze vreugde terug en de situatie verbeterde.

De leraren op onze eerste pioniersschool hadden in het buitenland gediend. Ze lieten dia’s zien en spraken over de uitdagingen en zegeningen van hun dienst. Dat wakkerde bij ons de wens aan om zendeling te worden. En dus stelden we ons de zendingsdienst ten doel.

Een Koninkrijkszaal met een parkeerterrein dat na hevige sneeuwval weer begaanbaar is gemaakt.

Bij een Koninkrijkszaal in British Columbia (1983)

Om dat doel te bereiken verhuisden we in 1984 naar het Franstalige Quebec, meer dan 4000 kilometer van British Columbia. Daar moesten we ons aanpassen aan een nieuwe cultuur en taal. Een andere uitdaging was dat we vaak weinig geld hadden. Op een gegeven moment leefden we van de overgebleven aardappelen die we van het land van een boer mochten rapen. Debbie werd heel creatief met aardappelgerechten! Ondanks de uitdagingen deden we ons best om met vreugde te volharden. Bovendien zagen we dat Jehovah voor ons zorgde (Ps. 64:10).

Op een dag kregen we een onverwacht telefoontje. We werden gevraagd om op Bethel te dienen. Het voelde een beetje dubbel, want we hadden ons al opgegeven voor Gilead. Maar we besloten naar Bethel te gaan. Toen we er aankwamen, vroegen we aan broeder Kenneth Little, een lid van het bijkantoorcomité: ‘Wat als we voor Gilead worden uitgenodigd?’ Hij antwoordde: ‘Dat zien we wel als het zover is.’

Een week later was het zover! Debbie en ik werden uitgenodigd voor Gilead. Nu moesten we kiezen. Broeder Little zei: ‘Wat je ook kiest, er komen momenten waarop je zou willen dat je het andere had gekozen. Het een is niet beter dan het andere. Jehovah kan beide zegenen.’ We accepteerden de uitnodiging voor Gilead. Door de jaren heen hebben we ervaren dat broeder Little gelijk had. We hebben zijn woorden vaak aangehaald als anderen voor een vergelijkbare keus stonden.

LEVEN ALS ZENDELINGEN

(Links) Ulysses Glass

(Rechts) Jack Redford

In april 1987 begonnen we met onze Gileadopleiding in Brooklyn (New York). We vonden het geweldig bij de 24 studenten van de 83ste klas te horen. Ulysses Glass en Jack Redford waren de voornaamste leraren. De vijf maanden vlogen voorbij en op 6 september 1987 was onze graduatie. We werden samen met John en Marie Goode toegewezen aan Haïti.

Franco en Debbie op een strand in Haïti terwijl ze in de dienst zijn.

In Haïti (1988)

Er waren geen Gileadzendelingen meer naar Haïti gestuurd sinds 1962, toen de laatsten uit het land waren gezet. Drie weken na onze graduatie kwamen we aan in een kleine gemeente van 35 verkondigers diep in de bergen. We waren jong en onervaren en we waren de enigen in het zendelingenhuis. De mensen waren heel arm en velen konden niet lezen. In die tijd maakten we maatschappelijke onrust mee, waren er staatsgrepen, werden barricades in brand gezet en werden we getroffen door cyclonen.

We konden veel leren van de veerkrachtige, vreugdevolle broeders en zusters in Haïti. Velen hadden een zwaar leven, maar ze hielden van Jehovah en de dienst. Eén oudere zuster die niet kon lezen kende zo’n 150 teksten uit haar hoofd. Door de toestanden om ons heen waren we extra gemotiveerd om te prediken dat het Koninkrijk de enige oplossing is voor de problemen. Het maakt ons heel gelukkig dat sommigen van de eerste personen met wie we de Bijbel bestudeerden later als gewone pionier, speciale pionier of ouderling zijn gaan dienen.

In Haïti ontmoette ik Trevor, een jonge zendeling van de mormonen met wie ik een paar keer over de Bijbel kon praten. Jaren later kreeg ik onverwacht een brief van hem. Hij schreef: ‘Ik word op de volgende kringvergadering gedoopt! Daarna wil ik terug naar Haïti om in het gebied waar ik zendeling van de mormonen was als speciale pionier te dienen.’ Hij heeft er inderdaad jarenlang samen met zijn vrouw gediend.

EUROPA EN DAARNA AFRIKA

Franco zit aan zijn bureau te werken.

Aan het werk in Slovenië (1994)

We kregen een toewijzing in een deel van Europa waar ons werk geleidelijk weer werd toegestaan. In 1992 kwamen we aan in Ljubljana in Slovenië, niet zo ver van de plek waar mijn ouders waren opgegroeid voordat ze naar Italië verhuisden. In delen van voormalig Joegoslavië woedde er nog steeds oorlog. Het bijkantoor in Wenen (Oostenrijk) en de kantoren in Zagreb (Kroatië) en Belgrado (Servië) hadden toezicht gehouden op het werk in de regio. Nu zou er in elk onafhankelijk land een aparte Bethelregeling komen.

We moesten ons dus aanpassen aan weer een andere taal en cultuur. De mensen zeiden ‘Jezik je težek’, oftewel ‘de taal is moeilijk’. En dat was inderdaad zo. We bewonderden de loyaliteit van de broeders en zusters die organisatorische veranderingen meteen accepteerden. We merkten dat Jehovah ze zegende. Opnieuw zagen we dat Jehovah de dingen liefdevol en op de juiste tijd corrigeert. In Slovenië werden veel lessen die we al hadden geleerd bevestigd maar leerden we ook nieuwe lessen.

Er stonden ons nog meer veranderingen te wachten. In 2000 werden we toegewezen aan Ivoorkust in West-Afrika. In november 2002 werden we vanwege de burgeroorlog geëvacueerd naar Sierra Leone. Daar was net een eind gekomen aan een burgeroorlog die 11 jaar had geduurd. Het was moeilijk om Ivoorkust zo abrupt te verlaten. Maar dankzij de lessen die we hadden geleerd konden we onze vreugde behouden.

We concentreerden ons op het vruchtbare gebied en op de lieve broeders en zusters, die jarenlang oorlog hadden meegemaakt. Ze bezaten niet veel, maar ze deelden graag wat ze hadden. Eén zuster bood Debbie wat kleren aan. Toen Debbie aarzelde, drong de zuster aan en zei: ‘Tijdens de oorlog hebben broeders en zusters in andere landen ons gesteund. Nu is het onze beurt om te helpen.’ We stelden ons ten doel hun voorbeeld te volgen.

Uiteindelijk keerden we terug naar Ivoorkust, maar daar laaiden de spanningen weer op. In november 2004 werden we per helikopter geëvacueerd, met elk één tas van 10 kilo. We moesten op een Franse legerbasis op de grond slapen. De volgende dag werden we naar Zwitserland gevlogen. We kwamen rond middernacht op het bijkantoor aan. Het bijkantoorcomité en de leraren van de Bedienarenopleidingsschool en hun vrouwen ontvingen ons met dikke knuffels, een warme maaltijd en veel Zwitserse chocolade. Dat raakte ons diep.

Franco houdt een lezing in een Koninkrijkszaal in Ivoorkust.

Een lezing voor vluchtelingen in Ivoorkust (2005)

We werden tijdelijk toegewezen aan Ghana en gingen terug naar Ivoorkust toen het daar weer wat rustiger was. De vriendelijkheid van de broeders en zusters was een grote hulp tijdens de stressvolle evacuaties en tijdelijke toewijzingen. Debbie en ik spraken af dat we de broederlijke liefde die in Jehovah’s organisatie de norm is nooit als vanzelfsprekend zouden bezien. Zelfs die turbulente tijden bleken een waardevol onderdeel van onze opleiding te zijn.

NAAR HET MIDDEN-OOSTEN

Franco en Debbie bezoeken ruïnes in het Midden-Oosten.

In het Midden-Oosten (2007)

In 2006 kregen we een brief van het hoofdkantoor met een nieuwe toewijzing in het Midden-Oosten. Dat betekende voor ons weer nieuwe avonturen, uitdagingen, talen en culturen. Er was veel te leren in zo’n politiek en religieus beladen klimaat. We vonden het geweldig te zien dat er door het opvolgen van theocratische richtlijnen eenheid was ondanks de verschillende achtergronden en talen van de broeders en zusters. We bewonderden ze omdat velen moedig tegenstand verduurden van familieleden, klasgenoten, collega’s en buren.

In 2012 gingen we naar het speciale congres in Tel Aviv in Israël. Dat was de eerste keer sinds Pinksteren 33 dat Jehovah’s aanbidders in die regio met zo veel personen bij elkaar waren. Wat een gedenkwaardige gebeurtenis!

In die tijd bezochten we een land waar ons werk aan beperkingen onderworpen was. We namen wat lectuur mee, gingen in de velddienst en bezochten kleine kringvergaderingen. Overal waren zwaarbewapende soldaten en controleposten. Maar we voelden ons veilig, want we gingen voorzichtig te werk terwijl we met de weinige verkondigers op pad waren.

TERUG NAAR AFRIKA

Franco typt op zijn laptop.

Een lezing voorbereiden in Congo (2014)

In 2013 kregen we een heel andere toewijzing: dienen op het bijkantoor in Kinshasa in Congo, een uitgestrekt land met veel natuurschoon maar ook extreme armoede en veel gewapende conflicten. Aanvankelijk zeiden we: ‘We kennen Afrika, we zijn er klaar voor.’ Maar we hadden nog veel te leren. We moesten wennen aan het reizen in gebieden met een slechte infrastructuur. We vonden veel positieve dingen om ons op te richten, zoals de volharding en vreugde van de broeders en zusters ondanks armoede, hun liefde voor de dienst en de moeite die ze deden om vergaderingen en kringvergaderingen bij te wonen. We zagen van dichtbij dat het Koninkrijkswerk vooruitging — en dat alleen dankzij Jehovah’s steun en zegen. De jaren dat we in Congo in de volletijddienst waren hebben diepe indruk op ons gemaakt en onze grote familie nog verder uitgebreid.

Franco loopt in de velddienst met een groep broeders en zusters naar een dorp.

Prediken in Zuid-Afrika (2023)

Eind 2017 gingen we weer naar een andere toewijzing: Zuid-Afrika. We zitten hier op het grootste bijkantoor waar we ooit hebben gediend. Onze toewijzingen op Bethel waren nieuw voor ons. Opnieuw was er heel wat te leren, maar we hadden veel aan de lessen uit het verleden. We houden van de vele broeders en zusters die al tientallen jaren loyaal volharden. En het is geweldig de Bethelfamilie in eenheid te zien samenwerken ondanks de verscheidenheid aan rassen en culturen. Het is duidelijk dat Jehovah zijn volk zegent met vrede omdat ze de nieuwe persoonlijkheid aandoen en Bijbelse principes toepassen.

In de loop van de jaren hebben Debbie en ik spannende toewijzingen gehad, ons aan verschillende culturen aangepast en nieuwe talen geleerd. Het was niet altijd makkelijk, maar we hebben via de organisatie en de broederschap altijd Jehovah’s loyale liefde gevoeld (Ps. 144:2). We vertrouwen erop dat we dankzij de opleiding die de volletijddienst ons heeft gegeven betere dienaren van Jehovah zijn geworden.

Ik ben heel dankbaar voor mijn opvoeding, de steun van mijn lieve vrouw Debbie en de geweldige voorbeelden in onze wereldwijde geestelijke familie. Mijn vrouw en ik zijn vastbesloten om ook in de toekomst de lessen van onze Grootse Onderwijzer in ons op te blijven nemen.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen