Schema voor de theocratische bedieningsschool voor 2008
Richtlijnen
In 2008 zullen voor de theocratische bedieningsschool de volgende regelingen gelden.
BRONNENMATERIAAL: Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift [bi12], Trek voordeel van de theocratische bedieningsschool [be], „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig” (uitgave 1991) [si] en Redeneren aan de hand van de Schrift (uitgave 1993) [rs].
De school dient OP TIJD te beginnen met lied, gebed en een verwelkoming, en dan verder te gaan zoals hieronder staat beschreven. Na elk onderdeel zal de schoolopziener het volgende onderdeel aankondigen.
SPREEKHOEDANIGHEID: 5 minuten. De schoolopziener, de toegevoegde raadgever of een andere bekwame ouderling zal een spreekhoedanigheid behandelen, gebaseerd op het Bedieningsschool-leerboek. (In gemeenten met een beperkt aantal ouderlingen kan een bekwame dienaar in de bediening worden gebruikt.)
TOEWIJZING 1: 10 minuten. Dit onderdeel zal door een bekwame ouderling of dienaar in de bediening worden behandeld, en zal gebaseerd zijn op Trek voordeel van de theocratische bedieningsschool of „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig”. Het dient als een 10 minuten durende instructielezing gepresenteerd te worden. Het doel dient niet slechts te zijn het materiaal te behandelen, maar de aandacht te vestigen op de praktische waarde van de besproken inlichtingen en te beklemtonen wat het meeste nut heeft voor de gemeente. Het aangegeven thema dient te worden gebruikt. Van de broeders aan wie deze lezing wordt toegewezen, wordt verwacht dat ze er zorgvuldig op zullen letten dat ze zich aan de tijd houden. Zo nodig kan onder vier ogen raad worden gegeven.
HOOFDPUNTEN UIT HET BIJBELLEESPROGRAMMA: 10 minuten. In de eerste 5 minuten dient een bekwame ouderling of dienaar in de bediening de stof een toepassing te geven die van praktisch nut is voor de gemeente. Hij kan commentaar geven op elk deel van het Bijbelleesgedeelte voor die week. Dit dient niet slechts een samenvatting van het toegewezen leesgedeelte te zijn. Het voornaamste doel is de toehoorders te helpen beseffen waarom en hoe de inlichtingen waardevol zijn. De spreker dient voor dit gedeelte beslist niet meer dan 5 minuten te gebruiken. Hij moet 5 minuten overhouden voor zaaldeelname. Hij zal de toehoorders uitnodigen korte commentaren (30 seconden of minder) te geven over interessante punten die ze bij het Bijbellezen zijn tegengekomen en hoe ze tot nut zijn. Hierna laat de schoolopziener de leerlingen vertrekken die in een bijzaal een toewijzing hebben.
TOEWIJZING 2: 4 minuten of minder. De toegewezen stof zal door een broeder worden voorgelezen, zonder inleiding of besluit. De schoolopziener zal er vooral in geïnteresseerd zijn de leerlingen te helpen met begrip, vloeiendheid, goede zinsklemtoon, modulatie, juiste pauzes en natuurlijkheid te lezen.
TOEWIJZING 3: 5 minuten. Dit onderdeel zal aan een zuster worden toegewezen. Zusters die deze toewijzing krijgen, zullen uit de lijst op blz. 82 van het Bedieningsschool-leerboek een setting toegewezen krijgen of er zelf een kiezen. De leerlinge dient het toegewezen thema te gebruiken en het toe te passen op een aspect van de velddienst dat realistisch en praktisch is voor het plaatselijke gebied. Als er geen verwijzingen als bronnenmateriaal worden genoemd, zal de leerlinge stof voor dit onderdeel moeten verzamelen door nazoekwerk te doen in onze publicaties. Nieuwere leerlingen dienen toewijzingen te krijgen waarvoor verwijzingen zijn verschaft. De schoolopziener zal vooral letten op de manier waarop de leerlinge de stof uitwerkt en de manier waarop ze de huisbewoonster helpt over de Schriftplaatsen te redeneren en de hoofdpunten van de presentatie te begrijpen. De schoolopziener zal één assistente toewijzen.
TOEWIJZING 4: 5 minuten. De leerling dient het toegewezen thema uit te werken. Als er geen verwijzingen als bronnenmateriaal worden genoemd, zal de leerling stof voor dit onderdeel moeten verzamelen door nazoekwerk te doen in onze publicaties. Wanneer een broeder deze toewijzing krijgt, zal dit onderdeel gehouden worden als een lezing met de toehoorders in de Koninkrijkszaal in gedachten. Wanneer dit onderdeel aan een zuster wordt gegeven, dient het altijd gepresenteerd te worden zoals voor toewijzing 3 is aangegeven. De schoolopziener kan toewijzing 4 altijd aan een broeder geven wanneer hij dit passend vindt. Merk op dat thema’s met een sterretje alleen aan broeders toegewezen mogen worden, die ze als een lezing zullen uitwerken. Als er in de gemeente ruimschoots voldoende ouderlingen en dienaren in de bediening zijn om de verschillende onderdelen op de theocratische bedieningsschool en de dienstvergadering te behartigen, dan verdient het de voorkeur thema’s met een sterretje aan een ouderling of dienaar toe te wijzen.
RAADGEVINGEN: 1 minuut. De schoolopziener zal niet van tevoren aankondigen aan welke spreekhoedanigheid een leerling zal werken. Na de toewijzingen 2, 3 en 4 zal de schoolopziener enkele positieve opmerkingen maken over een aspect van de presentatie waarvoor een compliment gegeven kan worden. Zijn doel is niet gewoon „goed gedaan” te zeggen, maar in plaats daarvan specifieke redenen te geven waarom dat aspect van de presentatie doeltreffend was. Afhankelijk van de behoefte van elke leerling kan er na de vergadering of op een andere tijd onder vier ogen aanvullende opbouwende raad gegeven worden.
TIJDSBEPALING: Geen enkele presentatie mag over tijd gaan, en dat geldt ook voor de opmerkingen van de raadgever. De toewijzingen 2 tot en met 4 dienen tactvol beëindigd te worden wanneer de tijd om is. Als de broeders die de openingslezing over een spreekhoedanigheid, toewijzing 1 of de hoofdpunten uit het Bijbelleesprogramma behandelen, over tijd gaan, dient hun onder vier ogen raad gegeven te worden. Iedereen dient zorgvuldig op zijn tijdsbepaling te letten. Het totale programma, zonder lied en gebed, duurt 45 minuten.
RAADGEVINGENFORMULIER: In leerboek.
TOEGEVOEGDE RAADGEVER: Het lichaam van ouderlingen kan een bekwame ouderling kiezen, als die naast de schoolopziener beschikbaar is, om de toewijzing van toegevoegde raadgever te behartigen. Als er voldoende ouderlingen in een gemeente zijn, kan deze toewijzing elk jaar door een andere bekwame ouderling behartigd worden. Het zal de verantwoordelijkheid van de toegevoegde raadgever zijn zo nodig persoonlijke raad te geven aan de broeders die toewijzing 1 en de hoofdpunten uit het Bijbelleesprogramma presenteren. Het is niet nodig dat hij na elk van die lezingen door medeouderlingen of dienaren in de bediening raad geeft.
OVERZICHT VOOR DE THEOCRATISCHE BEDIENINGSSCHOOL: 30 minuten. Om de twee maanden zal de schoolopziener een overzicht houden. Dat zal voorafgegaan worden door de behandeling van een spreekhoedanigheid en de hoofdpunten uit het Bijbelleesprogramma, zoals hierboven uiteengezet. Het overzicht zal gebaseerd zijn op de stof die in de voorgaande twee maanden, met inbegrip van die week, op de school behandeld is. Als de gemeente in de week van het overzicht voor de theocratische bedieningsschool een kringvergadering heeft, dient het overzicht (en de andere onderdelen van die week) naar een week later verschoven te worden en het schema van de week erna moet een week vervroegd worden. Als de kringopziener de gemeente in de week van een overzicht bezoekt, dan moet voor het lied, de lezing over de spreekhoedanigheid en de hoofdpunten uit het Bijbelleesprogramma gewoon het schema van die week gevolgd worden. De instructielezing (die volgt op de lezing over de spreekhoedanigheid) dient genomen te worden uit het schema van de daaropvolgende week. De theocratische bedieningsschool van de week daarna zal beginnen met de lezing over de spreekhoedanigheid en de hoofdpunten uit het Bijbelleesprogramma zoals gepland en dan vervolgen met het overzicht.
SCHEMA
7 jan. Bijbellezen: Mattheüs 1-6 Lied 62
Spreekhoedanigheid: Verschaf noodzakelijke uitleg (be blz. 228 §1, 2)
Nr. 1: Inleiding tot Mattheüs (si blz. 175-177 §1-10)
Nr. 2: Mattheüs 5:1-20
Nr. 3: Waarom sterven mensen? (rs blz. 89-91 §2)
Nr. 4: Hoe Gods heilige geest ons helpt
14 jan. Bijbellezen: Mattheüs 7-11 Lied 224
Spreekhoedanigheid: Hoe het hart erbij betrokken is (be blz. 228 §3-5)
Nr. 1: Schep behagen in Gods Woord (be blz. 9 §1-5)
Nr. 2: Mattheüs 10:1-23
Nr. 3: Waarom het loont om eerlijk te zijn
Nr. 4: Waar zijn de doden en in welke toestand verkeren ze? (rs blz. 91 §3–blz. 93 §2)
21 jan. Bijbellezen: Mattheüs 12-15 Lied 133
Spreekhoedanigheid: Leerzaam voor je publiek (be blz. 230 §1-6)
Nr. 1: Lees de Bijbel dagelijks (be blz. 10 §1–blz. 12 §3)
Nr. 2: Mattheüs 14:1-22
Nr. 3: Waarom nemen Jehovah’s Getuigen niet deel aan traditionele rouwgebruiken? (rs blz. 93 §3–blz. 94 §5)
Nr. 4: Wie of wat is de antichrist?
28 jan. Bijbellezen: Mattheüs 16-21 Lied 176
Spreekhoedanigheid: Maak een lezing leerzaam door nazoekwerk te doen (be blz. 231 §1-3)
Nr. 1: ’Schenk er aandacht aan hoe je luistert’ (be blz. 13 §1–blz. 14 §4)
Nr. 2: Mattheüs 17:1-20
Nr. 3: Reageren op onjuiste opvattingen over de dood (rs blz. 94 §6–blz. 95 §2)
Nr. 4: Dingen die christenen als heilig bezien
4 feb. Bijbellezen: Mattheüs 22-25 Lied 151
Spreekhoedanigheid: Verklaar Bijbelteksten (be blz. 231 §4, 5)
Nr. 1: Luisteren op gewone en grote vergaderingen (be blz. 15 §1–blz. 16 §5)
Nr. 2: Mattheüs 23:1-24
Nr. 3: Eeuwig leven zal niet saai zijn
Nr. 4: Dromen — Van God afkomstig of niet? (rs blz. 121-123 §4)
11 feb. Bijbellezen: Mattheüs 26-28 Lied 110
Spreekhoedanigheid: Verklaar de betekenis van termen (be blz. 232 §1)
Nr. 1: Mattheüs — Waarom nuttig (si blz. 180, 181 §29-33)
Nr. 2: Mattheüs 27:1-22
Nr. 3: Waarom is alleen geloven dat God bestaat niet genoeg?
Nr. 4: Waarom mogen christenen geen drugs gebruiken? (rs blz. 123-125 §3)
18 feb. Bijbellezen: Markus 1-4 Lied 167
Spreekhoedanigheid: Over teksten redeneren (be blz. 232 §2-4)
Nr. 1: Inleiding tot Markus (si blz. 181-183 §1-11)
Nr. 2: Markus 2:1-17
Nr. 3: Waarom christenen geen marihuana gebruiken (rs blz. 125 §4–blz. 126 §3)
Nr. 4: Hoe liefde moediger maakt
25 feb. Bijbellezen: Markus 5-8 Lied 72
Spreekhoedanigheid: Kies informatie die waardevol is voor je luisteraars (be blz. 233 §1-5)
Overzicht voor de theocratische bedieningsschool
3 mrt. Bijbellezen: Markus 9-12 Lied 195
Spreekhoedanigheid: Gebruik van toegewezen materiaal (be blz. 234 §1–blz. 235 §3)
Nr. 1: Je kunt je geheugen verbeteren (be blz. 17 §1–blz. 19 §1)
Nr. 2: Markus 11:1-18
Nr. 3: Wat houdt het in dat God niet liegen kan?
Nr. 4: Waarom christenen geen tabak gebruiken (rs blz. 127 §1–blz. 128 §4)
10 mrt. Bijbellezen: Markus 13-16 Lied 87
Spreekhoedanigheid: Doeltreffend gebruik van vragen (be blz. 236 §1-5)
Nr. 1: Markus — Waarom nuttig (si blz. 186 §31-33)
Nr. 2: Markus 14:1-21
Nr. 3: Hoe kun je van slechte gewoonten afkomen? (rs blz. 129 §1-4)
Nr. 4: Waarom ’de gramschap van een man niet Gods rechtvaardigheid bewerkt’ (Jak. 1:20)
17 mrt. Bijbellezen: Lukas 1-3 Lied 13
Spreekhoedanigheid: Gebruik vragen om belangrijke gedachten te introduceren (be blz. 237 §1, 2)
Nr. 1: Inleiding tot Lukas (si blz. 187, 188 §1-9)
Nr. 2: Lukas 1:1-23
Nr. 3: Wat betekent het dat „geloof zonder werken inactief is”? (Jak. 2:20)
Nr. 4: Natiën zullen Gods voornemen met de aarde niet verijdelen (rs blz. 29-30 §1)
24 mrt. Bijbellezen: Lukas 4-6 Lied 156
Spreekhoedanigheid: Gebruik vragen om over een onderwerp te redeneren (be blz. 237 §3–blz. 238 §2)
Nr. 1: De rol van Gods geest bij het onthouden van dingen (be blz. 19 §2–blz. 20 §3)
Nr. 2: Lukas 4:1-21
Nr. 3: Zal Jehovah de aarde door vuur vernietigen? (rs blz. 30 §2–blz. 31 §3)
Nr. 4: Vrees voor God kan ons ervan weerhouden te zondigen
31 mrt. Bijbellezen: Lukas 7-9 Lied 122
Spreekhoedanigheid: Gebruik vragen om erachter te komen wat er in mensen omgaat (be blz. 238 §3-5)
Nr. 1: Waarom je toeleggen op lezen? (be blz. 21 §1–blz. 23 §3)
Nr. 2: Lukas 7:1-17
Nr. 3: Bewijzen dat God van ons houdt en wil dat we gelukkig zijn
Nr. 4: Leden van het Nieuwe Jeruzalem zullen niet naar de aarde terugkeren nadat de goddelozen zijn vernietigd (rs blz. 31 §4–blz. 32 §1)
7 apr. Bijbellezen: Lukas 10-12 Lied 68
Spreekhoedanigheid: Gebruik vragen om iets te beklemtonen (be blz. 239 §1, 2)
Nr. 1: Hoe je toe te leggen op lezen (be blz. 23 §4–blz. 26 §4)
Nr. 2: Lukas 11:37-54
Nr. 3: Is Gods voornemen met de aarde veranderd? (rs blz. 32 §2–blz. 33 §4)
Nr. 4: Wat is de betekenis van Openbaring 17:17?
14 apr. Bijbellezen: Lukas 13-17 Lied 86
Spreekhoedanigheid: Gebruik vragen om een verkeerde denkwijze aan het licht te brengen (be blz. 239 §3-5)
Nr. 1: Hoe te studeren (be blz. 27 §1–blz. 31 §2)
Nr. 2: Lukas 16:1-15
Nr. 3: Wat leert Gods wet op de nalezingen ons? (Lev. 19:9, 10)
Nr. 4: Hoe kunnen we zieken aanmoedigen? (rs blz. 25 §1-4)
21 apr. Bijbellezen: Lukas 18-21 Lied 182
Spreekhoedanigheid: Onderwijs met vergelijkingen en metaforen (be blz. 240 §1–blz. 241 §1)
Nr. 1: Lukas — Waarom nuttig (si blz. 192, 193 §30-35)
Nr. 2: Lukas 18:1-17
Nr. 3: Hoe kunnen we personen aanmoedigen die een geliefde hebben verloren? (rs blz. 25 §5–blz. 26 §4)
Nr. 4: Wat houdt het in alles „zonder gemurmureer” te doen? (Fil. 2:14)
28 apr. Bijbellezen: Lukas 22-24 Lied 218
Spreekhoedanigheid: Gebruik voorbeelden (be blz. 241 §2-4)
Overzicht voor de theocratische bedieningsschool
5 mei Bijbellezen: Johannes 1-4 Lied 31
Spreekhoedanigheid: Voorbeelden uit de Bijbel (be blz. 242 §1, 2)
Nr. 1: Inleiding tot Johannes (si blz. 193-195 §1-9)
Nr. 2: Johannes 3:1-21
Nr. 3: Wat we kunnen leren van Davids weigering koning Saul te laten doden
Nr. 4: Aanmoediging voor personen die vervolgd worden omdat ze Gods wil doen (rs blz. 26 §5–blz. 27 §2)
12 mei Bijbellezen: Johannes 5-7 Lied 150
Spreekhoedanigheid: Zul je begrepen worden? (be blz. 242 §3–blz. 243 §1)
Nr. 1: Studie is lonend (be blz. 31 §3–blz. 32 §3)
Nr. 2: Johannes 6:1-21
Nr. 3: Wat leert het verslag over Ananias en Saffira ons?
Nr. 4: Hoe kun je personen aanmoedigen die ontmoedigd zijn vanwege onrecht? (rs blz. 27 §3-6)
19 mei Bijbellezen: Johannes 8-11 Lied 102
Spreekhoedanigheid: Illustraties ontlenen aan vertrouwde situaties (be blz. 244 §1, 2)
Nr. 1: Hoe nazoekwerk te doen met de Bijbel (be blz. 33 §1–blz. 35 §2)
Nr. 2: Johannes 11:38-57
Nr. 3: Welke aanmoediging is er voor degenen die gebukt gaan onder economische problemen? (rs blz. 28 §1-5)
Nr. 4: Als het tiende gebod niet afgedwongen kon worden, waarom werd het dan gegeven?
26 mei Bijbellezen: Johannes 12-16 Lied 3
Spreekhoedanigheid: Illustraties die geschikt zijn voor je luisteraars (be blz. 244 §3–blz. 245 §4)
Nr. 1: Andere hulpmiddelen voor nazoekwerk leren gebruiken (be blz. 35 §3–blz. 38 §4)
Nr. 2: Johannes 12:1-19
Nr. 3: Aanmoediging voor personen die ontmoedigd zijn vanwege tekortkomingen (rs blz. 28 §6-9)
Nr. 4: Hoe werpen we onze last op Jehovah? (Ps. 55:22)
2 juni Bijbellezen: Johannes 17-21 Lied 198
Spreekhoedanigheid: Doeltreffend gebruik van visuele hulpmiddelen (be blz. 247 §1, 2)
Nr. 1: Johannes — Waarom nuttig (si blz. 198, 199 §30-35)
Nr. 2: Johannes 21:1-14
Nr. 3: Waarom in God geloven als we hem niet kunnen zien?
Nr. 4: Evolutie — Een wetenschappelijk dilemma (rs blz. 130-131 §3)
9 juni Bijbellezen: Handelingen 1-4 Lied 92
Spreekhoedanigheid: Hoe Jezus visuele hulpmiddelen gebruikte (be blz. 247 §3)
Nr. 1: Inleiding tot Handelingen (si blz. 199, 200 §1-8)
Nr. 2: Handelingen 1:1-14
Nr. 3: Evolutie, het fossielenverslag en redelijkheid (rs blz. 131 §4–blz. 134)
Nr. 4: Wat wordt er met „vrijmoedigheid van spreken” bedoeld? (Hebr. 3:6)
16 juni Bijbellezen: Handelingen 5-7 Lied 2
Spreekhoedanigheid: Manieren om visuele hulpmiddelen te gebruiken (be blz. 248 §1-3)
Nr. 1: Een schema maken (be blz. 39-42)
Nr. 2: Handelingen 5:1-16
Nr. 3: Reageren op beweringen van evolutionisten (rs blz. 135 §1–blz. 137 §2)
Nr. 4: Waarom is de vrees voor Jehovah het begin van wijsheid? (Ps. 111:10)
23 juni Bijbellezen: Handelingen 8-10 Lied 116
Spreekhoedanigheid: Gebruik kaarten, gedrukte programma’s van grote vergaderingen en video’s (be blz. 248 §4–blz. 249 §2)
Nr. 1: Toewijzingen voor de school voorbereiden (be blz. 43 §1–blz. 44 §3)
Nr. 2: Handelingen 8:1-17
Nr. 3: Hoe zal Jezus ’de arme bevrijden’? (Ps. 72:12)
Nr. 4: Waarom hebben veel mensen geen geloof? (rs blz. 164-165 §3)
30 juni Bijbellezen: Handelingen 11-14 Lied 79
Spreekhoedanigheid: Het gebruik van visuele hulpmiddelen voor grotere groepen (be blz. 249 §3–blz. 250 §1)
Overzicht voor de theocratische bedieningsschool
7 juli Bijbellezen: Handelingen 15-17 Lied 203
Spreekhoedanigheid: Waarom redeneren belangrijk is (be blz. 251 §1-3)
Nr. 1: Werken met een onderwerp en een setting (be blz. 44 §4–blz. 46 §2)
Nr. 2: Handelingen 16:1-15
Nr. 3: Redenen om Jehovah onbevreesd te dienen
Nr. 4: Hoe kan iemand geloof verwerven? (rs blz. 166 §1-4)
14 juli Bijbellezen: Handelingen 18-21 Lied 32
Spreekhoedanigheid: Het uitgangspunt (be blz. 251 §4–blz. 252 §3)
Nr. 1: Lezingen voor de gemeente voorbereiden (be blz. 47 §1–blz. 49 §2)
Nr. 2: Handelingen 20:1-16
Nr. 3: Geloof in een rechtvaardig nieuw samenstel wordt bewezen door werken (rs blz. 166 §6–blz. 167 §3)
Nr. 4: Welke lessen bevat het verbod in Exodus 23:19b?
21 juli Bijbellezen: Handelingen 22-25 Lied 200
Spreekhoedanigheid: Wanneer toe te geven (be blz. 252 §4–blz. 253 §2)
Nr. 1: Aandelen op de dienstvergadering en andere lezingen voorbereiden (be blz. 49 §3–blz. 51 §3)
Nr. 2: Handelingen 22:1-16
Nr. 3: Op welke manieren vervullen Jehovah’s Getuigen Johannes 13:34, 35?
Nr. 4: Hoe kunnen valse profeten geïdentificeerd worden? (rs blz. 403-405 §3)
28 juli Bijbellezen: Handelingen 26-28 Lied 29
Spreekhoedanigheid: Stel vragen en geef redenen (be blz. 253 §3–blz. 254 §2)
Nr. 1: Handelingen — Waarom nuttig (si blz. 204, 205 §32-40)
Nr. 2: Handelingen 26:1-18
Nr. 3: Ware profeten begrepen niet altijd hoe en wanneer voorzegde dingen zouden plaatsvinden (rs blz. 405 §4–blz. 406 §1)
Nr. 4: Waarom Jehovah geduld toont
4 aug. Bijbellezen: Romeinen 1-4 Lied 170
Spreekhoedanigheid: Goede argumenten die stevig gefundeerd zijn op Gods Woord (be blz. 255 §1–blz. 256 §2)
Nr. 1: Inleiding tot Romeinen (si blz. 205, 206 §1-7)
Nr. 2: Romeinen 3:1-20
Nr. 3: Hoe engelen Gods dienstknechten sterken en beschermen
Nr. 4: Jehovah’s Getuigen bevorderen de ware aanbidding (rs blz. 406 §2, 3)
11 aug. Bijbellezen: Romeinen 5-8 Lied 207
Spreekhoedanigheid: Ondersteun argumenten met aanvullende bewijzen (be blz. 256 §3-5)
Nr. 1: Openbare lezingen voorbereiden (be blz. 52 §1–blz. 54 §1)
Nr. 2: Romeinen 6:1-20
Nr. 3: Jehovah’s Getuigen zijn te herkennen aan hun vruchten (rs blz. 407 §1–blz. 408 §2)
Nr. 4: Hoe rechtvaardigheid ons kan beschermen
18 aug. Bijbellezen: Romeinen 9-12 Lied 152
Spreekhoedanigheid: Presenteer voldoende bewijsmateriaal (be blz. 257 §1-4)
Nr. 1: Romeinen — Waarom nuttig (si blz. 208, 209 §20-25)
Nr. 2: Romeinen 9:1-18
Nr. 3: Wat zijn de gevaren van geroddel en geklets?
Nr. 4: Reageren op personen die ons valse profeten noemen (rs blz. 408 §3–blz. 409 §2)
25 aug. Bijbellezen: Romeinen 13-16 Lied 16
Spreekhoedanigheid: Het hart bereiken (be blz. 258 §1–blz. 259 §1)
Overzicht voor de theocratische bedieningsschool
1 sep. Bijbellezen: 1 Korinthiërs 1-9 Lied 199
Spreekhoedanigheid: Naar boven halen wat in iemands hart leeft (be blz. 259 §2-4)
Nr. 1: Inleiding tot 1 Korinthiërs (si blz. 210, 211 §1-7)
Nr. 2: 1 Korinthiërs 4:1-17
Nr. 3: God bepaalt niet van tevoren wanneer elk mens zal sterven (rs blz. 309-310 §1)
Nr. 4: Is materiële rijkdom een bewijs van Gods zegen?
8 sep. Bijbellezen: 1 Korinthiërs 10-16 Lied 35
Spreekhoedanigheid: Goede gevoelens opwekken (be blz. 259 §5–blz. 260 §1)
Nr. 1: 1 Korinthiërs — Waarom nuttig (si blz. 213, 214 §23-26)
Nr. 2: 1 Korinthiërs 13:1–14:6
Nr. 3: Waarom daders van het woord gelukkig zijn
Nr. 4: Niet alles wat er gebeurt, is de wil van God (rs blz. 310 §2–blz. 311 §5)
15 sep. Bijbellezen: 2 Korinthiërs 1-7 Lied 58
Spreekhoedanigheid: Help anderen godvruchtige vrees te ontwikkelen (be blz. 260 §2, 3)
Nr. 1: Inleiding tot 2 Korinthiërs (si blz. 214 §1-4)
Nr. 2: 2 Korinthiërs 1:1-14
Nr. 3: God weet en beschikt niet alles van tevoren (rs blz. 311 §6–blz. 312 §1)
Nr. 4: Waarom ware christenen zich verheugen als ze vervolgd worden
22 sep. Bijbellezen: 2 Korinthiërs 8-13 Lied 12
Spreekhoedanigheid: Ons gedrag laat God niet onverschillig (be blz. 260 §4–blz. 261 §1)
Nr. 1: 2 Korinthiërs — Waarom nuttig (si blz. 216, 217 §18-20)
Nr. 2: 2 Korinthiërs 9:1-15
Nr. 3: Waarom ware christenen geen deel van de wereld zijn
Nr. 4: Gods voorkennis en voorbeschikking (rs blz. 312 §2–blz. 313 §2)
29 sep. Bijbellezen: Galaten 1-6 Lied 163
Spreekhoedanigheid: Anderen helpen bij een onderzoek (be blz. 261 §2-4)
Nr. 1: Inleiding tot Galaten en Waarom nuttig (si blz. 217-220 §1-6, 14-18)
Nr. 2: Galaten 1:1-17
Nr. 3: Waarom God in het geval van Adam zijn voorkennis niet heeft gebruikt (rs blz. 313 §3-5)
Nr. 4: Hoe liefde mensenvrees kan overwinnen
6 okt. Bijbellezen: Efeziërs 1-6 Lied 99
Spreekhoedanigheid: Motiveer tot gehoorzaamheid vanuit het hart (be blz. 262 §1-4)
Nr. 1: Inleiding tot Efeziërs en Waarom nuttig (si blz. 220-223 §1-8, 16-19)
Nr. 2: Efeziërs 3:1-19
Nr. 3: Je excuses aanbieden is geen teken van zwakte
Nr. 4: God heeft Jakob, Esau of Judas niet voorbestemd (rs blz. 314 §1-3)
13 okt. Bijbellezen: Filippenzen 1–Kolossenzen 4 Lied 123
Spreekhoedanigheid: Werk met Jehovah samen om het hart van mensen te bereiken (be blz. 262 §5)
Nr. 1: Inleiding tot Filippenzen en Waarom nuttig (si blz. 223-225 §1-7, 12-14)
Nr. 2: Filippenzen 3:1-16
Nr. 3: In welk opzicht was de christelijke gemeente voorbestemd? (rs blz. 315 §1, 2)
Nr. 4: a Kolossenzen — Waarom nuttig (si blz. 228 §12-14)
20 okt. Bijbellezen: 1 Thessalonicenzen 1–2 Thessalonicenzen 3 Lied 161
Spreekhoedanigheid: Een goede tijdsbepaling (be blz. 263 §1–blz. 264 §4)
Nr. 1: Inleiding tot 1 en 2 Thessalonicenzen en Waarom nuttig (si blz. 229, 231 §1-5, 13-15; blz. 232, 233 §1-4, 10, 11)
Nr. 2: 1 Thessalonicenzen 1:1–2:8
Nr. 3: Wat is de Bijbelse zienswijze ten aanzien van astrologie? (rs blz. 316 §1-5)
Nr. 4: b 1 en 2 Timotheüs — Waarom nuttig (si blz. 236, 237 §15-19; blz. 238, 239 §10-12)
27 okt. Bijbellezen: 1 Timotheüs 1–2 Timotheüs 4 Lied 69
Spreekhoedanigheid: Doeltreffend vermanen (be blz. 265 §1–blz. 266 §1)
Overzicht voor de theocratische bedieningsschool
3 nov. Bijbellezen: Titus 1–Filemon Lied 149
Spreekhoedanigheid: Op basis van liefde vermanen (be blz. 266 §2-5)
Nr. 1: Inleiding tot Titus en Waarom nuttig (si blz. 239-241 §1-4, 8-10)
Nr. 2: Titus 1:1-16
Nr. 3: Wat zijn enkele deugdelijke redenen om in God te geloven? (rs blz. 172-173 §5)
Nr. 4: c Filemon — Waarom nuttig (si blz. 242, 243 §7-10)
10 nov. Bijbellezen: Hebreeën 1-8 Lied 144
Spreekhoedanigheid: Vermaningen met een Bijbelse basis (be blz. 267 §1, 2)
Nr. 1: Inleiding tot Hebreeën (si blz. 243, 244 §1-9)
Nr. 2: Hebreeën 3:1-19
Nr. 3: Goddeloosheid en lijden vormen geen bewijs dat God niet bestaat (rs blz. 173 §6–blz. 174 §1)
Nr. 4: De verschillen tussen echte nederigheid en schijnnederigheid
17 nov. Bijbellezen: Hebreeën 9-13 Lied 28
Spreekhoedanigheid: Vrijmoedigheid van spreken hebben (be blz. 267 §3, 4)
Nr. 1: Hebreeën — Waarom nuttig (si blz. 247 §23-27)
Nr. 2: Hebreeën 10:1-17
Nr. 3: God is een echt persoon met gevoelens (rs blz. 174 §2–blz. 175 §6)
Nr. 4: Vergeven bevordert de eenheid
24 nov. Bijbellezen: Jakobus 1-5 Lied 88
Spreekhoedanigheid: Waarom is het belangrijk aanmoedigend te zijn? (be blz. 268 §1-3)
Nr. 1: Inleiding tot Jakobus en Waarom nuttig (si blz. 248-250 §1-7, 15-17)
Nr. 2: Jakobus 1:1-21
Nr. 3: God heeft geen begin gehad (rs blz. 175 §7–blz. 176 §1)
Nr. 4: Hoe ’barmhartigheid in triomf over oordeel juicht’ (Jak. 2:13)
1 dec. Bijbellezen: 1 Petrus 1–2 Petrus 3 Lied 18
Spreekhoedanigheid: Herinner aan wat Jehovah heeft gedaan (be blz. 268 §4–blz. 269 §2)
Nr. 1: Inleiding tot 1 Petrus en Waarom nuttig (si blz. 251-253 §1-5, 11-13)
Nr. 2: 1 Petrus 2:1-17
Nr. 3: Het gebruik van Gods naam is noodzakelijk voor redding (rs blz. 176 §2-5)
Nr. 4: d 2 Petrus — Waarom nuttig (si blz. 255 §8-10)
8 dec. Bijbellezen: 1 Johannes 1-5; 2Jo 1-13; 3Jo 1-14–Judas Lied 50
Spreekhoedanigheid: Laat zien hoe Jehovah zijn dienstknechten heeft geholpen (be blz. 269 §3-5)
Nr. 1: Inleiding tot 1, 2 en 3 Johannes en Waarom nuttig (si blz. 256-258 §1-5, 11-13; blz. 259 §1-3, 5; blz. 260 §1-3, 5)
Nr. 2: 1 Johannes 4:1-16
Nr. 3: Zijn alle religies goed? (rs blz. 176 §6–blz. 177 §1)
Nr. 4: e Judas — Waarom nuttig (si blz. 262, 263 §8-10)
15 dec. Bijbellezen: Openbaring 1-6 Lied 219
Spreekhoedanigheid: Toon je vreugde over wat God nu doet (be blz. 270 §1–blz. 271 §2)
Nr. 1: Inleiding tot Openbaring (si blz. 263, 264 §1-6)
Nr. 2: Openbaring 3:1-13
Nr. 3: Wat voor „God” is Jezus? (rs blz. 177 §2, 3)
Nr. 4: Waarom er grenzen zijn aan geduld en barmhartigheid
22 dec. Bijbellezen: Openbaring 7-14 Lied 21
Spreekhoedanigheid: Trek volledig voordeel van de theocratische bedieningsschool (be blz. 5 §1–blz. 8 §1)
Nr. 1: Openbaring — Waarom nuttig (si blz. 268, 269 §28-34)
Nr. 2: Openbaring 8:1-13
Nr. 3: Reageren op tegenwerpingen ten aanzien van geloof in God (rs blz. 177 §4–blz. 179 §1)
Nr. 4: Wat wordt er bedoeld met de zinsnede „God is groter dan ons hart” (1 Joh. 3:20)
29 dec. Bijbellezen: Openbaring 15-22 Lied 60
Spreekhoedanigheid: Nauwkeurig lezen (be blz. 83 §1–blz. 84 §1)
Overzicht voor de theocratische bedieningsschool
[Voetnoten]
a Alleen aan broeders toewijzen, liefst een ouderling of dienaar in de bediening.
b Alleen aan broeders toewijzen, liefst een ouderling of dienaar in de bediening.
c Alleen aan broeders toewijzen, liefst een ouderling of dienaar in de bediening.
d Alleen aan broeders toewijzen, liefst een ouderling of dienaar in de bediening.
e Alleen aan broeders toewijzen, liefst een ouderling of dienaar in de bediening.