Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • km 10/03 blz. 3-6
  • Schema voor de theocratische bedieningsschool voor 2004

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Schema voor de theocratische bedieningsschool voor 2004
  • Onze Koninkrijksdienst 2003
  • Onderkopjes
  • Richtlijnen
  • SCHEMA
Onze Koninkrijksdienst 2003
km 10/03 blz. 3-6

Schema voor de theocratische bedieningsschool voor 2004

Richtlijnen

In 2004 zullen voor de theocratische bedieningsschool de volgende regelingen gelden.

BRONNENMATERIAAL: Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift [bi12], De Wachttoren [w], Trek voordeel van de theocratische bedieningsschool [be], „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig” (uitgave 1991) [si] en Redeneren aan de hand van de Schrift (uitgave 1990) [rs].

De school dient OP TIJD te beginnen met lied, gebed en een verwelkoming, en dan als volgt verder te gaan:

SPREEKHOEDANIGHEID: 5 minuten. De schoolopziener, de toegevoegde raadgever of een andere bekwame ouderling zal een spreekhoedanigheid behandelen, gebaseerd op het Bedieningsschool-leerboek. (In gemeenten met een beperkt aantal ouderlingen kan een bekwame dienaar in de bediening worden gebruikt.) Tenzij anders aangegeven, dienen de kaders die op de toegewezen bladzijden staan in de bespreking verwerkt te worden. De oefeningen dienen weggelaten te worden. Die zijn voornamelijk voor eigen gebruik en persoonlijke raad.

TOEWIJZING NR. 1: 10 minuten. Dit onderdeel zal door een ouderling of een dienaar in de bediening worden behandeld, en zal gebaseerd zijn op De Wachttoren, Trek voordeel van de theocratische bedieningsschool of „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig”. Het dient als een 10 minuten durende instructielezing behandeld te worden, zonder mondeling overzicht. Het doel dient te zijn het materiaal te behandelen en tegelijkertijd de aandacht te vestigen op de praktische waarde van de besproken inlichtingen en te beklemtonen wat het meeste nut heeft voor de gemeente. Het aangegeven thema dient te worden gebruikt. Van de broeders aan wie deze lezing wordt toegewezen, wordt verwacht dat ze er zorgvuldig op zullen letten dat ze zich aan de tijd houden. Zo nodig kan onder vier ogen raad worden gegeven.

HOOFDPUNTEN UIT HET BIJBELLEESPROGRAMMA: 10 minuten. In de eerste 6 minuten dient een bekwame ouderling of dienaar in de bediening de stof op de plaatselijke behoeften toe te passen. Hij kan commentaar geven op elk deel van het bijbelleesgedeelte voor die week. Dit dient niet slechts een samenvatting van het toegewezen leesgedeelte te zijn. Het voornaamste doel is de toehoorders te helpen beseffen waarom en hoe de inlichtingen waardevol zijn. De spreker dient niet meer dan zes minuten te gebruiken voor het openingsgedeelte. Hij moet de laatste vier minuten gebruiken voor zaaldeelname. Hij zal de toehoorders uitnodigen korte commentaren (30 seconden of minder) te geven over interessante punten die ze bij het bijbellezen zijn tegengekomen en hoe ze tot nut zijn. Hierna laat de schoolopziener de leerlingen vertrekken die in andere klaslokalen een toewijzing hebben.

TOEWIJZING NR. 2: 4 minuten. Een toegewezen gedeelte wordt door een broeder voorgelezen. Het zal meestal om een gedeelte uit de bijbel gaan. Eenmaal per maand zal deze toewijzing bestaan uit stof uit De Wachttoren. De leerling dient de toegewezen stof voor te lezen zonder een inleiding of een besluit te houden. De hoeveelheid te lezen stof zal van week tot week enigszins verschillen, maar mag niet langer dan 4 minuten duren. De schoolopziener dient de stof door te kijken voordat hij de toewijzingen geeft, en ze te laten passen bij de leeftijd en bekwaamheid van de leerlingen. De schoolopziener zal er vooral in geïnteresseerd zijn de leerlingen te helpen met begrip, vloeiendheid, goede zinsklemtoon, modulatie, juiste pauzes en natuurlijkheid te lezen.

TOEWIJZING NR. 3: 5 minuten. Dit onderdeel zal aan een zuster worden toegewezen. Leerlingen die deze toewijzing krijgen zullen uit de lijst op blz. 82 van het Bedieningsschool-leerboek een setting toegewezen krijgen of er zelf een mogen kiezen. De leerlinge dient het toegewezen thema te gebruiken en het toe te passen op een aspect van de velddienst dat realistisch en praktisch is voor het gebied van de plaatselijke gemeente. Als er geen verwijzingen als bronnenmateriaal worden genoemd, zal de leerlinge stof voor dit onderdeel moeten verzamelen door nazoekwerk te doen in publicaties die door de getrouwe en beleidvolle slaafklasse zijn verschaft. Nieuwere leerlingen dienen toewijzingen te krijgen waarvoor verwijzingen zijn verschaft. De schoolopziener zal vooral letten op de manier waarop de leerlinge de stof uitwerkt en de manier waarop ze de huisbewoonster helpt te redeneren over de schriftplaatsen en de hoofdpunten van de presentatie te begrijpen. Leerlingen aan wie dit onderdeel wordt toegewezen, moeten kunnen lezen. De schoolopziener zal één assistente toewijzen.

TOEWIJZING NR. 4: 5 minuten. De leerling dient het toegewezen thema uit te werken. Als er geen verwijzingen als bronnenmateriaal worden genoemd, zal de leerling stof voor dit onderdeel moeten verzamelen door nazoekwerk te doen in publicaties die door de getrouwe en beleidvolle slaafklasse zijn verschaft. Wanneer een broeder deze toewijzing krijgt, kan dit onderdeel gehouden worden als een lezing met de toehoorders in de Koninkrijkszaal in gedachten. Wanneer dit onderdeel aan een zuster wordt gegeven, dient het altijd gepresenteerd te worden zoals voor toewijzing nr. 3 is aangegeven. De schoolopziener kan toewijzing nr. 4 altijd aan een broeder toewijzen wanneer hij dit passend vindt. Merk op dat thema’s met een sterretje alleen aan broeders toegewezen mogen worden, die ze als een lezing zullen uitwerken.

TIJDSBEPALING: Geen enkele presentatie mag over tijd gaan, en dat geldt ook voor de opmerkingen van de raadgever. De toewijzingen nr. 2 tot en met 4 dienen tactvol beëindigd te worden wanneer de tijd om is. Als de broeders die de openingslezing over een spreekhoedanigheid, toewijzing nr. 1 of de hoofdpunten uit het bijbelleesprogramma behandelen, over tijd gaan, dient hun onder vier ogen raad gegeven te worden. Iedereen dient zorgvuldig op zijn tijdsbepaling te letten. Het totale programma, zonder lied en gebed, duurt 45 minuten.

RAADGEVINGEN: 1 minuut. De schoolopziener zal na elke oefenpresentatie maximaal een minuut gebruiken om enkele positieve opmerkingen te maken over een aspect van de presentatie waarvoor een compliment gegeven kan worden. Zijn doel is niet gewoon „goed gedaan” te zeggen, maar in plaats daarvan specifieke redenen te geven waarom dat aspect van de presentatie doeltreffend was. Afhankelijk van de behoefte van elke leerling kan er na de vergadering of op een andere tijd onder vier ogen aanvullende opbouwende raad gegeven worden.

TOEGEVOEGDE RAADGEVER: Het lichaam van ouderlingen kan een bekwame ouderling kiezen, als die naast de schoolopziener beschikbaar is, om de toewijzing van toegevoegde raadgever te behartigen. Als er voldoende ouderlingen in een gemeente zijn, kan deze toewijzing elk jaar door een andere bekwame ouderling behartigd worden. Het zal de verantwoordelijkheid van de toegevoegde raadgever zijn zo nodig persoonlijke raad te geven aan de broeders die toewijzing nr. 1 en de hoofdpunten uit het bijbelleesprogramma presenteren. Het is niet nodig dat hij na elk van die lezingen door medeouderlingen of dienaren in de bediening raad geeft. Deze regeling zal in 2004 van kracht blijven en daarna wellicht worden aangepast.

RAADGEVINGENFORMULIER: In leerboek.

MONDELING OVERZICHT: 30 minuten. Om de twee maanden zal de schoolopziener een mondeling overzicht houden. Dat zal voorafgegaan worden door de behandeling van een spreekhoedanigheid en de hoofdpunten uit het bijbelleesprogramma, zoals hierboven uiteengezet. Het mondelinge overzicht zal gebaseerd zijn op de stof die in de voorgaande twee maanden, met inbegrip van die week, op de school behandeld is.

SCHEMA

5 jan. Bijbellezen: Genesis 1–5 Lied 154

Spreekhoedanigheid: Praktische waarde duidelijk maken (be blz. 157 §1–blz. 158 §1)

Nr. 1: Een schema maken (be blz. 39-42)

Nr. 2: Genesis 2:7-25

Nr. 3: Wordt er alleen in het „Oude Testament” of ook in het „Nieuwe Testament” over een toekomstig aards paradijs gesproken? (rs blz. 338 §5–blz. 339 §2)

Nr. 4: aWat we kunnen leren van bijbelse voorbeelden van zonden door nalatigheid

12 jan. Bijbellezen: Genesis 6–10 Lied 215

Spreekhoedanigheid: Materiaal een praktische toepassing geven (be blz. 158 §2-4)

Nr. 1: Reinheid — Wat houdt het werkelijk in? (w02 1/2 blz. 4-7)

Nr. 2: Genesis 8:1-17

Nr. 3: Waarom liegen verkeerd is

Nr. 4: Waarom het „Paradijs” in Lukas 23:43 geen deel van Hades of de hemel kan zijn (rs blz. 339 §3–blz. 340 §4)

19 jan. Bijbellezen: Genesis 11–16 Lied 218

Spreekhoedanigheid: Anderen laten zien waar het om draait (be blz. 159 §1-4)

Nr. 1: Godvruchtige beginselen kunnen u tot voordeel strekken (w02 15/2 blz. 4-7)

Nr. 2: Genesis 13:1-18

Nr. 3: Wat wijst erop dat het in Lukas 23:43 genoemde Paradijs aards is? (rs blz. 341 §1–blz. 342 §2)

Nr. 4: Waarom Jehovah’s Getuigen hun hoop met anderen delen

26 jan. Bijbellezen: Genesis 17–20 Lied 106

Spreekhoedanigheid: Woordkeus (be blz. 160 §1-3)

Nr. 1: Empathie — De sleutel tot vriendelijkheid en medeleven (w02 15/4 blz. 24-27)

Nr. 2: w02 1/1 blz. 10, 11 §9-11

Nr. 3: Wat Jezus’ woorden in Lukas 13:24 betekenen

Nr. 4: Hoe kan elk van ons ware kennis en wijsheid verwerven? (rs blz. 145 §1-3)

2 febr. Bijbellezen: Genesis 21–24 Lied 64

Spreekhoedanigheid: Gemakkelijk te begrijpen taal (be blz. 161 §1-4)

Nr. 1: Toewijzingen voor de school voorbereiden (be blz. 43 §1–blz. 44 §3)

Nr. 2: Genesis 21:1-21

Nr. 3: Bij wie vinden menselijke filosofieën hun oorsprong? (rs blz. 146 §1–blz. 147 §1)

Nr. 4: bWaarom een verloving serieus opgevat moet worden

9 febr. Bijbellezen: Genesis 25–28 Lied 9

Spreekhoedanigheid: Variatie en nauwkeurigheid (be blz. 161 §5–blz. 162 §4)

Nr. 1: Werken met een onderwerp en een setting (be blz. 44 §4–blz. 46 §2)

Nr. 2: Genesis 28:1-15

Nr. 3: Hoe innerlijke rust te vinden in deze wereld vol problemen

Nr. 4: Waarom getuigt het van helder denken om de leringen van Jezus Christus te bestuderen in plaats van menselijke filosofie? (rs blz. 147 §2–blz. 148 §2)

16 febr. Bijbellezen: Genesis 29–31 Lied 160

Spreekhoedanigheid: Woorden die kracht, gevoel en kleur overbrengen (be blz. 163 §1–blz. 164 §2)

Nr. 1: Rechtschapenheid leidt de oprechten (w02 15/5 blz. 24-28)

Nr. 2: w02 1/2 blz. 15, 16 §6-10

Nr. 3: Naar wiens gebeden is God bereid te luisteren? (rs blz. 148 §3–blz. 149 §6)

Nr. 4: Waarom deugd een belangrijke eigenschap voor christenen is

23 febr. Bijbellezen: Genesis 32–35 Lied 1

Spreekhoedanigheid: Spraak die aan de grammaticaregels voldoet (be blz. 164 §3-7)

Mondeling overzicht

1 mrt. Bijbellezen: Genesis 36–39 Lied 49

Spreekhoedanigheid: Gebruik van een schema (be blz. 166 §1–blz. 167 §2)

Nr. 1: Lezingen voor de gemeente voorbereiden (be blz. 47 §1–blz. 49 §2)

Nr. 2: Genesis 37:12-28

Nr. 3: Waarom moet ons geloof samengaan met volharding?

Nr. 4: cWaardoor zouden iemands gebeden onaanvaardbaar voor God kunnen zijn? (rs blz. 150 §1-7)

8 mrt. Bijbellezen: Genesis 40–42 Lied 205

Spreekhoedanigheid: Je gedachten ordenen (be blz. 167 §3–blz. 168 §2)

Nr. 1: Aandelen op de dienstvergadering en andere lezingen voorbereiden (be blz. 49 §3–blz. 51 §3)

Nr. 2: Genesis 42:1-20

Nr. 3: Hoe we aan een nauwe band met Jehovah kunnen werken

Nr. 4: dWat zijn aangelegenheden waar men terecht om kan bidden? (rs blz. 150 §8–blz. 151 §7)

15 mrt. Bijbellezen: Genesis 43–46 Lied 67

Spreekhoedanigheid: Het schema voor je lezing eenvoudig houden (be blz. 168 §3–blz. 169 §5)

Nr. 1: Wanneer zegent Jehovah oprechte inspanningen? (w02 1/8 blz. 29-31)

Nr. 2: Genesis 43:1-18

Nr. 3: eAls iemand zegt: ’Voordat u begint, wil ik eerst dat u met mij bidt’ (rs blz. 151 §8, 9)

Nr. 4: Hoe kunnen we vrienden maken door middel van de onrechtvaardige rijkdom?

22 mrt. Bijbellezen: Genesis 47–50 Lied 187

Spreekhoedanigheid: Logische opbouw van materiaal (be blz. 170 §1–blz. 171 §2)

Nr. 1: Waarom aanvaardde Jehovah Abels offer wel en dat van Kaïn niet? (w02 1/8 blz. 28)

Nr. 2: Genesis 47:1-17

Nr. 3: Wat zijn enkele van de in het oog springende bijbelse profetieën die nog in vervulling moeten gaan? (rs blz. 342 §4–blz. 343 §7)

Nr. 4: Waarom vrees voor Jehovah het begin van wijsheid is

29 mrt. Bijbellezen: Exodus 1–6 Lied 52

Spreekhoedanigheid: Informatie op een logische manier presenteren (be blz. 171 §3–blz. 172 §5)

Nr. 1: Hoe kan denkvermogen u beveiligen? (w02 15/8 blz. 21-24)

Nr. 2: w02 15/2 blz. 19, 20 §7-11

Nr. 3: Hoe Jehovah trots beziet

Nr. 4: Waarom dienen christenen sterk geïnteresseerd te zijn in bijbelse profetieën? (rs blz. 344 §1-5)

5 apr. Bijbellezen: Exodus 7–10 Lied 61

Spreekhoedanigheid: Alleen ter zake dienend materiaal gebruiken (be blz. 173 §1-4)

Nr. 1: Openbare lezingen voorbereiden (be blz. 52 §1–blz. 54 §1)

Nr. 2: Exodus 8:1-19

Nr. 3: fAls iemand zegt: ’Jullie leggen te veel nadruk op de profetieën’ (rs blz. 344 §6–blz. 345 §1)

Nr. 4: Waarom hoop als „een anker voor de ziel” is

12 apr. Bijbellezen: Exodus 11–14 Lied 87

Spreekhoedanigheid: Voor de vuist weg spreken (be blz. 174 §1–blz. 175 §5)

Nr. 1: Beslissingen die de spreker neemt (be blz. 54 §2-4; blz. 55, kader)

Nr. 2: Exodus 12:1-16

Nr. 3: Waarom moeten we blij zijn met streng onderricht van Jehovah?

Nr. 4: Waarop is de leer van het vagevuur gebaseerd? (rs blz. 402 §1–blz. 403 §1)

19 apr. Bijbellezen: Exodus 15–18 Lied 171

Spreekhoedanigheid: De valkuilen van voor de vuist weg spreken vermijden (be blz. 175 §6–blz. 177 §2)

Nr. 1: Hoe moeten we beproevingen bezien? (w02 1/9 blz. 29-31)

Nr. 2: w02 1/3 blz. 15, 16 §8-11

Nr. 3: Wordt er na iemands dood nog een verdere straf voor de zonde geëist? (rs blz. 403 §3-7)

Nr. 4: gWaarom het huwelijk een levenslange verbintenis moet zijn

26 apr. Bijbellezen: Exodus 19–22 Lied 59

Spreekhoedanigheid: Wanneer anderen om een uitleg vragen (be blz. 177 §3–blz. 178 §3)

Mondeling overzicht

3 mei Bijbellezen: Exodus 23–26 Lied 13

Spreekhoedanigheid: Conversatietoon (be blz. 179, 180)

Nr. 1: Ontwikkel onderwijsbekwaamheid (be blz. 56 §1–blz. 57 §2)

Nr. 2: Exodus 23:1-17

Nr. 3: Hoe kan Jehovah iemand helpen van slechte gewoonten af te komen?

Nr. 4: Waar zijn de verschillende rassen vandaan gekomen? (rs blz. 290 §1-4)

10 mei Bijbellezen: Exodus 27–29 Lied 28

Spreekhoedanigheid: Stemkwaliteit (be blz. 181 §1-4)

Nr. 1: ’Maak onderscheid’ (be blz. 57 §3–blz. 58 §2)

Nr. 2: Exodus 28:29-43

Nr. 3: Waar haalde Kaïn zijn vrouw vandaan? (rs blz. 290 §5–blz. 291 §1)

Nr. 4: Waarom rassenvooroordeel verkeerd is

17 mei Bijbellezen: Exodus 30–33 Lied 93

Spreekhoedanigheid: Je luchttoevoer beheersen (be blz. 182 §1–blz. 184 §1; blz. 182, kader)

Nr. 1: Zet luisteraars aan het denken (be blz. 58 §3–blz. 59 §3)

Nr. 2: Exodus 30:1-21

Nr. 3: Waarom moeten we zachtaardig zijn?

Nr. 4: Hoe zijn de verschillende raskenmerken te verklaren? (rs blz. 291 §2–blz. 292 §2)

24 mei Bijbellezen: Exodus 34–37 Lied 86

Spreekhoedanigheid: Gespannen spieren ontspannen (be blz. 184 §2–blz. 185 §3; blz. 184, kader)

Nr. 1: Maak de toepassing duidelijk en geef een goed voorbeeld (be blz. 60 §1–blz. 61 §3)

Nr. 2: Exodus 36:1-18

Nr. 3: Zijn alle mensen kinderen van God? (rs blz. 292 §3–blz. 293 §3)

Nr. 4: Waarom moeten we getrouw zijn in kleine dingen?

31 mei Bijbellezen: Exodus 38–40 Lied 202

Spreekhoedanigheid: Belangstelling voor de ander (be blz. 186 §1-4)

Nr. 1: Conversatievaardigheden vergroten (be blz. 62 §1–blz. 64 §1)

Nr. 2: w02 1/5 blz. 19, 20 §3-6

Nr. 3: Hoe kan begrip van 1 Johannes 3:19, 20 iemand vertroosten?

Nr. 4: Zullen mensen van alle rassen ooit werkelijk als broeders en zusters verenigd worden? (rs blz. 293 §4–blz. 294 §3)

7 juni Bijbellezen: Leviticus 1–5 Lied 123

Spreekhoedanigheid: Aandachtig luisteren (be blz. 187 §1-5)

Nr. 1: Hoe een gesprek voort te zetten (be blz. 64 §2–blz. 65 §4)

Nr. 2: Leviticus 3:1-17

Nr. 3: Hoe verschilde Jezus’ dood van die van andere martelaren? (rs blz. 276 §3–blz. 277 §2)

Nr. 4: Wat is er verkeerd aan experimenteren met het occulte?

14 juni Bijbellezen: Leviticus 6–9 Lied 121

Spreekhoedanigheid: Anderen helpen vorderingen te maken (be blz. 187 §6–blz. 188 §3)

Nr. 1: Het standpunt van de vragensteller onderscheiden (be blz. 66 §1–blz. 68 §1)

Nr. 2: Leviticus 7:1-19

Nr. 3: Hoe kunnen we het slechte leren haten?

Nr. 4: Waarom moest er zo’n losprijs worden verschaft? (rs blz. 277 §4-6)

21 juni Bijbellezen: Leviticus 10–13 Lied 183

Spreekhoedanigheid: Praktische hulp geven (be blz. 188 §4–blz. 189 §4)

Nr. 1: Weet hoe te antwoorden (be blz. 68 §2–blz. 70 §3)

Nr. 2: Leviticus 11:1-25

Nr. 3: Waarom heeft God niet gewoon bepaald dat iedereen die gehoorzaam zou zijn, eeuwig kon leven? (rs blz. 278 §1–blz. 279 §1)

Nr. 4: Wat Jehovah van bedriegen vindt

28 juni Bijbellezen: Leviticus 14–16 Lied 216

Spreekhoedanigheid: Respect voor anderen tonen (be blz. 190 §1-4)

Mondeling overzicht

5 juli Bijbellezen: Leviticus 17–20 Lied 54

Spreekhoedanigheid: Respectvolle erkenning (be blz. 191 §1–blz. 192 §1)

Nr. 1: Communiceren per brief (be blz. 71-73)

Nr. 2: Leviticus 17:1-16

Nr. 3: Vertrouw op Jehovah’s organisatie

Nr. 4: Op wie werden de voordelen van Jezus’ offer het eerst toegepast, en met welk oogmerk? (rs blz. 279 §2, 3)

12 juli Bijbellezen: Leviticus 21–24 Lied 138

Spreekhoedanigheid: Respectvolle presentatie (be blz. 192 §2–blz. 193 §2)

Nr. 1: Wees progressief — maak vorderingen (be blz. 74 §1–blz. 75 §3)

Nr. 2: Leviticus 22:1-16

Nr. 3: Wie trekken thans ook voordeel van Jezus’ offer? (rs blz. 280 §1-3)

Nr. 4: Was Jehovah de stamgod van de joden?

19 juli Bijbellezen: Leviticus 25–27 Lied 7

Spreekhoedanigheid: Met overtuiging gebracht (be blz. 194 §1–blz. 195 §2)

Nr. 1: Gebruik je gave (be blz. 75 §4–blz. 77 §2)

Nr. 2: Leviticus 25:1-19

Nr. 3: Hoe er een eind aan terrorisme zal komen

Nr. 4: Welke toekomstige zegeningen zijn het gevolg van de losprijs? (rs blz. 280 §4–blz. 281 §3)

26 juli Bijbellezen: Numeri 1–3 Lied 30

Spreekhoedanigheid: Hoe overtuiging wordt getoond (be blz. 195 §3–blz. 196 §4)

Nr. 1: Dienen christenen jaloers te zijn? (w02 15/10 blz. 28-31)

Nr. 2: w02 15/6 blz. 18, 19 §6-9

Nr. 3: Wat wordt er van ons vereist om voordeel te trekken van Jezus’ offer? (rs blz. 281 §4–blz. 282 §1)

Nr. 4: Is het verkeerd om verdriet te hebben over de dood van een geliefde?

2 aug. Bijbellezen: Numeri 4–6 Lied 128

Spreekhoedanigheid: Tactvol maar ferm (be blz. 197 §1-3)

Nr. 1: Onze dagen waardevol laten zijn in Jehovah’s ogen (w02 15/11 blz. 20-23)

Nr. 2: Numeri 6:1-17

Nr. 3: Hoe kan de bijbel mensen helpen elkaar niet meer te haten?

Nr. 4: Hoe dient de losprijs van invloed te zijn op de wijze waarop we ons leven gebruiken? (rs blz. 282 §2-4)

9 aug. Bijbellezen: Numeri 7–9 Lied 35

Spreekhoedanigheid: Tactvol in ons getuigenis (be blz. 197 §4–blz. 199 §1)

Nr. 1: Is een klasseloze maatschappij echt mogelijk? (w02 1/1 blz. 4-7)

Nr. 2: Numeri 8:1-19

Nr. 3: Welk onderwerp besprak Paulus toen hij zei dat christenen zouden worden „opgenomen” om bij de Heer te zijn? (rs blz. 320 §7–blz. 321 §1)

Nr. 4: Wie is de antichrist?

16 aug. Bijbellezen: Numeri 10–13 Lied 203

Spreekhoedanigheid: De juiste woorden op het juiste moment (be blz. 199 §2-5)

Nr. 1: Vertrouw op Jehovah — de God die echt bestaat (w02 15/1 blz. 5-7)

Nr. 2: Numeri 12:1-16

Nr. 3: Is Gods wraak verenigbaar met zijn liefde?

Nr. 4: Zal Christus zichtbaar op een wolk verschijnen en vervolgens ten aanschouwen van de wereld getrouwe christenen wegvoeren naar de hemel? (rs blz. 321 §2–blz. 322 §2)

23 aug. Bijbellezen: Numeri 14–16 Lied 207

Spreekhoedanigheid: Tact gebruiken in het gezin en bij anderen (be blz. 200 §1–blz. 201 §1)

Nr. 1: Twee broers ontwikkelden elk een andere houding (w02 15/1 blz. 21-23)

Nr. 2: w02 15/7 blz. 23, 24 §15-19

Nr. 3: Is het mogelijk dat christenen met hun fysieke lichaam in de hemel worden opgenomen? (rs blz. 322 §3, 4)

Nr. 4: hWaarom gewelddadige computerspelletjes niet geschikt zijn voor christenen

30 aug. Bijbellezen: Numeri 17–21 Lied 150

Spreekhoedanigheid: Opbouwend en positief (be blz. 202 §1–blz. 203 §2)

Mondeling overzicht

6 sept. Bijbellezen: Numeri 22–25 Lied 22

Spreekhoedanigheid: De toon positief houden (be blz. 203 §3–blz. 204 §1)

Nr. 1: Waarom ging die wereld uit de oudheid ten onder? (w02 1/3 blz. 5-7)

Nr. 2: Numeri 22:1-19

Nr. 3: Zullen getrouwe christenen in het geheim in de hemel worden opgenomen zonder te sterven? (rs blz. 323 §1–blz. 324 §1)

Nr. 4: iWaarom christelijke ouders hun kinderen moeten voorlezen

13 sept. Bijbellezen: Numeri 26–29 Lied 71

Spreekhoedanigheid: In gesprekken met medegelovigen (be blz. 204 §2–blz. 205 §4)

Nr. 1: Hoe handicaps een eind zullen nemen (w02 1/5 blz. 4-7)

Nr. 2: Numeri 29:1-19

Nr. 3: Welke bescherming zullen ware christenen tijdens de grote verdrukking ontvangen? (rs blz. 324 §2-6)

Nr. 4: Hoe zijn Gods beloften Ja geworden door tussenkomst van Jezus Christus?

20 sept. Bijbellezen: Numeri 30–32 Lied 51

Spreekhoedanigheid: Herhaling voor nadruk (be blz. 206 §1-4)

Nr. 1: Zaai rechtvaardigheid, oogst Gods liefderijke goedheid (w02 15/7 blz. 28-31)

Nr. 2: Numeri 30:1-16

Nr. 3: Waarom worden sommige christenen in de hemel opgenomen om met Christus te zijn? (rs blz. 324 §8–blz. 325 §3)

Nr. 4: jWaarom pornografie mijden?

27 sept. Bijbellezen: Numeri 33–36 Lied 100

Spreekhoedanigheid: Herhaling in de velddienst en bij lezingen (be blz. 207 §1–blz. 208 §3)

Nr. 1: Hoe kunnen ware heiligen u helpen? (w02 15/9 blz. 4-7)

Nr. 2: w02 1/8 blz. 18, 19 §15-19

Nr. 3: kAls iemand zegt: ’Gelooft u in de opname van de gemeente?’ (rs blz. 325 §4-6)

Nr. 4: Wat is er verkeerd aan sensatiezoeken?

4 okt. Bijbellezen: Deuteronomium 1–3 Lied 191

Spreekhoedanigheid: Thema laten uitkomen (be blz. 209 §1-3)

Nr. 1: Troost door de nauwkeurige kennis van God (w02 1/10 blz. 5-7)

Nr. 2: Deuteronomium 1:1-18

Nr. 3: Wat het wil zeggen ons de waarheid eigen te maken

Nr. 4: Bewijst het eigenaardige gevoel dat men totaal nieuwe kennissen en plaatsen al kent, dat reïncarnatie een feit is? (rs blz. 354 §2–blz. 356 §1)

11 okt. Bijbellezen: Deuteronomium 4–6 Lied 181

Spreekhoedanigheid: Een passend thema gebruiken (be blz. 210 §1–blz. 211 §1; blz. 211, kader)

Nr. 1: Terugrekenen van 537 v.G.T. tot 997 v.G.T. (si blz. 285 §5-7)

Nr. 2: Deuteronomium 4:1-14

Nr. 3: Waarom is het verslag in Johannes 9:1, 2 geen bewijs voor reïncarnatie? (rs blz. 356 §2–blz. 357 §2)

Nr. 4: Wat betekent het ’de geest te bedenken’?

18 okt. Bijbellezen: Deuteronomium 7–10 Lied 78

Spreekhoedanigheid: Hoofdpunten goed uitgekomen (be blz. 212 §1–blz. 213 §1)

Nr. 1: Terugrekenen van 997 v.G.T. tot 2370 v.G.T. (si blz. 285, 286 §8-11)

Nr. 2: w02 15/8 blz. 15, 16 §3-6)

Nr. 3: Hoe groot is het verschil tussen reïncarnatie en de hoop die de bijbel ons voor ogen stelt? (rs blz. 357 §3, 4)

Nr. 4: lHoe Jehovah over afvalligen denkt

25 okt. Bijbellezen: Deuteronomium 11–13 Lied 57

Spreekhoedanigheid: Niet te veel hoofdpunten (be blz. 213 §2–blz. 214 §5)

Mondeling overzicht

1 nov. Bijbellezen: Deuteronomium 14–18 Lied 26

Spreekhoedanigheid: Inleiding die belangstelling wekt (be blz. 215 §1–blz. 216 §5)

Nr. 1: Terugrekenen van 2370 v.G.T. tot 4026 v.G.T. (si blz. 286, 287 §12-15)

Nr. 2: Deuteronomium 14:1-23

Nr. 3: aAls iemand zegt: ’Ik geloof in reïncarnatie’ (rs blz. 358 §1-3)

Nr. 4: Waarom christenen hun leven eenvoudig moeten houden

8 nov. Bijbellezen: Deuteronomium 19–22 Lied 182

Spreekhoedanigheid: In de velddienst de aandacht van mensen krijgen (be blz. 217 §1-4)

Nr. 1: Jezus’ aardse verblijf (si blz. 287, 291 §16, 17)

Nr. 2: Deuteronomium 21:1-17

Nr. 3: Waarom zijn er zoveel religies? (rs blz. 359 §1–blz. 360 §2)

Nr. 4: Hoe kunnen bijbelse voorbeelden ons helpen als we ontmoedigd zijn?

15 nov. Bijbellezen: Deuteronomium 23–27 Lied 162

Spreekhoedanigheid: In de inleiding aangeven wat je onderwerp is (be blz. 217 §5–blz. 219 §3)

Nr. 1: Tijdselementen van Jezus’ bediening (si blz. 291 §18, 19)

Nr. 2: Deuteronomium 24:1-16

Nr. 3: Hoe we erachter komen wie Gods steun genieten

Nr. 4: Is het waar dat er in alle religies iets goeds schuilt? (rs blz. 360 §3–blz. 361 §1)

22 nov. Bijbellezen: Deuteronomium 28–31 Lied 32

Spreekhoedanigheid: Doeltreffend besluit (be blz. 220 §1-3)

Nr. 1: De jaren in apostolische tijden berekenen (si blz. 291, 292 §20-23)

Nr. 2: Deuteronomium 29:1-18

Nr. 3: Is het juist als men de religie van zijn ouders vaarwelzegt? (rs blz. 361 §2-4)

Nr. 4: Waarom christenen bescheiden moeten zijn

29 nov. Bijbellezen: Deuteronomium 32–34 Lied 41

Spreekhoedanigheid: Punten om in gedachte te houden (be blz. 221 §1-5)

Nr. 1: Paulus’ tweede zendingsreis (si blz. 292 §24, 25)

Nr. 2: w02 15/10 blz. 10, 11 §10-13

Nr. 3: Manieren waarop we Gods naam kunnen heiligen

Nr. 4: Wat is het bijbelse standpunt met betrekking tot intergeloof? (rs blz. 362 §1–blz. 363 §1)

6 dec. Bijbellezen: Jozua 1–5 Lied 40

Spreekhoedanigheid: Gesprekken doeltreffend besluiten (be blz. 221 §6–blz. 222 §6)

Nr. 1: Paulus’ derde zendingsreis en de slotjaren, 56–100 G.T. (si blz. 293 §26-30)

Nr. 2: Jozua 4:1-14

Nr. 3: Is het noodzakelijk tot een georganiseerde religie te behoren? (rs blz. 363 §2–blz. 364 §2)

Nr. 4: Is Kerstmis een christelijk feest?

13 dec. Bijbellezen: Jozua 6–8 Lied 213

Spreekhoedanigheid: Nauwkeurigheid van beweringen (be blz. 223 §1–blz. 224 §1)

Nr. 1: Excuses — Een sleutel tot het sluiten van vrede (w02 1/11 blz. 4-7)

Nr. 2: Jozua 6:10-23

Nr. 3: Waarom we van huis tot huis blijven prediken

Nr. 4: Is liefde voor de medemens het allervoornaamste? (rs blz. 364 §4)

20 dec. Bijbellezen: Jozua 9–11 Lied 135

Spreekhoedanigheid: „Stevig vasthoudend aan het getrouwe woord” (be blz. 224 §2-5)

Nr. 1: Sterk uw handen (w02 1/12 blz. 30, 31)

Nr. 2: w02 15/11 blz. 18, 19 §19-23

Nr. 3: Is een persoonlijke band met God het enige wat telt? (rs blz. 364 §5–blz. 365 §1)

Nr. 4: bWat het wil zeggen vredelievend te zijn

27 dec. Bijbellezen: Jozua 12–15 Lied 210

Spreekhoedanigheid: Nauwkeurigheid van informatie nagaan (be blz. 225 §1-3)

Mondeling overzicht

[Voetnoten]

a Alleen aan broeders toewijzen.

b Alleen aan broeders toewijzen.

c Alleen aan broeders toewijzen.

d Alleen aan broeders toewijzen.

e Bespreek naargelang de tijd het toelaat reacties op beweringen, tegenwerpingen, enzovoorts, die het meest tegemoet komen aan de behoeften in het plaatselijke gebied.

f Bespreek naargelang de tijd het toelaat reacties op beweringen, tegenwerpingen, enzovoorts, die het meest tegemoet komen aan de behoeften in het plaatselijke gebied.

g Alleen aan broeders toewijzen.

h Alleen aan broeders toewijzen.

i Alleen aan broeders toewijzen.

j Alleen aan broeders toewijzen.

k Bespreek naargelang de tijd het toelaat reacties op beweringen, tegenwerpingen, enzovoorts, die het meest tegemoet komen aan de behoeften in het plaatselijke gebied.

l Alleen aan broeders toewijzen.

a Bespreek naargelang de tijd het toelaat reacties op beweringen, tegenwerpingen, enzovoorts, die het meest tegemoet komen aan de behoeften in het plaatselijke gebied.

b Alleen aan broeders toewijzen.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen