Schema voor de theocratische bedieningsschool voor 2003
Richtlijnen
In 2003 zullen voor de theocratische bedieningsschool de volgende regelingen gelden.
BRONNENMATERIAAL: Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift [bi12], De Wachttoren [w], Trek voordeel van de theocratische bedieningsschool [be], „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig” (uitgave 1991) [si] en Redeneren aan de hand van de Schrift (uitgave 1990) [rs].
De school dient OP TIJD te beginnen met lied, gebed en een verwelkoming, en dan als volgt verder te gaan:
SPREEKHOEDANIGHEID: 5 minuten. De schoolopziener, de toegevoegde raadgever of een andere bekwame ouderling zal een spreekhoedanigheid behandelen, gebaseerd op het Bedieningsschool-leerboek. (In gemeenten met een beperkt aantal ouderlingen kan een bekwame dienaar in de bediening worden gebruikt.) Tenzij anders aangegeven, dienen de kaders die op de toegewezen bladzijden staan in de bespreking verwerkt te worden. De oefeningen dienen weggelaten te worden. Die zijn voornamelijk voor eigen gebruik en persoonlijke raad.
TOEWIJZING NR. 1: 10 minuten. Dit onderdeel zal door een ouderling of een dienaar in de bediening worden behandeld, en zal gebaseerd zijn op De Wachttoren, Trek voordeel van de theocratische bedieningsschool of „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig”. Het dient als een 10 minuten durende instructielezing behandeld te worden, zonder mondeling overzicht. Het doel dient niet slechts te zijn het materiaal te behandelen, maar de aandacht te vestigen op de praktische waarde van de besproken inlichtingen en te beklemtonen wat het meeste nut heeft voor de gemeente. Het aangegeven thema dient te worden gebruikt. Van de broeders aan wie deze lezing wordt toegewezen, wordt verwacht dat ze er zorgvuldig op zullen letten dat ze zich aan de tijd houden. Zo nodig kan onder vier ogen raad worden gegeven.
HOOFDPUNTEN UIT HET BIJBELLEESPROGRAMMA: 10 minuten. In de eerste 6 minuten dient een bekwame ouderling of dienaar in de bediening de stof doeltreffend op de plaatselijke behoeften toe te passen. Hij kan commentaar geven op elk deel van het bijbelleesgedeelte voor die week, aangezien de broeder die toewijzing nr. 2 behartigt geen commentaar zal geven op de verzen die hij leest. Dit dient niet slechts een samenvatting van het toegewezen leesgedeelte te zijn. Het voornaamste doel is de toehoorders te helpen beseffen waarom en hoe de inlichtingen waardevol zijn. Daarna, gedurende vier minuten, zal de spreker de toehoorders uitnodigen mee te doen door korte commentaren (30 seconden of minder) te geven op de volgende twee vragen: „Wat heb je in het bijbelleesgedeelte voor deze week ontdekt dat nuttig voor je zal zijn in je dienst of in je leven?” en „Wat heeft je geloof versterkt en je waardering voor Jehovah vergroot?” Hierna laat de schoolopziener de leerlingen vertrekken die in andere klaslokalen een toewijzing hebben.
TOEWIJZING NR. 2: 4 minuten. Een toegewezen gedeelte wordt door een broeder voorgelezen. Het zal meestal om een gedeelte uit de bijbel gaan. Eenmaal per maand zal deze toewijzing bestaan uit stof uit De Wachttoren. De leerling dient de toegewezen stof voor te lezen zonder een inleiding of een besluit te houden. De hoeveelheid te lezen stof zal van week tot week enigszins verschillen, maar mag niet meer dan 4 minuten duren. De schoolopziener dient de stof door te kijken voordat hij de toewijzingen geeft, en ze te laten passen bij de leeftijd en bekwaamheid van de leerlingen. De schoolopziener zal er vooral in geïnteresseerd zijn de leerlingen te helpen met begrip, vloeiendheid, goede zinsklemtoon, modulatie, juiste pauzes en natuurlijkheid te lezen.
TOEWIJZING NR. 3: 5 minuten. Dit onderdeel zal aan een zuster worden toegewezen. Leerlingen die deze toewijzing krijgen zullen uit de lijst op blz. 82 van het Bedieningsschool-leerboek een setting kiezen of toegewezen krijgen. De leerlinge dient het toegewezen thema te gebruiken en het toe te passen op een aspect van de velddienst dat realistisch en praktisch is voor het gebied van de plaatselijke gemeente. Als er geen verwijzingen als bronnenmateriaal worden genoemd, zal de leerlinge stof voor dit onderdeel moeten verzamelen door nazoekwerk te doen in publicaties die door de getrouwe en beleidvolle slaafklasse zijn verschaft. Nieuwere leerlingen dienen toewijzingen te krijgen waarvoor verwijzingen zijn verschaft. De schoolopziener zal vooral letten op de manier waarop de leerlinge de stof uitwerkt en de manier waarop ze de huisbewoonster helpt te redeneren over de schriftplaatsen en de hoofdpunten van de presentatie te begrijpen. Leerlingen aan wie dit onderdeel wordt toegewezen, moeten kunnen lezen. De schoolopziener zal één assistente toewijzen.
TOEWIJZING NR. 4: 5 minuten. De leerling dient het toegewezen thema uit te werken. Als er geen verwijzingen als bronnenmateriaal worden genoemd, zal de leerling stof voor dit onderdeel moeten verzamelen door nazoekwerk te doen in publicaties die door de getrouwe en beleidvolle slaafklasse zijn verschaft. Wanneer een broeder deze toewijzing krijgt, kan dit onderdeel gehouden worden als een lezing met de toehoorders in de Koninkrijkszaal in gedachten. Wanneer dit onderdeel aan een zuster wordt gegeven, dient het altijd gepresenteerd te worden zoals voor toewijzing nr. 3 is aangegeven. Merk op dat onderwerpen met een sterretje alleen aan broeders toegewezen mogen worden, die ze als een lezing zullen brengen.
TIJDSBEPALING: Geen enkele presentatie mag over tijd gaan, en dat geldt ook voor de opmerkingen van de raadgever. De toewijzingen nr. 2 tot en met 4 dienen tactvol beëindigd te worden wanneer de tijd om is. Als de broeders die de openingslezing over een spreekhoedanigheid, toewijzing nr. 1 of de hoofdpunten uit het bijbelleesprogramma behandelen, over tijd gaan, dient hun onder vier ogen raad gegeven te worden. Iedereen dient zorgvuldig op zijn tijdsbepaling te letten. Het totale programma, zonder lied en gebed, duurt 45 minuten.
RAADGEVINGEN: 1 minuut. De schoolopziener zal na elke oefenpresentatie maximaal een minuut gebruiken om enkele positieve opmerkingen te maken over een aspect van de presentatie dat prijzenswaardig was. Zijn doel is niet gewoon „goed gedaan” te zeggen, maar in plaats daarvan de aandacht te vestigen op specifieke redenen waarom dat aspect van de presentatie doeltreffend was. Afhankelijk van de behoefte van elke leerling kan er na de vergadering of op een andere tijd onder vier ogen aanvullende opbouwende raad gegeven worden.
TOEGEVOEGDE RAADGEVER: Het lichaam van ouderlingen kan een bekwame ouderling kiezen, als die naast de schoolopziener beschikbaar is, om de toewijzing van toegevoegde raadgever te behartigen. Het zal zijn verantwoordelijkheid zijn zo nodig persoonlijke raad te geven aan de broeders die toewijzing nr. 1 en de hoofdpunten uit het bijbelleesprogramma presenteren. Het is niet nodig dat hij na elk van die lezingen door medeouderlingen of dienaren in de bediening raad geeft. Deze regeling zal in 2003 van kracht zijn en daarna wellicht worden aangepast.
RAADGEVINGENFORMULIER: In leerboek.
MONDELING OVERZICHT: 30 minuten. Om de twee maanden zal de schoolopziener een mondeling overzicht houden. Dat zal voorafgegaan worden door de behandeling van een spreekhoedanigheid en de hoofdpunten uit het bijbelleesprogramma, zoals hierboven uiteengezet. Het mondelinge overzicht zal gebaseerd zijn op de stof die in de voorgaande twee maanden, met inbegrip van die week, op de school behandeld is.
SCHEMA
6 jan. Bijbellezen: Mattheüs 1–6 Lied 91
Spreekhoedanigheid: Welkom op de theocratische bedieningsschool (be blz. 5 §1–blz. 8 §1)
Nr. 1: Schep behagen in Gods Woord (be blz. 9 §1-5)
Nr. 2: Mattheüs 4:1-22
Nr. 3: Hoe beïnvloedt het teken van de laatste dagen ware christenen? (rs blz. 259 §1, 2)
Nr. 4: Wat doet Jezus nu?
13 jan. Bijbellezen: Mattheüs 7–11 Lied 40
Spreekhoedanigheid: Lees de bijbel dagelijks (be blz. 10 §1–blz. 12 §3)
Nr. 1: ’Loop zo’ (w01 1/1 blz. 28-31)
Nr. 2: Mattheüs 9:9-31
Nr. 3: Waarom we tot anderen prediken
Nr. 4: Waarom zeggen Jehovah’s Getuigen dat de laatste dagen in 1914 begonnen zijn? (rs blz. 260 §2-4)
20 jan. Bijbellezen: Mattheüs 12–15 Lied 133
Spreekhoedanigheid: Nauwkeurig lezen (be blz. 83 §1–blz. 84 §1)
Nr. 1: Je kunt het hoofd bieden aan ontmoediging! (w01 1/2 blz. 20-23)
Nr. 2: Mattheüs 13:1-23
Nr. 3: Zal er na het einde van het huidige wereldstelsel nog wel iemand op aarde in leven zijn? (rs blz. 261 §1-4)
Nr. 4: Verandert God?
27 jan. Bijbellezen: Mattheüs 16–21 Lied 129
Spreekhoedanigheid: Hoe je nauwkeurig leest (be blz. 84 §2–blz. 85 §3)
Nr. 1: Het vluchtige karakter van tijd (si blz. 278, 279 §1-6)
Nr. 2: w01 15/1 blz. 20 §20–blz. 21 §24
Nr. 3: Wat zal de wereld verenigen?
Nr. 4: Waarom laat God het zo lang duren voordat hij de goddelozen vernietigt? (rs blz. 261 §5–blz. 262 §2)
3 febr. Bijbellezen: Mattheüs 22–25 Lied 139
Spreekhoedanigheid: Woorden duidelijk uitgesproken (be blz. 86 §1-6)
Nr. 1: ’Schenk er aandacht aan hoe je luistert’ (be blz. 13 §1–blz. 14 §4)
Nr. 2: Mattheüs 22:15-40
Nr. 3: Hoe we weten dat het teken van toepassing is op de tijd waarin we nu leven (rs blz. 262 §4–blz. 263 §1)
Nr. 4: Wie is werkelijk de getrouwe en beleidvolle slaaf?
10 febr. Bijbellezen: Mattheüs 26–28 Lied 27
Spreekhoedanigheid: Hoe je duidelijk kunt spreken (be blz. 87 §1–blz. 88 §3)
Nr. 1: Hoe vind je waar geluk? (w01 1/3 blz. 4-7)
Nr. 2: Mattheüs 26:6-30
Nr. 3: Waarom ik geen drugs gebruik
Nr. 4: Wat is het doel van het menselijk leven? (rs blz. 264 §2–blz. 265 §4)
17 febr. Bijbellezen: Markus 1–4 Lied 137
Spreekhoedanigheid: Correcte uitspraak — Factoren om in aanmerking te nemen (be blz. 89 §1–blz. 90 §3)
Nr. 1: Bijbelse tijdaanwijzers (si blz. 279, 280 §7-13)
Nr. 2: w01 15/2 blz. 25 §10–blz. 26 §14
Nr. 3: Werden mensen gemaakt om kort te leven en dan te sterven? (rs blz. 266 §1-3)
Nr. 4: Waarom het verkeerd is te gokken
24 febr. Bijbellezen: Markus 5–8 Lied 72
Spreekhoedanigheid: Manieren om je uitspraak te verbeteren (be blz. 90 §4–blz. 92)
Mondeling overzicht
3 mrt. Bijbellezen: Markus 9–12 Lied 195
Spreekhoedanigheid: Vloeiende voordracht (be blz. 93 §1–blz. 94 §3)
Nr. 1: Luisteren naar lezingen, tijdens besprekingen en op grote vergaderingen (be blz. 15 §1–blz. 16 §5)
Nr. 2: Markus 10:1-22
Nr. 3: Hoe we kracht van God kunnen verkrijgen
Nr. 4: Op welke gronden kunnen we de hoop hebben eeuwig te leven? (rs blz. 267 §4-6)
10 mrt. Bijbellezen: Markus 13–16 Lied 187
Spreekhoedanigheid: Hoe je je vloeiendheid kunt verbeteren (be blz. 94 §4–blz. 96 §3, zonder kader op blz. 95)
Nr. 1: Wat is het geestelijke paradijs? (w01 1/3 blz. 8-11)
Nr. 2: Markus 13:1-23
Nr. 3: Hoe zal het vooruitzicht op toekomstig leven werkelijkheid worden? (rs blz. 267 §7–blz. 268 §1)
Nr. 4: Kiest God partij in oorlogen van mensen?
17 mrt. Bijbellezen: Lukas 1–3 Lied 13
Spreekhoedanigheid: Hoe met stotteren om te gaan (be blz. 95, kader)
Nr. 1: „Gelukkig is de mens die wijsheid heeft gevonden” (w01 15/3 blz. 25-28)
Nr. 2: Lukas 3:1-22
Nr. 3: Is het juist om Jezus te aanbidden?
Nr. 4: aIs het belangrijk om in overeenstemming met de wettelijke vereisten te trouwen? (rs blz. 203 §1-3)
24 mrt. Bijbellezen: Lukas 4–6 Lied 156
Spreekhoedanigheid: Pauzeren voor interpunctie en bij een verandering van gedachte (be blz. 97 §1–blz. 98 §5)
Nr. 1: Voel je je verkeerd begrepen? (w01 1/4 blz. 20-23)
Nr. 2: Lukas 6:1-23
Nr. 3: Wat is de betekenis van de Gedachtenisviering? (rs blz. 152 §1–blz. 153 §1)
Nr. 4: Kunnen christenen goddelijke bescherming verwachten?
31 mrt. Bijbellezen: Lukas 7–9 Lied 47
Spreekhoedanigheid: Pauzeren voor nadruk, pauzeren om te luisteren (be blz. 99 §1–blz. 100 §4)
Nr. 1: „Vrees de ware God en onderhoud zijn geboden” (be blz. 272 §1–blz. 275 §3)
Nr. 2: w01 15/3 blz. 18 §17–blz. 19 §20
Nr. 3: Hoe we weten dat de bijbel van God komt
Nr. 4: Wat beelden de Gedachtenissymbolen af? (rs blz. 153 §2, 3)
7 apr. Bijbellezen: Lukas 10–12 Lied 68
Spreekhoedanigheid: Goede zinsklemtoon (be blz. 101 §1–blz. 102 §3)
Nr. 1: „Getuigenis afleggen omtrent Jezus” (be blz. 275 §4–blz. 278 §4)
Nr. 2: Lukas 10:1-22
Nr. 3: Wie dienen van het Avondmaal des Heren te gebruiken? (rs blz. 154 §1, 2)
Nr. 4: Welke formaliteiten waren bij het eerste huwelijk betrokken? (rs blz. 203 §4–blz. 204 §1)
14 apr. Bijbellezen: Lukas 13–17 Lied 208
Spreekhoedanigheid: Zinsklemtoon verbeteren (be blz. 102 §4–blz. 104 §3)
Nr. 1: „Dit goede nieuws van het koninkrijk” (be blz. 279 §1–blz. 281 §4)
Nr. 2: Lukas 15:11-32
Nr. 3: Hoe we ons tegen demonische invloed kunnen beschermen
Nr. 4: Hoe vaak dient de Gedachtenisviering gehouden te worden, en wanneer? (rs blz. 155 §1, 2)
21 apr. Bijbellezen: Lukas 18–21 Lied 23
Spreekhoedanigheid: Hoofdgedachten beklemtonen (be blz. 105 §1–blz. 106 §1)
Nr. 1: Jehovah’s wijze en liefdevolle voorziening van de jaargetijden (si blz. 280 §14-17)
Nr. 2: w01 15/4 blz. 6 §19–blz. 7 §22
Nr. 3: Hoe de opstandingshoop op ons leven van invloed is
Nr. 4: bVergoelijkt de bijbel polygamie? (rs blz. 204 §2–blz. 205 §2)
28 apr. Bijbellezen: Lukas 22–24 Lied 218
Spreekhoedanigheid: Stemvolume passend voor het publiek (be blz. 107 §1–blz. 108 §5)
Mondeling overzicht
5 mei Bijbellezen: Johannes 1–4 Lied 31
Spreekhoedanigheid: Hoe je je stemkracht kunt verbeteren (be blz. 108 §6–blz. 110 §2)
Nr. 1: Je kunt je geheugen verbeteren (be blz. 17 §1–blz. 19 §1)
Nr. 2: Johannes 2:1-25
Nr. 3: Veroordeelt God het gebruik van alcohol?
Nr. 4: cHoe denkt God over het uit elkaar gaan van huwelijkspartners? (rs blz. 205 §3)
12 mei Bijbellezen: Johannes 5–7 Lied 150
Spreekhoedanigheid: Modulatie — Pas je stemvolume aan (be blz. 111 §1–blz. 112 §2)
Nr. 1: Je kunt slagen — ondanks je achtergrond (w01 15/4 blz. 25-28)
Nr. 2: Johannes 5:1-24
Nr. 3: Waarom de predestinatieleer onredelijk is
Nr. 4: dWat is het bijbelse standpunt ten aanzien van echtscheiding en hertrouwen? (rs blz. 206 §1-4)
19 mei Bijbellezen: Johannes 8–11 Lied 102
Spreekhoedanigheid: Modulatie — Wijzig je tempo (be blz. 112 §3–blz. 113 §1)
Nr. 1: ’Door wijsheid zullen onze dagen vele worden’ (w01 15/5 blz. 28-31)
Nr. 2: Johannes 10:16-42
Nr. 3: Waarom heeft God in het verleden toegestaan dat broers en zussen met elkaar trouwden? (rs blz. 207 §1, 2)
Nr. 4: Hoe met stress om te gaan
26 mei Bijbellezen: Johannes 12–16 Lied 24
Spreekhoedanigheid: Modulatie — Varieer je toonhoogte (be blz. 113 §2–blz. 114 §3)
Nr. 1: Het jaar en de Heilige Schrift (si blz. 280-282 §18-23)
Nr. 2: w01 1/5 blz. 14 §4–blz. 15 §7
Nr. 3: Wat het betekent „geen deel van de wereld” te zijn
Nr. 4: Wat kan tot een beter huwelijk bijdragen? (rs blz. 207 §3–blz. 208 §2)
2 juni Bijbellezen: Johannes 17–21 Lied 198
Spreekhoedanigheid: Spreek met gevoel (be blz. 115 §1–blz. 116 §4)
Nr. 1: De rol van Gods geest bij het onthouden van dingen (be blz. 19 §2–blz. 20 §3)
Nr. 2: Johannes 20:1-23
Nr. 3: Wat kan tot een beter huwelijk bijdragen? (rs blz. 208 §3-6)
Nr. 4: Moet religie in georganiseerd verband beoefend worden?
9 juni Bijbellezen: Handelingen 1–4 Lied 92
Spreekhoedanigheid: Enthousiasme passend bij het materiaal (be blz. 116 §5–blz. 117 §4)
Nr. 1: Versterk je vertrouwen in Jehovah (w01 1/6 blz. 7-10)
Nr. 2: Handelingen 4:1-22
Nr. 3: Wat kunnen we uit het bijbelse verslag over Maria leren? (rs blz. 282 §5–blz. 283 §4)
Nr. 4: Maakt het God iets uit hoe we aanbidden?
16 juni Bijbellezen: Handelingen 5–7 Lied 2
Spreekhoedanigheid: Hoe warmte te uiten (be blz. 118 §1–blz. 119 §5)
Nr. 1: Belijdenis die leidt tot genezing (w01 1/6 blz. 28-31)
Nr. 2: Handelingen 7:1-22
Nr. 3: In welk opzicht Jehovah’s Getuigen anders zijn dan andere religies
Nr. 4: Was Maria werkelijk maagd toen ze Jezus baarde? (rs blz. 283 §5, 6)
23 juni Bijbellezen: Handelingen 8–10 Lied 116
Spreekhoedanigheid: Hoe emoties te uiten (be blz. 119 §6–blz. 120 §5)
Nr. 1: Heb zorg voor weduwen en wezen in hun verdrukking (w01 15/6 blz. 9-12)
Nr. 2: w01 1/6 blz. 12 §1–blz. 13 §5
Nr. 3: Is Maria altijd maagd gebleven? (rs blz. 284 §1-3)
Nr. 4: eWaarom het bijwonen van vergaderingen onontbeerlijk is voor geestelijke groei
30 juni Bijbellezen: Handelingen 11–14 Lied 167
Spreekhoedanigheid: Het belang van gebaren en gelaatsuitdrukkingen (be blz. 121 §1-4)
Mondeling overzicht
7 juli Bijbellezen: Handelingen 15–17 Lied 38
Spreekhoedanigheid: Gebaren en gelaatsuitdrukkingen gebruiken (be blz. 122 §1–blz. 123 §2)
Nr. 1: Waarom je toeleggen op lezen? (be blz. 21 §1–blz. 23 §3)
Nr. 2: Handelingen 15:1-21
Nr. 3: Hoe we Jehovah’s soevereiniteit hoog houden
Nr. 4: Was Maria de Moeder van God? (rs blz. 285 §1-3)
14 juli Bijbellezen: Handelingen 18–21 Lied 32
Spreekhoedanigheid: Visueel contact in de dienst (be blz. 124 §1–blz. 125 §4)
Nr. 1: Laat niet toe dat twijfels je geloof verwoesten (w01 1/7 blz. 18-21)
Nr. 2: Handelingen 19:1-22
Nr. 3: fWas Maria onbevlekt ontvangen? (rs blz. 285 §4–blz. 286 §1)
Nr. 4: Wat het betekent ’eerst het koninkrijk te blijven zoeken’
21 juli Bijbellezen: Handelingen 22–25 Lied 222
Spreekhoedanigheid: Visueel contact wanneer je een lezing houdt (be blz. 125 §5–blz. 127 §1)
Nr. 1: Ben je echt verdraagzaam? (w01 15/7 blz. 21-23)
Nr. 2: Handelingen 24:1-23
Nr. 3: Bestaat de Duivel echt?
Nr. 4: gIs Maria met haar vleselijke lichaam naar de hemel gegaan? (rs blz. 286 §2, 3)
28 juli Bijbellezen: Handelingen 26–28 Lied 14
Spreekhoedanigheid: Natuurlijkheid in de velddienst (be blz. 128 §1–blz. 129 §1)
Nr. 1: Geen jaar nul (si blz. 282 §24-26)
Nr. 2: w01 1/7 blz. 14 §5-8
Nr. 3: Is het juist om gebeden tot Maria als voorspraak op te zenden? (rs blz. 286 §4–blz. 287 §2)
Nr. 4: Hoe we respect tonen voor de gave van het leven
4 aug. Bijbellezen: Romeinen 1–4 Lied 106
Spreekhoedanigheid: Natuurlijkheid op het podium (be blz. 129 §2–blz. 130 §1)
Nr. 1: Hoe je je toe kunt leggen op lezen (be blz. 23 §4–blz. 26 §4)
Nr. 2: Romeinen 2:1-24
Nr. 3: Hebben we al eerder geleefd?
Nr. 4: Werd Maria in de eerste-eeuwse christelijke gemeente speciaal vereerd? (rs blz. 287 §4–blz. 288 §4)
11 aug. Bijbellezen: Romeinen 5–8 Lied 179
Spreekhoedanigheid: Natuurlijkheid bij het voorlezen (be blz. 130 §2-4)
Nr. 1: ’Zegeningen zijn voor de rechtvaardige’ (w01 15/7 blz. 24-27)
Nr. 2: Romeinen 5:6-21
Nr. 3: h’Gelooft u in de Maagd Maria?’ (rs blz. 289 §1-3)
Nr. 4: Is het juist in reïncarnatie te geloven?
18 aug. Bijbellezen: Romeinen 9–12 Lied 206
Spreekhoedanigheid: Persoonlijke reinheid siert de boodschap (be blz. 131 §1-3)
Nr. 1: Trek profijt van de macht der gewoonte (w01 1/8 blz. 19-22)
Nr. 2: w01 15/8 blz. 22, 23 §10-13
Nr. 3: Hebben mensen de bijbel veranderd?
Nr. 4: Vindt de transsubstantiatie feitelijk plaats? (rs blz. 295 §1–blz. 296 §3)
25 aug. Bijbellezen: Romeinen 13–16 Lied 43
Spreekhoedanigheid: Hoe bescheidenheid en gezond verstand van invloed zijn op iemands kleding en uiterlijke verzorging (be blz. 131 §4–blz. 132 §3)
Mondeling overzicht
1 sept. Bijbellezen: 1 Korinthiërs 1–9 Lied 48
Spreekhoedanigheid: De waarde van verzorgde kleding (be blz. 132 §4–blz. 133 §1)
Nr. 1: Hoe te studeren (be blz. 27 §1−blz. 31 §2)
Nr. 2: 1 Korinthiërs 3:1-23
Nr. 3: Wat betekent Johannes 6:53-57? (rs blz. 296 §4–blz. 297 §1)
Nr. 4: Is armoede ooit een rechtvaardiging voor stelen?
8 sept. Bijbellezen: 1 Korinthiërs 10–16 Lied 123
Spreekhoedanigheid: Een goede persoonlijke verschijning geeft geen aanleiding tot struikelen (be blz. 133 §2-4)
Nr. 1: Overwin belemmeringen voor je vooruitgang! (w01 1/8 blz. 28-30)
Nr. 2: 1 Korinthiërs 12:1-26
Nr. 3: Waarom laat God slechte dingen gebeuren?
Nr. 4: Heeft Jezus de viering van de Mis ingesteld? (rs blz. 297 §2–blz. 299 §1)
15 sept. Bijbellezen: 2 Korinthiërs 1–7 Lied 16
Spreekhoedanigheid: Een goede lichaamshouding en een nette uitrusting (be blz. 133 §5–blz. 134 §4)
Nr. 1: Maak je jeugd tot een succes (w01 15/8 blz. 4-7)
Nr. 2: 2 Korinthiërs 6:1–7:1
Nr. 3: De houding van een christen ten aanzien van wereldlijke autoriteit (rs blz. 299 §2–blz. 300 §2)
Nr. 4: Bekommert God zich om de vervuiling van de aarde?
22 sept. Bijbellezen: 2 Korinthiërs 8–13 Lied 207
Spreekhoedanigheid: Hoe je gespannenheid bij het spreken kunt verminderen (be blz. 135 §1–blz. 137 §2)
Nr. 1: Hoe je juiste beslissingen kunt nemen (w01 1/9 blz. 27-30)
Nr. 2: 2 Korinthiërs 8:1-21
Nr. 3: Wat er na de dood met de ziel gebeurt
Nr. 4: Schriftplaatsen die van invloed zijn op de houding van een christen ten aanzien van letterlijke oorlogen (rs blz. 300 §3–blz. 301 §2)
29 sept. Bijbellezen: Galaten 1–6 Lied 163
Spreekhoedanigheid: Hoe je innerlijke beheerstheid verwerft (be blz. 137 §3–blz. 138 §5)
Nr. 1: De grote waarde van sleuteldatums (si blz. 282, 283 §27-30)
Nr. 2: w01 1/9 blz. 15 §8–blz. 17 §11
Nr. 3: Onder welke omstandigheden stond God de Israëlieten toe oorlog te voeren? (rs blz. 301 §3–blz. 302 §2)
Nr. 4: Hoe we weten dat Gods koninkrijk regeert
6 okt. Bijbellezen: Efeziërs 1–6 Lied 99
Spreekhoedanigheid: Het belang van microfoons (be blz. 139 §1–blz. 140 §1)
Nr. 1: Studie is lonend (be blz. 31 §3–blz. 32 §3)
Nr. 2: Efeziërs 2:1-22
Nr. 3: Het is realistisch om in God te geloven
Nr. 4: Welke schriftplaatsen zijn van invloed op de kijk van een christen op betrokkenheid bij politieke geschillen? (rs blz. 302 §3–blz. 303 §2)
13 okt. Bijbellezen: Filippenzen 1–Kolossenzen 4 Lied 105
Spreekhoedanigheid: Gebruik microfoons op een doeltreffende manier (be blz. 140 §2–blz. 142 §1)
Nr. 1: Bewandel ’het pad van oprechtheid’ (w01 15/9 blz. 24-28)
Nr. 2: Filippenzen 2:1-24
Nr. 3: Welke schriftplaatsen zijn van invloed op de houding van een christen ten aanzien van patriottische ceremoniën? (rs blz. 303 §3–blz. 304 §3)
Nr. 4: Wat Jehovah in deze tijd van ons vraagt
20 okt. Bijbellezen: 1 Thessalonicenzen 1–2 Thessalonicenzen 3
Spreekhoedanigheid: Bijbelgebruik bij het geven van antwoorden (be blz. 143 §1-3)
Nr. 1: Jehovah’s kijk op de tijd (si blz. 283, 284 §31-33)
Nr. 2: w01 15/10 blz. 23 §6–blz. 24 §9
Nr. 3: Wie gaan er naar de hemel?
Nr. 4: Betekent de neutraliteit van christenen dat ze geen belangstelling hebben voor het welzijn van hun medemensen? (rs blz. 305 §1)
27 okt. Bijbellezen: 1 Timotheüs 1–2 Timotheüs 4 Lied 46
Spreekhoedanigheid: Hoe de bijbel beter te gebruiken (be blz. 144 §1-4)
Mondeling overzicht
3 nov. Bijbellezen: Titus 1–Filemon Lied 30
Spreekhoedanigheid: Tot gebruik van bijbel aanmoedigen (be blz. 145, 146)
Nr. 1: Hoe nazoekwerk te doen met de bijbel (be blz. 33 §1–blz. 35 §2)
Nr. 2: Filemon 1-25
Nr. 3: Zal volmaakt leven saai zijn?
Nr. 4: Waarom is de naam Jehovah in de Nieuwe-Wereldvertaling van de christelijke Griekse Geschriften gebruikt? (rs blz. 307 §2-4)
10 nov. Bijbellezen: Hebreeën 1–8 Lied 149
Spreekhoedanigheid: Het belang van het doeltreffend inleiden van schriftplaatsen (be blz. 147 §1–blz. 148 §2)
Nr. 1: Henoch wandelde met God in een goddeloze wereld (w01 15/9 blz. 29-31)
Nr. 2: Hebreeën 2:1-18
Nr. 3: iReageren op iemand die zegt: ’Jullie hebben je eigen bijbel’ (rs blz. 308 §2-5)
Nr. 4: Hoe zullen personen die uit de opstanding komen geoordeeld worden overeenkomstig hun daden?
17 nov. Bijbellezen: Hebreeën 9–13 Lied 144
Spreekhoedanigheid: Geschikte opmerkingen kiezen om schriftplaatsen in te leiden (be blz. 148 §3–blz. 149 §2)
Nr. 1: Wat betekent het loyaal te zijn? (w01 1/10 blz. 20-23)
Nr. 2: Hebreeën 9:11-28
Nr. 3: Zijn Gods hemelse schepselen georganiseerd? (rs blz. 334 §2, 3)
Nr. 4: Waarom we baat hebben bij godvruchtig gedrag
24 nov. Bijbellezen: Jakobus 1–5 Lied 88
Spreekhoedanigheid: Juiste nadruk vraagt om gevoel (be blz. 150 §1, 2)
Nr. 1: De plaats der gebeurtenissen in de stroom des tijds (si blz. 284, 285 §1-4)
Nr. 2: w01 1/11 blz. 12 §15–blz. 13 §19
Nr. 3: De waarde van bescheidenheid
Nr. 4: Hoe heeft God in het verleden instructies aan zijn dienstknechten op aarde overgebracht? (rs blz. 334 §4, 5)
1 dec. Bijbellezen: 1 Petrus 1–2 Petrus 3 Lied 54
Spreekhoedanigheid: Benadruk de juiste woorden (be blz. 150 §3–blz. 151 §3)
Nr. 1: Andere hulpmiddelen voor nazoekwerk leren gebruiken (be blz. 35 §3–blz. 38 §4)
Nr. 2: 1 Petrus 1:1-16
Nr. 3: Toont de bijbel aan dat ware christenen georganiseerd zouden zijn? (rs blz. 335 §2–blz. 336 §3)
Nr. 4: Hoe Christus’ loskoopoffer op ons leven van invloed dient te zijn
8 dec. Bijbellezen: 1 Johannes 1–Judas Lied 22
Spreekhoedanigheid: Methoden voor nadruk (be blz. 151 §4–blz. 152 §5)
Nr. 1: Behoed je geweten (w01 1/11 blz. 4-7)
Nr. 2: 1 Johannes 3:1-18
Nr. 3: Waarom de bijbel niet verantwoordelijk geacht kan worden voor de respectloze behandeling van vrouwen
Nr. 4: Bevinden Gods getrouwe dienstknechten zich eenvoudig verspreid in de kerken van de christenheid? (rs blz. 336 §4–blz. 337 §1)
15 dec. Bijbellezen: Openbaring 1–6 Lied 219
Spreekhoedanigheid: Schriftplaatsen correct toepassen (be blz. 153 §1–blz. 154 §3)
Nr. 1: Noachs geloof veroordeelt de wereld (w01 15/11 blz. 28-31)
Nr. 2: Openbaring 2:1-17
Nr. 3: Hoe kan het zichtbare deel van Jehovah’s organisatie geïdentificeerd worden? (rs blz. 337 §2-8)
Nr. 4: Waarom Kerstmis niet iets voor christenen is
22 dec. Bijbellezen: Openbaring 7–14 Lied 6
Spreekhoedanigheid: De toepassing van schriftplaatsen duidelijk maken (be blz. 154 §4–blz. 155 §4)
Nr. 1: Vermijd een geestelijke hartaanval (w01 1/12 blz. 9-13)
Nr. 2: w01 15/12 blz. 17 §10–blz. 18 §13 (inclusief voetnoot)
Nr. 3: Hoe druk van leeftijdgenoten te weerstaan
Nr. 4: Hoe kunnen we respect tonen voor Jehovah’s organisatie? (rs blz. 337 §9–blz. 338 §4)
29 dec. Bijbellezen: Openbaring 15–22 Lied 60
Spreekhoedanigheid: Redeneer aan de hand van de Schrift (be blz. 155 §5–blz. 156 §5)
Mondeling overzicht
[Voetnoten]
a Alleen aan broeders toewijzen.
b Alleen aan broeders toewijzen.
c Alleen aan broeders toewijzen.
d Alleen aan broeders toewijzen.
e Alleen aan broeders toewijzen.
f Bespreek naargelang de tijd het toelaat reacties op beweringen, tegenwerpingen enzovoorts, die het meest tegemoet komen aan de behoeften in het plaatselijke gebied.
g Bespreek naargelang de tijd het toelaat reacties op beweringen, tegenwerpingen enzovoorts, die het meest tegemoet komen aan de behoeften in het plaatselijke gebied.
h Bespreek naargelang de tijd het toelaat reacties op beweringen, tegenwerpingen enzovoorts, die het meest tegemoet komen aan de behoeften in het plaatselijke gebied.
i Bespreek naargelang de tijd het toelaat reacties op beweringen, tegenwerpingen enzovoorts, die het meest tegemoet komen aan de behoeften in het plaatselijke gebied.