Schema voor de theocratische bedieningsschool voor 1995
RICHTLIJNEN
In 1995 zullen voor de theocratische bedieningsschool de volgende regelingen gelden.
STUDIEBOEKEN: De Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift [bi12], Jehovah’s Getuigen — Verkondigers van Gods koninkrijk [jv], „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig” (uitgave 1991) [si], De grootste mens die ooit heeft geleefd [gt], „Bijbelse onderwerpen voor gesprekken” die in de Nieuwe-Wereldvertaling staan [*td], en Verenigd in de aanbidding van de enige ware God [uw] zullen als basis voor toewijzingen worden gebruikt.
De school zal beginnen met lied, gebed en een verwelkoming, en dan als volgt verder gaan:
TOEWIJZING NR. 1: 15 minuten. Deze lezing zal door een ouderling of een dienaar in de bediening worden behandeld, en zal gebaseerd zijn op Jehovah’s Getuigen — Verkondigers van Gods koninkrijk of „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig”. Wanneer deze toewijzing op het Verkondigers-boek gebaseerd is, zal ze als een 15 minuten durende instructielezing behandeld worden, zonder een mondeling overzicht; wanneer ze op het Geïnspireerd-boek gebaseerd is, zal ze als een 10 tot 12 minuten durende instructielezing behandeld worden, gevolgd door een 3 tot 5 minuten durend mondeling overzicht waarbij de gedrukte vragen in de publikatie worden gebruikt. Het doel dient niet slechts te zijn het materiaal te behandelen, maar de aandacht te vestigen op de praktische waarde van de besproken inlichtingen en te beklemtonen wat het meeste nut heeft voor de gemeente. Het aangegeven thema dient te worden gebruikt. De spreker kan commentaar geven op de illustraties, foto’s en tabellen die in het Verkondigers-boek staan, en ze als hulpmiddelen bij het onderwijs gebruiken. Allen worden ertoe aangemoedigd zich grondig voor te bereiden, zodat zij volledig voordeel kunnen trekken van dit materiaal.
De broeders aan wie deze lezing wordt toegewezen, dienen er zorgvuldig op te letten dat zij zich aan de tijd houden. Indien nodig of als de spreker hier van tevoren om heeft gevraagd, kan er onder vier ogen raad worden gegeven.
HOOFDPUNTEN UIT HET BIJBELLEESPROGRAMMA: 6 minuten. Dit onderdeel zal door de schoolopziener of door een andere ouderling of een dienaar in de bediening worden behandeld, die de stof doeltreffend op de plaatselijke behoeften zal toepassen. Dit dient niet slechts een samenvatting van het toegewezen leesgedeelte te zijn. Beperk het algemene overzicht van de toegewezen hoofdstukken tot 30 tot 60 seconden. Het voornaamste doel is de toehoorders te helpen beseffen waarom en hoe de inlichtingen waardevol voor ons zijn. Hierna laat de schoolopziener de leerlingen naar hun verschillende klaslokalen gaan.
LEZING NR. 2: 5 minuten. Een toegewezen gedeelte uit de bijbel wordt door een broeder gelezen. Dit geldt zowel voor de hoofdzaal als voor de tweede en eventuele derde school. De leestoewijzingen zijn gewoonlijk kort genoeg om de leerling in de gelegenheid te stellen in zijn begin- en slotopmerkingen korte verklarende inlichtingen te geven, bijvoorbeeld over de historische achtergrond, de profetische of leerstellige betekenis en de toepassing van beginselen. Alle toegewezen verzen dienen werkelijk en zonder onderbreking voorgelezen te worden. Natuurlijk mag de leerling, wanneer de te lezen verzen niet opeenvolgend zijn, het vers noemen waar verder gelezen zal worden.
LEZING NR. 3: 5 minuten. Deze lezing zal aan zusters worden toegewezen. De onderwerpen voor deze lezing zullen gebaseerd zijn op het boek De grootste mens die ooit heeft geleefd of op „Bijbelse onderwerpen voor gesprekken” die in de Nieuwe-Wereldvertaling staan. De leerling aan wie het onderdeel wordt toegewezen, moet kunnen lezen. De leerling mag bij het houden van deze lezing zitten of staan. De schoolopziener zal één assistente toewijzen, maar er mogen er meer gebruikt worden. De zusters aan wie deze lezing wordt toegewezen, zullen het thema en de te bespreken stof moeten aanpassen aan een praktische setting, bij voorkeur een setting die te maken heeft met de velddienst of informeel getuigenis geven. Niet de setting maar het doeltreffende gebruik van de stof behoort de voornaamste aandacht te krijgen.
LEZING NR. 4: 5 minuten. Deze lezing wordt aan een broeder of een zuster toegewezen, en zal gebaseerd zijn op Verenigd in de aanbidding van de enige ware God. Wanneer een broeder deze lezing krijgt toegewezen, zal hij die houden als een lezing die tot de hele zaal is gericht. Het zal gewoonlijk het beste zijn wanneer de broeder zijn lezing voorbereidt met het publiek van de Koninkrijkszaal in gedachten, zodat de stof werkelijk leerzaam en nuttig zal zijn voor degenen die ernaar luisteren. Wanneer het materiaal aan een zuster wordt toegewezen, dient het gebracht te worden zoals voor lezing nr. 3 is aangegeven.
RAADGEVINGEN EN OPMERKINGEN: Na elke oefenlezing zal de schoolopziener specifieke raad geven, waarbij hij zich niet noodzakelijkerwijs hoeft te houden aan de volgorde van de punten op het raadgevingenbriefje. In plaats daarvan zal zijn raad gericht zijn op specifieke terreinen die verbetering behoeven. Indien een leerling een „G” heeft verdiend en er geen andere spreekhoedanigheid is waar nog een „B” of een „W” achter staat, zal de raadgever het punt aangeven waaraan de leerling de volgende keer moet werken door achter het betreffende punt het hokje te omcirkelen waarin gewoonlijk de „G”, „B” of „W” komt te staan. Hij zal de leerling er die avond van op de hoogte brengen en deze spreekhoedanigheid ook vermelden op het eerstvolgende toewijzingsbriefje (S-89) voor de leerling. Degenen die een lezing houden, zullen vooraan in de zaal gaan zitten. Dit zal tijd besparen en zal de schoolopziener in staat stellen zijn raad rechtstreeks tot de leerling te richten. Als de tijd het toelaat, kan de raadgever, nadat hij de noodzakelijke mondelinge raad heeft gegeven, opmerkingen maken over informatieve en praktische punten die niet door de leerlingen behandeld zijn. De schoolopziener dient er echt op te letten na iedere oefenlezing niet meer dan in totaal twee minuten voor zijn raad en opmerkingen te gebruiken. Als het overzicht van de bijbelse hoofdpunten iets te wensen overlaat, kan er onder vier ogen raad worden gegeven.
HET VOORBEREIDEN VAN LEZINGEN: Voordat leerlingen een toegewezen lezing voorbereiden, dienen zij in het Handleiding-boek het materiaal over de spreekhoedanigheid waaraan zij moeten werken zorgvuldig door te lezen. Leerlingen die de tweede lezing toegewezen hebben gekregen, mogen een thema kiezen dat past bij het bijbelgedeelte dat gelezen zal worden. Andere lezingen zullen worden uitgewerkt in overeenstemming met het thema dat op het schema staat aangegeven.
TIJDSBEPALING: Geen enkele lezing mag over tijd gaan, en dat geldt ook voor de raad en opmerkingen van de raadgever. De schoolopziener dient de lezingen nr. 2 tot en met 4 tactvol te doen eindigen wanneer de tijd om is. Degene die het stopteken moet geven, dient dat prompt te doen nadat de tijd verstreken is. Indien de broeders die toewijzing nr. 1 en het bijbelleesprogramma behandelen, over tijd gaan, zal hun onder vier ogen raad gegeven worden. Allen dienen zorgvuldig op hun tijdsbepaling te letten. Het totale programma, zonder lied en gebed, duurt 45 minuten.
SCHRIFTELIJK OVERZICHT: Van tijd tot tijd zal er een schriftelijk overzicht worden gehouden. Neem, om je hierop voor te bereiden, het toegewezen materiaal nog eens door en lees het toegewezen bijbelgedeelte uit. Tijdens dit 25 minuten durende overzicht mag alleen de bijbel worden gebruikt. De rest van de tijd zal worden besteed aan een bespreking van de vragen en antwoorden. Iedere leerling zal zijn eigen overzicht nazien. De schoolopziener zal de antwoorden op de overzichtsvragen met de zaal doornemen en de meeste aandacht besteden aan de moeilijker vragen, waarbij hij allen zal helpen de antwoorden duidelijk te begrijpen. Als de plaatselijke omstandigheden het om een of andere reden noodzakelijk maken, mag het schriftelijk overzicht een week later worden gehouden dan op het schema staat aangegeven.
GROTE GEMEENTEN: Gemeenten waar 50 of meer leerlingen voor de school staan ingeschreven, willen er misschien regelingen voor treffen dat aparte groepjes leerlingen de op het schema vermelde lezingen voor andere raadgevers houden. Natuurlijk kunnen niet-gedoopte personen wier levenswijze in overeenstemming is met christelijke beginselen, zich eveneens voor de school laten inschrijven en toewijzingen ontvangen.
AFWEZIGEN: Allen in de gemeente kunnen hun waardering voor deze school tonen door ernaar te streven iedere week aanwezig te zijn, hun toewijzingen goed voor te bereiden en deel te nemen aan vraag-en-antwoordbesprekingen. Wij hopen dat alle leerlingen hun toewijzingen gewetensvol zullen bezien. Wanneer een leerling die een lezing moet houden, niet aanwezig is, mag een vrijwilliger die toewijzing behartigen, terwijl hij, naar de mate dat hij zich op zo’n korte termijn daartoe in staat voelt, de toepassing van het materiaal doet uitkomen. Ook kan de schoolopziener de stof behandelen met passende zaaldeelname.
SCHEMA
*td – „Bijbelse onderwerpen voor gesprekken” die in de Nieuwe-Wereldvertaling staan
2 jan. Bijbellezen: Psalm 119:113-176
Nr. 1: Rechtschapenheid bewarende getuigen van Jehovah’s rechtmatige soevereiniteit (jv 10-13 §2)
Nr. 2: Psalm 119:161-176
Nr. 3: Waarom Jezus „de mens” werd genoemd (gt hfdst. 123)
Nr. 4: De grote schare identificeren (uw 103, 104, §1-4)
9 jan. Bijbellezen: Psalm 120 t/m 130
Nr. 1: Vroege getuigen die zich loyaal aan Jehovah hebben betoond (jv 13 §3–18 §5)
Nr. 2: Psalm 122:1–123:4
Nr. 3: Waarom Pilatus bevreesd was voor Jezus (gt hfdst. 124)
Nr. 4: Kenmerken waar de andere schapen aan moeten voldoen (uw 105, §5)
16 jan. Bijbellezen: Psalm 131 t/m 136
Nr. 1: Jezus Christus, de Getrouwe Getuige (jv 19, 20 §3)
Nr. 2: Psalm 132:1-18
Nr. 3: Bewijzen van Jezus’ liefde voor de mensheid (gt hfdst. 125)
Nr. 4: Waarom de grote schare de grote verdrukking overleeft (uw 106, 107, §6-8)
23 jan. Bijbellezen: Psalm 137 t/m 140
Nr. 1: Jezus legde loyaal getuigenis af van Gods naam en koninkrijk (jv 20 §4–25 §1)
Nr. 2: Psalm 137:1–138:8
Nr. 3: Hoe Jezus tot het eind toe een voorbeeld was (gt hfdst. 126)
Nr. 4: Waarom wij ons geestelijke paradijs van grote waarde achten (uw 107-109, §9-13)
30 jan. Bijbellezen: Psalm 141 t/m 145
Nr. 1: Psalmen — Waarom nuttig — Deel 1 (si 104, 105, §23-27)
Nr. 2: Psalm 144:1-15
Nr. 3: Waarom Jezus’ begrafenis en een leeg graf ons interesseren (gt hfdst. 127)
Nr. 4: Waarom zijn er nu zo weinig Koninkrijkserfgenamen op aarde? (uw 110-112, §1-7)
6 febr. Bijbellezen: Psalm 146 t/m 150
Nr. 1: Psalmen — Waarom nuttig — Deel 2 (si 105, 106, §28-32)
Nr. 2: Psalm 148:1-14
Nr. 3: De vreugde over Jezus’ opstanding (gt hfdst. 128)
Nr. 4: Hoe weten zij dat zij geestelijke zonen zijn? (uw 113, 114, §8-10)
13 febr. Bijbellezen: Spreuken 1 en 2
Nr. 1: Inleiding tot Spreuken — Deel 1 (si 106, 107, §1-5)
Nr. 2: Spreuken 2:1-19
Nr. 3: Hoe het geloof in de opstanding wordt versterkt (gt hfdst. 129)
Nr. 4: De Gedachtenisviering is geen zinloos religieus ritueel (uw 114-116, §11-14)
20 febr. Bijbellezen: Spreuken 3 en 4
Nr. 1: Inleiding tot Spreuken — Deel 2 (si 107, 108, §6-11)
Nr. 2: Spreuken 3:1-18
Nr. 3: Jezus legt uit hoe liefde moet worden getoond (gt hfdst. 130)
Nr. 4: Jehovah’s zichtbare organisatie identificeren (uw 117, 118, §1-3)
27 febr. Bijbellezen: Spreuken 5 en 6
Nr. 1: De christelijke getuigen van Jehovah in de eerste eeuw (jv 26-28 §3)
Nr. 2: Spreuken 6:1-19
Nr. 3: Hoe Jezus zijn discipelen sterkt (gt hfdst. 131)
Nr. 4: Gods organisatie is theocratisch (uw 118, 119, §4-7)
6 maart Bijbellezen: Spreuken 7 en 8
Nr. 1: De organisatie van de christelijke gemeente (jv 28 §4–29 §4)
Nr. 2: Spreuken 8:22-36
Nr. 3: Wat Jezus aan Gods rechterhand doet (gt hfdst. 132)
Nr. 4: De schriftuurlijke rol van het Besturende Lichaam (uw 120-122, §8-12)
13 maart Bijbellezen: Spreuken 9 en 10
Nr. 1: Identificerende kenmerken van de christelijke gemeente (jv 29 §5–32 §3)
Nr. 2: Spreuken 10:16-32
Nr. 3: Waarom Jezus de grootste mens was die ooit heeft geleefd (gt hfdst. 133)
Nr. 4: Onze waardering voor Gods organisatie analyseren (uw 123, 124, §13, 14)
20 maart Bijbellezen: Spreuken 11 en 12
Nr. 1: De grote afval neemt vorm aan (jv 33-36)
Nr. 2: Spreuken 11:1-14
Nr. 3: Waarom iedereen het Grootste mens-boek zou moeten lezen (gt — Baseer lezing op de inleiding van het boek.)
Nr. 4: Waarom naar raad luisteren? (uw 125-127, §1-4)
27 maart Bijbellezen: Spreuken 13 en 14
Nr. 1: Men keert zich af van Christus’ zuivere leerstellingen (jv 37-41)
Nr. 2: Spreuken 14:1-16
Nr. 3: *td 40A De mens is niet voorbeschikt
Nr. 4: Prachtige voorbeelden van personen die raad hebben aanvaard (uw 127, 128, §5, 6)
3 april Bijbellezen: Spreuken 15 en 16
Nr. 1: Een speurtocht naar waarheid (jv 42-46 §1)
Nr. 2: Spreuken 15:1-16
Nr. 3: *td 31A Jezus’ menselijke leven was een losprijs voor allen
Nr. 4: Kweek kostbare eigenschappen aan (uw 128-130, §7-11)
10 april Bijbellezen: Spreuken 17 en 18
Nr. 1: De wederkomst des Heren bekendmaken (jv 46 §2–51 §3)
Nr. 2: Spreuken 18:1-15
Nr. 3: *td 31B Waarom Jezus de losprijs kon betalen
Nr. 4: Verwerp Jehovah’s strenge onderricht niet (uw 130, 131, §12-14)
17 april Bijbellezen: Spreuken 19 en 20
Nr. 1: Geestelijke verkwikking na Babylon verlaten te hebben (jv 51 §4–55 §5)
Nr. 2: Spreuken 19:8-23
Nr. 3: *td 35A Hoe de enige ware religie te identificeren
Nr. 4: Liefde is kenmerkend voor ware christenen (uw 132, 133, §1-5)
24 april Schriftelijk overzicht. Lees Psalm 119:113 t/m Spreuken 20 uit
1 mei Bijbellezen: Spreuken 21 en 22
Nr. 1: De bekendmaking van de wederkomst des Heren intensiveren (jv 56-60)
Nr. 2: Spreuken 22:1-16
Nr. 3: *td 35B Is het verkeerd valse leerstellingen te veroordelen?
Nr. 4: Wat te doen als er problemen rijzen (uw 134, 135, §6-9)
8 mei Bijbellezen: Spreuken 23 en 24
Nr. 1: Grootse verwachtingen (jv 61-64 §2)
Nr. 2: Spreuken 24:1-16
Nr. 3: *td 35C Wanneer God het goedkeurt dat iemand van religie verandert
Nr. 4: Problemen op een schriftuurlijke manier oplossen (uw 135, 136, §10-13)
15 mei Bijbellezen: Spreuken 25 en 26
Nr. 1: Een verandering in bestuur (jv 64 §3–69 §2)
Nr. 2: Spreuken 25:1-13
Nr. 3: *td 35D Ziet God „in alle religies iets goeds”?
Nr. 4: Zoek manieren om je te ’verruimen’ (uw 137, 138, §14-17)
22 mei Bijbellezen: Spreuken 27 en 28
Nr. 1: Spreuken — Waarom nuttig — Deel 1 (si 109, 110, §19-28)
Nr. 2: Spreuken 28:1-14
Nr. 3: *td 33A Wie zullen uit de dood worden opgewekt?
Nr. 4: Beoefen thuis godvruchtige toewijding (uw 139, §1, 2)
29 mei Bijbellezen: Spreuken 29 t/m 31
Nr. 1: Spreuken — Waarom nuttig — Deel 2 (si 110, 111, §29-38)
Nr. 2: Spreuken 31:10-31
Nr. 3: *td 33B Waar zullen de doden worden opgewekt?
Nr. 4: Wat de bijbel zegt over het huwelijk, echtscheiding en uiteengaan (uw 140, §3)
5 juni Bijbellezen: Prediker 1 t/m 3
Nr. 1: Inleiding tot Prediker (si 112, 113, §1-8)
Nr. 2: Prediker 3:1-9, 18-22
Nr. 3: *td 42A De wederkomst van Christus is onzichtbaar
Nr. 4: Sleutelfactoren voor een succesvol huwelijk (uw 140, 141, §4, 5)
12 juni Bijbellezen: Prediker 4 t/m 6
Nr. 1: Een tijd van beproeving (jv 69 §3–71 §5)
Nr. 2: Prediker 5:1-8, 18-20
Nr. 3: *td 42B De wederkomst van Christus is herkenbaar aan zichtbare feiten
Nr. 4: Je rol in Gods gezinsregeling vervullen (uw 142, 143, §6-10)
19 juni Bijbellezen: Prediker 7 t/m 9
Nr. 1: Uit de gevangenis en voorwaarts met het werk (jv 72-77 §4)
Nr. 2: Prediker 7:1-12
Nr. 3: *td 36A Christenen zijn niet verplicht de sabbat te houden
Nr. 4: Laat de bijbel je bron van raad zijn (uw 144, §11-13)
26 juni Bijbellezen: Prediker 10 t/m 12
Nr. 1: Prediker — Waarom nuttig (si 114, §15-19)
Nr. 2: Prediker 12:1-14
Nr. 3: *td 36B De sabbatswet werd niet aan christenen gegeven
Nr. 4: Waarom de Mozaïsche wet voor ons van belang is (uw 146, 147, §1-4)
3 juli Bijbellezen: Hooglied 1 t/m 4
Nr. 1: Inleiding tot Hooglied (si 115, §1-4)
Nr. 2: Hooglied 2:1-14
Nr. 3: *td 36C Wanneer Gods sabbatsrust begint en eindigt
Nr. 4: Schriftuurlijke redenen waarom wij niet onder de Mozaïsche wet staan (uw 147, 148, §5, 6)
10 juli Bijbellezen: Hooglied 5 t/m 8
Nr. 1: Hooglied — Waarom nuttig (si 117, §16-18)
Nr. 2: Hooglied 8:1-14
Nr. 3: *td 34A God schenkt alleen door bemiddeling van Christus redding
Nr. 4: Geloof is van wezenlijk belang voor vergeving en redding (uw 148-150, §7-10)
17 juli Bijbellezen: Jesaja 1 t/m 3
Nr. 1: Inleiding tot Jesaja (si 118, 119, §1-8)
Nr. 2: Jesaja 1:1-13
Nr. 3: *td 34B „Eens gered, altijd gered” is niet schriftuurlijk
Nr. 4: Voordelen van het kennen van de Wet (uw 150, 151, §11-13; 153, §14)
24 juli Bijbellezen: Jesaja 4 t/m 7
Nr. 1: Verkondigt de Koning en het Koninkrijk (jv 77 §5–83 §3)
Nr. 2: Jesaja 6:1-13
Nr. 3: *td 34C „Alverzoening” is niet schriftuurlijk
Nr. 4: Fundamentele beginselen in de Mozaïsche wet: „Verantwoordelijkheden jegens God” (uw 152)
31 juli Bijbellezen: Jesaja 8 t/m 10
Nr. 1: Onbevreesde verkondigers van Koninkrijkswaarheid (jv 83 §4–89 §6)
Nr. 2: Jesaja 9:1-12
Nr. 3: *td 44A Wat zonde is
Nr. 4: Fundamentele beginselen in de Mozaïsche wet: „Verboden religieuze gebruiken” (uw 152)
7 aug. Bijbellezen: Jesaja 11 t/m 13
Nr. 1: Het goede nieuws zonder ophouden bekendmaken (jv 90-94 §5)
Nr. 2: Jesaja 11:1-10
Nr. 3: *td 44B Waarom alle mensen tengevolge van Adams zonde lijden
Nr. 4: Fundamentele beginselen in de Mozaïsche wet: „Huwelijk en gezinsleven” (uw 152)
14 aug. Bijbellezen: Jesaja 14 t/m 17
Nr. 1: Bekwame onderwijzers brengen het goede nieuws naar vele landen (jv 94 §6–98 §4)
Nr. 2: Jesaja 14:3-20
Nr. 3: *td 44C Wat was de verboden vrucht?
Nr. 4: Fundamentele beginselen in de Mozaïsche wet: „Verplichtingen in onze verhouding tot anderen” (uw 152)
21 aug. Bijbellezen: Jesaja 18 t/m 22
Nr. 1: Toename van de theocratie (jv 98 §5–103 §1)
Nr. 2: Jesaja 21:1-17
Nr. 3: *td 44D Wat is zonde tegen de heilige geest?
Nr. 4: Leven en bloed zijn heilig (uw 154-156, §1-6)
28 aug. Schriftelijk overzicht. Lees Spreuken 21 t/m Jesaja 22 uit
4 sept. Bijbellezen: Jesaja 23 t/m 26
Nr. 1: Goed toegerust om het goede nieuws te verkondigen (jv 103 §2–107 §2)
Nr. 2: Jesaja 25:1-12
Nr. 3: *td 43A Wat is de ziel?
Nr. 4: Het medische gebruik van bloed en de verantwoordelijkheid van een christen (uw 156-158, §7-9)
11 sept. Bijbellezen: Jesaja 27 t/m 29
Nr. 1: Jehovah’s woord blijft snel voortgang hebben (jv 108-112 §4)
Nr. 2: Jesaja 28:1-13
Nr. 3: *td 43B Wat is het verschil tussen de ziel en de geest?
Nr. 4: Hoe belangrijk is de heiligheid van bloed? (uw 159, 160, §10-12)
18 sept. Bijbellezen: Jesaja 30 t/m 33
Nr. 1: Een volk ijverig voor voortreffelijke werken (jv 112 §5–117 §5)
Nr. 2: Jesaja 32:1-8, 16-20
Nr. 3: *td 15A Wat is de heilige geest?
Nr. 4: Ware christenen zijn geen deel van de wereld (uw 161-163, §1-6)
25 sept. Bijbellezen: Jesaja 34 t/m 37
Nr. 1: Toenemen in kennis van God en van Zijn Woord (jv 120-126 §2)
Nr. 2: Jesaja 35:1-10
Nr. 3: *td 15B De levenskracht van mens en dier wordt geest genoemd
Nr. 4: Wat het voor christenen betekent geen deel van de wereld te zijn (uw 163-165, §7-10)
2 okt. Bijbellezen: Jesaja 38 t/m 40
Nr. 1: Waardering voor de waarheid omtrent de dood en de losprijs (jv 126 §3–131 §5)
Nr. 2: Jesaja 40:12-26
Nr. 3: *td 15C Waarom alle vormen van spiritisme schuwen?
Nr. 4: Christelijke neutraliteit in de tijd van het einde (uw 165-168, §11-16)
9 okt. Bijbellezen: Jesaja 41 t/m 43
Nr. 1: De aard en het tijdstip van ’s Heren wederkomst onderscheiden (jv 132 §1–137 §2)
Nr. 2: Jesaja 43:1-15
Nr. 3: *td 11A Waarom Jehovah geen deel van een Drieëenheid kan zijn
Nr. 4: Blijf Gods Woord met vrijmoedigheid spreken (uw 169, 170, §1-4)
16 okt. Bijbellezen: Jesaja 44 t/m 46
Nr. 1: Wat zou het oprichten van Gods koninkrijk betekenen? (jv 138-142 §2)
Nr. 2: Jesaja 46:1-13
Nr. 3: *td 11B De Zoon is niet gelijk aan de Vader
Nr. 4: Hoe wij voor kracht op Jehovah vertrouwen (uw 170-172, §5-7)
23 okt. Bijbellezen: Jesaja 47 t/m 49
Nr. 1: Het middel waardoor Jehovah’s dienstknechten onderwezen worden (jv 142 §3–148 §4)
Nr. 2: Jesaja 48:1-11, 16-19
Nr. 3: *td 11C Hoe God en Christus één zijn
Nr. 4: Voordeel trekken van het voorbeeld van de apostelen (uw 72, §8)
30 okt. Bijbellezen: Jesaja 50 t/m 53
Nr. 1: Hoe wij bekend kwamen te staan als Jehovah’s Getuigen (jv 149-156 §3)
Nr. 2: Jesaja 52:1-15
Nr. 3: *td 11D De heilige geest is geen persoon
Nr. 4: Met vrijmoedigheid en onderscheidingsvermogen prediken (uw 173-175, §9-13)
6 nov. Bijbellezen: Jesaja 54 t/m 57
Nr. 1: Jehovah’s Getuigen — De verantwoordelijkheid die met die naam gepaard gaat (jv 156 §4–158 §5)
Nr. 2: Jesaja 55:1-13
Nr. 3: *td 18A God is niet verantwoordelijk voor wereldweeën
Nr. 4: Waarom goed in gedachte houden dat Jehovah’s dag nabij is? (uw 176, 177, §1-4)
13 nov. Bijbellezen: Jesaja 58 t/m 62
Nr. 1: Met welk doel prediken (van 1879 tot 1925)? (jv 159-163 §2)
Nr. 2: Jesaja 60:4-17
Nr. 3: *td 18B Waarom God goddeloosheid heeft toegelaten
Nr. 4: Let op gebeurtenissen die een vervulling van het teken zijn (uw 178, §5, 6)
20 nov. Bijbellezen: Jesaja 63 t/m 66
Nr. 1: Jesaja — Waarom nuttig (si 123, §34-39)
Nr. 2: Jesaja 65:11-25
Nr. 3: *td 18C God toont zijn grote barmhartigheid
Nr. 4: Het grote scheidingswerk — een bewijs dat het einde nabij is (uw 179-181, §7-10)
27 nov. Bijbellezen: Jeremia 1 t/m 3
Nr. 1: Inleiding tot Jeremia (si 124, §1-5)
Nr. 2: Jeremia 1:4-19
Nr. 3: *td 18D Gods koninkrijk is de enige oplossing
Nr. 4: Wat ligt er in het verschiet voordat Jehovah’s dag aanbreekt? (uw 181-183, §11-14)
4 dec. Bijbellezen: Jeremia 4 t/m 6
Nr. 1: De grote schare identificeren (jv 163 §3–170 §1)
Nr. 2: Jeremia 5:1-14
Nr. 3: *td 16A Alle ware christenen moeten getuigenis afleggen van de waarheid
Nr. 4: Jehovah’s wijze en liefdevolle voornemen (uw 184, 185, §1-5)
11 dec. Bijbellezen: Jeremia 7 t/m 9
Nr. 1: IJver in een dringend werk brengt Gods zegen met zich (jv 170 §2–171 §3)
Nr. 2: Jeremia 9:12-26
Nr. 3: *td 16B Waarom wij steeds bij mensen terugkomen
Nr. 4: Jehovah verenigt zijn volk (uw 186, 187, §6-9)
18 dec. Bijbellezen: Jeremia 10 t/m 12
Nr. 1: Herkend aan het feit dat wij vasthouden aan de morele maatstaven van de bijbel (jv 172-178 §2)
Nr. 2: Jeremia 10:6-15, 22-25
Nr. 3: *td 16C Getuigenis geven bevrijdt ons van bloedschuld
Nr. 4: De menselijke schepping zal vrijgemaakt worden (uw 188-191, §10-17)
25 dec. Schriftelijk overzicht. Lees Jesaja 23 t/m Jeremia 12 uit