Theocratische omgang genieten
1 Jehovah’s Getuigen noemen elkaar „broeder” en „zuster”. Dit geeft de nauwe verhouding aan die onder alle dienstknechten van Jehovah God dient te bestaan.
2 De uitdrukking „broeder” betekent letterlijk „zoon van dezelfde ouders”. Voel je de banden van een warme, geestelijke verwantschap met al degenen die opgedragen dienstknechten van Jehovah zijn? Hoe kunnen wij de soort van liefde die bewijst dat wij voor onze christelijke metgezellen broeders en zusters zijn, verder ontwikkelen?
OP VERGADERINGEN
3 Jezus’ discipelen beseften de belangrijkheid van het bijeenkomen (Hand. 2:42, 46; 20:7, 8). Ook wij waarderen het voorrecht van warme, christelijke broederschap (Rom. 16:3, 5). Onthullen onze uitspraken op de vergaderingen echter dat wij werkelijk bezorgd zijn voor het geestelijk welzijn van onze broeders en zusters? Door middel van onze commentaren op vergaderingen kunnen wij liefde en onzelfzuchtige belangstelling voor het welzijn van anderen bevorderen. Wij willen onze broeders en zusters aanmoedigen om ijverig te zijn in het bekendmaken van het goede nieuws en voorbeeldig te zijn in alle aspecten van het dagelijks leven. — Hebr. 10:24, 25.
4 Voor en na de vergaderingen zijn er veel gelegenheden voor theocratische omgang. Wij dienen deze tijd te gebruiken om onze omgang te verruimen door nieuwelingen welkom te heten en met zo veel mogelijk personen bekend te raken. Velddienstervaringen en andere opbouwende conversatie zullen bijdragen tot de aanmoediging van anderen. — 1 Thess. 5:11, 15.
GEZONDE OMGANG
5 Iemand kan niet met God wandelen terwijl hij in gezelschap verkeert van degenen uit de goddeloze en zieke maatschappij die alles goedkeurt waarvan God een afschuw heeft. De bijbel waarschuwt: „Slechte omgang bederft nuttige gewoonten” (1 Kor. 15:33). Sommigen in de gemeente hebben misschien de neiging wereldse kennissen en ongelovige familieleden die geen belangstelling voor de waarheid hebben uit te nodigen voor gezellige bijeenkomsten, denkend dat dit hen zal aanmoedigen de waarheid te aanvaarden. Is dit echter verstandig en in overeenstemming met de Schrift?
6 Wij hebben de raad gekregen voorzichtig te zijn in onze contacten met mensen uit de natiën, ongelovigen en gewone mensen. (Zie De Wachttoren van 15 november 1988, blz. 15, 16.) Waarom zouden wij onnodig sociaal contact hebben met mensen die nog wereldse wegen nastreven en die geen aanbidders van Jehovah zijn geworden? (2 Kor. 6:14, 15) Enkelen die in geestelijk opzicht onachtzaam zijn zoeken misschien anderen uit die er ook wereldse denkwijzen en manieren op na houden, in plaats van omgang te zoeken met rijpe christenen die hen zouden kunnen helpen sterk in het geloof te worden. Zij zien niet in dat aanwezig zijn op gezellige bijeenkomsten met wereldse, beginselloze mensen hun geloof kan verzwakken en hen kan verderven. — Vergelijk 2 Thessalonicenzen 3:14, 15.
7 Het voorgaande is vooral belangrijk in de komende vakantiemaanden. Door tijdig het betreffende bijkantoor te schrijven en te vragen om het adres van de zaal en de vergadertijden, zal het mogelijk zijn goede omgang te genieten. Onze vrienden en metgezellen kunnen een diepgaande invloed op ons hebben. Hoe verstandig is het daarom het gezelschap te zoeken van godvruchtige personen die een nauwe verhouding met Jehovah bewaren!