Ongeregelde verkondigers helpen
1 Jezus zei: „Een ieder daarom die deze woorden van mij hoort en ze doet, zal vergeleken worden met een beleidvol man, die zijn huis op de rots bouwde” (Matth. 7:24). Als iemand de betekenis van Jezus’ woorden begrijpt en juist gemotiveerd is, zal hij voortreffelijke werken voortbrengen, met inbegrip van het prediken van het goede nieuws. Een dergelijke, juist gemotiveerde gehoorzaamheid verschaft een op een rots gelijkend fundament, dat niet weg zal spoelen in stormen van tegenspoed.
2 Wij hebben een goede reden om elkaar te willen helpen aan het predikingswerk deel te nemen in de mate dat onze individuele omstandigheden dit toelaten. Sommigen onder ons zijn ongeregelde verkondigers, en dit vervult ons met grote zorg. Wat zou er de oorzaak van kunnen zijn dat iemand een hele maand voorbij laat gaan zonder enig aandeel te hebben aan het belangrijke werk dat bestaat in het prediken en het maken van discipelen?
3 Sommigen zijn misschien ernstig ziek geweest, en anderen hebben wellicht de velddienst uitgesteld tot laat in de maand, om dan te merken dat onvoorziene omstandigheden hen in beslag namen, zodat zij werden verhinderd in de dienst uit te trekken. Anderen hebben misschien gebrek aan waardering en zien de bediening niet als een schat waaraan prioriteit verleend moet worden (2 Kor. 4:7). Af en toe is druk van de zijde van een ongelovige echtgenoot of andere familieleden een ontmoedigende factor geweest. Een te kort schieten in het handhaven van goede persoonlijke studiegewoonten en geregeldheid in vergaderingbezoek heeft weer anderen beïnvloed, zodat zij het besef van dringendheid met betrekking tot de nabijheid van het einde van Satans wereld hebben verloren (2 Petr. 3:11, 12). Hun hart is ergens door beïnvloed. Daarom zijn zij niet gemotiveerd om uit de overvloed ervan te spreken (Matth. 12:34). Wat de reden ook is, wij willen hen helpen.
WAT DE OUDERLINGEN KUNNEN DOEN
4 Ouderlingen dienen ernaar te streven de omstandigheden en behoeften van allen in de gemeente te kennen, ten einde liefdevolle hulp te kunnen geven. Op hun vergaderingen dienen de ouderlingen nota te nemen van elkeen die een ongeregelde verkondiger is geworden en te bepalen wie hen kan helpen en hoe dit gedaan zou kunnen worden. Zij kunnen het probleem ook aandacht geven wanneer zij de plaatselijke behoeften voor de dienstvergadering beschouwen. De secretaris dient elke neiging tot ongeregeldheid in de velddienst op te merken wanneer hij de verkondigersberichtkaarten van de gemeente bijhoudt.
WAT BOEKSTUDIELEIDERS KUNNEN DOEN
5 Elke maand dient de secretaris de gemeenteboekstudieleiders een lijst te geven van degenen die geen velddienst hebben gerapporteerd, zodat prompt hulp kan worden gegeven. (Zie Onze Koninkrijksdienst van juni 1984, blz. 7.) De studieleider dient de ongeregelden vriendelijk te benaderen ten einde zich ervan te vergewissen wat hen belemmert en hoe hij hen kan helpen (Spr. 27:23). De meeste ongeregelden zullen de hulp waarderen. Nadat de studieleider de omstandigheden van iemand te weten is gekomen, dient hij definitieve regelingen te treffen om persoonlijk met hem te werken of ervoor te zorgen dat een andere rijpe verkondiger of pionier dit doet. Het geven van praktische suggesties aan ongeregelden over het maken van een schema dat past bij hun individuele omstandigheden, kan ook nuttig zijn. Kunnen zij plannen maken om een geregeld aandeel aan de velddienst te hebben op de eerste zondag van de maand of op de tweede en vierde zaterdag? Indien vervoer een probleem is of zij hulp nodig hebben in verband met kleine kinderen, kan de studieleider de hulp van andere bereidwillige verkondigers inroepen.
6 Wanneer de dienstopziener de boekstudiegroepen bezoekt, kan hij regelingen treffen om samen met de studieleider ongeregelde verkondigers te bezoeken. Sommige dienstopzieners hebben het moeilijk gevonden aandacht te schenken aan alle aspecten van hun taak en de maandelijkse bezoeken aan de gemeenteboekstudies door te voeren. Zij hebben een fijne gelegenheid om hiermee een nieuw begin te maken en vanaf nu elke maand één gemeenteboekstudie te bedienen. (Zie Onze Koninkrijksdienst van september 1979 en november 1981.) Wanneer de dienstopziener en de studieleider samen bezoekjes brengen, zullen er twee rijpe broeders zijn die in staat zijn de ongeregelden raad te geven en te helpen een op een rots gelijkend fundament van gehoorzaamheid aan Christus’ gebod om te prediken en discipelen te maken op te bouwen. Aldus kunnen zij ertoe bewogen worden de prediking hoog op hun lijst van prioriteiten te plaatsen (Rom. 10:10). Laten wij onszelf op deze wijze inspannen om onze liefde te tonen voor ’degenen die aan ons verwant zijn in het geloof’. — Gal. 6:10.