Het programma voor de bouw van Koninkrijkszalen versnellen
1 Personen die zich inspannen om goede dingen voor anderen te doen, betonen zich echte ’naasten’ (Luk. 10:36, 37). Evenals de Samaritaanse weldoener in Jezus’ illustratie besteden Jehovah’s Getuigen veel van hun kracht, tijd en materiële middelen om anderen te helpen. Deze geest van naastenliefde wordt ook ten aanzien van het programma voor de bouw van Koninkrijkszalen aan de dag gelegd. Wij denken bijvoorbeeld aan de nieuwe regelingen die er gekomen zijn voor de bouw van Koninkrijkszalen.
2 Via het inlegvel van Onze Koninkrijksdienst van de maanden mei en september hebben wij meer inlichtingen gekregen over deze nieuwe regelingen. Het Koninkrijkszalenfonds is beslist een liefdevolle voorziening van Jehovah. Door middel van jullie bijdragen groeit het fonds heel fijn. Hoe sneller het fonds groeit hoe meer gemeenten er gebruik van kunnen maken waardoor het fonds nog sneller zal groeien omdat de rente die de gemeenten voor de leningen betalen ook weer in het fonds wordt gestort. Er is een aparte boekhouding voor het Koninkrijkszalenfonds dus jullie kunnen ervan overtuigd zijn, geliefde broeders, dat elke cent, zowel door bijdragen als renten, exclusief voor het fonds gebruikt zal worden.
3 Zoals blijkt uit paragraaf 14 van het inlegvel van Onze Koninkrijksdienst van september 1986, is er geen betere manier om een Koninkrijkszaal te financieren dan door geld uit het Koninkrijkszalenfonds te lenen. Dit blijkt duidelijk uit een omvraag aan alle gemeenten in ons land. Tegenwoordig wordt er door de gemeenten in ons land jaarlijks zoveel rente aan financiële instanties voor leningen betaald, dat men van dit geld elk jaar ruimschoots enkele Koninkrijkszalen volledig zou kunnen financieren. Stel je dat eens voor! Elk jaar zouden er enkele Koninkrijkszalen gebouwd kunnen worden alleen al van het geld dat nu aan wereldlijke instanties aan rente wordt betaald.
4 Zoals wij weten is het in ons land tamelijk eenvoudig om geld te lenen. In vergelijking met andere landen is de rente bij ons gewoonlijk niet erg hoog en is het vaak mogelijk om een lening over vele tientallen jaren terug te betalen. Alhoewel een dergelijke lening vanwege de lage maandelijkse aflossing aanvankelijk misschien aantrekkelijk lijkt, betaalt men in feite heel veel rente en daardoor wordt de zaal in feite veel duurder. De afgelopen tijd hebben enkele gemeenten het noodzakelijk geacht onder dergelijke voorwaarden geld te moeten lenen en natuurlijk lossen deze gemeenten hun leningen volgens afspraak af. Met het Koninkrijkszalenfonds is het echter anders gesteld. Bij het fonds van het Genootschap dient een lening over 10 jaar (in enkele uitzonderlijke gevallen misschien 15 jaar) afgelost te worden. De maandelijkse aflossing is dan wel iets hoger, maar men betaalt minder rente, wat betekent dat de zaal minder kost. En wat gebeurt er met de rente? Die wordt in het fonds gestort, waardoor andere gemeenten er profijt van kunnen trekken.
5 Maar wat dient een gemeente te doen die denkt dat de maandelijkse rente te hoog wordt? Nu, wat doet elk gezin als het iets wil kopen maar niet genoeg geld heeft? Het spaart tot het een goed beginkapitaal heeft. Een goed beginkapitaal is de sleutel. Dan hoeft de gemeente niet zoveel te lenen, waardoor de zaal goedkoper zal zijn. Natuurlijk moet elke gemeente zelf beslissen wat ze in dit opzicht zal doen, maar het voorgaande zal beslist helpen om de aanwezige mogelijkheden realistisch te bezien.
6 Sedert er een afdeling Koninkrijkszalen bij het Genootschap bestaat en het eerste snelbouw-comité in ons land is opgericht, hebben wij veel geleerd over wat er zoal betrokken is bij de bouw van Koninkrijkszalen. Wat zijn bijvoorbeeld enkele van de dingen die interessant zijn voor iedereen die een Koninkrijkszaal wil ondersteunen?
7 De grond in ons land is, zoals jullie weten, op vele plaatsen erg duur. In enkele steden kan de prijs voor de grond zelfs meer dan de helft van de totale kosten van de Koninkrijkszaal zijn. Welke consequenties kan dit hebben? Het kan betekenen dat een gemeente de beslissing neemt om minder grond te kopen dan men oorspronkelijk in gedachte had. Het kan ook betekenen dat verschillende gemeenten in één stad vaststellen dat ze van elkaar afhankelijk zijn en samen een Koninkrijkszaal gaan bouwen. Dit kan misschien inhouden dat sommige verkondigers iets verder naar de Koninkrijkszaal moeten reizen. In enkele gevallen kan het ook betekenen dat gemeenten in een stad, als ze eindelijk grond vinden, ertoe overgaan te doen wat onze broeders in de Verenigde Staten vaak hebben gedaan. Zij bouwen een „dubbel-Koninkrijkszaal”, dat wil zeggen één gebouw met twee vergaderzalen. Wanneer zo’n zaal bijvoorbeeld door drie gemeenten wordt gebouwd, staan ze er financieel beter voor dan wanneer ze twee aparte zalen moeten bouwen. Elke gemeente kan ook nog een keer splitsen, want uiteindelijk kunnen er 6 gemeenten in zo’n dubbele Koninkrijkszaal vergaderen. Natuurlijk moet elke gemeente zelf beslissen wat ze uiteindelijk gaat doen, maar het is wel duidelijk dat de hoge prijs van grond in vele plaatsen in ons land niet altijd toelaat dat wij zo kunnen bouwen als wij oorspronkelijk dachten of wensten.
8 Er bestaat in enkele gemeenten de neiging iets te groot te willen bouwen. Het is natuurlijk belangrijk om positief en met het oog op de toekomst te bouwen en het is onverstandig een Koninkrijkszaal te klein te bouwen. Maar als een nu al grote gemeente een in verhouding nog veel grotere Koninkrijkszaal gaat bouwen, zal een toekomstige splitsing van de gemeente moeilijk worden, want men zal de Koninkrijkszaal na de splitsing erg „leeg” vinden. Gemeenten zullen er daarom verstandig aan doen niet te groot te bouwen, maar eerder naar een splitsing van de gemeente te streven.
9 Zoals jullie weten is er al heel wat gedaan, maar er blijft een dringende behoefte aan Koninkrijkszalen. Daarom zal het programma voor de bouw van Koninkrijkszalen worden versneld en zal er nog meer hulp worden geboden.
DOOR HET GENOOTSCHAP AANGESTELDE REGIONALE BOUWCOMITÉS
10 Ten einde het programma voor de bouw van Koninkrijkszalen te kunnen versnellen, zal het Genootschap spoedig ouderlingen gaan aanstellen die in Regionale bouwcomités zitting hebben om bij de bouw van Koninkrijkszalen te kunnen helpen. Veel van deze geestelijk bekwame broeders hebben in de wereld ervaring opgedaan met betrekking tot bouwwerkzaamheden, onroerende goederen, zakelijke aangelegenheden, veiligheidsvoorschriften en andere daarmee verband houdende terreinen. Daardoor kunnen zij vanaf het begin van een project waardevolle leiding geven, of het nu gaat om de bouw van een nieuwe Koninkrijkszaal of een renovatie. Deze comités zullen richtlijnen van het Genootschap krijgen. Elk comité wordt toegewezen aan een bepaald aantal kringen om met Koninkrijkszaalprojecten te helpen.
11 Indien een gemeente van plan is een nieuwbouw- of groot renovatieproject te starten en hulp van het Regionale bouwcomité wenst te ontvangen, kunnen er onnodige kosten worden bespaard wanneer men zich voor de aankoop van een perceel of het uitkiezen van een ontwerp in verbinding stelt met het Regionale bouwcomité. Wanneer een bouwproject wordt opgezet in een stad met meer dan één gemeente kan de keuze van het perceel ook besproken worden met de kringopziener(s), de stadsopziener en mogelijk andere plaatselijke ouderlingen. Dit kan een hulp zijn bij het uitkiezen van een plaats die niet alleen tot voordeel zal strekken van de gemeente(n) die bij het huidige project betrokken zijn, maar ook overvolle Koninkrijkszalen van naburige gemeenten zal ontlasten en gelegenheid zal bieden voor toekomstige groei in het gebied. Zelfs in minder dichtbevolkte gebieden kan vaak een plaats worden uitgekozen waar twee of meer gemeenten kunnen vergaderen.
12 Het zal wel even duren voordat de Regionale bouwcomités worden aangesteld en in staat zijn gemeenten te helpen, maar in die tussentijd gaat het eerste snelbouw-comité in ons land door met zijn pogingen verschillende gemeenten te ondersteunen.
BOUWMETHODEN
13 Gewoonlijk zal de voorkeur van het Regionale bouwcomité uitgaan naar de snelbouw-methode. De ervaring heeft aangetoond dat deze methode vele voordelen heeft. Het eerste snelbouw-comité in ons land heeft al heel wat bereikt. Wij hebben de laatste tijd veel geleerd in verband met het bouwen van Koninkrijkszalen. Er zijn reeds veel personen opgeleid om hulp te bieden bij het werk. Nu kan er een versnelling van het bouwprogramma plaatsvinden. Wij kunnen ook enkele van de methoden vereenvoudigen, ten einde in korte tijd en met een beperkt aantal werkers, zoveel mogelijk tot stand te brengen.
14 Het Genootschap adviseert om bekwame werkers in te schakelen wanneer tijdens de bouwperiode hun hulp in verband met specifiek vakwerk nodig is. Gewoonlijk kunnen de andere vrijwillige werkers die voor een speciaal project nodig zijn, uit de plaatselijke gemeenten worden gevraagd en eveneens worden ingeschakeld om op bepaalde tijden werk te verrichten. Dit betekent dat er minder mensen op het bouwterrein zullen zijn. Meer broeders zullen gedeelten van het weekeinde waarin gebouwd wordt, kunnen besteden om bij hun gezin of in hun eigen gemeente te zijn, en een aandeel aan de velddienst te hebben. Niet alleen uit veiligheidsoverwegingen, maar ook uit consideratie voor de gemeente die ermee belast is voor voedsel, onderdak en ander gerief te zorgen, wordt er aanbevolen om zo min mogelijk personen op het bouwterrein te hebben. Personen die niet zijn ingeschakeld om bij een speciaal project te helpen, worden aangemoedigd de geestelijke activiteiten in hun eigen gemeenten te ondersteunen.
TEKENINGEN
15 Het is noodzakelijk oordeelkundig te werk te gaan bij het uitkiezen van bouwtekeningen, om te voorkomen dat de plaatselijke broeders en zusters of de geldmiddelen van het Koninkrijkszalenfonds van het Genootschap onnodig worden belast. Terwijl wij plannen maken om onze Koninkrijkszalen er aantrekkelijk te laten uitzien, is het passend als ze eenvoudig en functioneel, en niet pompeus zijn. Wij zijn blij jullie te kunnen meedelen dat het Genootschap daarom een verscheidenheid aan tekeningen voor nieuwe Koninkrijkszalen laat ontwerpen, waarover gemeenten kunnen beschikken die met een bouwproject bezig zijn. Deze tekeningen zullen op schriftelijk verzoek door het Genootschap aan de ouderlingen worden verstrekt. Als deze tekeningen beschikbaar komen zal dit worden bekendgemaakt.
16 Kies zorgvuldig een ontwerp uit dat zal voldoen aan de huidige behoeften van de gemeente(n), daarbij rekening houdend met een redelijke mate van groei. Alle factoren dienen zorgvuldig afgewogen te worden zodat er een zaal gebouwd zal worden die noch onnodig groot, noch te klein is.
17 In enkele zeldzame gevallen kan het raadzaam zijn dat gemeente-ouderlingen advies inwinnen bij een plaatselijke architect die op de hoogte is van het bestemmingsplan, alvorens er regelingen worden getroffen voor de eigenlijke bouw van een Koninkrijkszaal. Hoewel dit nog meer uitgaven kan betekenen, zou het de gemeente later extra kosten kunnen besparen. In gemeenschappen waar de broeders bij voorbaat weten dat hun project door het plaatselijke gemeentebestuur zal worden goedgekeurd, zal rechtskundige bijstand waarschijnlijk niet nodig zijn. Wanneer een gemeente echter moeilijkheden voorziet, zou het om te beginnen de weg der wijsheid zijn ter plaatse bevoegd rechtskundig advies van een architect in te winnen.
SUCCESSIEVELIJK AAN DE BEHOEFTE VOLDOEN
18 Hoe kan een gemeente te weten komen dat ze voor hulp van het Koninkrijkszalenfonds van het Genootschap in aanmerking komt om een nieuwe Koninkrijkszaal te bouwen? Van tijd tot tijd stelt het Genootschap een onderzoek in om vast te stellen welke gemeenten het meeste behoefte aan een nieuwe Koninkrijkszaal hebben. Op grond van zo’n ingesteld onderzoek, plus andere essentiële factoren, worden prioriteiten gesteld. Als vervolgens geld beschikbaar komt, zal het Genootschap successievelijk een briefwisseling met zulke gemeenten op gang brengen. Indien een gemeente echter voor een noodsituatie komt te staan, dienen de ouderlingen zich vrij te voelen met het Genootschap over de gerezen behoefte in contact te treden.
19 Indien een gemeente overweegt een bestaande Koninkrijkszaal te renoveren of te vergroten, kan ze contact opnemen met het Genootschap, aangezien er van tijd tot tijd en in beperkte mate enig geld voor zulke projecten beschikbaar zal zijn.
20 Indien gemeenten hun bouwproject kunnen verwezenlijken omdat zij daar plaatselijk de financiële middelen voor bezitten, is daar geen bezwaar tegen.
DE BEHOEFTE IS DRINGEND
21 De voornaamste vergaderplaats die door gemeenten van Jehovah’s Getuigen wordt gebruikt, is de Koninkrijkszaal. Ze speelt dan ook een belangrijke rol in de groei van de ware aanbidding. Als opgedragen getuigen van Jehovah die door hem zijn onderwezen, komen wij geregeld bijeen „ten einde tot liefde en voortreffelijke werken aan te sporen” (Hebr. 10:24). Wat een zegen is het te zien hoe een toenemend aantal mensen zich bij ons aansluit omdat ook zij door Jehovah onderricht willen worden en zijn paden willen bewandelen! (Jes. 2:3) In de loop der tijd zal deze verdere groei vereisen dat er nog meer Koninkrijkszalen moeten worden gebouwd.
22 Het Genootschap is zich ervan bewust dat de huidige economische situatie, het voor sommige gemeenten moeilijk heeft gemaakt om geschikte vergaderruimten te vinden en dat er een dringende behoefte bestaat deze gemeenten bij te staan. Dit is één reden waarom het Koninkrijkszalenfonds van het Genootschap in het leven is geroepen om gemeenten te helpen de bouw van benodigde Koninkrijkszalen te financieren.
23 De edelmoedigheid waarmee de broeders en zusters bijdragen aan het Koninkrijkszalenfonds van het Genootschap schenken, is opmerkelijk en staat in schril contrast met de zelfzuchtige „ik eerst”-houding van de wereld. Deze bijdragen zijn een uiting van broederlijke genegenheid en liefde, en ze geven te kennen dat wij belangstelling hebben voor hen „die aan ons verwant zijn in het geloof” en elkaar goed willen doen. Zulke voortreffelijke hoedanigheden en onze positieve daden ten behoeve van anderen, brengen stellig een beloning met zich: „Want indien deze dingen bij u bestaan en overvloedig zijn, zullen ze u beletten hetzij inactief of onvruchtbaar te zijn met betrekking tot de nauwkeurige kennis van onze Heer Jezus Christus.” — Gal. 6:10; 2 Petr. 1:7, 8.
24 Kun je je herinneren hoe Jehovah’s volk op de oproep van koning David reageerde en edelmoedig bijdragen schonk om ’het huis van Jehovah’ te bouwen? In 1 Kronieken 29:6-9 wordt gezegd dat „het volk . . . uiting [gaf] aan verheuging over hun schenking van vrijwillige gaven, want met een onverdeeld hart schonken zij vrijwillige gaven aan Jehovah”. Diezelfde geest spoort christenen in deze tijd aan zich te blijven bekommeren om hun broeders en zusters in andere gemeenten die Koninkrijkszalen nodig hebben.
25 Het geven van onze tijd en financiële middelen om nieuwe Koninkrijkszalen te bouwen, is een voortreffelijke manier om Jehovah te eren (Spr. 3:9). De gezamenlijke krachtsinspanningen om andere gemeenten te helpen de benodigde Koninkrijkszalen te verkrijgen, is in overeenstemming met 2 Korinthiërs 8:14, 15, waar wordt gezegd dat „gelijkheid” ontstaat. Laten wij voortdurend bidden dat Jehovah onze krachtsinspanningen in deze activiteit tot zijn lof zal blijven zegenen en leiden.
[Illustratie op blz. 11]
Ook tijdens de bouw is er gelegenheid om ter plekke vrijwillige bijdragen te schenken
[Illustratie op blz. 12]
Wanneer zal deze mededeling op het bouwterrein van jullie Koninkrijkszaal verschijnen?