Schema voor de theocratische bedieningsschool voor 1987
RICHTLIJNEN
In 1987 zullen voor de theocratische bedieningsschool de volgende regelingen gelden.
STUDIEBOEKEN: De Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift [bi12], „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig” [si] en Bijbelse onderwerpen voor gesprekken [td].
De school zal beginnen met lied, gebed en een verwelkoming, en dan als volgt verder gaan:
TOEWIJZING NR. 1: 15 minuten. Dit onderdeel zal door een ouderling of een bekwame dienaar in de bediening worden behandeld. Het zal gebaseerd zijn op „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig”. Deze toewijzing zal als een tien minuten durende instructielezing behandeld worden, gevolgd door een vijf minuten durend mondeling overzicht waarbij de gedrukte vragen van dit gedeelte worden gebruikt. Het doel dient niet alleen te zijn het materiaal te behandelen, maar de aandacht te vestigen op de praktische waarde van de besproken inlichtingen en te beklemtonen wat het meeste nut heeft voor de gemeente. Indien nodig dient een thema gekozen te worden. Allen worden ertoe aangemoedigd zich van tevoren goed voor te bereiden, zodat zij volledig voordeel kunnen trekken van dit materiaal.
De broeders aan wie deze lezing wordt toegewezen, dienen er zorgvuldig op te letten dat zij zich aan de tijd houden. Indien nodig mag later persoonlijke raad worden gegeven.
HOOFDPUNTEN UIT HET BIJBELLEESPROGRAMMA: 6 minuten. Dit onderdeel zal door de schoolopziener of een andere bekwame ouderling behandeld worden of door een dienaar in de bediening die door de schoolopziener is aangewezen. Dit dient niet slechts een samenvatting van het toegewezen leesgedeelte te zijn. Help de toehoorders, na een kort algemeen overzicht van de toegewezen hoofdstukken te hebben gegeven, te beseffen waarom en hoe de inlichtingen waardevol voor ons zijn. Raadpleeg Wachttoren-uitgaven voor verdere hoofdpunten van de stof. Hierna laat de schoolopziener de leerlingen naar hun verschillende klaslokalen gaan.
LEZING NR. 2: 5 minuten. Een toegewezen gedeelte uit de bijbel wordt door een broeder gelezen. Dit geldt zowel voor de hoofdzaal als voor de tweede en eventuele derde school. De leestoewijzingen zijn gewoonlijk kort genoeg om de leerling in de gelegenheid te stellen in zijn begin- en slotopmerkingen, en zelfs bij passende punten tussendoor, korte verklarende inlichtingen te geven, bijvoorbeeld over de historische achtergrond, de profetische of leerstellige betekenis en de toepassing van beginselen. Alle toegewezen verzen dienen werkelijk voorgelezen te worden.
LEZING NR. 3: 5 minuten. Deze lezing zal aan zusters worden toegewezen. De leerling aan wie het wordt toegewezen, dient te kunnen lezen. De leerling mag bij het houden van deze lezing zitten of staan. De schoolopziener zal één assistente toewijzen, maar er mogen er meer gebruikt worden. De vorm waarin de lezing gegoten wordt kan betrekking hebben op situaties thuis, in de velddienst, in de gemeente of elders. De zuster die de lezing houdt, mag zelf het gesprek beginnen om even de setting aan te geven, of dit door haar assistente(n) laten doen. Niet de setting maar de stof behoort de voornaamste aandacht te krijgen. De leerling dient het aangegeven thema te gebruiken.
LEZING NR. 4: 5 minuten. Deze lezing wordt aan een broeder of een zuster toegewezen. Wanneer ze aan een broeder wordt toegewezen, zal hij zich tot de zaal richten. Het zal gewoonlijk het beste zijn wanneer de spreker zijn lezing voorbereidt met het publiek van de Koninkrijkszaal in gedachten, zodat de stof werkelijk leerzaam en nuttig zal zijn voor degenen die ernaar luisteren. Als de stof zich echter beter voor een andere praktische en voor het publiek passende setting leent, mag de spreker verkiezen zijn lezing dienovereenkomstig uit te werken. De leerling dient het aangegeven thema te gebruiken.
Wanneer het materiaal aan een zuster wordt toegewezen, dient het gebracht te worden op de wijze zoals voor lezing nr. 3 is aangegeven.
RAADGEVING EN OPMERKINGEN: Na elke oefenlezing zal de schoolopziener specifieke raad geven, waarbij hij zich niet noodzakelijkerwijs hoeft te houden aan de volgorde van de punten op het raadgevingenbriefje. In plaats daarvan zal zijn raad gericht zijn op specifieke terreinen die verbetering behoeven. Indien een leerling een „G” heeft verdiend en er achter geen enkele andere spreekhoedanigheid een „B” of een „W” staat, zal de raadgever een punt aangeven waaraan de leerling de volgende keer moet werken, en hij zal dit doen door achter het betreffende punt het hokje te omcirkelen waarin gewoonlijk de „G”, „B” of „W” wordt geschreven. Hij zal die avond de leerling daarvan op de hoogte brengen en deze spreekhoedanigheid ook vermelden op het eerstvolgende toewijzingsbriefje (S-89) voor de leerling. Degenen die een lezing houden, zullen vooraan in de zaal gaan zitten. Dit zal tijd besparen en zal ook de schoolopziener in staat stellen zijn raad rechtstreeks tot de leerling te richten. Naargelang de tijd het toelaat, kunnen er, na het geven van de noodzakelijke mondelinge raad, door de raadgever opmerkingen gemaakt worden over informatieve en praktische punten die niet door de leerlingen in hun lezingen verwerkt zijn. De schoolopziener dient erop te letten na iedere oefenlezing niet meer dan in totaal twee minuten voor raadgeving en opmerkingen te gebruiken.
HET VOORBEREIDEN VAN LEZINGEN: Broeders aan wie toewijzing nr. 1 is gegeven, dienen indien nodig een thema te kiezen. Leerlingen die de tweede lezing toegewezen hebben gekregen, dienen een zodanig thema te kiezen dat het materiaal zo goed mogelijk tot zijn recht komt. Leerlingen aan wie de derde en vierde lezing is toegewezen, dienen het aangegeven thema te gebruiken. Alvorens de lezing te houden zullen leerlingen in het Handleiding-boek het materiaal willen doorlezen over de spreekhoedanigheid die voor hen aan de beurt is.
TIJDSBEPALING: Geen enkele lezing mag over tijd gaan, en dat geldt ook voor de raadgeving en opmerkingen door de schoolopziener. De lezingen nr. 2 tot en met 4 dienen tactvol onderbroken te worden wanneer de tijd om is. De broeder die het „stopteken” moet geven, dient dat prompt te doen nadat de tijd verstreken is. Indien de broeder die toewijzing nr. 1 behandelt, over tijd gaat, zal hem persoonlijk raad gegeven worden. Allen dienen zorgvuldig op hun tijdsbepaling te letten. Het totale programma, zonder lied en gebed, duurt 45 minuten.
SCHRIFTELIJK OVERZICHT: Van tijd tot tijd zal er een schriftelijk overzicht worden gehouden. Neem, om je hierop voor te bereiden, het toegewezen materiaal nog eens door en lees het toegewezen bijbelgedeelte uit. De schoolopziener zal op belangrijke punten zijn ingegaan die aandacht hadden moeten krijgen maar door de sprekers niet waren verwerkt. Tijdens dit 25 minuten durende overzicht mag alleen de bijbel worden gebruikt. De rest van de tijd zal worden besteed aan een bespreking van de vragen en antwoorden. Iedere leerling zal zijn eigen papier nazien. De schoolopziener zal alle antwoorden voorlezen en de meeste aandacht besteden aan de moeilijkere vragen, waarbij hij allen zal helpen de antwoorden duidelijk te begrijpen. Als de plaatselijke omstandigheden het om een of andere reden noodzakelijk maken, mag het schriftelijk overzicht een week later gehouden worden dan op het schema staat aangegeven.
GROTE EN KLEINE GEMEENTEN: Gemeenten waar 50 of meer leerlingen voor de school staan ingeschreven, zullen er wellicht regelingen voor willen treffen dat aparte groepjes leerlingen de op het schema vermelde lezingen voor andere raadgevers houden. Natuurlijk kunnen niet-opgedragen personen die een leven leiden dat in overeenstemming is met christelijke beginselen, zich eveneens voor de school laten inschrijven en toewijzingen ontvangen.
AFWEZIGEN: Alle gemeenteleden kunnen hun waardering voor deze school tonen door ernaar te streven iedere week aanwezig te zijn, hun toewijzingen goed voor te bereiden en deel te nemen aan vraag-en-antwoordbesprekingen. Wij hopen dat alle leerlingen hun toewijzingen gewetensvol zullen bezien. Wanneer een leerling die een lezing moet houden, niet aanwezig is, mag een vrijwilliger die toewijzing behartigen, terwijl hij, naar de mate dat hij zich op zo’n korte termijn daartoe in staat voelt, de toepassing van het materiaal doet uitkomen. Ook kan de schoolopziener de stof behandelen met passende zaaldeelname.
SCHEMA
5 jan. Bijbellezen: Psalm 70 tot 73
Nr. 1: De bijbel: Een vast fundament voor geloof (si blz. 7, 8, §1-11)
Nr. 2: Psalm 72
Nr. 3: td 2B Het aandeel van de christen in Gods eindstrijd
Nr. 4: td 10C „Doop voor de doden” is onschriftuurlijk
12 jan. Bijbellezen: Psalm 74 tot 77
Nr. 1: Gods Woord: Het proces van inspiratie (si blz. 8-10, §12-20)
Nr. 2: Psalm 76
Nr. 3: td 6B Wij hebben hulp nodig om Gods Woord te begrijpen
Nr. 4: td 6D Verspreide teksten aanhalen heeft schriftuurlijke ondersteuning
19 jan. Bijbellezen: Psalm 78 en 79
Nr. 1: Gods Woord: Wie schreven het en wanneer? (si blz. 10-12, §21-33)
Nr. 2: Psalm 79
Nr. 3: td 6E Andere „heilige boeken” zijn niet geïnspireerd
Nr. 4: td 6G „Oude” en „Nieuwe” Testament beide belangrijk
26 jan. Bijbellezen: Psalm 80 tot 85
Nr. 1: Genesis: Wie schreef het en wanneer? (si blz. 13, 14, §1-9)
Nr. 2: Psalm 83
Nr. 3: td 6H Echtheid der bijbelboeken blijkt het best uit eigen getuigenis
Nr. 4: td 8B 70 weken: profetie over 1e komst van Messías
2 febr. Bijbellezen: Psalm 86 tot 89
Nr. 1: Genesis 1:1 tot 25:12 (si blz. 14-16, §10-22)
Nr. 2: Psalm 86
Nr. 3: td 8C 2 v.G.T. is de datum van Jezus’ geboorte
Nr. 4: td 8D Christus’ bediening duurde 3 1/2 jaar
9 febr. Bijbellezen: Psalm 90 tot 94
Nr. 1: Genesis 25:13 tot 50:26 (si blz. 16, 17, §23-32)
Nr. 2: Psalm 90
Nr. 3: td 31B Christus’ kerk is beperkt tot 144.000
Nr. 4: td 31C In huizen samenkomen of zalen bouwen is juist
16 febr. Bijbellezen: Psalm 95 tot 101
Nr. 1: Exodus: Wie schreef het en wanneer? (si blz. 19, 20, §1-8)
Nr. 2: Psalm 100 en 101
Nr. 3: td 31D Christelijke gemeente niet op Petrus gebouwd
Nr. 4: td 31E Christus bevestigde geen paus als opvolger
23 febr. Schriftelijk overzicht. Lees Psalm 70 tot 101 uit
2 maart Bijbellezen: Psalm 102 tot 104
Nr. 1: Exodus 1:1 tot 13:16 (si blz. 20-22, §9-17)
Nr. 2: Psalm 103:1-14, 21, 22
Nr. 3: td 17A Morele maatstaf van bijbel moet hoog gehouden worden
Nr. 4: td 17B Het ware sieraad is van het hart
9 maart Bijbellezen: Psalm 105 en 106
Nr. 1: Exodus 13:17 tot 40:38 (si blz. 22, 23, §18-25)
Nr. 2: Psalm 106:1-12, 47, 48
Nr. 3: td 9D Verering van doden is verkeerd
Nr. 4: td 42A Opdracht aan Jehovah onontbeerlijk voor leven
16 maart Bijbellezen: Psalm 107 tot 109
Nr. 1: Leviticus: Wie schreef het en wanneer? (si blz. 25, 26, §1-10)
Nr. 2: Psalm 108
Nr. 3: td 39A Bijbels antwoord op probleem van jeugdmisdaad
Nr. 4: td 13C De Duivel is verantwoordelijk voor wereldweeën
23 maart Bijbellezen: Psalm 110 tot 115
Nr. 1: Leviticus 1:1 tot 15:33 (si blz. 26, 27, §11-21)
Nr. 2: Psalm 110 en 114
Nr. 3: td 50A Schriftuurlijke basis voor uitsluiting
Nr. 4: td 50B Gronden voor uitsluiting
30 maart Bijbellezen: Psalm 116 tot 119:32
Nr. 1: Leviticus 16:1 tot 27:34 (si blz. 27, 28, §22-27)
Nr. 2: Psalm 116
Nr. 3: td 50C Berouw noodzakelijk voor vergeving van God
Nr. 4: td 12A Christenen mijden verslavende middelen
6 april Bijbellezen: Psalm 119:33-112
Nr. 1: Numeri: Wie schreef het en wanneer? (si blz. 30, 31, §1-10)
Nr. 2: Psalm 119:97-112
Nr. 3: td 1B Van verloren naar hersteld paradijs
Nr. 4: td 1D Mensen kunnen de aarde niet vernietigen
13 april Bijbellezen: Psalm 119:113-176
Nr. 1: Numeri 1:1 tot 12:16 (si blz. 31, 32, §11-19)
Nr. 2: Psalm 119:161-176
Nr. 3: td 14A Evolutie is onschriftuurlijk
Nr. 4: td 22A Verhouding van christenen tot wereldse regeringen
20 april Bijbellezen: Psalm 120 tot 130
Nr. 1: Numeri 13:1 tot 36:13 (si blz. 32-34, §20-31)
Nr. 2: Psalm 122 en 123
Nr. 3: td 22B Belangrijkste verantwoordelijkheid van een christen is jegens God
Nr. 4: td 22C Christenen moeten in wereldse zaken neutraal blijven
27 april Schriftelijk overzicht. Lees Psalm 102 tot 130 uit
4 mei Bijbellezen: Psalm 131 tot 136
Nr. 1: Deuteronomium: Wie schreef het en wanneer? (si blz. 36, 37, §1-9)
Nr. 2: Psalm 132
Nr. 3: td 22D Christelijke strijd is een bescherming voor allen
Nr. 4: td 22E Juiste houding t.a.v. verering van emblemen
11 mei Bijbellezen: Psalm 137 tot 140
Nr. 1: Deuteronomium 1:1 tot 11:32 (si blz. 37, 38, §10-19)
Nr. 2: Psalm 137 en 138
Nr. 3: td 23A Wat zijn goede werken?
Nr. 4: td 23B Oprecht „gulden regel” houden niet voldoende
18 mei Bijbellezen: Psalm 141 tot 145
Nr. 1: Deuteronomium 12:1 tot 33:29 (si blz. 39, 40, §20-29)
Nr. 2: Psalm 144
Nr. 3: td 23C Geloof zonder werken is dood
Nr. 4: td 23D Liefdadige werken een deel van christelijke levenswijze
25 mei Bijbellezen: Psalm 146 tot 150
Nr. 1: Jozua: Wie schreef het en wanneer? (si blz. 42, 43, §1-5)
Nr. 2: Psalm 148
Nr. 3: td 23E Gemeenschapsbelangen het beste gediend door Koninkrijksprediking
Nr. 4: td 25A Hemel is Gods huis, aarde voor mensen
1 juni Bijbellezen: Spreuken 1 en 2
Nr. 1: Jozua 1:1 tot 12:24 (si blz. 43, 44, §6-15)
Nr. 2: Spreuken 2:1-19
Nr. 3: td 25C Vereisten voor hemels leven
Nr. 4: td 24A Hel (Sjeool, Hades) is plaats van tijdelijke rust met hoop op opstanding
8 juni Bijbellezen: Spreuken 3 en 4
Nr. 1: Jozua 13:1 tot 24:33 (si blz. 44, 45, §16-20)
Nr. 2: Spreuken 3:1-17
Nr. 3: td 24D Bestaan van hemel geen bewijs dat hel bestaat
Nr. 4: td 15A Houden van feestdagen voor christenen niet vereist
15 juni Bijbellezen: Spreuken 5 en 6
Nr. 1: Rechters: Wie schreef het en wanneer? (si blz. 46, 47, §1-8)
Nr. 2: Spreuken 6:1-19
Nr. 3: td 51C Slechts één weg, doch voor allen open
Nr. 4: td 51A Uitleggingen behoren God toe
22 juni Bijbellezen: Spreuken 7 en 8
Nr. 1: Rechters 1:1 tot 9:57 (si blz. 47-49, §9-17)
Nr. 2: Spreuken 8:22-36
Nr. 3: td 51B Slechts één juiste uitleg van de bijbel
Nr. 4: td 28B Gods naam moet bekendgemaakt worden
29 juni Schriftelijk overzicht. Lees Psalm 131 tot Spreuken 8 uit
6 juli Bijbellezen: Spreuken 9 en 10
Nr. 1: Rechters 10:1 tot 21:25 (si blz. 49, 50, §18-26)
Nr. 2: Spreuken 10:16-32
Nr. 3: td 28E God is de Schepper; zijn bestaan negeren is noodlottig
Nr. 4: td 28G Jehovah is niet alleen de God der joden
13 juli Bijbellezen: Spreuken 11 en 12
Nr. 1: Het boek Ruth (si blz. 51, 52, §1-8)
Nr. 2: Spreuken 11:1-14
Nr. 3: td 29B Niet in eerste plaats „Christus’”, maar „Jehovah’s Getuigen”
Nr. 4: td 30A Gods voorziening van Jezus Christus
20 juli Bijbellezen: Spreuken 13 en 14
Nr. 1: 1 Samuël: Wie schreef het en wanneer? (si blz. 53, 54, §1-6)
Nr. 2: Spreuken 14:1-16
Nr. 3: td 30C Jezus is Gods grootste profeet
Nr. 4: td 30F Joodse verwachtingen vervuld in Jezus de Messías
27 juli Bijbellezen: Spreuken 15 en 16
Nr. 1: 1 Samuël 1:1 tot 15:35 (si blz. 54, 55, §7-17)
Nr. 2: Spreuken 15:1-16
Nr. 3: td 41A Oordeel van alle mensen
Nr. 4: td 41B De Duizendjarige Oordeelsdag
3 aug. Bijbellezen: Spreuken 17 en 18
Nr. 1: 1 Samuël 16:1 tot 31:13 (si blz. 56, 57, §18-26)
Nr. 2: Spreuken 18:1-15
Nr. 3: td 32A Doel en belangrijkheid van Gods koninkrijk
Nr. 4: td 32D Christus kreeg niet met Pinksteren volledige macht als Koning
10 aug. Bijbellezen: Spreuken 19 en 20
Nr. 1: 2 Samuël: Wie schreef het en wanneer? (si blz. 59, §1-5)
Nr. 2: Spreuken 19:8-23
Nr. 3: td 34C De laatste dagen begonnen in 1914 (Zichtbare feiten)
Nr. 4: td 34D Chronologisch bewijs dat laatste dagen in 1914 begonnen
17 aug. Bijbellezen: Spreuken 21 en 22
Nr. 1: 2 Samuël 1:1 tot 12:31 (si blz. 60, 61, §6-16)
Nr. 2: Spreuken 22:1-16
Nr. 3: td 57A Het doel van het Wetsverbond
Nr. 4: td 57B Tien Geboden met rest van Wetsverbond afgeschaft
24 aug. Bijbellezen: Spreuken 23 en 24
Nr. 1: 2 Samuël 13:1 tot 24:25 (si blz. 61-63, §17-27)
Nr. 2: Spreuken 24:1-16
Nr. 3: td 57C Meer vereist dan Tien Geboden om leven te verwerven
Nr. 4: td 57D Tien Geboden rechtvaardig maar niet bindend voor christenen
31 aug. Schriftelijk overzicht. Lees Spreuken 9 tot 24 uit
7 sept. Bijbellezen: Spreuken 25 en 26
Nr. 1: 1 Koningen: Wie schreef het en wanneer? (si blz. 64, 65, §1-5)
Nr. 2: Spreuken 25:1-13
Nr. 3: td 36A Leven is Gods gave voor getrouwe dienst
Nr. 4: td 36C God belooft zowel hemels als aards leven
14 sept. Bijbellezen: Spreuken 27 en 28
Nr. 1: 1 Koningen 1:1 tot 14:20 (si blz. 65, 66, §6-14)
Nr. 2: Spreuken 28:1-14
Nr. 3: td 35A Verspreiding van bijbelse lectuur niet uit winstbejag
Nr. 4: td 35B Bijbelse lectuur lezen is niet verwarrend
21 sept. Bijbellezen: Spreuken 29 tot 31
Nr. 1: 1 Koningen 14:21 tot 22:53 (si blz. 67, 68, §15-22)
Nr. 2: Spreuken 31:10-31
Nr. 3: td 26A Huwelijk is een heilige instelling van God
Nr. 4: td 35C Kerklectuur voorziet niet in behoeften van gezinsstudie
28 sept. Bijbellezen: Prediker 1 en 2
Nr. 1: 2 Koningen: Wie schreef het en wanneer? (si blz. 69 §1-4)
Nr. 2: Prediker 1:1-15
Nr. 3: td 26G Kaïns vrouw was zijn zuster
Nr. 4: td 35E Lezen van vertroostende lectuur verbieden, onredelijk
5 okt. Bijbellezen: Prediker 3 en 4
Nr. 1: 2 Koningen 1:1 tot 8:29 (si blz. 70, 71, §5-12)
Nr. 2: Prediker 3:1-9, 18-22
Nr. 3: td 38B Maria, een maagd, werd Jezus’ moeder en later een discipel
Nr. 4: td 35F Elkeen dient zelf te beslissen wat hij wil lezen
12 okt. Bijbellezen: Prediker 5 en 6
Nr. 1: 2 Koningen 9:1 tot 16:20 (si blz. 71, 72, §13-24)
Nr. 2: Prediker 5:1-8, 18-20
Nr. 3: td 38D Gebeden tot God opzenden door Christus, niet door heiligen
Nr. 4: td 35G Veel lectuur uitgegeven; selectief zijn is praktisch
19 okt. Bijbellezen: Prediker 7 en 8
Nr. 1: 2 Koningen 17:1 tot 25:30 (si blz. 72, 73, §25-32)
Nr. 2: Prediker 7:1-12
Nr. 3: td 40A Gods Koninkrijksvoorziening is voor alle mensen
Nr. 4: td 35H Heeft iemand reeds lectuur, dan studeren, geestelijk vooruitgaan
26 okt. Schriftelijk overzicht. Lees Spreuken 25 tot Prediker 8 uit
2 nov. Bijbellezen: Prediker 9 en 10
Nr. 1: 1 Kronieken: Wie schreef het en wanneer? (si blz. 75, 76, §1-7)
Nr. 2: Prediker 9:1-11
Nr. 3: td 40B Niet-christenen hebben gelijke gelegenheid tot redding
Nr. 4: td 35I Geen geld nodig om waarheid te vinden
9 nov. Bijbellezen: Prediker 11 en 12
Nr. 1: 1 Kronieken 1:1 tot 12:40 (si blz. 76, 77, §8-13)
Nr. 2: Prediker 12:1-14
Nr. 3: td 40C Joodse vaderen hoopten op Koninkrijk
Nr. 4: td 40D Lijden der joden profetisch voorzegd
16 nov. Bijbellezen: Hooglied 1 tot 4
Nr. 1: 1 Kronieken 13:1 tot 29:30 (si blz. 77, 78, §14-21)
Nr. 2: Hooglied 2:1-14
Nr. 3: td 49B Vervolging kan uit vele bronnen komen, geen enkele vrezen
Nr. 4: td 49E Afvalligen kunnen niet verhinderen dat Gods „schapen” waarheid horen
23 nov. Bijbellezen: Hooglied 5 tot 8
Nr. 1: 2 Kronieken: Wie schreef het en wanneer? (si blz. 79, 80, §1-6)
Nr. 2: Hooglied 8:1-14
Nr. 3: td 49F Gods waarschuwing aan vervolgers
Nr. 4: td 16B Bidden voor deze wereld niet juist
30 nov. Bijbellezen: Jesaja 1 tot 3
Nr. 1: 2 Kronieken 1:1 tot 9:31 (si blz. 80, 81, §7-13)
Nr. 2: Jesaja 1:1-13
Nr. 3: td 54B „Eens gered, altijd gered” is onschriftuurlijk
Nr. 4: td 44A Alle rassen zijn gelijk, geen afzonderlijke scheppingen
7 dec. Bijbellezen: Jesaja 4 tot 7
Nr. 1: 2 Kronieken 10:1 tot 26:23 (si blz. 81-83, §14-24)
Nr. 2: Jesaja 6:1-13
Nr. 3: td 44B Rassenproblemen zullen door Gods koninkrijk opgelost worden
Nr. 4: td 44C Het zwarte ras niet het gevolg van een vloek
14 dec. Bijbellezen: Jesaja 8 tot 10
Nr. 1: 2 Kronieken 27:1 tot 36:23 (si blz. 83, 84, §25-33)
Nr. 2: Jesaja 9:1-12
Nr. 3: td 46B Veel religies; hoe ware te herkennen
Nr. 4: td 46D Ontmaskering van valse leiders betekent bescherming voor Gods „schapen”
21 dec. Bijbellezen: Jesaja 11 tot 13
Nr. 1: Ezra: Wie schreef het en wanneer? (si blz. 85, 86, §1-7)
Nr. 2: Jesaja 11:1-10
Nr. 3: td 46F Zelfs zij die een religie belijden, moeten zorgvuldig wandelen
Nr. 4: td 46H Slechtheid valse religie sluit bestaan ware religie niet uit
28 dec. Schriftelijk overzicht. Lees Prediker 9 tot Jesaja 13 uit