Vergaderingen die ons helpen discipelen te maken
WEEK DIE OP 3 MAART BEGINT
Lied 128 (60)
12 min: Plaatselijke mededelingen. Vestig de aandacht op inlichtingen in het artikel „Verhoog de tijdschriftenverspreiding in april en mei”. Nodig verkondigers en pioniers uit hun persoonlijke bestellingen voor deze vier uitgaven van De Wachttoren te verhogen. Moedig allen aan tot deelname aan het tijdschriftenwerk op de tweede zaterdag van de maand.
20 min: „Een volledig aandeel hebben aan de activiteiten in maart en april”. Bespreking van het artikel met enige zaaldeelname. Licht de gemeente bij het bespreken van paragraaf 3 in over het aantal aanwezigen tijdens de vorige Gedachtenisviering en bij paragraaf 4 over het plaatselijke aantal hulppioniers in maart en april 1985, moedig allen die hiertoe in staat zijn aan zich dit jaar als pionier op te geven. Deel de broeders en zusters bij het bespreken van paragraaf 5 mee welke oudere publikaties er in de gemeente voorradig zijn om in maart in het veld aan te bieden.
13 min: Een goed gebruik maken van het Onderwerp voor gesprekken. Korte demonstraties omtrent het doeltreffend gebruik van het lopende onderwerp, waarbij wordt getoond hoe dit verbonden kan worden met de lectuuraanbieding voor maart. Moedig allen aan volgende week het Redeneren-boek mee te nemen naar de dienstvergadering.
Lied 181 (29) en slotgebed.
WEEK DIE OP 10 MAART BEGINT
Lied 65 (36)
8 min: Plaatselijke mededelingen, financieel verslag en Theocratisch Nieuws.
12 min: „De gemeenteboekstudie”. Vraag-en-antwoordbespreking bij voorkeur te behandelen door een ouderling die studieleider is. Weid in het bijzonder uit over punten die plaatselijk aandacht behoeven.
25 min: Redeneren aan de hand van de Schrift gebruiken bij nabezoeken. Lezing en demonstraties. Paulus vergeleek ons werk met een boer die niet alleen plant maar ook begiet, en vervolgens wacht totdat God „wasdom geeft”. Paulus plantte door het goede nieuws te brengen, Apóllos bewerkte en bebouwde het veld door verder onderwijs. Apóllos maakte op krachtige wijze gebruik van de Schrift om te ’begieten’, evenals wij dat doen door verdere schriftuurlijke inlichtingen onder de aandacht van belangstellenden te brengen. — 1 Kor. 3:5-7; Hand. 18:27, 28.
Jonge broeder in de zaal steekt zijn vinger op; hoewel hij blij is het Onderwerp voor gesprekken nu in het veld te kunnen gebruiken, heeft hij nog geen nabezoeken gebracht, is onzeker en heeft weinig ervaring in het gebruik van de bijbel. Wat moet hij doen als huisbewoner vragen heeft waar hij geen antwoord op weet? Voorzitter nodigt broeder uit op het podium te komen. Legt uit dat Jehovah weet wat wij nodig hebben en door middel van zijn organisatie in hulp heeft voorzien. Laat zien hoe het Redeneren-boek verscheidenheid van onderwerpen en vragen bespreekt. Legt uit hoe informatie te vinden door gebruik van index en de lijst voor in het boek. Voorzitter speelt kort de rol van huisbewoner die zegt te geloven dat, wanneer Jezus Christus terugkomt, allen hem zullen zien (Openb. 1:7). Vervolgens helpt de voorzitter hem de inlichtingen te vinden die op bladzijde 424 en 425 gegeven worden. Jonge broeder gebruikt inlichtingen uit het boek, redeneert met de huisbewoner en zegt dat het hem voldoening schenkt een antwoord te kunnen geven; heeft nu meer vertrouwen.
Voorzitter vervolgt zijn lezing. Veel mensen nemen eenvoudigweg lectuur zonder vragen te stellen of van bijzondere belangstelling blijk te geven. In veel gevallen kunnen wij de basis voor een nabezoek leggen door een vraag te stellen. Demonstratie: Nadat de aanbieding is genomen, komt de verkondiger terug op het Onderwerp voor gesprekken en vraagt: „Hoe kunnen wij er zeker van zijn dat wij deze door God beloofde toestanden nog tijdens ons leven zullen meemaken? Ik zou graag over een paar dagen nog eens bij u langs komen om u het antwoord te laten zien dat Jezus op die vraag gaf.” Huisbewoner stemt hier vlot mee in. Voorzitter vraagt verkondiger wat hij van plan is op het nabezoek te bespreken. Verkondiger verwijst naar materiaal onder het kopje „Laatste dagen” in het Redeneren-boek en naar enkele punten die hij wil gebruiken om voort te bouwen op wat bij een vorige gelegenheid besproken is. Het toepassen van deze suggesties in de velddienst kan wellicht tot een bijbelstudie leiden.
Besluit door duidelijk te maken dat een nabezoek geen lang gesprek behoeft te zijn misschien gebruik je slechts twee of drie schriftuurlijke punten. Wellicht zijn er verscheidene bezoeken nodig voordat de geestelijke eetlust van de huisbewoner voldoende gestimuleerd is om een bijbelstudie te aanvaarden (Matth. 5:3). Het Redeneren-boek kan een hulp zijn daar het veel punten bevat waar mensen vaak vragen over stellen en antwoord geeft aan de hand van de Schrift. Moedig allen aan tijd voor nabezoeken opzij te zetten. Vertrouw erop dat Jehovah personen met een eerlijk hart tot de waarheid zal trekken. — Hand. 16:14.
Lied 156 (83) en slotgebed.
WEEK DIE OP 17 MAART BEGINT
Lied 197 (57)
10 min: Plaatselijke mededelingen en Mededelingen uit Onze Koninkrijksdienst. Vestig de aandacht op het bijbelleesprogramma voor de week van de Gedachtenisviering. Zet plaatselijke regelingen voor de Gedachtenisviering uiteen en moedig allen aan nog niet verspreide uitnodigingen te gebruiken. Moedig allen aan tot deelname aan het tijdschriftenwerk op de vierde zaterdag van de maand.
15 min: „Het goede nieuws aanbieden — Door een grondige gebiedsbewerking”. Vragen en antwoorden. Leg de nadruk op punten die plaatselijk op de gebiedssituatie van toepassing zijn. Vermeld een of twee goede ervaringen over het nagaan van afwezigen.
20 min: „Ware vrede en zekerheid”. Lezing van 5 minuten over paragraaf 1-4. Laat vier korte demonstraties houden waarbij punten uit paragraaf 5-8 worden gebruikt. Bij paragraaf 5 en 6 kunnen de demonstraties beginnen na het lezen van Openbaring 21:3, 4. Bespreek de demonstraties met de zaal indien de tijd dit toelaat en besluit met punten uit paragraaf 9.
Lied 97 (50) en slotgebed.
WEEK DIE OP 24 MAART BEGINT
Lied 84 (30)
5 min: Plaatselijke mededelingen.
15 min: Jaarboek 1986. Ouderling leidt bespreking met twee of drie voorbeeldige verkondigers die enkele interessante velddienstervaringen bespreken. Maak een keus uit het volgende: yb86, blz. 16, par. 1; blz. 18, par. 4, 5; blz. 21, par. 1, 3; blz. 22, par. 3; blz. 29, par. 2; blz. 33, par. 2; blz. 44, par. 2. (Er kunnen ook andere ervaringen worden gebruikt.) Moedig allen aan het Jaarboek 1986 helemaal door te lezen om er groot geestelijk profijt van te trekken.
25 min: Bezielende lezing door dienstopziener. Vanaf het moment dat wij de slotopmerkingen van ons internationale congres in 1985 hoorden, zijn er oprechte pogingen gedaan een nieuw hoogtepunt in verkondigers te bereiken. Dit heeft uitstekende resultaten opgeleverd in de vorm van zowel een grotere regelmaat in de prediking als een toegenomen activiteit. Vermeld wat er tot nu toe in maart is bereikt en wat er gedurende de laatste dagen van de maand nog kan worden gedaan. Maak ook melding van reeds gemaakte plannen om april tot een grootse maand van lof voor Jehovah te maken en moedig elkaar aan deze plannen uit te voeren. Vermeld de velddienstregelingen. Herinner de gemeente eraan hoevelen er in april in de hulppioniersdienst gaan en dat het nog niet te laat is om een aanvraag in te dienen. Vraag ook enkelen in de zaal te vertellen hoe zij genieten van het Ware vrede-boek en waarom zij menen dat het nuttig voor het gebied zal zijn.
Lied 16 (58) en slotgebed.