Schema voor de theocratische bedieningsschool voor 1986
RICHTLIJNEN
In 1986 zullen voor de theocratische bedieningsschool de volgende regelingen gelden.
STUDIEBOEKEN: De Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift, Bijbelse onderwerpen voor gesprekken [td], De Wachttoren [w] en de boeken „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig” [si] en Mijn boek met bijbelverhalen [my].
De school zal beginnen met lied, gebed en een verwelkoming, en dan als volgt verder gaan:
TOEWIJZING NR. 1: 15 minuten. Dit onderdeel zal door een ouderling of een bekwame dienaar in de bediening worden behandeld. Het zal gebaseerd zijn op het gedeelte „Waarom nuttig” uit „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig” van het bijbelboek dat besproken wordt. Deze toewijzing zal als een tien minuten durende instructielezing behandeld worden, gevolgd door een vijf minuten durend mondeling overzicht waarbij de gedrukte vragen van dit gedeelte worden gebruikt. Het doel dient niet alleen te zijn het materiaal te behandelen, maar de aandacht te vestigen op de praktische waarde van de besproken inlichtingen en te beklemtonen wat het meeste nut heeft voor de gemeente. Allen worden ertoe aangemoedigd zich van tevoren goed voor te bereiden, zodat zij volledig voordeel kunnen trekken van dit materiaal.
De broeders aan wie deze lezing wordt toegewezen, dienen er zorgvuldig op te letten dat zij zich aan de tijd houden. Indien nodig dient later persoonlijke raad te worden gegeven.
HOOFDPUNTEN UIT HET BIJBELLEESPROGRAMMA: 6 minuten. Dit onderdeel zal door de schoolopziener of door een andere, door hem aangewezen, bekwame ouderling of door een dienaar in de bediening behandeld worden. Dit dient niet slechts een samenvatting van het toegewezen leesgedeelte te zijn. Help de toehoorders, na een kort algemeen overzicht van de toegewezen hoofdstukken te hebben gegeven, te beseffen waarom en hoe de inlichtingen waardevol voor ons zijn. Raadpleeg voor verdere hoofdpunten van de stof de lopende Wachttoren-uitgaven. Hierna laat de schoolopziener de leerlingen naar hun verschillende klaslokalen gaan.
LEZING NR. 2: 5 minuten. Een toegewezen gedeelte uit de bijbel wordt door een broeder gelezen. Dit geldt zowel voor de hoofdzaal als voor de tweede en eventuele derde school. De leestoewijzingen zijn gewoonlijk kort genoeg om de leerling in de gelegenheid te stellen in zijn begin- en slotopmerkingen, en zelfs bij passende punten tussendoor, korte verklarende inlichtingen te geven, bijvoorbeeld over de historische achtergrond, de profetische of leerstellige betekenis en de toepassing van beginselen. Alle toegewezen verzen dienen werkelijk voorgelezen te worden.
LEZING NR. 3: 5 minuten. Deze lezing zal aan zusters, ook jongere zusters, worden toegewezen. De leerling mag bij het houden van deze lezing zitten of staan. De schoolopziener zal één assistente toewijzen, maar er mogen er meer gebruikt worden. De vorm waarin de lezing gegoten wordt, kan betrekking hebben op situaties thuis, in de velddienst, in de gemeente of elders. De zuster die de lezing houdt mag zelf het gesprek beginnen om even de setting aan te geven of dit door haar assistente(n) laten doen. Niet de setting maar de stof behoort de voornaamste aandacht te krijgen. De leerling dient een passend thema uit te kiezen.
LEZING NR. 4: 5 minuten. Deze lezing wordt aan een broeder of een zuster toegewezen. Wanneer ze aan een broeder wordt toegewezen, zal hij zich tot de zaal richten. Het zal gewoonlijk het beste zijn wanneer de broeder zijn lezing voorbereidt met het publiek van de Koninkrijkszaal in gedachten, zodat de stof werkelijk leerzaam en nuttig zal zijn voor degenen die ernaar luisteren. Als de stof zich echter beter voor een andere praktische en voor het publiek passende setting leent, mag de broeder verkiezen zijn lezing dienovereenkomstig uit te werken. De leerling dient het aangegeven thema te gebruiken.
Wanneer het materiaal aan een zuster wordt toegewezen dient het gebracht te worden op de wijze zoals voor lezing nr. 3 is aangegeven, met die uitzondering dat zij het aangegeven thema dient te gebruiken.
RAADGEVINGEN EN OPMERKINGEN. Na elke oefenlezing zal de schoolopziener specifieke raad geven, waarbij hij zich niet noodzakelijkerwijs hoeft te houden aan de volgorde van de punten op het raadgevingenbriefje. In plaats daarvan zal zijn raad gericht zijn op specifieke terreinen die verbetering behoeven. Indien een leerling een „G” heeft verdiend en er achter geen enkele andere spreekhoedanigheid een „B” of een „W” staat, zal de raadgever het punt aangeven waaraan de leerling de volgende keer moet werken, en hij zal dit doen door achter het betreffende punt het hokje te omcirkelen waarin gewoonlijk de „G”, „B” of „W” wordt geschreven. Hij zal die avond de leerling daarvan op de hoogte brengen en deze spreekhoedanigheid ook vermelden op het eerstvolgende toewijzingsbriefje (S-89) voor de leerling. Degenen die een lezing houden, zullen vooraan in de zaal gaan zitten. Dit zal tijd besparen en zal ook de schoolopziener in staat stellen zijn raad rechtstreeks tot de leerling te richten. Naargelang de tijd het toelaat, kunnen er, nadat de noodzakelijke mondelinge raad gegeven is, door de raadgever opmerkingen gemaakt worden over informatieve en praktische punten die niet door de leerlingen in hun lezingen verwerkt zijn. De schoolopziener dient erop te letten na iedere oefenlezing niet meer dan in totaal twee minuten voor raadgeving en opmerkingen te gebruiken.
HET VOORBEREIDEN VAN LEZINGEN: Leerlingen die de eerste, tweede en derde lezing toegewezen hebben gekregen, dienen een zodanig thema te kiezen dat het materiaal zo goed mogelijk tot zijn recht komt. Leerlingen aan wie de vierde lezing is toegewezen, dienen het aangegeven thema te gebruiken. Leerlingen zullen alvorens de lezing te houden in het Handleiding-boek het materiaal willen doorlezen over de spreekhoedanigheid die voor hen aan de beurt is.
TIJDSBEPALING: Geen enkele lezing mag over tijd gaan, en dat geldt ook voor de raadgeving en opmerkingen door de schoolopziener. De lezingen nr. 2 tot en met 4 dienen tactvol onderbroken te worden wanneer de tijd om is. Degene die het „stopteken” moet geven, dient dat te doen onmiddellijk nadat de tijd verstreken is. Indien de broeder die toewijzing nr. 1 behandelt, over tijd gaat, zal hem persoonlijk raad gegeven worden. Allen dienen zorgvuldig op hun tijdsbepaling te letten. Het totale programma, zonder lied en gebed, duurt 45 minuten.
SCHRIFTELIJK OVERZICHT: Van tijd tot tijd zal er een schriftelijk overzicht worden gehouden. Neem, om je hierop voor te bereiden, het toegewezen materiaal nog eens door en lees het toegewezen bijbelgedeelte uit. De schoolopziener zal er al voor hebben gezorgd dat hij in zijn opmerkingen is ingegaan op belangrijke punten die aandacht moesten krijgen maar door de sprekers niet waren verwerkt. Tijdens dit 25 minuten durende overzicht mag alleen de bijbel worden gebruikt. De rest van de tijd zal worden besteed aan een bespreking van de vragen en antwoorden. Iedere leerling zal zijn eigen overzicht nazien. De schoolopziener zal alle antwoorden voorlezen en de meeste aandacht besteden aan de moeilijkere vragen, waarbij hij allen zal helpen de antwoorden duidelijk te begrijpen. Als de plaatselijke omstandigheden het om een of andere reden noodzakelijk maken, mag het schriftelijk overzicht een week later gehouden worden dan op het schema staat aangegeven.
GROTE EN KLEINE GEMEENTEN: Gemeenten waar 50 of meer leerlingen voor de school staan ingeschreven, zullen er wellicht regelingen voor willen treffen dat aparte groepjes leerlingen de op het schema vermelde lezingen voor andere raadgevers houden. Natuurlijk kunnen niet-opgedragen personen die een leven leiden dat in overeenstemming is met christelijke beginselen, zich eveneens voor de school laten inschrijven en toewijzingen ontvangen.
AFWEZIGEN: Alle gemeenteleden kunnen hun waardering voor deze school tonen door ernaar te streven iedere week aanwezig te zijn, hun toewijzingen goed voor te bereiden en deel te nemen aan vraag-en-antwoordbesprekingen. Wij hopen dat alle leerlingen hun toewijzingen gewetensvol zullen bezien. Wanneer een leerling die een lezing moet houden, niet aanwezig is, mag een vrijwilliger die toewijzing behartigen, terwijl hij, naar de mate dat hij zich op zo’n korte termijn daartoe in staat voelt, de toepassing van het materiaal doet uitkomen. Ook kan de schoolopziener de stof behandelen met passende zaaldeelname.
SCHEMA
6 jan. Bijbellezen: 2 Kronieken 26 tot 28
Nr. 1: Genesis
Nr. 2: 2 Kronieken 26:11-23
Nr. 3: my Verhaal 1
Nr. 4: td 55A „Dienen christenen hun voorouders te vereren?”
13 jan. Bijbellezen: 2 Kronieken 29 en 30
Nr. 1: Exodus
Nr. 2: 2 Kronieken 30:1-12
Nr. 3: my Verhaal 2
Nr. 4: td 2C „Handelt God rechtvaardig door de goddelozen te vernietigen?”
20 jan. Bijbellezen: 2 Kronieken 31 tot 33
Nr. 1: Leviticus
Nr. 2: 2 Kronieken 32:10-22
Nr. 3: my Verhaal 3
Nr. 4: td 6C „Is de bijbel praktisch voor deze tijd?”
27 jan. Bijbellezen: 2 Kronieken 34 tot 36
Nr. 1: Numeri
Nr. 2: 2 Kronieken 34:22-33
Nr. 3: my Verhaal 4
Nr. 4: td 6F „Kan de bijbel mensen van alle natiën en rassen helpen?”
3 febr. Bijbellezen: Ezra 1 tot 3
Nr. 1: Ezra
Nr. 2: Ezra 3:1-13
Nr. 3: my Verhaal 5
Nr. 4: td 5A „Waarom is het beter geen bloedtransfusies te nemen?”
10 febr. Bijbellezen: Ezra 4 tot 7
Nr. 1: Deuteronomium
Nr. 2: Ezra 6:1-13
Nr. 3: my Verhaal 6
Nr. 4: td 8A „Welke feiten bewijzen dat 1914 G.T. een gekenmerkt jaar is?”
17 febr. Bijbellezen: Ezra 8 tot 10
Nr. 1: Jozua
Nr. 2: Ezra 9:1-9, 15
Nr. 3: my Verhaal 7
Nr. 4: td 31A „Welke betekenis geeft de bijbel aan het woord ’kerk’?”
24 febr. Schriftelijk overzicht. Lees 2 Kronieken 26 tot Ezra 10 uit
3 maart Bijbellezen: Nehemía 1 tot 3
Nr. 1: Nehemía
Nr. 2: Nehemía 3:1-13
Nr. 3: my Verhaal 8
Nr. 4: td 33A „Wat betekende het dat Jezus aan een paal werd gehangen?”
10 maart Bijbellezen: Nehemía 4 tot 6
Nr. 1: Rechters
Nr. 2: Nehemía 6:1-13
Nr. 3: my Verhaal 9
Nr. 4: td 9A „Waarom is de dood over de gehele mensheid gekomen?”
17 maart Bijbellezen: Nehemía 7 en 8
Nr. 1: Ruth
Nr. 2: Nehemía 8:1-12
Nr. 3: my Verhaal 10
Nr. 4: td 13B „Wie is de werkelijke heerser der wereld?”
24 maart Bijbellezen: Nehemía 9 tot 11
Nr. 1: 1 Samuël
Nr. 2: Nehemía 9:4, 26-33, 36-38
Nr. 3: my Verhaal 11
Nr. 4: td 1A „Welke betere omstandigheden heeft God voor goede mensen in petto?”
31 maart Bijbellezen: Nehemía 12 en 13
Nr. 1: 2 Samuël
Nr. 2: Nehemía 13:15-18, 23-31
Nr. 3: my Verhaal 12
Nr. 4: td 52A „Wie zijn in onze tijd de valse profeten?”
7 april Bijbellezen: Esther 1 tot 5
Nr. 1: Esther
Nr. 2: Esther 4:6-17
Nr. 3: my Verhaal 13
Nr. 4: td 19A „Waarom is geestelijke genezing goed voor een christen?”
14 april Bijbellezen: Esther 6 tot 10
Nr. 1: 1 Koningen
Nr. 2: Esther 6:1-13
Nr. 3: my Verhaal 14
Nr. 4: td 19B „Welke fysieke voordelen zal Gods koninkrijk brengen?”
21 april Bijbellezen: Job 1 tot 3
Nr. 1: Job
Nr. 2: Job 2:1-13
Nr. 3: my Verhaal 15
Nr. 4: td 24B „Wat is de bijbelse ’hel’?”
28 april Schriftelijk overzicht. Lees Nehemía 1 tot Job 3 uit
5 mei Bijbellezen: Job 4 tot 6
Nr. 1: 2 Koningen
Nr. 2: Job 6:1-11, 29, 30
Nr. 3: my Verhaal 16
Nr. 4: td 24C Waarvan is de bijbelse uitdrukking ’vuur’ een symbool?”
12 mei Bijbellezen: Job 7 tot 9
Nr. 1: 1 Kronieken
Nr. 2: Job 9:1-15
Nr. 3: my Verhaal 17
Nr. 4: td 15B „Wat is de christelijke zienswijze met betrekking tot feestdagen?”
19 mei Bijbellezen: Job 10 tot 12
Nr. 1: 2 Kronieken
Nr. 2: Job 12:1-16
Nr. 3: my Verhaal 18
Nr. 4: td 4A „Waarom is het gebruik van beelden bij de ware aanbidding onjuist?”
26 mei Bijbellezen: Job 13 tot 15
Nr. 1: Spreuken
Nr. 2: Job 13:1-13
Nr. 3: my Verhaal 19
Nr. 4: td 28A „Wat zegt de bijbel over Gods naam?”
2 juni Bijbellezen: Job 16 tot 18
Nr. 1: Prediker
Nr. 2: Job 16:1-11, 22
Nr. 3: my Verhaal 20
Nr. 4: td 28C „Hoe weten wij dat God bestaat hoewel hij onzichtbaar is?”
9 juni Bijbellezen: Job 19 en 20
Nr. 1: Hooglied
Nr. 2: Job 19:14-29
Nr. 3: my Verhaal 21
Nr. 4: td 28D „Welke eigenschappen bezit God?”
16 juni Bijbellezen: Job 21 en 22
Nr. 1: Jesaja
Nr. 2: Job 21:19-34
Nr. 3: my Verhaal 22
Nr. 4: td 29A „Waarop is de naam ’Jehovah’s Getuigen’ gebaseerd?”
23 juni Bijbellezen: Job 23 tot 26
Nr. 1: Jeremia
Nr. 2: Job 24:1, 2, 14-25
Nr. 3: my Verhaal 23
Nr. 4: td 30B „Wat is Jezus’ positie ten opzichte van Jehovah?”
30 juni Schriftelijk overzicht. Lees Job 4 tot 26 uit
7 juli Bijbellezen: Job 27 tot 29
Nr. 1: Klaagliederen
Nr. 2: Job 29:2-18
Nr. 3: my Verhaal 24
Nr. 4: td 30D „Waarom is geloof in Jezus Christus noodzakelijk voor redding?”
14 juli Bijbellezen: Job 30 en 31
Nr. 1: Ezechiël
Nr. 2: Job 31:23-37
Nr. 3: my Verhaal 25
Nr. 4: td 32B „Welke zegeningen zal Gods koninkrijk brengen?”
21 juli Bijbellezen: Job 32 en 33
Nr. 1: Daniël
Nr. 2: Job 33:1-6, 23-33
Nr. 3: my Verhaal 26
Nr. 4: td 32C „Wat zal Christus doen terwijl zijn vijanden nog actief zijn?”
28 juli Bijbellezen: Job 34 tot 36
Nr. 1: Hosea
Nr. 2: Job 34:1-15
Nr. 3: my Verhaal 27
Nr. 4: td 34B „Waarom is het dringend noodzakelijk dat wij acht slaan op bepaalde tekenen?”
4 aug. Bijbellezen: Job 37 en 38
Nr. 1: Joël
Nr. 2: Job 37:5-14, 23, 24
Nr. 3: my Verhaal 28
Nr. 4: td 36B „Wat zal, zoals de bijbel ons verzekert, de gehoorzame mensheid ten deel vallen?”
11 aug. Bijbellezen: Job 39 en 40
Nr. 1: Amos
Nr. 2: Job 40:1-14
Nr. 3: my Verhaal 29
Nr. 4: td 36D „Wie alleen zijn voor hemels leven uitgekozen?”
18 aug. Bijbellezen: Job 41 en 42
Nr. 1: Obadja
Nr. 2: Job 42:1-10, 12-17
Nr. 3: my Verhaal 30
Nr. 4: td 36E „Wat is aan het onbeperkte aantal ’andere schapen’ beloofd?”
25 aug. Bijbellezen: Psalm 1 tot 6
Nr. 1: Psalmen
Nr. 2: Psalm 2:1-12
Nr. 3: my Verhaal 31
Nr. 4: td 26B „Wat zijn de bijbelse maatstaven voor christelijke huwelijken?”
1 sept. Schriftelijk overzicht. Lees Job 27 tot Psalm 6 uit
8 sept. Bijbellezen: Psalm 7 tot 10
Nr. 1: Jona
Nr. 2: Psalm 8:1-9; 9:1-5
Nr. 3: my Verhaal 32
Nr. 4: td 26C „Welk gezagsbeginsel is op alle gezinnen van toepassing?”
16 sept. Bijbellezen: Psalm 11 tot 17
Nr. 1: Micha
Nr. 2: Psalm 14:1-7; 15:1-5
Nr. 3: my Verhaal 33
Nr. 4: td 49D „Waarvan dient een man zich nooit door zijn vrouw te laten afbrengen?”
22 sept. Bijbellezen: Psalm 18 tot 20
Nr. 1: Nahum
Nr. 2: Psalm 19:1-14
Nr. 3: my Verhaal 34
Nr. 4: td 46C „Hoe dienen wij valse leer te bezien?”
29 sept. Bijbellezen: Psalm 21 tot 24
Nr. 1: Habakuk
Nr. 2: Psalm 23:1-6; 24:1-10
Nr. 3: my Verhaal 35
Nr. 4: td 43A „Welke hoop bestaat er voor de doden?”
6 okt. Bijbellezen: Psalm 25 tot 29
Nr. 1: Zefanja
Nr. 2: Psalm 26:1-12
Nr. 3: my Verhaal 36
Nr. 4: td 43B „Welke twee soorten opstanding zijn er?”
13 okt. Bijbellezen: Psalm 30 tot 33
Nr. 1: Haggaï
Nr. 2: Psalm 32:1-11
Nr. 3: my Verhaal 37
Nr. 4: td 56A „Welk bewijs is er dat Christus onzichtbaar zal wederkomen?”
20 okt. Bijbellezen: Psalm 34 tot 36
Nr. 1: Zacharia
Nr. 2: Psalm 36:1-12
Nr. 3: my Verhaal 38
Nr. 4: td 56B „Hoe kunnen wij weten wanneer Christus is wedergekomen?”
27 okt. Schriftelijk overzicht. Lees Psalm 7 tot 36 uit
3 nov. Bijbellezen: Psalm 37 tot 39
Nr. 1: Maleachi
Nr. 2: Psalm 37:23-38
Nr. 3: my Verhaal 39
Nr. 4: td 47A „Waarom is de wet inzake de ’sabbatdag’ niet bindend voor christenen?”
10 nov. Bijbellezen: Psalm 40 tot 44
Nr. 1: Matthéüs
Nr. 2: Psalm 41:1-13
Nr. 3: my Verhaal 40
Nr. 4: td 47B „Wie alleen moesten de sabbat houden?”
17 nov. Bijbellezen: Psalm 45 tot 49
Nr. 1: Markus
Nr. 2: Psalm 45:1-7, 10-17
Nr. 3: my Verhaal 41
Nr. 4: td 47D „Wat zegt de bijbel over Gods sabbat?”
24 nov. Bijbellezen: Psalm 50 tot 52
Nr. 1: Lukas
Nr. 2: Psalm 51:1-17
Nr. 3: my Verhaal 42
Nr. 4: td 45B „Welke regeling voor redding heeft Jehovah getroffen?
1 dec. Bijbellezen: Psalm 53 tot 57
Nr. 1: Johannes
Nr. 2: Psalm 55:1, 2, 12-23
Nr. 3: my Verhaal 43
Nr. 4: td 45D „Waarom is de geloofsovertuiging ’Eens gered altijd gered’ niet schriftuurlijk?”
8 dec. Bijbellezen: Psalm 58 tot 62
Nr. 1: Handelingen
Nr. 2: Psalm 62:1-12
Nr. 3: my Verhaal 44
Nr. 4: td 45E „Door welke schriftplaatsen wordt de leer van de ’alverzoening’ weerlegd?”
15 dec. Bijbellezen: Psalm 63 tot 67
Nr. 1: Romeinen
Nr. 2: Psalm 65:1-13
Nr. 3: my Verhaal 45
Nr. 4: td 60A „Welke definitie geeft de bijbel van ’zonde’?”
22 dec. Bijbellezen: Psalm 68 en 69
Nr. 1: 1 Korinthiërs
Nr. 2: Psalm 68:1-11, 32-35
Nr. 3: my Verhaal 46
Nr. 4: td 60B „Waarom ondergaan alle mensen lijden ten gevolge van Adams zonde?”
29 dec. Schriftelijk overzicht. Lees Psalm 37 tot 69 uit