Onze kinderen opleiden voor Jehovah’s dienst
1 Als je om je heen kijkt in de Koninkrijkszaal, let dan eens in het bijzonder op de jonge broeders en zusters die zo’n fijne bijdrage leveren aan de geest van de gemeente. Zijn wij niet dankbaar dat zij hun Grootse Schepper in hun jeugd gedenken? (Pred. 12:1) Naar alle waarschijnlijkheid zijn zulke voorbeeldige jonge mannen en vrouwen het resultaat van een grondige opleiding en heel wat krachtsinspanningen en wij hoeven slechts bij hun ouders te informeren om dit bevestigd te krijgen. Wat is er echter bij betrokken een jongen of een meisje in de juiste weg op te leiden? — Spr. 22:6.
2 Natuurlijk dient elk gezinshoofd regelingen te treffen voor een geregelde gezinsstudie waaraan ook de kinderen deelnemen. Dit is een onderdeel van de geestelijke zorg die men aan „de zijnen” besteedt (1 Tim. 5:8). Men dient er moeite voor te doen ook de allerjongsten bij de studie te betrekken door ze af en toe een eenvoudige vraag te stellen over iets wat zij kunnen begrijpen. Een ouder kan elke week één uur velddienst rapporteren als hij of zij met niet-opgedragen kinderen studeert. (Zie om blz. 106, par. 1.) Het is echter duidelijk dat er voor de opleiding van onze kinderen meer nodig is dan alleen maar eens per week de bijbel met hen te bestuderen. Denk bijvoorbeeld eens aan het dagelijks inprenten van bijbelse beginselen en het opbouwen van waardering voor Jehovah en zijn Zoon. Dit vereist heel wat tijd en krachtsinspanningen van de zijde van beide godvrezende ouders. Alhoewel deze tijd niet als velddienst wordt gerapporteerd, telt het beslist mee voor het verwerven van Gods goedkeuring en eeuwig leven. — Deut. 6:6, 7; Ef. 6:4.
SPECIALE HULP VERLENEN
3 Hoewel het noodzakelijk is onze kinderen in de „grondleer” te onderwijzen, hebben kinderen soms gerichte hulp nodig ten gevolge van omstandigheden die zich in hun leven voordoen. (Vergelijk Hebreeën 6:1, 2.) Als kinderen op school, in de buurt of zelfs in de gemeente met moeilijke situaties, problemen en beproevingen geconfronteerd worden, moeten de ouders hun kinderen naast de gezinsbijbelstudie die zij met hen hebben, ook nog verdere geestelijke leiding en onderricht geven. Af en toe kan de studie aangepast worden om een speciaal probleem dat zich voordoet te behandelen. Wat moet je bijvoorbeeld doen als een jong kind op school onder druk wordt gezet om mee te doen aan activiteiten met een politiek karakter? Hoofdstuk 34 van het boek Naar de Grote Onderwijzer luisteren en ook verhaal 77 van Mijn boek met bijbelverhalen bevatten uitstekend materiaal dat ouders kunnen gebruiken. Het kan voor jonge kinderen ook erg verleidelijk zijn op school mee te doen aan verjaarspartijtjes of wereldse feesten. Waarom zou je hoofdstuk 30 van het Grote Onderwijzer-boek niet met hen bespreken? — Spr. 20:5; w82 1/2, blz. 15; g81 8/8, blz. 10.
4 Oudere kinderen en tieners voelen zich vaak aangetrokken tot schoolsporten en andere activiteiten buiten het gewone schoolprogramma om. Als dit een probleem wordt, zou je wellicht het materiaal uit hoofdstuk 16 van Maak je jeugd tot een succes kunnen gebruiken. De lichtzinnige moraal van de tegenwoordige tijd kan ook een beproeving voor onze kinderen zijn op het gebied van alcohol, verdovende middelen en immorele seks. Hebben jullie als ouders er al een begin mee gemaakt de hoofdstukken 14, 15 en 18 van het Jeugd-boek met jullie kinderen te bespreken?
5 Wij willen allemaal dat onze kinderen Jehovah dienen. Ouders zullen hun kinderen daarom beslist willen helpen geregelde predikers te zijn. Geef jullie kinderen ook in dit opzicht een opleiding waar zij ’ook als zij oud worden niet van af zullen wijken’. — Spr. 22:6.