Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • km 8/84 blz. 3-6
  • Jehovah’s barmhartigheid weerspiegelen — als hulppionier

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Jehovah’s barmhartigheid weerspiegelen — als hulppionier
  • Onze Koninkrijksdienst 1984
  • Onderkopjes
  • ALS GEWONE PIONIER
Onze Koninkrijksdienst 1984
km 8/84 blz. 3-6

Jehovah’s barmhartigheid weerspiegelen — als hulppionier

1 In plaats van zich te kwijten van zijn toewijzing om in de negende eeuw v.G.T. tot de Ninevieten te prediken, besloot de profeet Jona via de zeehaven Joppe per schip te vertrekken naar Tarsis (Spanje), dat 3500 kilometer van Ninevé verwijderd lag. Hoofdstuk één van het bijbelboek Jona verhaalt hoe en waarom hij tijdens een storm op zee overboord werd gegooid, op Jehovah’s bevel door een grote vis werd opgeslokt en ten slotte weer op droog land werd geplaatst. Overeenkomstig een tweede instructie van God vertrok hij naar zijn toewijzing en zei daar: „Nog maar veertig dagen en Ninevé zal ondersteboven worden gekeerd.” Buiten de stad wachtte hij in de milde schaduw van een snel opgeschoten fleskalebasplant om te zien wat er van de stad zou worden. De volgende dag verdorde de plant echter, en Jona werd gekweld door een verschroeiende oostenwind en de stekende zon, waarop hij in toorn ontbrandde. Hoe reageerde Jehovah hierop? Welke les moest Jona leren?

2 In Jona 4:10, 11 lezen wij: „Maar Jehovah zei: ’Gij, van uw kant, gevoelde deernis met de fleskalebasplant, waaraan gij niet hebt gezwoegd en die gij niet hebt doen groeien, die niets dan een groeisel van een nacht bleek te zijn en als niets dan een groeisel van een nacht is vergaan. En moest ik, van mijn kant, geen deernis gevoelen met Ninevé, de grote stad, waarin meer dan honderd twintig duizend mensen zijn die volstrekt het verschil niet weten tussen hun rechterhand en hun linker, benevens veel huisdieren?’” Jehovah toonde hier zijn barmhartigheid, een eigenschap waarvan de profeet Jona de betekenis duidelijker moest leren onderscheiden.

3 Bedoelde God met deze beschrijving dat de Ninevieten verstandelijk zo onwetend waren dat zij hun handen niet uit elkaar konden houden? Neen, want archeologische bewijzen getuigen van hun technische prestaties. Er werd veeleer door aangetoond dat zij in wezen geen enkele deugdelijke maatstaf hadden op grond waarvan zij konden beoordelen wat van Gods standpunt uit bezien juist of onjuist was. Pas toen Jona Gods boodschap bekendmaakte, konden zij goed van kwaad onderscheiden, waarna zij berouw hadden en het kwade de rug toekeerden. Dit was heel aangenaam in Jehovah’s ogen.

4 Hoeveel mensen wonen er in jullie gebied die in religieus opzicht ’volstrekt het verschil niet weten tussen hun rechterhand en hun linker’? Zijn het ook niet vele duizenden? Ook nu wil Jehovah niet dat ’er iemand vernietigd wordt maar wenst dat allen tot berouw geraken’ (2 Petr. 3:9). Wat een geweldige gelegenheid hebben wij om Jehovah’s barmhartigheid te weerspiegelen in onze prediking! Hoe vaker wij aan de deuren komen of mensen op straat aanspreken, des te groter is hun gelegenheid om voordeel te trekken van Gods barmhartigheid.

5 De woorden in de grondtekst van de bijbel (Hebreeuws: rácham, Grieks: éleos), die met barmhartigheid of medelijden zijn vertaald, betekenen „gloeien, warm voelen met tedere emoties”, en „medegevoel dat zich in daden uit”. Het roept dus niet slechts de gedachte op van het verminderen van een vonnis door verzachtende omstandigheden, maar veeleer van positieve, actieve daden ten behoeve van iemand die hulp nodig heeft. Het woord wordt in Lukas 10:29-37 gebruikt met betrekking tot de Samaritaan die ’barmhartig jegens een zeker mens handelde’. Kun jij het betonen van barmhartigheid jegens mensen die hulp nodig hebben in jouw gebied vergroten? Kun je in oktober als hulppionier werkzaam zijn? Het zou een groot voorrecht zijn deze eigenschap van Jehovah zo overvloedig te mogen weerspiegelen.

6 Er zijn heel wat dingen die in de gemeente kunnen worden gedaan om je te helpen de vreugde van de hulppioniersdienst te ervaren. De ouderlingen van die gemeenten waar vorig jaar in de maand oktober veel hulppioniers waren, lieten ons weten hoe dat kwam. Uit al hun brieven bleek bijna unaniem dat zij al zo’n twee maanden van tevoren plannen begonnen te maken. Zij spraken er op iedere dienstvergadering over, en ook op de gemeenteboekstudies werd dit levend gehouden. Er werd een goed gebruik gemaakt van de aanmoedigingen die in Onze Koninkrijksdienst verschenen. Vaak werd tijdens een ouderlingenvergadering de vraag gesteld wie van henzelf in de hulppioniersdienst zou kunnen staan, waarna dit met de dienaren in de bediening werd besproken. Vervolgens werden diverse zaken verder uitgewerkt.

7 Goede velddienstregelingen blijken heel belangrijk te zijn. Een gemeente in Eindhoven, die via de gemeenteboekstudies flink had aangemoedigd voor de maand oktober, had op dagen dat er geen vergadering was vier acties gepland: om 9.00, 13.45, 18.00 en 19.00 uur. In de gemeente Waddinxveen bestond een ophaaldienst voor degenen die geen vervoer hadden. Zusters regelden iets in verband met oppas van kinderen. Nog iets dat zusters deden was een schema maken om voor koffie te zorgen, zodat men na een korte pauze van 10 minuten weer een tijdlang door kon werken. In Lisse was elke vrijdag een actie om 13.45 die voortduurde tot 20.00 uur. Er was een pauze van vier uur tot half vijf met koffie, en om 20.15 was er gezamenlijk warm eten. Er waren gemiddeld 22 aanwezigen. Deze enthousiaste groep predikers kon veel goed werk doen. Wat in de gemeente kan, geldt ook voor het gezin. In Lochem stonden drie leden van een groot gezin in de hulppioniersdienst, omdat anderen meehielpen het huishouden soepel te laten verlopen.

8 Bijzonder sterk is natuurlijk de uitwerking van een goed voorbeeld. In Woltersum namen vijf leden van het gezin van een ouderling aan dit speciale werk deel, en het commentaar van een van hen was: „Ik had altijd wel al gewild . . . maar durfde niet omdat ik alle dagen moet werken; maar toen ik zag dat Pa ook ging, en dat die ook alle dagen moet werken . . . toen durfde ik ook!” Een gemeente in Nijmegen schreef dat zij veel hulppioniers hadden omdat 4 van de 5 ouderlingen meededen en 8 van de 10 dienaren in de bediening, terwijl één dienaar in de bediening als gewone pionier diende. Een gemeente in Drachten stuurde een soortgelijk bericht: de helft van de ouderlingen en 5 van de 7 dienaren in de bediening gaven het voorbeeld. In die gemeente werd de „stand” bijgehouden door een namaakboom, die steeds meer bladeren kreeg naarmate er meer hulppioniers kwamen. Ook andere gemeenten toonden op diverse illustratieve manieren de voortreffelijke groei in het aantal hulppioniers. Wanneer gezinsleden van verantwoordelijke broeders hun echtgenoten en vaders ondersteunen, is ook dit heel stimulerend. Een gemeente in Den Haag kon schrijven dat iedere zondag gemiddeld 6 van de 8 ouderlingen, met hun vrouwen en kinderen, mee in de dienst uittrekken. Die gemeente bruiste van activiteit.

9 Hoe staat het met onze jongeren? Kunnen zij wat extra’s doen, daar zij nog maar weinig verplichtingen hebben? (Pred. 12:1) Vorig jaar ontvingen wij het volgende briefje van een jong broertje: „Beste lieve hardwerkende broeders! Ik heet Marcel. Ik heb twee zusjes, één van 1 jaar die heet Lydia, één van 10 jaar die heet Corrie, één broertje van 3 jaar die heet Raymond, één vader en één moeder. Ikzelf wil in de hulppioniersdienst in de maand augustus. Het is volgens mijn berekening niet zwaar. Want het is 60 uurtjes voor Jehovah en ruim 680 uren voor mijzelf. Mijn vader wil toch nog op vakantie gaan, maar niet in augustus vanwege mijn hulppioniersdienst. Mijn schoolvakantie loopt van 16 juli t/m 28 augustus. Mijn moeder wil niet naar een camping, hotel of tentenkamp vanwege de slechte omgang (1 Kor. 15:33). Dus gingen we zoeken naar een vrijstaand huisje in de bergen. En we vonden er één in het oosten van West-Duitsland in het plaatsje Bornhausen dicht bij Seesen. Het was vrij in augustus maar viel af omdat ik in de hulp wil. Het was ook vrij van 9 t/m 16 juli maar dan heb ik geen schoolvakantie! Mijn vader ging schrijven naar het hoofd van de school. Maar volgens de schoolreglementen kon ik geen vrij krijgen. Wij hoopten dat het wel zou lukken en vertrouwden op Jehovah en dachten aan Matthéüs 6:33, en het lukte. Nu dan de vraag . . . ”, waarop hij vroeg waar de Koninkrijkszaal was in de vakantieplaats. Wat een fijn voorbeeld van ijver en liefde voor Jehovah. Kunnen jongeren hun mogelijkheden in oktober onderzoeken?

10 Op de vraag welke resultaten het hulppionierswerk in de gemeente met zich bracht, antwoordden de gemeenten dat het de onderlinge band zo ontzettend goed deed, dat degenen die door ouderdom en gezondheidsproblemen werden belemmerd, meer gingen doen doordat ze door het enthousiasme werden aangestoken en dat vooral veel jongeren werden aangemoedigd door de actieve sfeer; in één gemeente besloten vijf schoolgaande jongeren 30 uur velddienst te maken. In diezelfde gemeente, in Enschede, werden in oktober 6 bijbelstudies opgericht, terwijl het aantal vaste hulppioniers, dus degenen die dit elke maand doen, werd verdubbeld tot acht!

11 De broeders en zusters leren ook langere tijd achtereen in de dienst door te brengen in zulke maanden. In Venlo was er een groepje dat van huis tot huis had gewerkt, en na een bepaald gebied te hebben bewerkt dacht de een van de ander dat zij wel naar huis zouden willen. Al op weg naar huis, in de auto, vertelde de één tegen de ander dat zij eigenlijk nog best verder hadden willen werken, dus werd er omgekeerd en teruggereden naar het gebied. Twee zusters vonden diezelfde ochtend belangstelling bij een jonge vrouw die bij haar moeder op bezoek was. Zij toonde veel belangstelling en er werd een afspraak gemaakt voor een gesprek op haar eigen adres op een moment dat haar man thuis was. De belangstelling nam snel toe en er werd een bijbelstudie begonnen. Inmiddels zijn deze mensen geregelde vergaderingbezoekers en hun waardering en enthousiasme is een aanmoediging voor allen. Zij konden de waarheid niet voor zich houden en zijn broer en zus krijgen nu al bijbelstudie en bezoeken geregeld de gemeenteboekstudie. Dit alles was het resultaat van net even iets langer doorwerken in zo’n maand van extra activiteit.

12 Een zuster in het zuiden van ons land schreef hoe de hulppioniersdienst haar had geholpen. Haar brief luidt: „Het maken van nabezoeken heb ik altijd moeilijk gevonden. Soms wachtte ik 2 à 3 maanden, voordat ik weer terugging. Door regelmatig in de hulppioniersdienst te staan werd ik vrijmoediger, zodat het nabezoeken brengen ook gemakkelijker werd. Ik heb altijd graag een bijbelstudie willen hebben en ik realiseerde me dat ik dan meer nabezoeken moest maken. Ook dit jaar in oktober 1983 ben ik in de hulppioniersdienst gegaan. Zoals gewoonlijk verspreidde ik meer dan anders, omdat ik meer in de velddienst stond. Ik had me voorgenomen niet meer zo lang te wachten met nabezoeken maken. Na een paar weken ging ik weer terug naar de adressen die interesse toonden. Bij één adres verspreidde ik het Eeuwig leven-​boek en twee tijdschriften. Ik was er zo verheugd over, dat ik maar meteen een bijbelstudie aanbood, hetgeen deze man graag accepteerde. Tot nu toe gaat deze bijbelstudie elke week door.” Zou jij graag een bijbelstudie willen hebben? Leg het voor in gebed en beproef Jehovah door, indien je omstandigheden dit toelaten, in oktober in de hulppioniersdienst te staan.

13 Verscheidene gemeenten in ons land mochten in het voorjaar ervaren dat er behalve in april, ook in mei een behoorlijk aantal hulppioniers was, zodat de sfeer van bijzondere activiteit twee maanden duurde. Indien oktober voor jou persoonlijk om welke reden dan ook niet zo’n geschikte maand zou zijn, heb je dan nagedacht over de mogelijkheid om in september als hulppionier te dienen? Anderen willen misschien wel beide maanden in de hulppioniersdienst staan, als er maar voldoende partners zijn om mee samen te werken. September telt vijf weekeinden en is daarom zeer geschikt voor deze extra inspanning. Denk eens aan de zegeningen voor jezelf, het gebied en de gemeente wanneer de voortreffelijke geest van vurige ijver daardoor nog een maand langer zou duren!

14 Alhoewel velen zich door de reeds besproken schriftuurlijke inlichtingen, praktische tips en ervaringen beslist aangemoedigd zullen voelen om dit jaar weer in oktober (of september) te streven naar 60 uur velddienst, of misschien naar het doen van iets extra’s, rijpt bij anderen wellicht de gedachte om Jehovah’s barmhartigheid te weerspiegelen door te gaan dienen

ALS GEWONE PIONIER

15 Een gewone pionier besteedt gemiddeld 3 uur per dag aan de velddienst. Ben je nog jong, ongehuwd en zonder verplichtingen? Ben je gehuwd en heb je geen of weinig kinderen, zodat je tijd over hebt? Of bezit je ondanks je hogere leeftijd een redelijk goede gezondheid? Of ben je anderszins in staat je bediening uit te breiden? Dan is wellicht de gewone pioniersdienst, met al zijn zegeningen, iets voor jou.

16 In het dienstjaar 1983 stonden er wereldwijd 206.098 pioniers in de dienst. Wat een voortreffelijk aantal! Steeds meer verkondigers ontdekken dat deze tak van dienst haalbaar is. In de 1504 gemeenten van Japan zijn gemiddeld meer dan 10 gewone pioniers per gemeente. Geen wonder dat er 21% toename gemeld kon worden in het aantal verkondigers. In Polen, waar het vanwege wettelijke beperkingen haast niet mogelijk is part-time werk te verrichten, is een fijne toename in het aantal pioniers. Veel jonge mensen werken enkele jaren hard, sparen flink en gaan dan pionieren. Een groot aantal heeft het langer kunnen uithouden dan zij aanvankelijk dachten, daar Jehovah hen liefdevol ondersteunt. De goederen die gedurende het afgelopen jaar door de bezoekers aan de internationale congressen werden meegenomen, worden eveneens voor dit doel aangewend. De vele duizenden Getuigen in dat land vormen de rijke oogst van hun inspanningen.

17 De vele jonge mensen die hebben meegeholpen aan de nieuwbouw van Bethel in Emmen en daar de geest van de volle-tijddienst geproefd hebben, zullen jullie beslist kunnen vertellen dat dit de enige zinvolle carrière is in dit oude samenstel. Sommigen van hen helpen nu nog mee met het werk op Bethel, of zijn werkzaam op de bouw van de uitbreiding van de congreshal in Bennekom, terwijl velen een fijne pionierstoewijzing hebben gekregen ergens in het land. Uit de berichten die wij ontvangen, blijkt dat zij veel vreugde hebben. En dat is alleen maar logisch, omdat zij door hun levenswijze Gods barmhartigheid jegens andere mensen weerspiegelen. Maar niet alleen jongeren geven een fijn voorbeeld. In de pioniersgelederen treffen wij een 71-jarige zuster aan, die met een stok moet lopen, maar elke maand ruim boven haar urendoel blijft en acht fijne huisbijbelstudies leidt.

18 Als jij erover denkt te gaan pionieren, je situatie eerlijk, onder gebed analyseert, en het blijkt mogelijk te zijn, wees dan positief. Neem het laatste restje twijfel dat er misschien nog is, weg door te praten met degenen die al geruime tijd aan dit gezegende werk deelnemen, of met een van de reizende opzieners of met zijn vrouw. De ouderlingen in de gemeente zullen er graag voor zorgen dat je een aanvraagformulier krijgt, hetzij voor de hulp- of voor de gewone pioniersdienst. Bedenk wel, het is een manier bij uitstek om Jehovah’s barmhartigheid te weerspiegelen. — Luk. 6:36.

[Kader op blz. 6]

ZEGENINGEN VAN DE VOLLE-TIJDDIENST

Een Nederlandse zendelinge uit Ecuador schreef het Wachttorengenootschap in Emmen de volgende ervaring: „Wat de prediking betreft is mijn toewijzing in Santo Domingo de los Colorados, waar ik nu één jaar woon, een paradijs gebleken. De laatste maand heb ik op zijn minst 14 nieuwe studies erbij gekregen. Zo vonden we gisteren een familie met 9 kinderen die 12 jaar geleden de bijbel had bestudeerd. Het beroep van de vader (wegenbouwer) was de oorzaak geweest dat ze al die jaren geïsoleerd in de rimboe hadden gewoond. Geen waterleiding, geen licht en erger nog geen enkele Getuige! Onderling hadden ze altijd wel de 2 publikaties die ze rijk waren bestudeerd; Het Waarheid-boek en Dingen waarin God onmogelijk kan liegen. Uiteindelijk was de moeder zo wanhopig geworden dat ze besloten om alles (huis, etc.) desnoods voor een lagere prijs te verkopen en te vertrekken naar een plaats waar wel Getuigen waren. Ze vertelde dat ze werkelijk Jehovah’s zegen zag op hun besluit want meteen vonden ze een koper die akkoord ging met de prijs. Bovendien hier in Santo Domingo de los Colorados aangekomen, had een familielid een huis in de patio leegstaan, wat ze konden betrekken en bood hij aan om de man aan werk te helpen. De verrassing kwam na 5 dagen toen ik voor studie kwam met de vrouw van dat familielid. Het werd die dag een gecombineerde studie met meer dan 10 personen. Zulke ervaringen motiveren je steeds weer om door te gaan in de prediking. Er zijn nog zoveel ronddwalende schapen. Als bewijs hiervan had onze gemeente van 126 verkondigers 700 aanwezigen op het Avondmaal.”

Is dit niet een schitterende aanmoediging om te streven naar de volle-tijddienst en aldus een extra ondersteuning aan de „prediking van het goede nieuws” te geven?

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen