Nieuwe en weer actief geworden verkondigers in de velddienst helpen
1 Toen je voor het eerst vernam hoe noodzakelijk het was een aandeel aan de velddienst te hebben, kreeg je waarschijnlijk niet zo maar een gebied om te werken en de opdracht te prediken. Neen, iemand heeft je vriendelijk hulp geboden en je bijgestaan zodat je me dit zo hoogst belangrijke werk kon beginnen. Zou het dit in aanmerking genomen, niet passend zijn een nieuwe of weer actief geworden verkondiger jouw hulp aan te bieden en aldus uit de eerste hand te ervaren dat ’het gelukkiger is te geven dan te ontvangen’? — Hand. 20:35
PROGRESSIEVE HULP
2 Hoe zou jij te werk gaan als je zo iemand zou mogen helpen? Voorbereiding is heel belangrijk. Je kunt dit samen met die persoon doen door het maandelijkse Onderwerp voor gesprekken of enkele gesprekspunten uit de lopende lectuuraanbieding door te nemen. Het is belangrijk dat de nieuwe of weer actief geworden verkondiger bekend is met de lectuur die wordt aangeboden, zodat hij zich aan de deur meer op zijn gemak zal voelen.
3 Nog iets dat gedaan kan worden, is samen te bespreken hoe je zult reageren op veel voorkomende tegenwerpingen die worden opgeworpen. Waarom zou je niet af en toe met elkaar oefenen, waarbij je om beurten als huisbewoner fungeert en veel voorkomende tegenwerpingen opwerpt? Dit zal ertoe bijdragen dat je niet van je stuk wordt gebracht wanneer er aan de deur een onverwachte tegenwerping komt.
4 Je metgezel voelt zich in het begin misschien nerveus en onzeker en het vormt daarom een fijne hulp een definitieve afspraak te maken om met elkaar samen te werken. Hij zal het op prijs stellen dat iemand met hem werkt om hem bij te springen als dit nodig mocht zijn (Pred. 4:9, 10). Aanvankelijk zal het nuttig zijn om een gebied te bewerken waar je gemakkelijk een gesprek kunt krijgen zodat hij erin betrokken kan worden en aldus vertrouwen zal krijgen.
5 Het zou goed zijn om later nog eens terug te komen op gesprekken die jullie aan de deur hebben gevoerd en te bespreken wat er gedaan zou kunnen worden om bij het volgende bezoek de belangstelling aan te wakkeren. Wees positief en prijs hem voor de moeite die hij doet (1 Thess. 5:11). Probeer een specifieke afspraak te maken om weer samen te werken. Na verloop van tijd zal hij vertrouwen krijgen in zijn bekwaamheid de Koninkrijksboodschap aan de deur aan te bieden en een duidelijke uiteenzetting van de waarheid te geven.
6 Terwijl wij zulke personen stap voor stap in het werk opleiden, kunnen wij bespreken hoe zij Bijbelse onderwerpen voor gesprekken kunnen gebruiken, bij het eerste bezoek de basis voor een nabezoek kunnen leggen, een bijbelstudie kunnen oprichten en als onderwijzer aanhoudend vorderingen kunnen maken. Dit zijn allemaal belangrijke stappen en terreinen van bekwaamheid voor een produktieve bedienaar. — 2 Tim. 4:5.
BOEKSTUDIELEIDERS
7 Elke boekstudieleider dient persoonlijke belangstelling voor de leden van zijn groepje te tonen zodat hij merkt wanneer iemand vergaderingen overslaat of het in de velddienst niet goed gaat met hem (Spr. 27:23). Hij dient zijn best te doen om met zoveel mogelijk personen in de verschillende takken van de velddienst te werken en liefdevolle hulp te bieden wanneer zij deze nodig hebben of erom vragen. Waarom zou je niet proberen om met je boekstudieleider of met andere bekwame verkondigers samen te werken en profijt te trekken van hun ervaring?
8 Dus ’gebruik de gave, naarmate een ieder die heeft ontvangen om elkaar ermee te dienen als voortreffelijke beheerders van Gods onverdiende goedheid’. Door dit te doen, zoeken wij geen heerlijkheid voor onszelf, maar wensen wij dat ’God in alle dingen verheerlijkt wordt door bemiddeling van Jezus Christus’. Naarmate je deze ’gaven’ gebruikt om anderen te helpen, zul je een extra aandeel hebben in het verheerlijken van God. — 1 Petr. 4:10, 11.