Hulp blijven bieden aan degenen die op het Avondmaal aanwezig waren
1 Toen Jezus het eerste Avondmaal met zijn apostelen vierde, zei hij tot hen: Blijft dit tot een gedachtenis aan mij doen” (Luk. 22:19). Hij verwees naar datgene wat voor de paschamaaltijd in de plaats was gekomen: Omdat wij bezorgd zijn voor pasgeïnteresseerden die in april op het Avondmaal aanwezig waren, vragen wij ons af hoe wij hen verder kunnen helpen ook op de andere gemeentevergaderingen met ons samen te komen. Hun geestelijke vooruitgang in de waarheid hangt af van blijvende hulpverlening.
2 Jezus stelde in dit opzicht een voortreffelijk voorbeeld. Ook al lieten zijn discipelen hem op die gedenkwaardige avond tijdelijk in de steek, hij bleef hen helpen. Hij zei: „In deze nacht zult gij allen in verband met mij tot struikelen worden gebracht, want er staat geschreven: ’Ik zal de herder slaan, en de schapen van de kudde zullen verstrooid worden.’” Hij verwierp hen echter niet! Direct daarop zei hij: „Maar nadat ik zal zijn opgewekt, zal ik u voorgaan naar Galiléa.” — Matth. 26:31, 32.
WIE?
3 Kunnen ook wij een voorbeeld stellen voor degenen die geestelijk nog wat zwak zijn, hen in feite ’voorgaan’? De ouderlingen zullen beslist de leiding in geestelijke zaken willen nemen (Matth. 28:20). Dat is de christelijke handelwijze. Vinden jullie zelf ook niet? Maar hoe gaan wij te werk? In de eerste plaats moeten wij weten wie wij gaan helpen. Dus wanneer iemand die je had uitgenodigd op het Avondmaal aanwezig was, zou het goed zijn je gemeenteboekstudieleider over die geïnteresseerde persoon in te lichten.
HOE?
4 De volgende vraag is; hoe gaan wij hen helpen? Wij willen de krachtige uitwerking die de Avondmaalsviering op een geïnteresseerde kan hebben, nooit onderschatten. Deze viering doordringt iemand op geweldige wijze van datgene wat God en Christus voor hem of haar persoonlijk hebben gedaan. Het Avondmaal maakt iemands hart zacht waardoor het ontvankelijker wordt voor meer geestelijk voedsel. In een Afrikaans land plaatste een gemeente van ongeveer 100 verkondigers een paar jaar geleden een groot bord voor hun vergaderruimte waar eenvoudig „GEDACHTENISVIERING” op stond. Vervolgens verspreidden zij 1000 uitnodigingen. Het gevolg? Er waren 966 personen aanwezig! Het verslag besloot met de woorden: Er werd veel belangstelling gewekt, en hier wordt thans door het huisbijbelstudiewerk ijverig op voortgebouwd.”
5 In de meeste gevallen zijn onze vergaderruimten reeds duidelijk aangegeven. Deze ervaring onderstreept echter twee dingen die wij kunnen doen om de Avondmaalbezoekers te helpen. Ten eerste kunnen wij hen naar de vergaderingen leiden, en ten tweede kunnen wij met hen studeren. Ingeval er hulp nodig is, kan de boekstudieleider je wellicht helpen een huisbijbelstudie op te richten. Wellicht zijn er een aantal goed voorbereide en op goede tijdstippen gebrachte nabezoeken nodig om dat te bewerkstelligen.
6 De mate waarin een nieuweling vorderingen maakt, houdt veelal rechtstreeks verband met de mate waarin hij voor zichzelf leest en persoonlijk studeert. Informeer om te horen of hij de tijdschriften over de post ontvangt. Heeft hij de meest recente gebonden boeken, vooral het boek dat op de gemeenteboekstudie wordt bestudeerd? Heeft hij een Jaarboek genomen en weet hij dat de dagtekst en het commentaar daarin staan? In de meeste gevallen zullen wij niet proberen al deze dingen tegelijk op gang te brengen, maar zullen wij hen helpen tot het besef te komen dat God behagen schept in geestelijke vorderingen. — 1 Tim. 4:15.
7 Kennis maken met anderen in de gemeente dient veelal als springplank tot verdere omgang. Nieuwelingen hebben vriendschap nodig om het vacuüm op te vullen dat ontstaat door het verlies van vroegere kennissen. Neem daarom van tijd tot tijd je boekstudieleider of een andere ouderling of dienaar in de bediening met je mee wanneer je je huisbijbelstudie leidt. Op die manier zal de nieuweling zich geen vreemde voelen wanneer hij of zij naar andere vergaderingen begint te komen.
8 Indien een gedoopte maar inactieve persoon op het Avondmaal aanwezig was, vergewis je er dan van dat er regelingen worden getroffen om hem geestelijke hulp te verlenen in overeenstemming met het programma dat in Onze Koninkrijksdienst van februari werd uiteengezet.
9 De voortdurende hulp die Jezus zijn discipelen gaf bracht rijpe christenen voort. Hij liet hen niet in de steek. Wanneer wij in deze tijd zijn voorbeeld volgen, zullen ongetwijfeld nog velen meer in geestelijk opzicht vorderingen maken en de volledige voordelen van Christus’ loskoopoffer gaan beseffen. Laten wij ermee voortgaan degenen die op het Avondmaal aanwezig waren, te helpen.