Reik hun de helpende hand
1 Velen van ons kunnen zich nog levendig de keren herinneren dat vrienden of familieleden ons de helpende hand reikten. Wij zijn dankbaar voor wat zij in tijd van nood voor ons hebben gedaan. Medechristenen de helpende hand reiken, is een verplichting in verband waarmee een beroep op ons gedaan kan worden. — 3 Joh. 5-8.
2 Het was prettig in februari te vernemen dat er gezamenlijke krachtsinspanningen zullen worden gedaan om degenen die inactief zijn geworden, te helpen. Misschien heeft de dienstopziener je al benaderd om je te vragen een geregelde studie met zo iemand te leiden. Het is natuurlijk een groot voorrecht als je in de gelegenheid zou worden gesteld een of meerdere personen die van de kudde zijn afgedwaald, tot de schaapskooi terug te brengen. Hoe dienen wij echter bij het leiden van zo’n studie te werk te gaan?
DOEL VAN DE STUDIE
3 Wanneer wij een bijbelstudie met een inactieve persoon leiden is ons voornaamste doel hem te helpen zijn geestelijke kracht te herwinnen. Wij willen hem helpen inzien dat Jehovah, uit liefdevolle bezorgdheid voor hem, via zijn organisatie regelingen voor deze extra hulp heeft getroffen. Blijvende resultaten zullen alleen worden bereikt indien zijn persoonlijke verhouding tot Jehovah hechter wordt. Indien dit het geval is, zal dit tot uiting komen doordat hij weer waardering voor Jehovah’s organisatie gaat krijgen.
4 Degenen met wie wij in het kader van dit speciale programma zullen studeren, zijn personen die als getuigen van Jehovah zijn gedoopt. In de meeste gevallen zal er niet uit het Waarheid-boek gestudeerd worden. De fundamentele leerstellingen van de bijbel kennen zij vermoedelijk al.
5 De ouderlingen zullen met jou bespreken welke publikatie het meest geschikt zou kunnen zijn om de persoon die jij op verzoek van deze broeders studie gaat geven, te helpen. Het kan zijn dat zijn waardering voor Jehovah’s organisatie vergroot moet worden. De ouderlingen geven wellicht de suggestie het boek „Uw koninkrijk kome” te gebruiken, of een ander boek dat de nodige hulp en aanmoediging kan verschaffen.
HET LEIDEN VAN DE STUDIE
6 Je kunt je ongetwijfeld herinneren wanneer je je allereerste bijbelstudie leidde. Je voelde de noodzaak om je goed voor te bereiden. Hoe vaak je sindsdien ook een studie hebt geleid, je weet dat het de studie ten goede komt als je je van te voren grondig voorbereidt (Spr. 25:11). Dit geldt vooral voor studies die met inactieve broeders en zusters worden geleid. Paulus drong er bij zijn medebedienaar Titus op aan, christenen eraan te blijven herinneren „bereid te zijn tot elk goed werk” (Tit. 3:1). Dit betekent dat wij ons zowel geestelijk als qua instelling moeten voorbereiden op het behartigen van zo’n toewijzing.
7 Vragen zijn bijzonder nuttig bij het geven van doeltreffend onderwijs zoals Jezus dikwijls heeft gedemonstreerd (Luk. 10:36). Wanneer wij de gedrukte vragen gebruiken, willen wij goed onderwijs geven en geen genoegen nemen met antwoorden die gewoon uit de publikatie worden voorgelezen. Het is wellicht passend aanvullende vragen te stellen om de persoon aan het denken te zetten en hem ertoe te brengen de gedachten in zijn eigen woorden weer te geven. Hiertoe zijn standpuntvragen of vragen waarmee je ergens op aanstuurt, zeer doeltreffend. [Het boek Handleiding voor de Theocratische Bedieningsschool bespreekt in studie 10 par. 9-11, wat er met de verschillende soorten van vragen bedoeld wordt.]
8 Wat zal het een zegen zijn te zien hoe sommigen van onze broeders en zusters die inactief zijn geworden, werkelijk door deze bijbelstudies worden geholpen en weer met ons samen de Koninkrijksboodschap gaan aankondigen! Wij zullen vreugde putten uit hun geestelijke vooruitgang, vooral wanneer wij persoonlijk hulp hebben kunnen bieden. Mogen wij ons net zo voelen als de man die naar één schaap zocht dat verdwaald was. „En zo hij het vindt”, zei Jezus, „voorwaar, ik zeg u dat hij zich meer over dat ene verheugt dan over de negenennegentig die niet zijn verdwaald.” — Matth. 18:12-14.