Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • km 2/82 blz. 3-4
  • De hulppioniersdienst — Een goddelijk geschenk

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De hulppioniersdienst — Een goddelijk geschenk
  • Onze Koninkrijksdienst 1982
  • Onderkopjes
  • WAT HULPPIONIERS IN OKTOBER HEBBEN BELEEFD
  • SPRINGPLANK NAAR DE GEWONE PIONIERSDIENST
  • ZUL JIJ IN APRIL EEN VAN DE VELEN ZIJN?
Onze Koninkrijksdienst 1982
km 2/82 blz. 3-4

De hulppioniersdienst — Een goddelijk geschenk

De nabije toekomst houdt zeer verrassende dingen in en wat kunnen wij als Gods getuigen blij zijn dat wij zo goed zijn ingelicht. Natuurlijk verwachten wij het paradijs, maar voordat het zover is, zullen er nog schokkende dingen gebeuren! De val van „Babylon de Grote” komt heel plotseling, totaal onverwacht van het standpunt van de wereld uit bezien. Haar vernietiging zal zo plotseling komen dat de politieke heersers die haar hebben ondersteund, erdoor geschokt worden, want wij lezen: „De koningen der aarde, die hoererij met haar hebben bedreven en in schaamteloze weelde hebben geleefd, zullen over haar wenen en zich in droefheid om haar slaan, wanneer zij naar de rook kijken die van haar verbranding afkomt, terwijl zij op een afstand staan uit vrees voor haar pijniging en zeggen: ’Wat jammer, wat jammer, gij grote stad, Babylon, gij sterke stad, want in één uur is uw oordeel gekomen!’”

Wat doet het jou wanneer jij deze dringende woorden in De Wachttoren van 15 maart 1981 tegenkomt? Onder het kopje „Toegenomen activiteit” zegt diezelfde Wachttoren wat verderop: „Gods wil voor onze tijd houdt onder andere ook de vervulling in van Jezus’ profetie: ’Dit goede nieuws van het koninkrijk zal op de gehele bewoonde aarde worden gepredikt tot een getuigenis voor alle natiën en dan zal het einde komen’ (Matth. 24:14)”. Voor ware christenen vormen deze profetische woorden in werkelijkheid een gebod om anderen over het goede nieuws van Gods koninkrijk en de naderende nieuwe ordening te vertellen.

Het daarna beschreven profetische beeld omtrent Jericho is buitengewoon geloofversterkend. Wij herinneren ons dat de Israëlieten hun activiteiten op de zevende en laatste dag moesten verzevenvoudigen! Zijn Paulus’ woorden uit Galáten 6:10 daarom niet uitermate toepasselijk: „Laten wij daarom dus, zolang de tijd voor ons er nog gunstig voor is, het goede doen jegens allen, maar vooral jegens hen die aan ons verwant zijn in het geloof”?

Wanneer wij aan de afgelopen maand oktober denken, kunnen wij zeker zeggen dat velen die maand als de voor hen ’gunstige tijd’ hebben opgevat, terwijl wij er zeker van zijn dat duizenden anderen de hulppioniersdienst graag op zich genomen zouden hebben als zij dit hadden gekund. Zouden jullie iets willen proeven van wat enkele hulppioniers uit oktober ons schreven over de vreugden en zegeningen die hun ten deel vielen?

WAT HULPPIONIERS IN OKTOBER HEBBEN BELEEFD

Een zuster van het Zuidhollandse eiland Putten schreef ons over een ontmoeting die zij samen met een andere zuster tijdens haar hulppioniersdienst in oktober had met een jonge vrouw bij wie zij binnen mochten komen en die haar bij het afscheid op het hart drukte toch beslist de woensdag daarop terug te komen. Die afgesproken woensdag zat het hele gezin hen op te wachten, dat wil zeggen, de moeder, twee dochters en een schoondochter. Diezelfde avond nog werd er met een studie uit het Waarheid-boek begonnen en ’s zondags zaten zij allemaal in de zaal. Een van hen gaf antwoord en allen zongen enthousiast de Koninkrijksliederen mee. Verbaast het ons wanneer die zuster ons dan schrijft: „Vooral hierdoor is de hulppioniersdienst een geweldig fijne ervaring voor me geworden die mij opnieuw veel vreugde in de dienst gegeven heeft”?

Anderen schreven ons hoe de hulppioniersdienst bij hen reeds ruim van tevoren in hun planning wordt opgenomen. In Dordrecht is een broeder die in overleg met zijn werkgever bij voorbaat zijn extra vrije dagen al over oktober en april verdeelt. Een eveneens in Dordrecht wonende zuster van boven de 65 krijgt in september altijd al van haar man, die niet in de waarheid is, te horen: „Volgende maand heb je zeker weer extra tijd voor de prediking nodig, hè?” En ruim van tevoren stelt zij dan een schema op voor het huishoudelijke werk en voor de dingen die in de tuin gebeuren moeten. Ook voor de komende maand april heeft zij alweer plannen voor de hulppioniersdienst, en zij schrijft: „Ja, ik kan het alle broeders en zusters aanbevelen. Het houdt je jong, gezond en gelukkig en het smeedt een hechte band met je broeders en zusters. Het is in alle opzichten hartverwarmend.”

Een andere zuster, wier man niet in de waarheid is, schrijft dat haar man haar in zo’n maand altijd helpt met koken en afwassen en dat hij altijd blij is als zij het gehaald heeft. Zijzelf staat in zo’n maand wat vroeger op dan anders, laat de hond ’s morgens en ’s middags uit en heeft al met al een zeer vreugdevolle maand. „Het fijne van alles is”, schrijft zij, „dat ik studie heb met een meisje van 22. Dit meisje had die avond gebeden of zij toch maar in contact mocht komen met Jehovah’s Getuigen en ze is inmiddels zelfs al in de zaal geweest.”

Weer andere verkondigers schrijven dat zij zich vast voorgenomen hadden om in oktober in de hulppioniersdienst te gaan, doch hoe allerlei omstandigheden vervolgens roet in het eten dreigden te gooien. Een zuster in Rotterdam kreeg plotseling rust voorgeschreven van haar huisarts vanwege een ontsteking in haar voet. Zij dacht, ik ga het toch maar proberen en zien of ik snel ergens binnen kan komen om over de waarheid te praten. Bij de tweede deur die ochtend mocht zij binnenkomen waarna zij tot half één bij een zeer geïnteresseerde studente binnen kon zitten om getuigenis te geven. Een zuster uit Zwolle was een aantal keren gevallen en had nu haar enkelbanden gescheurd, zodat de hulppioniersdienst, waar zij zich al zo op verheugd had, verkeken leek. Het gips ging er echter net op tijd af en alles was precies op tijd genezen. Zij schrijft: „Het resultaat is geweest dat ik 62 uur in de hulppioniersdienst heb kunnen staan!” In overeenstemming hiermee schrijft een andere zuster dat zij, zodra er over de hulppioniersdienst gepraat gaat worden, een formulier invult en Jehovah bidt of zij haar uren halen mag en of er niets tussen mag komen, zoals ziekte of familieomstandigheden, waarbij zij er in haar brief aan toevoegde: „Zo’n hulppioniersdienstmaand maakt dat je een heel klein beetje begrip krijgt voor speciale en gewone pioniers”, die het hele jaar door hun dienst in weer en wind moeten verrichten.

SPRINGPLANK NAAR DE GEWONE PIONIERSDIENST

Een jonge zuster die afgelopen zomer van school is gekomen, schreef ons na haar hulppioniersdienst in oktober dat zij altijd al wilde pionieren en toen zij van school kwam, een aantal maanden in de hulppioniersdienst is gegaan. Inmiddels heeft zij sinds 1 januari 1982 haar aanstelling als gewone pionierster.

Een 19-jarige zuster uit Den Haag vertelde ons hoe haar animo voor de waarheid een poosje geleden verslapte en hoe zij van tijd tot tijd met depressieve buien worstelde. Zij bad veel en begon in de Psalmen te lezen, en sindsdien is Psalm 116:12-14 haar lijftekst geworden. Vers 12 zegt bijvoorbeeld: „Wat zal ik Jehovah vergelden voor al zijn weldaden jegens mij?” Deze zuster veerde door deze tekst weer op, ging geregeld in de hulppioniersdienst om langs die weg uiting te geven aan haar dankbaarheid en waardering jegens Jehovah en schrijft dat zij zich helemaal niet ongelukkig meer voelt. Zij zegt: „Ik heb nu één bijbelstudie, verscheidene nabezoeken en m’n verspreiding is ook veel beter. Begin volgend jaar hoop ik met de gewone pioniersdienst te beginnen.”

Velen van de huidige speciale en gewone pioniers hebben precies dezelfde weg afgelegd en wat zeggen zij over de hulppioniersdienst, waar zij voordien in stonden? Een speciale pionierster in Rotterdam schreef ons: „Toen ik in de hulppioniersdienst was dacht ik, waarom zou ik niet proberen de uren van een gewone pionier te halen? Dat is toen gelukt en dus ben ik de gewone pioniersdienst in gegaan. Een gewone pionierster uit een gemeente daar vlakbij schreef: „Elke keer als ik over de gewone pioniersdienst nadacht, dacht ik ’die 60 uur zijn toch wel gemakkelijk’. Het was nodig om mezelf aan te pakken en het aanvraagformulier voor de gewone pioniersdienst in te vullen.” Dat heeft zij gedaan en zij pioniert alweer meer dan een jaar.

ZUL JIJ IN APRIL EEN VAN DE VELEN ZIJN?

Je zult er in elk geval nu al mee moeten beginnen om je besluit goed voor te bereiden. Praktisch alle hulppioniers die ons schreven, lieten ons weten hoezeer zij gedurende die maand de medewerking van hun gezinsleden op prijs stelden en dat maakt overleg vooraf natuurlijk noodzakelijk. Velen kunnen slechts één- of tweemaal per jaar in de hulppioniersdienst, juist omdat andere gezinsleden bepaalde taken overnemen of er tevreden mee zijn dat een van de gezinsleden in zo’n maand dan minder vaak thuis is en er ’s avonds of op de weekeinden nog eens vaker op uit moet dan gedurende de rest van het jaar. Wij kunnen dan ook niet anders zeggen dan dat ’de enorme activiteiten die in die maanden zowel in de gezinnen als in de gemeenten ontplooid worden, het gevolg zijn van verenigde krachtsinspanningen. Immers, ook in de gemeenten ondervinden de hulppioniers heel veel steun van de andere broeders en zusters, die hen veelvuldig in de velddienst ondersteunen. Zo kwam er uit de Achterhoek een brief van een gemeente van zo’n kleine honderd verkondigers, dat er gedurende de maanden september, oktober en november 22 verschillende broeders en zusters in de hulppioniersdienst hadden gestaan, waarna zij eraan toevoegden: „Wij verheugen ons met jullie dat zovelen een extra krachtsinspanning in het werk hebben gesteld en het heeft bovendien een positieve uitwerking op de hele gemeente gehad.”

Zie jij kans de komende maand april tot een van de duizenden te behoren die het goddelijke geschenk van de hulppioniersdienst kunnen aanvaarden? Of, in geval je zelf niet kunt, zie je dan kans hen te ondersteunen? Je zult zoals zovele anderen voor jou ’proeven en zien dat Jehovah goed is’. — Ps. 34:8.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen