„Houdt hen in gedachtenis die onder u de leiding nemen”
1 Loyale en actieve ondersteuners van het christendom hebben veel waardering voor het getrouwe werk en de ijverige leiding van de ouderlingen in de gemeente. Het is een genoegen om nauw samen te werken met deze broeders die zich er zo ijverig voor inzetten de Koninkrijksbelangen te bevorderen. Wanneer wij over hun door de jaren heen verrichte voorbeeldige dienst nadenken, kweekt dit in ons alleen maar waardering aan en als gevolg daarvan proberen wij hun geloof, toewijding, liefde en volharding na te volgen. Wanneer wij hun vurige en ijverige dienst beschouwen, dient het een verlangen in ons wakker te roepen om degenen die ’ons leiding geven’ en die er ter wille van onze zielen misschien ’slaap bij inschieten’, te gehoorzamen en ons aan hen te onderwerpen (2 Tim. 3:10, 11; Hebr. 13:7, 17, Kingdom Interlinear Translation). Ook dienaren in de bediening kunnen wanneer zij ijverig onder leiding van de ouderlingen werken, als heilzame voorbeelden voor anderen dienen.
OUDERLINGEN EN DIENAREN IN DE BEDIENING ALS VOORBEELDEN
2 Wat een uitdaging kan het voor ouderlingen vormen om hun wereldse verantwoordelijkheden en gezinsverplichtingen in evenwicht te brengen met hun theocratische activiteiten! De wijze waarop zij, met behulp van Jehovah’s geest, ijverig bijbelse beginselen in hun leven toepassen, heeft hen in staat gesteld zowel voor zichzelf als hun gezinnen zorg te dragen, alsook tijd in te ruimen voor het helpen van anderen. Zij staan geregeld in de velddienst, treffen regelingen voor de wekelijkse gemeentevergaderingen en leiden die, treden als raadgevers op en bezoeken degenen die verwant aan hen zijn in het geloof. Naarmate zij initiatieven ontplooien terwijl zij zich van deze aan hen toevertrouwde verantwoordelijkheid kwijten, werken zij in het belang van de bescherming en zegen van de gemeente. — Jes. 32:1, 2.
3 Als onderherders doen de ouderlingen er moeite voor de geesteshouding en het gedragspatroon van ons Voorbeeld, Jezus, na te volgen. In tegenstelling tot de huichelachtige religieuze leiders uit zijn tijd, was Jezus een geweldig fijn voorbeeld van ijver voor de ware aanbidding. Hij toonde die ijver niet alleen met zijn mond maar ook door bereidwillig de leiding te nemen in het doen. Net als Jezus spannen de ouderlingen zich bij het verrichten van heilige dienst in, terwijl zij een redelijke kijk behouden op wat er van anderen kan worden verwacht. — 1 Petr. 5:2, 3; Matth. 11:28-30.
4 Ook dienaren in de bediening dienen ijverige voorbeelden voor de kudde te zijn. Naarmate zij aan alle takken van de velddienst deelnemen en zich van andere verantwoordelijkheden kwijten, ’verwerven zij voor zichzelf een voortreffelijke reputatie’ in de gemeente (1 Tim. 3:13). Naarmate zij zich meer inzetten en ijveriger worden, kan het zijn dat zij na verloop van tijd aanvullende verantwoordelijkheden te behartigen krijgen. Dit kan dienstvergaderingonderdelen omvatten, het houden van openbare lezingen of het leiden van een gemeenteboekstudie. Wanneer zij leren zich in volledig vertrouwen op Jehovah en zijn heilige geest van hun toewijzingen te kwijten, leveren zij een voortreffelijke bijdrage aan de groei en de stabiliteit van de gemeente!
ONZE ONDERWORPENHEID EN GEHOORZAAMHEID
5 Hoe kunnen wij van onze waardering voor het liefdevolle opzicht van de ouderlingen blijk geven? Eén manier is door voordeel te trekken van de gelegenheden om met degenen die de leiding nemen, samen te werken. Wanneer wij aan hun zware verantwoordelijkheden denken, dient dit ons ertoe aan te sporen hen te respecteren en ons gehoorzaam aan hun leiding te onderwerpen. Wanneer wij onze hardwerkende ouderlingen gepaste achting betonen, dragen wij zowel tot onze als tot hun vreugde bij, terwijl wij tegelijkertijd de familieband in de gemeente versterken. — 1 Thess. 5:12, 13.
6 Een andere manier om van onze waardering blijk te geven is wanneer wij het initiatief nemen en deze broeders en ook de dienaren in de bediening vragen of wij in de velddienst met hen mogen samenwerken. De eerste zondag en de tweede en vierde zaterdag van de maand lenen zich daar bij uitstek voor. Wekelijks met hen een aandeel hebben aan het predikingswerk en het maken van discipelen zal een bron van aanmoediging voor hen zijn en zal bovendien een verkwikking voor jezelf zijn. — Rom. 1:11, 12.
7 Wat een voorrecht hebben wij om als actieve, christelijke metgezellen het ons door God toegewezen werk te volbrengen! Wanneer wij hard aan het rechtvaardigen van Jehovah’s naam werken, dienen wij onze talenten, gaven en energie op een waardevolle wijze te gebruiken. Ouderlingen en dienaren in de bediening zullen er ijverig naar willen streven zich op een voorbeeldige wijze van hun respectieve verantwoordelijkheden te kwijten. Door het voorbeeld te volgen van degenen die de leiding nemen, zal de gemeente op verenigde wijze hun activiteit, liefde en zorg weerspiegelen. — Fil. 3:17.