Brief van het bijkantoor
9 februari 1981
AAN ALLE VERKONDIGERS IN NEDERLAND
Geliefde broeders en zusters,
Mogen wij jullie allereerst de hartelijke groeten overbrengen van alle broeders en zusters die hier op Bethel en aan de nieuwbouw werken? Aan tafel horen wij vele goede berichten over jullie en dat schenkt ons diepe vreugde. Een sterke band van liefde verenigt ons immers? Daarom gevoelen wij de behoefte jullie te schrijven.
Deze wereld legt ontegenzeglijk een steeds zwaardere druk op ons allen. De mensen om ons heen worden onverschilliger en moeilijk in de omgang. Te midden van zo’n maatschappij proberen wij ons gezin bij elkaar te houden, eerlijk te zijn, rein van deze wereld te blijven, en bovenal Jehovah God getrouw te blijven.
De spanningen om ons heen vergen veel van ons uithoudingsvermogen. Door alle nare dingen die zich afspelen, zien we het soms „niet meer zitten”. Wereldse mensen zoeken het dan in veel ontspanning en lange vakanties. Maar het schenkt hun geen verlichting, want overal nemen ze hun onrustige hart mee. Gelukkig weten wij als Gods volk wat ons te doen staat als wij ons ongelukkig en gespannen voelen. Jehovah heeft ons door de waarheid geleerd hoe wij evenwichtig en geestelijk sterk kunnen blijven.
De kranten schreven dat de Nederlandse arbeider het op één na hoogste loon in de wereld geniet. Heeft dit de mensen dankbaarder en gelukkiger gemaakt? Integendeel. Het is precies zoals in Prediker 4:8 staat: „Ook worden zijn ogen zelf niet verzadigd van rijkdom: ’En voor wie werk ik hard en laat ik het mijn ziel ontbreken aan goede dingen?’”
Degenen die God niet dienen, ontbreekt het aan vele „goede dingen”. Doch kan dat gevaar ook niet bij ons om de hoek komen kijken als wij ons te veel door allerlei bijkomstige dingen laten afleiden? Doen wij onszelf dan niet te kort en bovenal Jehovah God? In de afgelopen vier jaar hebben in ons land toch enige duizenden broeders en zusters de strijd voor het geloof, hopelijk tijdelijk, opgegeven. Hoeveel moeten zij niet missen! Het is werkelijk te hopen dat zij de weg naar Jehovah en zijn volk kunnen terugvinden. Er staat niet voor niets in Maleachi 3:7: „’Keert tot mij terug, en ik zal stellig tot u terugkeren’, heeft Jehovah der legerscharen gezegd.”
Jehovah schenkt ons vele „goede dingen”. Heel barmhartig staat hij ons dagelijks toe in de naam van zijn Zoon tot hem te spreken. Al onze zorgen, angsten en fouten mogen wij hem vertellen en wij mogen zelfs vergeving en hulp verwachten als wij eerlijke pogingen doen hem getrouw te dienen. De bijbel is ook een gave van hem. Hoe stil en gelukkig worden wij als wij een rustig plekje opzoeken en dat wat God door middel van zijn Woord tot ons zegt, op ons laten inwerken. Zullen we daarom eens Hebreeën 10 vanaf vers 21 opslaan?
In vers 21 wordt over de onuitsprekelijke zegen gesproken dat wij Jezus Christus als liefdevolle hogepriester bij God mogen hebben. Daarom raadt vers 22 ons aan ’God met een waarachtig hart te naderen’, wat wil zeggen dat wij ervoor vechten dat ons hart echt naar Jehovah en de waarheid blijft uitgaan. Als wij niet het gevaar willen lopen ons leven te verliezen, kunnen wij geen genoegen nemen met een halfslachtige aanbidding.
Over twee maanden hopen wij weer op passende wijze Jezus’ dood te herdenken door de Gedachtenisviering. Hoe zul jij daar aanwezig zijn? Vreugdevol en dankbaar? Of met gemengde gevoelens omdat je zou voelen dat je bepaalde dingen in je leven moet rechtzetten? Misschien loop je ongelukkig rond omdat je te lang bent blijven stilstaan bij wat anderen je, waarschijnlijk onbewust, hebben aangedaan. Maar Jehovah God en Jezus Christus zijn toch je vrienden die je nooit in de steek zullen laten als jij je door hen laat helpen zo te leven en te denken als goed voor je is? Waarom zou je dus niet met hun hulp alles in je leven rechtzetten. Misschien ben je door de druk van bepaalde problemen de laatste tijd zelfs niet meer echt actief in de velddienst. Lees dan alsjeblieft het volgende vers, vers 23 van Hebreeën 10: „Laten wij zonder wankelen vasthouden aan de openbare bekendmaking van onze hoop, want hij die beloofd heeft, is getrouw.” Denk eens na, om weer gelukkig in de waarheid te worden behoef je nu beslist niet méér problemen te overwinnen dan toen je met de waarheid begon. En had je toen geen diepe vreugde? Maar bedenk ook: hoeveel tijd besteedde je toen aan je bijbelstudie, gebed en velddienst?
In april doen wij allen over de gehele wereld een krachtige poging om een machtig leger van hulppioniers op de been te brengen. Het zullen er vele tienduizenden zijn. Zou jij een van hen kunnen zijn? Wat een vreugde zul jij hebben door een hele maand actief het „goede nieuws” te prediken en moedig de sluier van onwetendheid die de Duivel over deze aarde heeft gebracht, te helpen doorbreken. Met welk een voldoening zul jij aan het einde van april je velddienstbericht invullen! Je zult dan geproefd hebben wat het zeggen wil: „Want hij die beloofd heeft, is getrouw.” Jehovah zal je de kracht geven om blij je taak als brenger van goed nieuws te verrichten. Probeer daarom onder gebed in die maand van de Gedachtenisviering voor Jehovah te doen wat in je vermogen ligt.
Een ander ’goed ding’ waarin Jehovah voorziet, zijn de vergaderingen. In Hebreeën 10:24 en 25 staat waarom wij juist in onze tijd het samenkomen met onze medechristenen niet kunnen missen. Daarom moeten wij het waarderen dat moeders zo veel moeite doen om met hun kinderen alle vergaderingen te bezoeken. En wat moeten vele huisvaders zich haasten om op tijd thuis te zijn, te eten en op tijd op de vergaderingen te zijn. Maar onze moeite wordt telkens weer beloond, want hoe tevreden en dankbaar keren wij na iedere vergadering weer huiswaarts! En wat een liefdevolle regeling van Jehovah is het, dat als iemand van ons tekenen van verlies van vreugde en geloof gaat vertonen, broeders en zusters klaarstaan om hem of haar door een vriendelijke aanmoediging te helpen.
Ga eens even na, broeder of zuster die dit leest: Waaraan zou jij, als je in een levensgevaarlijke situatie zou terechtkomen, eigenlijk alleen maar behoefte hebben? Aan rechtstreekse hulp van God en nauwe omgang met je broeders en zusters in de waarheid, niet waar? Maar verkeren wij niet allen in voortdurend gevaar? Zei Jezus niet: „Ziet! Ik zend u uit als schapen te midden van wolven”? (Matth. 10:16) Overeenkomstig Psalm 16 vers 8 is daarom onze innige verhouding tot God onze grootste schat: „Ik heb mij Jehovah voortdurend voor ogen gesteld. Omdat hij aan mijn rechterhand is, zal ik niet aan het wankelen worden gebracht.”
Het staat vast dat Gods volk deze goddeloze wereld zal overleven, „want alles wat uit God is geboren, overwint de wereld. En dit is de overwinning die de wereld heeft overwonnen, ons geloof” (1 Joh. 5:4). Dit is voor een ieder van ons mogelijk als wij luisteren naar de goddelijke raad: „Versterkt daarom uw geest tot activiteit, houdt uw zinnen volledig bij elkaar; vestigt uw hoop op de onverdiende goedheid die u ten deel zal vallen bij de openbaring van Jezus Christus.” — 1 Petr. 1:13.
Wel, broeders en zusters, wij hebben het prettig gevonden over alles wat jullie en ons zo na aan het hart ligt, van gedachten te hebben kunnen wisselen. Wij bidden of Jehovah elk van ons wil helpen in deze moeilijke tijd te volharden. Wij zenden een ieder van jullie onze hartelijke groeten en beste wensen voor een goede geestelijke en lichamelijke gezondheid. Moge Jehovah jullie allen zegenen, is de wens van
jullie vrienden en broeders,
Watch Tower B. & T. Society
OF PENNSYLVANIA