Gemeentevergaderingen — Deel IV: Een voorziening om ons te helpen discipelen te maken
1 Jezus Christus was iemand die discipelen maakte! Ook onderwees hij zijn discipelen om eveneens deel te nemen aan het predikingswerk en het maken van discipelen (Matth. 10:5; 11:1). Deze eerste discipelen zagen in hoe belangrijk het was om gehoor te geven aan Jezus’ gebod in Matthéüs 28:19, 20 en de waarheid met anderen te delen.
2 Zo dient elke christen ook in deze tijd het oprechte verlangen te hebben anderen ertoe te bewegen Jezus Christus te gaan navolgen en zijn discipelen te worden. Wat hebben wij een groots voorrecht aan de „openbare bekendmaking” van de waarheid van Gods Woord te mogen deelnemen op een wijze die het „goede nieuws” waardig is (Rom. 10:9, 10, 13, 14). Als wij beseffen dat niet alleen onze redding maar ook de redding van degenen tot wie wij prediken op het spel staat, zullen wij ertoe worden bewogen van ganser harte aan dit levenreddende werk deel te nemen (1 Tim. 4:16; Hand. 20:26, 27). Dit zal onze waardering vergroten voor de talrijke voorzieningen die ons verlangen stimuleren om volledig aan het predikingswerk en het maken van discipelen deel te nemen. Een van deze voorzieningen is de dienstvergadering.
VOORDELEN DIE WIJ ONTVANGEN
3 De inlichtingen die op de dienstvergadering worden geboden, hebben ten doel ons geestelijk op te bouwen en rusten ons toe om ijveriger en doeltreffender aan het predikingswerk en het maken van discipelen deel te nemen. Beschouw eens enkele specifieke manieren waarop wij persoonlijk voordeel kunnen trekken van het onderricht.
4 Wij worden ertoe aangemoedigd geregeld aan het van-huis-tot-huiswerk deel te nemen, niet alleen wegens het voortreffelijke voorbeeld dat de apostelen ons hebben gesteld, maar ook wegens de schitterende resultaten die worden bereikt. Onze Koninkrijksdienst verschaft vaak goed uitgewerkte toespraakjes die wij in het veld kunnen gebruiken. Er worden suggesties gegeven over de wijze waarop wij met een gesprek kunnen beginnen, tact kunnen gebruiken, ons aan verschillende situaties kunnen aanpassen, enzovoort. Bovendien wordt ons getoond hoe wij onze broeders en zusters kunnen helpen doeltreffender te worden.
5 Dienstvergaderingen dragen er ook toe bij ons meer bewust te zijn van onze verantwoordelijkheid om terug te gaan en personen te helpen die een zekere belangstelling voor de waarheid aan de dag leggen. Er is ons aangetoond waarom wij een nauwkeurig bericht moeten bijhouden van de gevonden belangstelling, hoe wij ons op deze bezoeken kunnen voorbereiden en hoe wij de bijbel op doeltreffende wijze kunnen gebruiken om met schapen te vergelijken personen te onderwijzen. Hebben deze suggesties ons niet geholpen ons meer om mensen te bekommeren en ons bewust te zijn van onze verantwoordelijkheid jegens degenen die gunstig reageren?
6 Ook is er behoorlijk veel aandacht geschonken aan het leiden van bijbelstudies. Hoe kunnen meer van ons worden geholpen in dit dienstvoorrecht te delen? In een artikel getiteld „Getuig je met een doel voor ogen?” in Onze Koninkrijksdienst van mei 1979 werd de vraag gesteld: „Is het vinden van met schapen te vergelijken personen en de wens een bijbelstudie te mogen leiden, een onderwerp van onze gebeden? (1 Joh. 5:14) Worden wij, als wij gebeden hebben, gemakkelijk ontmoedigd wanneer zulke gebeden ogenschijnlijk enige tijd onbeantwoord blijven? Of volharden wij in gebed en werken wij in overeenstemming met dat waar wij om gebeden hebben?” Velen hebben de op dienstvergaderingen gegeven voortreffelijke suggesties en aanmoedigingen met betrekking tot de bijbelstudieactiviteit toegepast. Heb jij dit ook gedaan? Zo ja, ben je hierdoor dan niet een doeltreffender onderwijzer geworden?
7 Praktische suggesties over informeel getuigenisgeven hebben velen van ons in staat gesteld voordeel te trekken van dagelijkse gelegenheden om een Koninkrijksgetuigenis te geven. Heb jij interessante ervaringen opgedaan door informeel getuigenis te geven? Welke speciale suggesties hebben jou geholpen?
8 Ook is er veel aandacht geschonken aan de behoeften van jonge mensen. Op dienstvergaderingen is uiteengezet hoe zij zich geestelijk kunnen ontwikkelen, een volledig aandeel aan de velddienstactiviteit kunnen hebben en het hoofd kunnen bieden aan problemen op school of in verdeelde huisgezinnen. Veel jongeren hebben waardering tot uitdrukking gebracht voor programmaonderdelen die speciaal voor hen waren bestemd.
VOORBEREIDING NOODZAKELIJK
9 Ouderlingen en dienaren in de bediening behoren de programmaonderdelen goed voor te bereiden en de kunst van onderwijzen toe te passen. Tracht je nauwkeurig te houden aan datgene wat in het onderdeel „Vergaderingen die ons helpen discipelen te maken” wordt uiteengezet. Vraag je bij het voorbereiden op je toewijzing af: Waarom is dit onderdeel passend en hoe kan ik het zo behandelen dat het nut afwerpt voor de gemeente en plaatselijk van toepassing is? Wat zijn de belangrijkste punten die de aanwezigen moeten leren? Welke methoden moet ik toepassen om op doeltreffende wijze te onderwijzen? (or blz. 93, 94) De presiderende opziener kan broeders die een toewijzing hebben ontvangen, zo nodig nuttige suggesties geven.
10 Als je de nieuwe Koninkrijksdienst ontvangt, is het goed die meteen door te lezen. Maak later een zorgvuldiger studie van het geboden materiaal ten einde je elke week op de dienstvergadering voor te bereiden. Als er een onderdeel is met zaaldeelname zorg er dan voor dat jij je erop hebt voorbereid commentaar te geven (Hebr. 10:23, 24). Zo’n deelname bouwt ons geloof op en is een uiting van onze liefde voor de broeders en zusters en voor Jehovah. Wij worden er ook door geholpen geleerde punten te onthouden, zodat wij ze in het veld en in ons dagelijkse leven kunnen toepassen.
11 Er zijn dus veel goede redenen om ons uiterste best te doen zoveel mogelijk voordeel te trekken van de dienstvergadering. Deze vergadering is een van de voorzieningen om ons te helpen discipelen te maken en Gods goedkeuring te verwerven. — 2 Tim. 2:15.