Vergaderingen die ons helpen discipelen te maken
WEEK DIE OP 7 DECEMBER BEGINT
8 min: Lied 99. Passende mededelingen uit „Onze Koninkrijksdienst” en plaatselijke mededelingen.
25 min: „Gemeentevergaderingen — Deel I.” Vraag-en-antwoordbespreking. Laat bekwame lezer op het podium als samenvatting elke paragraaf lezen. Ouderling die dit onderdeel behandelt, wordt gevraagd de gemeenteberichten te raadplegen ten einde te weten hoeveel personen de diverse vergaderingen bezoeken. Hij zal deze cijfers tijdens het bespreken van de paragrafen 5-9 met toehoorders analyseren. Broeders en zusters dienen te worden geprezen. Is er een terrein waarop verbetering nodig is? Zo ja, wat zijn dan enkele problemen waardoor sommigen belemmerd worden vergaderingen te bezoeken? Laat bij paragraaf 4 iemand vertellen hoe en wanneer hij of zij zich op de Theocratische school en de dienstvergadering voorbereidt. Beklemtoon dat deze voorbereiding naast het bijbelleesprogramma elke week slechts enkele minuten meer hoeft te kosten.
22 min: „Het goede nieuws aanbieden — Door bijbelstudies op te richten en te leiden.” Dienstopziener neemt eerst met vragen en antwoorden de hoofdpunten van het artikel met de zaal door ongeveer 10 minuten). Vervolgens nodigt hij drie à vier bijbelstudiegezinde broeders en zusters uit op het podium te komen en dit forum bespreekt en licht toe hoe de inlichtingen uit het artikel plaatselijk kunnen worden toegepast. Hoe kan de gemeente het gezamenlijk beschikbare adressenmateriaal uitbuiten om bij deze reeds gevonden belangstelling nieuwe studie op te richten? Ongetwijfeld bezit de gemeente nu reeds tientallen vooruitzichten op nieuwe bijbelstudies en met goed gemotiveerde inspanningen zullen in deze wintermaanden nieuwe studies opgericht kunnen worden. Bovendien vinden wij van huis tot huis ook nog nieuwe geïnteresseerde personen.
5 min: Lied 81 en gebed.
WEEK DIE OP 14 DECEMBER BEGINT
5 min: Lied 75 en plaatselijke mededelingen.
12 min: Bespreek met een groep kinderen de verhalen 55 en 110 uit het „Bijbelverhalen”-boek. Laat uitkomen wat een groot voorrecht de jonge Samuël had dat hij een woordvoerder van God mocht zijn. Beklemtoon ook het schitterende werk waaraan Timótheüs mocht deelnemen doordat hij zichzelf gaf en met de apostel Paulus meereisde.
20 min: „Hoe denk je over je ouders?” Het volgende materiaal is gebaseerd op hoofdstuk 10 van het „Jeugd”-boek. Achter de onderstaande vragen worden bepaalde paragrafen uit dat hoofdstuk aangegeven ten einde de broeders en zusters te helpen commentaren voor te bereiden. Ouderling die dit onderdeel behandelt, kan de te lezen schriftplaatsen van tevoren aan jongeren toewijzen. Moedig jongeren aan om aan de bespreking deel te nemen. Stel de volgende vragen en laat teksten lezen en bespreken. Wie heeft de verantwoordelijkheid om kinderen te onderwijzen en op te leiden, en wie heeft de regels hiervoor verschaft? (Ef. 6:4) Zijn jongeren ook respect en gehoorzaamheid verschuldigd aan ouders die Jehovah niet dienen? Waarom? (par. 4) Wat zijn enkele van de dingen die je ouders vanaf je geboorte tot nu toe voor je hebben gedaan? (par. 5, 6) Hoe kun je tonen dat je dankbaar bent voor wat zij doen? (Ef. 6:1, 2) Maken ouders wel eens fouten? (Rom. 5:12) Hoe dien je over de fouten van je ouders te denken? (Matth. 6:14, 15) Bij wie berust volgens God de uiteindelijke beslissing in kwesties die het gezin aangaan? (Kol. 3:20) Waarom is dit zo belangrijk? (par. 10) Wat mogen ouders, aangezien God hun de verantwoordelijkheid heeft gegeven hun kinderen op te leiden, van hun kinderen eisen op het gebied van kleding, omgang, enzovoort? (Spr. 6:20) Hoe toonde Jezus respect voor deze goddelijke regeling? (Gal. 4:1, 2) Hoe beziet Jehovah de kwestie van ongehoorzaamheid aan ouders? (Spr. 30:17, par. 11) Wat zijn nu en in de toekomst enkele van de beloningen voor gehoorzaamheid? (Gal. 6:7; par. 13, 14; Spr. 3:1, 2)
18 min: Dit onderdeel kan plaatselijk overeenkomstig de behoeften worden geregeld, of er kan een lezing worden gehouden over het artikel „Waarom ’onderworpen zijn’?” uit „De Wachttoren” van 15 augustus 1980.
5 min: Vraag allen volgende week het boek „Onze toekomstige wereldregering — Gods koninkrijk” mee te brengen. Bereid blz. 163 par. 6, tot en met blz. 167, par. 16 voor. Lied 94 en gebed.
WEEK DIE OP 21 DECEMBER BEGINT
8 min: Lied 118, plaatselijke mededelingen en financieel verslag.
18 min: Onze positie inzake het werk waardoor ondersteuners van het Koninkrijk worden gescheiden van niet-ondersteuners. Bekwame onderwijzer bespreekt met gemeente hoogtepunten van materiaal in „Onze toekomstige wereldregering — Gods koninkrijk”, blz. 163, par. 6, tot en met blz. 167, par. 16. Beklemtoon verschil in positie maar eenheid van werk dat door „broeders” van de Koning en klasse der „schapen” wordt gedaan.
Par. 6: Hoe en door wie worden de natiën ingelicht? Hoe wordt dit door de volgende schriftplaatsen te kennen gegeven? — 2 Kor. 5:20, Jes. 43:9.
Par. 7, 8: Lees en bespreek Matthéüs 25:31-33. Wanneer en op grond waarvan geschiedt dit scheidingswerk?
Par. 9, 10: Lees en bespreek Matthéüs 23:34, 35. Wie worden door de „schapen” die aan de rechterhand van de Koning worden geplaatst, afgebeeld? Wat doen zij volgens Jezus’ woorden?
Par. 11-13: Lees Matthéüs 25:37-40. Op wie doelde Jezus met de uitdrukking „mijn broeders”? Hoe tonen de „schapen” dat zij de „broeders” van de Koning ondersteunen? Wat hebben de „broeders” van de Koning zoal moeten verduren?
Par. 14, 15: Hoe worden de met schapen te vergelijken ondersteuners van het Koninkrijk beloond? Wat moet elkeen doen om te tonen dat hij een ondersteuner van het Koninkrijk is? Zie ook blz. 174, par. 31.
Par. 16: Hoe ’beërven de schapen het Koninkrijk’? In welk opzicht is de hoop van de „broeders” van de Koning anders? Hoe kunnen wij als gemeente tonen dat wij ondersteuners van het Koninkrijk zijn?
10 min: Op het podium is een groepje broeders en zusters die actief en doeltreffend zijn in het nabezoekwerk. De dienstopziener bespreekt met hen hoe wij nabezoeken kunnen brengen bij adressen waar wij lectuur hebben achtergelaten. Wij willen altijd in gedachte houden een bijbelstudie op te richten. Indien er kinderen in het gezin zijn zou het „Bijbelverhalen”-boek een prachtig hulpmiddel voor bijbelstudie kunnen zijn. Natuurlijk is ook het „Levensweg”-boek of de brochure „Dit goede nieuws van het Koninkrijk”, of welke andere brochure maar ook, ideaal om een bijbelstudie uit te beginnen. Moedig de gemeenten ertoe aan onverwijld nabezoeken te brengen bij personen die belangstelling hebben getoond.
17 min: Zaalbespreking van „Betrouwbaarheid — een kenmerk van getrouwheid!” Sommigen kunnen worden toegewezen om aangegeven teksten te lezen of er kort commentaar over te geven. Lees in ieder geval de paragrafen zes en zeven.
7 min: Moedig gemeente aan om zich ’ondersteuners van het Koninkrijk’ te betonen door op weekeinde aan velddienst deel te nemen. Lied 54 en gebed.
WEEK DIE OP 28 DECEMBER BEGINT
7 min: Lied 114 en plaatselijke mededelingen.
25 min: „Schudt het stof van uw voeten.” Vraag-en-antwoordbespreking van artikel. Zoek, naar de tijd het toelaat, alle schriftplaatsen op en bespreek ze.
15 min: Ervaringen. „Hoe ik in de waarheid ben gekomen.” Ouderling interviewt twee of drie personen of gezinnen. Laat vooral uitkomen dat Getuige die bij hen aan de deur kwam, een gunstige indruk maakte door hen vriendelijk en zachtaardig te bejegenen. Haak hierbij in op de inlichtingen die in het voorgaande onderdeel werden behandeld. Het verdient de voorkeur dat de geïnterviewden hun aandeel niet voorlezen of uit het hoofd leren. Ouderling kan op bekwame wijze vragen stellen en commentaar uitlokken.
13 min: Bespreek Psalm 22:22. Hoe passend is het van evenwicht blijk te geven door een redelijke hoeveelheid tijd voor de velddienst in te ruimen. Moedig tot ondersteuning van gezamenlijke velddienst op de eerste zondag van de nieuwe maand aan. Lied 10 en gebed.