Betrouwbaarheid — een kenmerk van getrouwheid!
1 Ons leven is van vele factoren afhankelijk. Behalve voedsel en water hebben wij ook lucht nodig om te kunnen ademen. Wij zijn dankbaar voor vrienden of familieleden op wie wij ons kunnen verlaten.
2 Maar het meest van alles zijn wij van Jehovah afhankelijk, aangezien Hij de Levengever is. Tevens zijn wij tot het besef gekomen dat Jehovah ons door bemiddeling van de „getrouwe en beleidvolle slaaf” van ’geestelijk voedsel te rechter tijd’ voorziet (Matth. 24:45-47). Wij zijn blij dat Jehovah over de gehele aarde een organisatie van getrouwe dienstknechten heeft opgebouwd die bereid zijn de verantwoordelijkheid te dragen om vanuit 97 bijkantoren leiding te geven aan het werk dat het behartigen van de Koninkrijksbelangen met zich brengt, zoals het drukken en verspreiden van het geestelijke voedsel dat via deze organisatie wordt verschaft. Zij allen werken hier hard aan.
GETROUWE VOORBEELDEN
3 Wanneer wij het bijbelverslag onderzoeken, treffen wij daar heel wat voorbeelden aan van mannen en vrouwen die betrouwbaar waren en die hun getrouwheid jegens Jehovah hebben bewezen. Denk maar eens aan Mozes. Herinner je je nog op welke vele manieren hij er blijk van heeft gegeven een man van geloof en een betrouwbare dienstknecht van Jehovah te zijn? (Hebr. 11:27-29) Keerde hij niet samen met zijn broer Aäron elke keer weer naar Farao terug om hem de boodschap te doen horen die zij in opdracht van Jehovah moesten bekendmaken, en deden zij dit niet net zo lang totdat hun werd gezegd dat zij op straffe des doods niet meer voor hem mochten verschijnen? (Ex. 10:11, 28) Zag hij er niet getrouw op toe dat de tabernakel precies zo werd gebouwd als Jehovah had,bevolen? En trad Mozes niet getrouw als rechter voor het volk op totdat Jehovah te kennen gaf hoe hij daarbij geholpen kon worden? — Ex. 18:13, 25, 26.
4 Anderen naar wie wij kunnen wijzen als voorbeelden van betrouwbaarheid zijn Markus en Timótheüs. Alhoewel Johannes Markus er op een bepaald moment mee ophield zijn broeders op een zendingsreis te vergezellen, waardoor er vragen rezen omtrent zijn betrouwbaarheid, gaf hij er naderhand blijk van bruikbaar en betrouwbaar te zijn, en werd hem later zelfs het voorrecht verleend een van de Evangeliën te schrijven. — Hand. 13:13; 2 Tim. 4:11.
5 Ook Timótheüs volgde, ofschoon hij nog een jonge man was, ijverig de aanwijzingen op die zijn oudere broeder Paulus hem gaf met betrekking tot de wijze waarop hij het predikingswerk moest volbrengen. — 2 Kor. 1:18-20.
VAN ONZE BETROUWBAARHEID BLIJK GEVEN
6 Zijn wij, in overeenstemming met het feit dat wij ons aan God hebben opgedragen, betrouwbaar met betrekking tot onze velddienstactiviteit? Indien wij een ouderling of een dienaar in de bediening zijn en het voorrecht genieten om de gemeente door middel van aandelen op de vergadering te onderwijzen, of door de leiding te nemen in de velddienst, geven wij er dan blijk van betrouwbaar te zijn? Volgens Lukas 16:10 is dat heel belangrijk.
7 Wanneer wij ons op de Theocratische school hebben laten inschrijven, kan men er dan van op aan dat wij de ons toegewezen lezinkjes houden? En wanneer wij de waarheid met anderen delen, spreken wij dan overeenkomstig nauwkeurige kennis en het voortreffelijke onderwijs dat wij via Jehovah’s loyale organisatie hebben ontvangen? — 2 Tim. 1:13.
8 Kan men zich op ons verlaten wanneer het om het schoonmaken van de Koninkrijkszaal gaat? Ondersteunen wij de beslissingen van de ouderlingen in het besef dat hun aanstelling in overeenstemming is met de richtlijnen die onder inspiratie van de heilige geest in Gods Woord zijn vastgelegd? Komen wij op tijd wanneer wij een theocratische afspraak hebben gemaakt? Leveren wij onze velddienst- en bijbelstudierapporten op tijd in? Werken wij eraan mee dat de Koninkrijkszaal als het centrum van de ware aanbidding in ons gebied in een goede staat blijft verkeren, en geven wij geldelijke bijdragen voor dit doel?
9 Natuurlijk willen wij allemaal dat Jehovah en onze broeders en zusters ons als betrouwbare personen beschouwen. Precies zoals wij er volledig op kunnen vertrouwen dat Jehovah in onze dagelijkse behoeften en in geestelijk voedsel en leiding voorziet, willen wij graag dat hij ons op een dusdanige wijze gebruikt dat anderen op ons aan kunnen wanneer dat nodig is. — 1 Petr. 4:10, 11.