Vergaderingen die ons helpen discipelen te maken
WEEK DIE OP 3 FEBRUARI BEGINT
Thema: Allen bereiken die willen luisteren.
10 min: Lied 82. Welkom en plaatselijke mededelingen. Lees de Vragenbus.
20 min: „Allen bereiken die willen luisteren.” Vraag-en-antwoordbespreking, gevolgd door drie demonstraties waarin wordt getoond hoe iemand gelegenheidsgetuigenis geeft. (1) In de rij bij een kassa van een supermarkt, (2) aan een voorbijganger op straat, (3) aan een buurman. Indien de tijd dit toelaat, kun je de zaal nog om verdere suggesties vragen.
15 min: Zij die voordeel hebben getrokken van het geven van gelegenheidsgetuigenis. Twee interviews: (1) Een of twee personen die door middel van gelegenheidsgetuigenis in contact met de waarheid zijn gekomen. (2) Broeders of zusters in de gemeente die erg veel succes hebben met het geven van gelegenheidsgetuigenis. Laat hen vertellen hoe zij het aanpakken en wat voor soort van mensen zij aanspreken. Waarom is deze vorm van getuigenisgeven doeltreffend? Waarom verschaft deze tak van dienst hun vreugde?
10 min: Herhaal sleutelgedachten die wij uit de beide voorgaande onderdelen hebben geleerd. Vraag zaal welke punten voor het plaatselijke gebied praktisch zijn. Licht de broeders en zusters erover in dat enkelen van hen tijdens de laatste vergadering van de maand ervaringen mogen vertellen die zij bij het toepassen van deze suggesties hebben opgedaan. Moedig allen ertoe aan bij elke gelegenheid getuigenis te geven. Vraag de verkondigers volgende week hun „Jaarboek” mee te brengen.
5 min: Lied 79 en gebed.
WEEK DIE OP 10 FEBRUARI BEGINT
5 min: Lied 96 en plaatselijke mededelingen.
25 min: „Vergroot je vreugde door als hulppionier te dienen.” De maand april zal in het teken van de hulppioniersdienst staan en voor allen, ook voor degenen die door omstandigheden niet aan deze tak van dienst kunnen deelnemen, een bijzonder vreugdevolle maand van dienst zijn. Nadat de dienstopziener het artikel met de zaal heeft doorgenomen, kunnen er verkondigers geïnterviewd worden die wel eens in de hulppioniersdienst zijn geweest. Hoe gevarieerder hun leeftijden en levensomstandigheden zijn hoe aansporender dit onderdeel gebracht kan worden. Laat niet zo maar losse ervaringen vertellen maar probeer de commentaren en gedachtenuitwisseling in het thema van het artikel te houden.
Als besluit van deze bespreking kan de dienstopziener uit de zaal enkele commentaren van ouderlingen en dienaren krijgen met betrekking tot de fijne geest in de gemeente in zo’n maand wanneer er veel hulppioniers zijn. Moedig verkondigers en gezinnen ertoe aan met elkaar over de hulppioniersdienst te spreken en zo mogelijk koppeltjes te vormen.
20 min: Hoogtepunten uit de eerste 32 bladzijden van het „Jaarboek” van 1980. Ouderling vestigt aandacht op wat op bladzijde 2 staat. Bespreek daarop kort de verscheidene aspecten van hoop die op de bladzijden 3-8 worden uiteengezet. Nodig zaal uit om commentaar te geven op interessante en aanmoedigende punten die zij op de bladzijden 8-32 hebben gelezen.
10 min: Herinner de gemeente aan de velddienstregelingen en verwerk in deze aanmoediging de aansporing die opgesloten ligt in de jaartekst: „Nu dan, Jehovah, . . . geef uw slaven dat zij met alle vrijmoedigheid uw woord blijven spreken” (Hand. 4:29). Lied 102 en slotgebed.
WEEK DIE OP 17 FEBRUARI BEGINT
5 min: Lied 115 en plaatselijke mededelingen.
20 min: Beschouw plaatselijke behoeften, of bespreek het artikel „Verstandige raad beschermt tegen misdaad” uit „Ontwaakt!” van 22 februari 1980. Beklemtoon daarbij de zes schriftplaatsen die speciaal worden belicht.
15 min: „Het goede nieuws aanbieden — Door persoonlijke belangstelling voor anderen te tonen (Deel I).” Lezing om de zaal te helpen inzien dat ons oogmerk bij de velddienst niet slechts het verspreiden van lectuur is maar het bereiken van mensen, het begrijpen van hun problemen en behoeften. Wij willen hierbij de bijbel gebruiken om aan te tonen wat er kan worden gedaan om hen te helpen en hoe het Koninkrijk de oplossing verschaft.
15 min: Wat zou jij tegen zo’n huisbewoner zeggen? Voorzitter laat de volgende drie realistische situaties uitbeelden:
(1) Huisvrouw met schort voor die open doet met stofdoek in haar hand.
(2) Man die open doet met krant in z’n hand.
(3) Tiener die open doet.
Laat bij elke demonstratie een verkondiger naar de deur toe gaan en zet de demonstratie dan even stop op het moment dat de huisbewoner verschijnt, om de zaal suggesties te vragen over manieren waarop de situatie aangepakt dient te worden. Daarna demonstreert de verkondiger een benaderingswijze die hij van tevoren heeft voorbereid.
5 min: Lied 20 en gebed.
WEEK DIE OP 24 FEBRUARI BEGINT
5 min: Lied 64 en plaatselijke mededelingen.
15 min: „Ben jij thuis alleen in de waarheid?” Vraag-en-antwoordbespreking. Zet uiteen wat een goed werk deze verkondigers doen en hoe zij het hoofd bieden aan de situatie waarin zij verkeren. Beklemtoon hoe anderen hen kunnen helpen en waarom hun goede voorbeeld wordt gewaardeerd. Geef de suggestie dat wij allemaal te weten proberen te komen wie in de gemeente tot deze groep van alleenstaanden behoren en dat iedereen voor zichzelf beschouwt wat hij of zij zou kunnen doen om hen te helpen en aan te moedigen.
8 min: Wat leren jullie kinderen? Een vader (en moeder indien dit wenselijk is) bespreekt met twee of drie jonge kinderen verhaal 69 uit „Mijn boek met bijbelverhalen” over het kleine Israëlitische meisje in Syrië. Beklemtoon hoe zij Jehovah helemaal alleen in een vreemd land diende maar er toch toe werd bewogen vrijmoedig getuigenis te geven over Jehovah en zijn ware profeet. Help de kinderen het geleerde toe te passen. Hoe kan dit in verband worden gebracht met het geven van getuigenis aan klasgenootjes en leerkrachten? Hoe kan dit hen helpen hun standpunt in te nemen ten aanzien van feestdagen, verjaardagen, enzovoort?
17 min: Hoe hebben onze vergaderingen ons geholpen? Herhaling van op de vergaderingen geleerde punten. Maak daarbij, naarmate de tijd het toelaat, van de volgende punten gebruik (met medewerking van enkele voorbereide verkondigers): (1) Welke gelegenheden heb jij geschikt gevonden voor het geven van gelegenheidsgetuigenis en welke ervaring heb je opgedaan? (2) Hoe kunnen wij persoonlijke belangstelling tonen voor de mensen met wie wij in ons gebied spreken? (3) Informeer naar ervaringen over de verspreiding van „Mijn boek met bijbelverhalen”. Als kinderen ervaringen met dit boek hebben opgedaan, zal het aanmoedigend zijn hen die ervaringen te laten vertellen. (4) Pogingen die zijn gedaan of nog in het werk gesteld kunnen worden om anderen in de gemeente te helpen.
15 min: Bespreek kort de aanbieding voor maart en moedig allen ertoe aan de speciale velddienstregeling voor aanstaande zondag te ondersteunen. Gebruik de rest van de tijd om de hulppioniersdienst te stimuleren en grijp terug op het artikel „Vergroot je vreugde door als hulppionier te dienen”. Als er wat ervaringen verteld kunnen worden of enkele vroegere hulppioniers iets van hun vreugde in die dienst kunnen overdragen, zal dit stimulerend zijn. Deel de gemeente mee hoevelen reeds een formulier hebben ingeleverd. Lied 108 en gebed.