Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • km 3/80 blz. 1-3
  • Doe goed jegens hen die aan je verwant zijn in het geloof

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Doe goed jegens hen die aan je verwant zijn in het geloof
  • Onze Koninkrijksdienst 1980
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • WAT WIJ KUNNEN DOEN
  • ZELFS KLEINE DINGEN HELPEN
  • Wat doen wij om elkaar te helpen?
    Koninkrijksdienst 1970
  • Het goede doen jegens hen die in het geloof zijn
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1968
  • Doe meer dan alleen maar zeggen: „Houdt u warm en goed gevoed”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1986
  • Nieuwere verkondigers helpen
    Onze Koninkrijksdienst 1986
Meer weergeven
Onze Koninkrijksdienst 1980
km 3/80 blz. 1-3

Doe goed jegens hen die aan je verwant zijn in het geloof

1 Ben jij je bewust van de geestelijke en fysieke behoeften van de broeders en zusters bij jullie in de gemeente? Heb je erover nagedacht hoe je hen zou kunnen helpen? Ben jij in de gelegenheid iets voor hen te doen? (Spr. 3:27) Of laat je dat soort zaken gewoonlijk aan anderen over?

2 Wat fijn is het dat bekwame broeders zich bewust zijn van de behoeften van anderen en proberen hen te helpen voordat een bepaalde neiging hen in geestelijke moeilijkheden zou kunnen brengen. Het is voor een wijs persoon vaak al voldoende als iemand hem op vriendelijke wijze een schriftuurlijke gedachte in herinnering brengt.

WAT WIJ KUNNEN DOEN

3 Enkele broeders met geestelijke hoedanigheden tonen vaderlijke belangstelling voor enkelen van de jongeren in de Koninkrijkszaal, vooral voor degenen die uit verdeelde huisgezinnen komen, waardoor zij hen helpen enkele van de problemen die de jeugd eigen zijn te vermijden. Dit geeft heel wat meer bevrediging dan te proberen iemand te helpen een probleem recht te zetten nadat hij erin terecht is gekomen.

4 In Galáten 6:2 schrijft Paulus: „Blijft elkaars lasten dragen en vervult aldus de wet van de Christus.” Deze verwijzing naar „de wet van de Christus” is wel in verband gebracht met Jezus’ woorden in Johannes 13:34 en 35, die laten zien dat zijn discipelen elkaar zouden liefhebben. En hoe aanmoedigend is het om, waar mogelijk, de last van anderen in de gemeente te helpen verlichten.

5 Het zou voor ons allemaal wel eens goed zijn er een paar minuten van af te nemen om na te denken over degenen die wij in de gemeente kennen, misschien op onze boekstudie, en die wij zouden kunnen helpen. Hebben wij hen thuis opgezocht, of hen uitgenodigd ons te bezoeken? Eén kringopziener bezocht een zuster die al een poos niet in de velddienst was geweest. Hij kwam erachter dat zij wel wilde, maar eigenlijk alleen maar hulp nodig had. Zij werd geholpen en zij had die week een aandeel aan de dienst. Je kunt je voorstellen hoe blij zij was dat iemand zich om haar bekommerde en het zelfs zo regelde dat zij later die week bij elkaar aten.

ZELFS KLEINE DINGEN HELPEN

6 Het gaat er niet om of wij veel of weinig kunnen doen, het gaat erom of wij bezorgdheid aan de dag leggen. Een kaart, een bezoekje, een uitnodiging, een telefoontje, misschien door de telefoon de dagtekst met elkaar bespreken, hulp bieden bij wat kleine dingetjes, op fysiek of geestelijk terrein — al deze dingen kunnen een hulp zijn.

7 Enkele zusters regelen het zo dat zij af en toe op de kinderen passen van zusters die de velddienst in willen. Velen maken zelfs een omweg alleen maar met het doel iemand voor de vergaderingen op te halen of mee te nemen in de velddienst. Anderen lukt het om degenen die in het ziekenhuis liggen, op te zoeken. En wanneer je dit doet, vertel dan iets aanmoedigends, zoals een ervaring, of lees wat uit de bijbel voor, misschien Psalm 55:22 of 41:3. Dergelijke gedachten kunnen buitengewoon geloofversterkend zijn. En wij kunnen allemaal voor elkaar bidden, in het bijzonder wanneer wij ons bewust zijn van een probleem en niet weten hoe wij hulp zouden kunnen bieden.

8 Het vroege christelijke voorbeeld van gastvrijheid is navolgenswaardig. Het bouwt ons geloof op en versterkt de band van liefde. Paulus beklemtoont deze voortreffelijke hoedanigheid wanneer hij zegt: „Laten wij het derhalve niet opgeven te doen wat voortreffelijk is, want te rechter tijd zullen wij oogsten indien wij het niet moe worden. Laten wij daarom dus, zolang de tijd voor ons er nog gunstig voor is, het goede doen jegens allen, maar vooral jegens hen die aan ons verwant zijn in het geloof.” — Gal. 6:9, 10.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen