Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • km 9/79 blz. 3-6
  • Onze hoop vreugdevol bekendmaken

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Onze hoop vreugdevol bekendmaken
  • Onze Koninkrijksdienst 1979
  • Onderkopjes
  • Nog veel mensen reageren gunstig op de prediking
  • „Gij hebt in onze brede straten onderwijs gegeven”
  • Activiteit voor Gods koninkrijk schenkt vreugde
Onze Koninkrijksdienst 1979
km 9/79 blz. 3-6

Onze hoop vreugdevol bekendmaken

De hoeveelheid werk die Jezus tijdens zijn aardse bediening heeft verzet, is enorm en toch zei hij tijdens het laatste avondmaal dat zijn discipelen ’grotere werken dan hijzelf zouden verrichten’. Kunnen wij nu in alle eerlijkheid zeggen dat wij in de tijd leven dat Jezus’ volgelingen met de hulp van Gods geest ’grotere werken’ doen? Bij het stellen van die vraag denken wij niet aan de grote wonderen die Jezus als Messías mocht verrichten, doch aan zijn onvermoeibare prediking van het Koninkrijk der hemelen. — Johannes 14:12.

Jezus maakte het Goede Nieuws lopend bekend. Hij trok honderden kilometers te voet door het land Israël. Hij moest wanneer hij een tekst aanhaalde deze uit het hoofd citeren. Als hij na een korter of langer gesprek afscheid van iemand nam, moest deze volledig op zijn of haar geheugen steunen om Jezus’ woorden opnieuw te kunnen overdenken.

En verrichten de hedendaagse discipelen van Jezus Christus ’grotere werken’ dan hij in drie en een half jaar kon doen? Als wij over de gehele wereld naar de ruim zeventig grote rotatiepersen kijken die in de drukkerijen van het Genootschap staan opgesteld en wij zien in gedachten de miljoenen predikers van het Woord, dan mogen wij in alle eerlijkheid en met grote dankbaarheid „ja” zeggen op die vraag. Wat zouden Jezus en zijn discipelen in de eerste eeuw er voor over hebben gehad om met zulke goedgevulde lectuurtassen als wij hebben, op stap te mogen gaan? Wij hebben de gehele bijbel bij ons en kunnen daaruit naar believen iedereen tot wie wij over de zegeningen van Gods koninkrijk spreken, de teksten laten lezen die wij aangehaald hebben. Wij kunnen zelfs de gehele bijbel voor weinig geld bij geïnteresseerden achterlaten. Iedereen die het onderwerp waarover wij hebben gesproken zelf nog eens nauwkeurig wil nagaan, kunnen wij de unieke studiemiddelen zoals Vergewist u van alles of De waarheid die tot eeuwig leven leidt, alsmede de bijzonder onderwijzende en goed geschreven tijdschriften De Wachttoren en Ontwaakt! achterlaten tegen een bijdrage die zo laag is dat geen buitenstaander meer begrijpt hoe het Genootschap dit goede drukwerk tegen die prijs kan leveren. En dan hebben wij nog niet eens gesproken over alle talen waarin onze lectuur verschijnt. Wij kunnen dus echt zeggen: „Inderdaad, met Jehovah’s hulp doen wij nu in de prediking meer dan Jezus tijdens zijn aardse bediening heeft kunnen doen.”

De uitvinding van de boekdrukkunst heeft dus veel mogelijk gemaakt. Het eerste boek dat werd gedrukt, was de bijbel. Maar de Duivel zou geen duivel en satan zijn als hij dit unieke middel van onderwijs niet zou hebben misbruikt. En we moeten zeggen, het is hem gelukt, want als we zo een gemiddelde boekwinkel of krantekiosk binnen wandelen, zien we dat wat daar te koop ligt veelal verderfelijk van inhoud is. Wij leven dus jammer genoeg in een tijd waarin de wereld met allerlei drukwerk van twijfelachtige inhoud overspoeld wordt. De mensen worden daarbij moe van alle slechte berichten die zij horen en gaan misschien mede daarom zo langzamerhand hun ogen sluiten voor de oneindige stroom van dagbladen, boeken en tijdschriften. Het verspreiden van de lectuur van het Genootschap wordt er daarom niet gemakkelijker op. Ten eerste omdat de harten van de mensen in ons gebied veelal slecht en ongelovig gemaakt zijn door alle demonische propaganda en ook omdat er zoveel drukwerk verschijnt waardoor de mensen van de bomen het bos niet meer zien. Toch bemerken Getuigen die goed voorbereid zijn op hun prediking, dat veel mensen gunstig reageren als men hun enthousiast iets te lezen aanbiedt over alle goede dingen die God ons door middel van zijn Woord belooft. Jullie zullen het interessant en aanmoedigend vinden om enkele ervaringen uit ons land te vernemen.

Nog veel mensen reageren gunstig op de prediking

Enkele weken geleden stond een groepje verkondigers net klaar om in een bepaald blok te beginnen, toen een bejaarde man op een van de zusters toestapte en haar vroeg of ze allemaal van het Leger des Heils waren. De zuster ontkende dit natuurlijk doch vroeg hem wel of ze wat voor hem kon doen. Hij vertelde dat hij zich eenzaam voelde en toch wel behoefte had aan een gesprek over religieuze zaken. Na een fijn gesprekje nam de man grif tijdschriften en gaf graag zijn naam en adres omdat hij nabezocht wilde worden.

Een kringopziener schreef: „Afgelopen week deed een oudere dame de deur open met een stel melkflessen in haar hand. Ze verwachtte de melkman. Onze reactie was hierop dat wij met ’geestelijk voedsel’ kwamen en of zij hiervoor enkele minuten had. We mochten hierop tien minuten binnenkomen om verder uiteen te zetten wat de waarde van de lectuur voor haar was. Zij nam de aanbieding gretig en vroeg na tien minuten of wij nog langer wilden blijven om haar meer uit de Schrift te vertellen.”

Een zuster liet verleden jaar in Den Haag de Ontwaakt! achter bij een vrouw. Er waren twee nabezoeken voor nodig om de vrouw ertoe te brengen het artikel in dat tijdschrift getiteld „Hoe te bidden om door God verhoord te worden” te lezen. Toen ze dit eenmaal had gedaan, bleek het artikel alle antwoorden op haar vragen over het gebed te bevatten. Ze accepteerde een bijbelstudie en begon vrij snel alle vergaderingen te bezoeken. Toen ze bij hoofdstuk 3 in het Waarheid-boek was, nam ze al de beslissing zich te laten dopen, doch ze besefte dat ze eerst nog wat meer kennis moest krijgen. Op de eerstvolgende kringvergadering wil ze zich nu laten dopen.

De Wachttoren met het artikel „Onze keus om met Jehovah samen te werken” trof een vrouw, die al zo’n drie jaar in de gemeente kwam, dusdanig dat ze meteen naar een ouderling ging en hem vroeg de doopvragen met haar door te nemen. Met de doop wilde ze zelfs niet wachten tot de kringvergadering, die nog maanden zou duren. Daarom ging ze naar de eerste de beste kringvergadering in Bennekom en het zich dopen. Sindsdien is ze een geregelde verkondigster. Haar man, een Griek, werd door haar stap zo aangemoedigd dat hij de doopvragen met de Griekse kringopziener doornam en enkele maanden later dan zijn vrouw werd gedoopt. Hij predikt nu tot Grieks-sprekende mensen.

De waarde van onze lectuur en tijdschriften wordt goed geïllustreerd in het geval van een 16-jarig meisje dat het Jeugd-boek had gelezen. Zij hield daaruit op haar jeugdclub lezinkjes en dit werd dermate gewaardeerd dat onze tijdschriften daar nu regelmatig als discussiemateriaal worden gebruikt.

Wij weten allen dat onze oudste uitgave, De Wachttoren, nu reeds 100 jaar ononderbroken is verschenen. Op zichzelf is dat werkelijk zeer opmerkenswaardig omdat dit zeer op openhartige wijze voor de bijbelse waarheid uitkomende tijdschrift in de loop van al die tientallen jaren door machtige vijanden is bedreigd. Zien wij daarin Jehovah’s leiding en bescherming? Zo ja, dan zullen wij ook werkelijk dankbaar gebruik maken van de gelegenheid om dit unieke tijdschrift en het zustertijdschrift Ontwaakt! onder de aandacht te brengen van onze buren, familieleden, collega’s en alle onbekenden waarmede wij in de dienst of in ons dagelijkse leven kennis maken. Zij hebben de inlichtingen die in die tijdschriften staan even hard nodig als wij, die door het toepassen van dat wat wij uit die tijdschriften hebben geleerd, gelukkige dienstknechten van Jehovah God zijn geworden.

Alle Getuigen van Jehovah vinden het prettig om wat lectuur aan buitenstaanders te mogen verspreiden. Het maakt hen gelukkig hun hoop in Gods onfeilbare beloften met anderen te delen. Natuurlijk is niet iedereen even succesvol in het opwekken van belangstelling voor onze tijdschriften en boeken. Daarom zullen velen onder ons het op prijs stellen enige waardevolle suggesties te ontvangen hoe zij hun hartewens om wat meer lectuur te mogen verspreiden, in vervulling kunnen zien gaan.

Hoe overlogisch het ook klinkt, toch willen wij jullie eraan herinneren dat je alleen dat kunt verspreiden wat je bij je hebt. Verspreiding begint dus met het in bezit hebben van wat nieuwe tijdschriften en boeken van het Genootschap. Waarom zouden Getuigen die veel onderweg zijn niet enkele tijdschriften bij zich hebben om weg te kunnen geven aan relaties? Waarom kunnen huisvrouwen als ze gaan winkelen niet twee of vier tijdschriften in hun boodschappentas meenemen om die aan winkeliers die ze kennen te overhandigen? Veel oudere broeders en zusters, die veelal moeite hebben om normaal van huis tot huis te prediken, kunnen heel wat vreugde putten uit de korte gesprekjes die zij tijdens hun dagelijkse wandeling met iedereen die ze ontmoeten kunnen aanknopen. Ze moeten alleen zorgen wat lectuur van de Koninkrijkszaal mee te nemen en die bij zich te hebben als ze voor iets naar buiten gaan.

Zo nam enkele jaren geleden een pioniersechtpaar een aantal tijdschriften mee toen ze op vakantie gingen. Ze waren in de taal van het land waarheen ze gingen. Ze verspreidden deze tijdschriften door ze onder de ruitenwissers te doen van auto’s die aan de kust stonden. Even later zagen ze een man naast hen op het strand al heel geïnteresseerd in zo’n tijdschrift lezen en de inhoud met zijn familie bespreken. Een jaar later ging hetzelfde pioniersechtpaar weer naar dezelfde plaats terug, doch de zuster viel van een hoogte en brak een been. Er kwamen heel wat mensen die hulp wilden bieden en één echtpaar bleek bijzonder behulpzaam te zijn. De broeder dacht: „Het konden wel Getuigen zijn.” De man liep mee naar de auto van het pioniersechtpaar en zag onze tijdschriften op de achterbank liggen. En wat bleek? Hij was de man die het jaar daarvoor het tijdschrift dat hij onder zijn ruitenwissers had gevonden, op het strand had gelezen. Thuisgekomen had hij contact met onze broeders opgenomen en was binnen een jaar met zijn gehele gezin in de waarheid gekomen. Wat één tijdschrift al niet kan doen! Het eerste geheim van verspreiding ligt dus in het bij je hebben van lectuur, waar je ook naar toe gaat.

Iemand die ooit eens een tijdschrift van ons heeft gelezen, is veel eerder geneigd dit nog eens te doen dan iemand die onze bladen niet kent. Daarom is het belangrijk nooit een lectuuradres weg te gooien, ook al zegt de huisbewoner dat hij voor de rest geen belangstelling meer heeft. Wanneer jullie na enkele maanden, bijvoorbeeld met een speciale uitgave of een bijzonder voor die persoon geschikt tijdschrift, teruggaan, zul je tot je verwondering bemerken dat men dit dan weer zonder enige terughouding neemt. De „eetlust” van zulke personen kan alleen maar enkele tijdschriften per jaar verwerken, maar dat zegt niets. Het kan heel goed zijn dat ze later toch een beslissing ten gunste van de ware aanbidding nemen. Zo verspreidde een broeder 17 jaar geleden zijn eerste paar tijdschriften aan een vrouw. Zij werd een zogenaamd routeadres, doch kwam nooit verder in de waarheid. Na 17 jaar, toen die broeder zelf inmiddels ouderling was geworden, verspreidde een zuster een Waarheid-boek bij die vrouw. Zij ging terug en richtte een bijbelstudie op die zo goed liep dat deze vrouw een jaar later, nu enkele weken geleden, tijdens de kringvergadering kon worden gedoopt. Juist met een bewoner met wie je al eerder een goed contact hebt gehad, is het niet moeilijk hier op voort te borduren. Als je enkele persoonlijke gegevens op je van-huis-tot-huisrapportje vermeld hebt staan, kun je het ijs gemakkelijk breken door je gesprek daarover, te beginnen. Belangstellende zinnetjes als: „Is uw man nog ziek, mevrouw?” of: „Hoe is het met de baby, hoe oud is die nu alweer?”, doen het echt en tonen dat wij liefdevolle belangstelling voor de mensen in ons gebied hebben. Gooi dus nooit een lectuuradres weg, is de tweede raad om wat meer succes in de velddienst te hebben, ga altijd terug naar iemand die ooit belangstelling heeft getoond.

„Gij hebt in onze brede straten onderwijs gegeven”

Zelfs Jezus’ vijanden moesten, volgens Lukas 13:26, toegeven dat hij ook de openbare weg had gebruikt om mensen te ontmoeten die hij kon onderwijzen. Vanaf het vroege begin van Gods hedendaagse organisatie hebben ijverige Getuigen het prediken op straat eveneens niet ontweken. Integendeel, men droeg loopborden op straat, overhandigde strooibiljetten en traktaten aan voorbijgangers en hield zelfs openbare lezingen op straat. Geen wonder dat deze broeders en zusters veel vreugde en ook succes hadden met het op deze wijze bekendmaken van hun hoop. Velen kwamen daardoor tot een kennis van de waarheid, ook personen die men anders misschien nooit had ontmoet. In ons land is het op straat prediken met de tijdschriften erg verwaterd. Dit komt misschien doordat er heel wat jaren geleden wat raad door het Genootschap werd gegeven ook het van-huis-tot-huiswerk niet te veronachtzamen. Er waren in die dagen vele verkondigers met een goede kennis van de waarheid, die zowat enkel en alleen met de tijdschriften op straat stonden en daar, omdat ze bijna geen voorbijgangers aanspraken, weinig succes mee hadden. Geen wonder dat het Genootschap hen aanmoedigde om een toespraakje te leren en dit van huis tot huis te gaan gebruiken. Deze hulp en opleiding heeft er nu bijna toe geleid dat er zowat niet meer op straat wordt gepredikt en wij menen niet dat zo iets een gezonde situatie is. In de loop der jaren is er zoveel in de maatschappij veranderd dat het in alle steden en dorpen van ons land goed zal zijn als daar de tijdschriften ook op straat worden aangeboden. Vele kamerbewoners en opgroeiende jongeren ontmoeten wij niet bij ons van-huis-tot-huiswerk; de eerste groep niet omdat wij niet weten dat er iemand op kamers inwoont, en de grote groep jongeren wordt een gesprek met ons aan de deur veelal door de ouders onmogelijk gemaakt. Er is haast geen betere methode om al die mensen te ontmoeten dan in het centrum op een niet al te drukke plaats uit te kijken naar voorbijgangers die men vriendelijk voor een kort gesprek over de waarheid kan benaderen.

Niet iedereen van ons heeft dezelfde vrijmoedigheid om demonstratief met de boodschap van het Koninkrijk der hemelen op straat te gaan staan. Dat is niet erg, zolang deze schroom niet in vrees ontaardt, want dat zou niet heilzaam zijn. Jezus onderwees zijn discipelen met de ernstige woorden in Markus 8:38: „Want wie zich in dit overspelige en zondige geslacht over mij en mijn woorden schaamt, over hem zal de Zoon des mensen zich schamen wanneer hij gekomen zal zijn in de heerlijkheid van zijn Vader met de heilige engelen.” Is er iets in de waarheid waarover wij ons dienen te schamen, of dienen de mensen tot wie wij prediken zich niet veeleer te schamen over hun goddeloosheid?

Als men met het straatwerk begint en hierin liever niet zo opvalt, kan men dit heel onopvallend verrichten. Je kunt met een rolletje tijdschriften in je hand, binnenzak of in je handtasje naar een voorbijganger toe gaan die niet al te veel haast schijnt te hebben en van wie je denkt dat deze vriendelijk zal reageren. Je zegt dan alleen maar vriendelijk: „Mag ik u iets vragen?” Omdat je bijna altijd een instemmend antwoord krijgt, kun je doorgaan met: „Weet u, ik verricht evangelisatiewerk op straat en ik probeer daarbij aan de weet te komen hoeveel mensen nog werkelijk in God geloven.” Het antwoord dat je krijgt, zal uitmaken of je het gesprek meteen met een vriendelijke groet moet beëindigen of dat je door kunt gaan om je voorbijganger iets in de tijdschriften, die je bij je hebt, te laten zien. Zeg gerust aan het begin dat je hun niets wilt opdringen nog ergens lid van wilt maken, doch dat je graag met anderen over de goede beloften die God ons geeft, spreekt. Bied de tijdschriften positief aan, dus niet weifelend of overbeschroomd. Je bent een dienstknecht van God en je staat op grond die zijn eigendom is en je spreekt tot mensen die Hem behoren te dienen. Als je zou kunnen leren het Goede Nieuws op straat te prediken, zal dit jou veel vreugde schenken omdat je zult bemerken dat Jehovah je moed en ijver met succes zal belonen. In Rotterdam is een dienaar in de bediening die het tot zijn gewoonte heeft gemaakt elke zaterdag straatwerk te doen bij de Koninkrijkszaal. Omdat hij er altijd is, is zijn verspreiding opgelopen tot ruim 30 tijdschriften per zaterdag. Zelfs vaste afnemers komen naar hem toe om bij hem de tijdschriften te halen. Het derde geheim van verspreiding luidt daarom: Spreek voorbijgangers vriendelijk aan en vraag hun of je hun iets zeer waardevols te lezen mag meegeven. Dit kun je zelfs doen als je bij het van-huis-tot-huiswerk weinig mensen aantreft en je de behoefte voelt om meer mensen te kunnen benaderen.

Activiteit voor Gods koninkrijk schenkt vreugde

Onze hoop straks onder de zegeningen van Gods koninkrijk te mogen leven, wordt sterker naarmate wij er met meer mensen over spreken. Wij worden door ieder gesprek over Jehovah God en zijn machtige beloften als het ware gedwongen onze hoop logisch onder woorden te brengen. Dat heeft niet alleen een uitwerking op hen die naar ons luisteren, doch ook op onszelf, want al sprekende bemerken wij zelf hoe gefundeerd onze hoop wel is. Daarom komen wij na iedere velddienstactie veel gelukkiger terug dan we gegaan zijn. De velddienst is werkelijk een van de vele voorzieningen waardoor Jehovah God ons te midden van een zeer ongelukkig publiek diep gelukkig weet te houden. De prediking richt onze gedachten voorwaarts op alle zegeningen van het komende paradijs.

Zou het met dit alles voor ogen niet heel redelijk zijn om er voortaan iedere week een uurtje of zo tijd voor uit te trekken speciaal aandacht aan het verspreiden van onze unieke tijdschriften te besteden? De dienstopziener zal graag met de opgroeiende jongeren een vroege avondactie willen organiseren, midden in de week of op zaterdag. Zeker op zaterdag willen wij allen weer de vroegere geest van activiteit doen herleven door met zovelen als maar mogelijk is een speciale tijdschriftenactie te hebben. Waarom zou dat uurtje er niet vanaf kunnen, de rest van de zaterdag heeft nog uren genoeg over om noodzakelijke werkjes in en rond het huis te verrichten en ons te ontspannen. Zullen we daarom afspreken dat wij alle fijne dingen die wij in ons vrije weekeinde voor onszelf willen gaan doen, nooit ten koste van ons lof- en dankoffer aan Jehovah zullen laten gaan? De christelijke apostel Paulus drong er bij zijn medegelovigen op aan ’hun lichaam aan God aan te bieden als een levend, heilig slachtoffer, een heilige dienst met uw denkvermogen’ (Rom. 12:1). Om dat te kunnen doen, zullen wij al onze bekwaamheden en energie willen gebruiken om de Schepper te dienen. In Hebreeën 13 vers 15 staat: „Laten wij door bemiddeling van [Christus] God altijd een slachtoffer van lof brengen, namelijk de vrucht der lippen die zijn naam in het openbaar bekendmaken.” Onze hemelse Vader ziet graag dat wij onze liefde jegens hem spontaan tot uitdrukking brengen door de positieve goede dingen die wij voor anderen doen. Jehovah heeft ons gemaakt, hij weet wat het beste voor ons is. Daarom verklaart de bijbel: „Het is gelukkiger te geven dan te ontvangen.” — Handelingen 20:35.

[Illustratie op blz. 4]

Ondanks tegenstand van de valse religie wordt het ’goede nieuws in heel de schepping gepredikt’

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen