Onze aanbidding door daden ondersteunen
1 Een van de dingen die wij leerden toen wij met de waarheid in contact kwamen was dat geloof in God door daden ondersteund dient te worden wil men God behagen. Dat betekende voor ons dat wij behoorlijke veranderingen in ons leven dienden aan te brengen en de grote stap naar de velddienst gingen doen. Wat waren wij blij dat God ons daarbij hielp!
2 Als men Jehovah God kent, weet men dat hij grote liefde voor de mensheid heeft. Wij mogen blij en dankbaar zijn dat hij ook ons het vermogen om lief te kunnen hebben heeft meegegeven. Wat zou het leven doelloos zijn als wij als mensen gedwongen waren gewoon naast elkaar te leven zonder de mogelijkheid te bezitten belangstelling voor elkaar te hebben en elkaar te mogen helpen. Veel mensen in de wereld leiden echter zo’n leven en gaan eraan te gronde. Het is Gods wens dat wij hen helpen gelukkig met de waarheid te worden.
3 Dit samenstel van dingen onder Satan de Duivel tracht mensen steeds meer te isoleren door hun zelfzucht aan te wakkeren. Iedereen is dus koortsachtig op zoek naar het materiële geluk en men offert gezondheid, welwillendheid en eerlijkheid op het altaar van de god van deze wereld, maar wat zij ervoor terugkrijgen is een schijntje. Gods dienstknechten zijn anders en dienen anders te zijn willen zij zich Gods misnoegen niet op de hals halen. Jehovah God bracht ons niet in zijn wonderbaarlijke organisatie om ons te leren veel geld te verdienen en een heerlijk ontspannen leventje te leiden. Hij die zijn Zoon voor het leven van de mensheid gaf, wil dat ook wij voor anderen leven. En wij leven voor anderen als wij het „goede nieuws” ijverig bekendmaken. — Matth. 24:14.
4 Het dienen van God omvat natuurlijk niet alleen de prediking omdat wij onze hemelse Vader ook op andere terreinen van ons leven kunnen tonen dat wij liefde voor hem bezitten. Maar toch zal in deze tijd van het einde ons leven rond de prediking georganiseerd dienen te zijn willen wij er nog in slagen iets wezenlijks voor onze hemelse Vader en onze medemensen tot stand te brengen. Voordat wij het beseffen is er weer een week of een maand voorbij omdat de dagelijkse bezigheden ons volledig in beslag nemen.
5 De bijbel spreekt er openhartig over dat wij ’tijd moeten uitkopen’ (Ef. 5:16). Kopen wil zeggen iets verwerven door afstand te doen van iets anders. Hoe kunnen wij dus tijd uitkopen voor de dienst van God? Door van andere, minder belangrijke dingen afstand te doen. Misschien is dat voor een aantal mannen het te lang tijd aan hun krantje te besteden of te lang met hun hobby bezig te zijn en misschien kunnen veel vrouwen minder tijd aan het lezen van boeken en tijdschriften besteden of aan winkelen en gezelligheidsbezoekjes. Ook kan in heel veel huizen het televisieapparaat minder aanstaan, zeker als daarvoor andere, veel belangrijkere dingen moeten blijven liggen.
6 Persoonlijke studie, bijbellezen, gebed en prediking dienen een centrale plaats in het leven van een dienstknecht van God in te nemen wil hij of zij het leven in deze tijd van het einde aankunnen. Jehovah wist waarom hij ons zowat tweeduizend jaar geleden voor deze tijd waarschuwde: „. . . want de Duivel is tot u neergedaald, . . . daar hij weet dat hij slechts een korte tijdsperiode heeft.” Dienen wij dan geen tijd uit te kopen om God te dienen door alle mensen om ons heen op zijn minst te laten weten dat er een kans op overleving van het einde van deze wereld bestaat? Een einde dat trouwens iedereen in de een of andere vorm verwacht. Kunnen wij zonder de voortreffelijke inlichtingen die God ons nu via zijn organisatie verschaft? Maar kunnen wij zonder een grondige studie van die inlichtingen? Ook daarvoor zal tijd moeten worden uitgekocht willen wij niet plotseling worden overvallen door een ernstige aanval van twijfel en ongeloof. — Openb. 12:12; Hebr. 3:12.
7 De aanbidding van Jehovah God kost tijd, inspanning en ook wat van onze materiële middelen, maar krijgen wij er niet reeds nu veel voor terug? Waar zouden wij nu staan zonder de hoop op onze eeuwige redding door God? Waar staan anderen die de hoop die wij bezitten, niet kennen? Laten wij daarom onze aanbidding van God door positieve daden ondersteunen en dat kan niet beter dan door anderen te helpen het licht der waarheid te zien.